Opinie

Multipolaire wereld of nieuwe koude oorlog? Latijns-Amerika, China en opkomende Zuiden

Afbeelding
Een aanhanger van de Braziliaanse president Lula da Silva of the Workers Party steekt een meisje in de lucht op de May Day-meeting in Sao Paulo, Brazilië. Foto: Morningstar
Een aanhanger van de Braziliaanse president Lula da Silva of the Workers Party steekt een meisje in de lucht op de May Day-meeting in Sao Paulo, Brazilië. Foto: Morningstar
Latijns-Amerika, dat lange tijd bekend stond als ‘de achtertuin van de VS’, is nu de smeltkroes van de anti-imperialistische strijd. Met de opkomst van China als economisch en ideologisch tegenwicht voor Washington komt de strijd nu in een nieuwe fase, zegt Ben Chacko.

Tijdens het door de studenten geleide protest dat Chili een aantal jaren geleden dooreenschudde, was een van de belangrijkste slogans “het neoliberalisme is geboren in Chili en zal sterven in Chili”.

De slogan verwijst naar de prominente plaats die Latijns-Amerika had veroverd in de botsing tussen twee economische systemen en tussen imperialisme en dekolonisatie. Tal van Latijns-Amerikaanse revolutionaire projecten die ons inspireren en waarvoor we, hongerig naar informatie, naar de Adelante! Latin-American Conference 2025 komen, hebben zowel het karakter van een onafhankelijkheidsstrijd als van een klassenstrijd.

Armoede en onderontwikkeling in een groot deel van de Derde Wereld zijn te wijten aan de westerse overheersing van de economie

De twee zijn met elkaar verbonden. De armoede en onderontwikkeling in een groot deel van de Derde Wereld zijn te wijten aan de westerse overheersing van de economie die met haar ondernemingen de plaatselijke natuurlijke hulpbronnen controleert.

Dekolonisatie

Daar waar de dekolonisatie niet gepaard ging met een sociale revolutie, kon ze maar gedeeltelijk gerealiseerd worden. De formele onafhankelijkheid gaf immers niet noodzakelijk de controle over de eigen hulpbronnen terug, maar handhaafde vaak de uiteindelijke westerse eigendom ervan. Ook was een sociale revolutie niet mogelijk zonder het op te nemen tegen de macht en de eigendom van het Westen. Hoewel dit vaak vergeten of opzettelijk uitgeveegd wordt sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie, verklaart het hoe nauw communistische en dekolonisatiebewegingen doorheen de 20e eeuw met elkaar verbonden waren.

In Latijns-Amerika doet de confrontatie tussen het Noorden en het Zuiden zich voor in het ene land na het andere. Eén voorbeeld daarvan is de rassenkwestie.

Tijdens de gewelddadige guarimbas (rechtse straatprotesten) in Venezuela in 2014 and 2017 werden vooral zwarte Venezolanen geviseerd. Zij werden ervan verdacht ‘Chavistas’ te zijn of de revolutie te ondersteunen. Dat bleek bijvoorbeeld heel duidelijk in 2017 bij de aanpak van de jonge zwarte Orlando Figuera: hij werd geslagen, kreeg messteken en werd in brand gestoken. Omdat hij zwart was, werd hij ervan verdacht een aanhanger van de regering te zijn.

In Bolivia en Peru hebben rechtse staatsgrepen de witte suprematie in stelling gebracht en de inheemse gemeenschappen en cultuur weggedrukt.

Tijdens de door de VS en het VK gesteunde militaire coup in Bolivia (2019) tegen de eerste inheemse president Evo Morales, bestormde de christelijk-fundamentalistische leider Luis Fernando Camacho het presidentieel paleis, trok de Pachamamavlag, die de inheemse tradities van de gemeenschappen in de Andes vertegenwoordigde, naar beneden en zwoer op de Bijbel dat “Bolivia aan Christus toebehoort”. Hoewel Latijns-Amerikaanse christelijke politiek niet eenduidig rechts is — het gaat immers om het thuiscontinent van de Bevrijdingstheologie, en ook de Chavistabeweging heeft vaak verwezen naar haar christelijke wortels — was het symbolisme van wat Camacho deed duidelijk: een heropvoering van de verovering van het continent door de Europeanen en de instelling van hun religieuze traditie over die van de inheemse bevolking.

In Latijns-Amerika doet de confrontatie tussen het Noorden en het Zuiden zich voor in het ene land na het andere

Ondanks het dodelijke geweld van de staat tegen de betogers met honderden doden tot gevolg, bleef het inheemse Ayamaravolk van Bolivia zich verzetten. Het zette een protestbeweging in gang die de coupregering na een jaar tot nieuwe verkiezingen kon dwingen. Hoewel Morales verbannen was en de campagne niet zelf had kunnen leiden, trok de Beweging naar het Socialisme aan het langste eind. Vandaag de dag staat de overweldigende meerderheid van de inheemse bevolking pal achter Morales en blijft gekant tegen diens voormalige bondgenoot en huidig president Luis Arce.

De verkiezing van Pedro Castillo in Peru (2021) vertoonde dezelfde verdeling: niet alleen kwam Castillo uit de inheemse bevolking, zijn tegenstander Keiko Fujimori was de dochter van de voormalige dictator Alberto Fujimori, die in de jaren 1990 een programma van gedwongen sterilisatie voor inheemse vrouwen had ingevoerd. Castillo werd het jaar daarop door een staatsgreep afgezet en opnieuw behoorden de demonstranten die de straat optrokken tegen de nieuwe regering - en die werden neergeschoten - hoofdzakelijk tot de inheemse bevolking.

Elke gevoerde strijd toont aan dat dekolonisatie de kern uitmaakt van de binnenlandse politiek in Latijns-Amerika. Maar het is ook de sleutel voor de relatie van het continent met de Verenigde Staten.

De VS heeft met de Monroe Doctrine van 1823 zijn recht bevestigd om het continent te domineren en rivaliserende machten buiten te houden. Voor grote delen van de wereld is het VS-imperialisme een tegenstander geweest sinds de Tweede Wereldoorlog, maar in Latijns-Amerika gaat dit nog veel verder terug.

De VS koesteren diepe haat tegen een land als Cuba dat een voorbeeld is van een andere samenleving

Dit moedigt de VS verder aan om Latijns-Amerika te beschouwen als zijn ‘achtertuin’ en Washingtons uitzonderlijke vijandigheid tegen ‘rebellerende’ staten als Cuba te handhaven. Het embargo tegen Cuba is uniek in zijn soort en bestaat al veel langer dan de economische maatregelen die de VS heeft genomen tegen eender welk ander land.

Ideologisch gemotiveerd

Die houding is uiteraard ideologisch gemotiveerd. De VS koesteren nu eenmaal een diepe haat tegen een land als Cuba dat een voorbeeld is van een andere samenleving, van een socialistische maatschappij. Een land dat liever onderwijs en gezondheidszorg exporteert dan oorlog en wapens. Maar de VS is in het geval van Cuba ook pisnijdig en irrationeel en die houding verschilt volledig van het beleid ten aanzien van andere socialistische staten, zelfs als die het VS-leger hebben vernederd zoals Vietnam. Voor het VS-imperialisme is het bestaan zelf van het socialistische Cuba een belediging — omdat het in Latijns-Amerika ligt.

Dit houdt een bijzondere bedreiging in voor de Latijns-Amerikaanse revoluties. Cuba leeft al 60 jaar met een embargo. Venezuela moet het hoofd bieden aan een economische oorlog. Beide landen zijn het slachtoffer van piraterij op zee, van het verlies van eigendom en handel door de VS — zoals Iraanse olie voor Venezuela of Chinees medisch materiaal voor Cuba tijdens de COVID-19-pandemie.

De VS waren betrokken in de staatsgreep in Bolivia. Het voormalige hoofd van het United States Southern Command, generaal Laura Richardson, verwees naar het belang van de controle over de “lithiumdriehoek” Bolivia-Chili-Argentinië voor de VS.

Het Southern Command staat in contact met krachten in Colombia, die traditioneel een bondgenoot zijn, maar die nu vijandig staan tegenover de linkse president Gustavo Petro. Zoveel liet althans de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken van de VS Marco Rubio uitschijnen. Het Southern Command steunde de rechtse krachten in Brazilië die Dilma Rousseff omverwierpen. En ook de rechtse economische ommezwaai van overloper en president Lenin Moreno van Ecuador, die prompt de deuren van het land openzette voor Amerikaanse militaire basissen.

Het binnenlandse en internationale beleid van Latijns-Amerika zijn twee zijden van dezelfde medaille. Herverdelende regeringen die hun natuurlijke hulpbronnen gebruiken om het leven van hun bevolking te verbeteren, moeten breken met de VS. Rechtse regeringen daarentegen die de macht van de traditionele elites in stand houden, maken zich afhankelijk van de VS.

De ‘achtertuin’ van de VS kan echter ook een proefterrein zijn voor beleid dat later in het hart van het “imperium” zal uitgerold worden. De slogan over Chili in het begin van dit artikel wees hier al op: het Chili van Pinochet was het laboratorium voor het neoliberale economisch beleid van Milton Friedman en Friedrich Hayek, dat door het merendeel van de westerse economisten van de naoorlogse periode als extreem werd beoordeeld.

Dit van bloed doordrenkte regime was een ‘succes’ op het vlak van de privatisering van publieke goederen, die resulteerde in de verzwakking van de sociale voorzieningen en de transfer van rijkdom van de werkers naar de bezitters. Reaganomics in de VS en het Thatcherisme in het Verenigd Koninkrijk zetten de verworven kennis om in de praktijk.

Meer dan enig ander continent promoot dit Latijns Amerika alternatieve wegen voor de mensheid in de 21e eeuw

Nieuwe Koude Oorlog

Vandaag is Javier Milei in Argentinië de speerpunt van de inspanningen om nogmaals de rol van de staat te herdefiniëren, om democratische beperkingen op de macht van de ondernemingen af te schaffen en de staat opnieuw te transformeren in een instrument van repressie van de regerende klasse, gespeend van elke sociale, economische of ecologische verplichting. Dit project wordt openlijk gepresenteerd als zijnde afkomstig uit de koker van de regering-Trump in de VS zelf.

Toch is Latijns-Amerika tegelijk het continent waar inspanningen gedaan zijn om de staat in een compleet andere richting te herdefiniëren. Met name in Bolivia, waar de regering de rechten van de natuur en de planeet opneemt in de grondwet en de bevolking het recht op toegang tot proper water en voedsel toekent. Meer dan enig ander continent promoot dit land alternatieve wegen voor de mensheid in de 21e eeuw.

Dit maakt deel uit van een ‘nieuwe koude oorlog’ omdat die het resultaat is van de opkomst van het Zuiden.

De opbouw van een multipolaire wereld is een dekolonisatieproces: een proces waarin landen die tot nog toe werden verhinderd hun volledige soevereiniteit uit te oefenen omdat hun natuurlijke hulpbonnen door andere machten worden gecontroleerd, nu kunnen ‘opkomen’ voor hun rechten, zoals voorzitter Mao heeft gezegd in 1949.

Dat is te danken aan de vreedzame opkomst van China, dat een economisch tegenwicht heeft gecreëerd tegen het Westen en het netwerk van financiële instellingen en verdragen die de westerse hegemonie in stand houden. Het Belt & Road Initiative (de nieuwe Zijderoute) heeft in 2020 wereldwijd de plaats ingenomen van de Wereldbank als belangrijkste bron van ontwikkelingsleningen. Daarenboven zitten aan de Chinese leningen voor infrastructuur geen voorwaarden vast, wat doorgaans wel het geval was bij de Wereldbank of het IMF, die vaak de deregulering van de economie eisten om het land open te stellen voor buitenlandse uitbuiting.

Maar het is niet alleen een economisch maar ook een ideologisch tegenwicht, gezien de Chinese planeconomie, de focus op de uitroeiing van de armoede, het verwerpen van oorlog als middel voor de oplossing van meningsverschillen, en de vastberadenheid om een ‘ecologische beschaving’ op te bouwen als wereldleider in hernieuwbare en groene technologie.

De vreedzame opkomst van China in Latijns-Amerika heeft een economisch tegenwicht gecreëerd tegen het Westen

De tegenstellingen tussen links en rechts in Latijns-Amerika weerspiegelen die twee conflicterende ideologieën op wereldvlak. Zo staan linkse leiders in Cuba, Colombia, Venezuela en Brazilië expliciet achter Palestina, dat het hoofd moet bieden aan een Israëlische genocide. Maar zo heeft de leider van de uiterst rechtse contrarevolutie van het continent Javier Milei, zelfs vóór hij president werd, al aangekondigd dat hij de overeenkomsten met China zou verscheuren en Argentinië weer in overeenstemming zou brengen met het beleid van de VS en Israël.

De uitkomst van de strijd in Latijns-Amerika is van belang voor heel de wereld. Ten eerste omdat het een strijd is voor “het recht op ontwikkeling in een almaar toenemende exclusieve, onrechtvaardige, onrechtmatige en plunderende internationale orde”, zoals de Cubaanse president Miguel Diaz-Canel zei op de top van de G77 + China in Havana (2023). En omdat het een strijd is voor de vervanging van die orde door haar tegendeel.

Dit artikel is gebaseerd op een toespraak van Ben Chacko op de Adelante! Latin America conference 2025. Ben Chacko is een Engelse journalist en redacteur van Morning Star, waar het artikel voorheen verscheen. De vertaling is van Marina Mommerency.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?