Competitiviteit van bedrijven krijgt voorrang op klimaatambities
"Het Nationaal Energie- en Klimaatplan voor 2030 wordt geëvalueerd in het licht van de opmerkingen van de Europese Commissie en dit regeerakkoord, rekening houdend met de economische realiteit, het concurrentievermogen van onze bedrijven, de Europese doelstellingen en de koopkracht van onze burgers."
Deze zin uit het regeerakkoord vat de klimaat- en milieuambities van de regering goed samen. De regering stipuleert schoorvoetend haar steun aan de ambities van de Europese Unie om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en om af te stappen van fossiele brandstoffen.
Maar tegelijk maakt ze elke actie op het gebied van klimaat afhankelijk van een analyse van de budgettaire beperkingen, het concurrentievermogen van bedrijven en de beschikbare technologische keuzes, waarmee ze impliciet klimaatactie als minder prioritair dan competitiviteit neerzet. Tegen een achtergrond van toenemende klimaatrampen en extreme weerfenomenen die huizen, gezinnen en levens overhoopgooien, is zo’n houding achterhaald en onverantwoord.
Het Belgische klimaatbeleid werd al als ruim onvoldoende bestempeld
Bovendien werd ons land in 2021 door de rechter in de Klimaatzaak veroordeeld omdat het Belgische klimaatbeleid als ruim onvoldoende werd bestempeld. Maar dat is niet alles: we werden ook op het matje geroepen door de Europese Commissie omdat de maatregelen in ons Energie- en Klimaatplan ons niet in staat zullen stellen om onze broeikasgasemissies tegen 2030 met 47 procent te verminderen.
Bovendien vroeg de Commissie om een aanzienlijke verhoging van de ambitie voor hernieuwbare energie, door tegen 2030 in plaats van 21,7 procent – zoals in het huidige plan – 33 procent van het energieverbruik uit hernieuwbare bronnen te halen.
Ook eiste de Commissie een gedetailleerde uitleg over hoe en wanneer ons land de subsidies voor fossiele brandstoffen wil afbouwen. In het regeerakkoord worden daar nauwelijks wat vage zinnen aan besteed en blijft alle ambitie uit: daarmee lijkt ons land zich nog dieper vast te rijden in de klimaatimpasse.
In vergelijking daarmee zijn de positieve aspecten van het akkoord erg mager: de verlaging van de btw op warmtepompen, het herstel van 20 procent van de mariene gebieden tegen 2030, of de circulaire economie, die als prioriteit wordt voorgesteld, maar waarvan de contouren amper uitgewerkt zijn. Ter herinnering: volgens het Oceaanverdrag van de Verenigde Naties, dat België (op federaal niveau) heeft ondertekend, moet minstens 30 procent – niet 20 procent – van de oceanen tegen 2030 beschermd zijn.
Concreet over kernenergie, vaag over hernieuwbare energie of natuurherstel
De regering-De Wever blijft vaag over de doelstellingen voor hernieuwbare energie en het uitfaseren van fossiele subsidies, maar is wel heel specifiek over kernenergie. Ze wil dat het aandeel van kernenergie in onze elektriciteitsmix 4 gigawatt bereikt, ze wil dat de operationele levensduur van Doel 4 en Tihange 3 met nog eens tien jaar verlengd wordt en ze fantaseert over de bouw en ingebruikname van de eerste kleine en middelgrote reactor (SMR) in België. Een plan dat als “niet serieus” wordt omschreven door uitbater Engie zelf.
“Kernenergie is een zeer dure technologie”
De CEO van Engie herinnerde de pers er een paar dagen geleden aan dat “kernenergie een zeer dure technologie is” en dat “de goedkoopste manier om onze samenleving koolstofvrij te maken, is door hernieuwbare energie en de flexibiliteit ervan te versnellen”.
Greenpeace vindt deze nucleaire wensdromen van de regering gevaarlijk. We hebben ons altijd verzet tegen deze technologie van het verleden, die ongeoorloofde risico’s en een zware erfenis van kernafval met zich meebrengt. Maar vandaag komt daar nog bij dat deze dromen ons veel geld dreigen te kosten voor een zeer twijfelachtig resultaat in een verre toekomst.
Oude kerncentrales voldoen niet meer aan de veiligheidsvereisten en nieuwe bouwen is niet alleen peperduur, maar duurt ook heel lang – tijd die we in de aanpak van de klimaatcrisis niet op overschot hebben. De SMR-technologie is bijvoorbeeld nog niet geperfectioneerd en zal verdere investeringen voor onderzoek vereisen.
Waarom gaat deze regering niet voluit voor hernieuwbare energie?
Vandaar de logische vraag: waarom gaat deze regering niet voluit voor hernieuwbare energie en innovatie in dat domein, zoals het maatschappelijk middenveld en ook energiebedrijven zoals Engie vragen?
Bovendien ontbreekt het in dit akkoord aan concrete maatregelen en blijft het erg vaag over biodiversiteit. Er wordt niets gezegd over de wet op natuurherstel, en er is geen nieuwe toezegging over het terugdringen van pesticiden of PFAS, wat toch een stokpaardje was van verschillende leden van deze nieuwe regering.
Duizenden burgers hebben vervuild water binnengekregen en verschillende betrokken bedrijven zijn verantwoordelijk voor miljarden euro’s schade (naar schatting 100 miljard euro per jaar in Europa). och neemt regering-De Wever geen extra maatregelen om vervuilers te laten betalen voor de aangerichte schade, zodat die hersteld kan worden en de kosten niet bij de burgers terechtkomen, die al slachtoffer zijn van de vervuiling.
Een keerpunt op het vlak van veiligheid en het ontbreken van een rechtvaardige transitie
Deze regering vergist zich ook van strijd. Ze neemt een antisociaal migratiestandpunt in met een fixatie op veiligheid en komt met een begroting die zich voornamelijk richt op het verhogen van militaire uitgaven en beleid om migranten terug te sturen, terwijl ze de sociale gevolgen van de klimaat- en milieucrisis die we doormaken negeert.
Er wordt met geen woord gerept over een rechtvaardige transitie of het principe “de vervuiler betaalt”. Nochtans zullen we nog meer lijden onder de gevolgen van de klimaatontwrichting en industriële vervuiling, en zullen de kosten van wederopbouw, klimaatadaptatie en sanering van vervuiling een last zijn en blijven voor de overheidsuitgaven en uiteindelijk dus voor de portemonnee van de mensen.
Nochtans zullen we nog meer lijden onder de gevolgen van de klimaatontwrichting en industriële vervuiling
Dit alles tegen een achtergrond van beperkingen van onze vrijheid van meningsuiting en een versmachting van de ngo-sector. De regering kondigt de terugkeer aan van eerder voorgestelde beperkingen op het recht om te demonstreren en het stakingsrecht, een vermindering van de fiscale aftrekbaarheid van donaties van 45 procent naar 30 procent, en bezuinigingen op het budget voor internationale samenwerking – nochtans essentieel voor ons internationale klimaatbeleid en onze internationale verplichtingen.
Hoe kunnen we dit anders zien dan als een regelrechte aanval op het middenveld en het verenigingsleven? En daarmee ook op de checks and balances die zo essentieel zijn voor het goed functioneren van onze democratie? Een verenigd en strijdvaardig middenveld zal de komende jaren dus broodnodig zijn om deze Arizona-partijen in alle regeringen te dwingen tot meer menselijkheid, rechtvaardigheid en duurzaamheid.
Lees hier het volledige dossier.