De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
Ode aan Bolivia en zijn moedige revolutionairen
Zes augustus is nog steeds een feestelijke dag in Bolivia, waar de onafhankelijkheid in grandeur wordt gevierd.
Bolivia wordt evenwel niet gespaard van oorlogen.
De gruwelijkste en belangrijkste oorlog van de twintigste eeuw in Zuid-Amerika is de Chaco-oorlog, dat zich afspeelt aan de grensstreek van Bolivia en Paraguay.
We dienen terug te gaan naar de Pacifico-ooriog (1879-1884), dat Bolivia samen met Peru tegen Chili voerde.
Deze drie landen bezaten elk een deel van het kustgebied langs de Stille Oceaan.
Langs het ganse kustgebied werden er salpetermijnen uitgebaat die nitraat leverden, een grondstof waar op de wereldmarkt een grote vraag was.
De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk bezaten de meesten van deze salpetermijnen , en betaalden concessies aan deze drie landen.
Deze machtige landen en bedrijven speelden een belangrijke rol voor het ontketenen van een oorlog tussen deze drie landen en steunden Chili omdat dit land in de onderhandelingen naar nitraat de meeste tegemoetkomingen deed.
Bolivia en Peru verliezen deze oorlog en Bolivia verliest een groot stuk land en haar toegang tot de Stille Oceaan .
Bolivia is haar strategische toegang kwijt en zoekt een oplossing om via Paraguay een toegang te krijgen tot de Atlantische oceaan .
Ook Paraguay is het slachtoffer van een verwoestende oorlog ‘ la triple Allianza’ vanaf 1864-1870 , waarvoor voornamelijk het gestook van het Verenigd Koninkrijk de oorzaak is
Ongeveer vijftig jaar later voeren Argentinië en Brazilië en westerse machten de druk op de twee armste landen van Zuid-Amerika op , wanneer vermoed wordt dat er veel petroleum te vinden is in het Chaco-gebied dat voor een groot gedeelte aan Bolivia toebehoort.
De oorlog breekt uit op 9 september 1932 nadat Paraguay de oorlog verklaart aan Bolivia en ten aanval gaat.
60 000 Boliviaanse soldaten en minstens 30 000 Paraguayaanse soldaten verliezen het leven , en er zijn duizenden gewonde en verdwenen soldaten.
In het chaco-gebied lopen de temperaturen op tot 45 graden – 50 graden, en er is een ontzettend gebrek aan water en voedsel .
De oorlog neemt een einde op 12 juni 1935 , nadat er in Buenos Aires een vredespact ‘ el protocolo del paz ‘ wordt afgesloten en de vijandigheden definitief een einde nemen .
Op 15 mei 1935 wordt Arturo Canipa Ajuacho in Oruro geboren, één van de trouwste Boliviaanse revolutionairen , en overleden in Edegem op 4 december 2020 .
Omdat Arturo Canipa Ajhuacho uiteindelijk ook de Belgische nationaliteit verkrijgt, staan we even stil bij zijn leven en idealen .
Zijn vader overlijdt ten gevolge van diens verwondingen opgelopen in de Chaco-oorlog en zijn moeder sterft enkele maanden later wegens een niet te dragen verdriet.
Hij wordt opgevoed door zijn grootmoeder en bekende oom Pedro Ajhuacho , terwijl zijn halfbroer en zus in een weeshuis verblijven.
Pedro Ajuacho werd anarchist nadat hij in Buenos Aires zijn ingenieursstudies voltooide en teruggekomen in Bolivia droomt van een echte revolutie .
Pedro Ajhuacho wil een sterke syndicale werking en vakbond uitbouwen waardoor de arbeiders meer rechten bekomen , een hoger loon en betere sociale voordelen.
Tijdens de tweede wereldoorlog gaan de prijzen van staal en steenkool de hoogte in .
In december 1942 eisen de mijnwerkers van de steenkoolmijnen Sigle en Catavi een verhoging van hun salaris en vervolgens vindt er een algemene staking plaats ,omdat de regering niet op de eisen wil ingaan.
De militairen vallen de mijnwerkers en hun families aan, en er vallen minstens 400 doden en talrijke gewonden .
Het bloedbad van Catavi ( 21/12/142 ) is in het geheugen van de Boliviaanse bevolking gegrift .
Ook Pedro Ajhuacho en zijn neefje zijn aanwezig te Catavi ten tijde van deze verschrikkelijke veldslag, en zijn erg onder de indruk van dit drama .
Arturo Canipa Ajuacho werd hierdoor sociaal bewogen en heeft heel zijn leven de kant van armen en verdrukten gekozen.
Na de tweede wereldoorlog is er minder vraag naar steenkool en ontstaat er een grote crisis in de mijnsector , dat de economie van Bolivia platlegt.
Er wordt een volksstrijd uitgevochten in de straten met stakingen, volksopstanden en clandestiene weerstand.
Op 31 oktober 1952 worden de mijnen genationaliseerd ,maar de mijnmaatschappijen worden schadeloosgesteld ter waarde van ongeveer 21 miljoen dollar.
Hetgeen volgens de eisen is van de Verenigde Staten, die de grootste aandeelhouder is.
Arturo Canipa Ajuacho sluit zich zeer jong aan bij de trotskistische partido obrero revolutionario
( POR ) dat geleid wordt door Guillermo Lora ( geboren te Potosi opb31/10/1922 – overleden La Paz op datum van 17/5/2009).
Het POR is opgericht in 1935 op een congres in Cordoba te Argentinië en tijdens de verschillende militaire dictaturen ontpopt het POR zich tot een arbeidersbeweging .
Het POR speelt ook een belangrijke rol voor het nationaliseren van de mijnen in 1952 en staat ook mee aan de bakermat voor de oprichting van de krachtige vakorganisatie Central Obrero Boliviano, dit is de centrale van de Boliviaanse arbeiders.
In 1954 wordt het POR in twee fracties opgedeeld , en één van die fracties wordt geleid door Guillermo Lora.
Door zijn rechtendiploma ontwikkelde Guillermo Lora een groot talent om grote massa’s aan te spreken.
Guillermo Lora is diegene die de thesis van Pulacayo heeft geschreven, dat het belangrijkste document is van de arbeidersbeweging in Bolivia.
In 1956 richt Guillermo Lora een afzonderlijke partij op, dat eveneens het POR wordt genoemd en zij geven een tijdschrift MASAS uit.
In juni 1956 vinden er de eerste algemene verkiezingen plaats, waar alle burgers en ook vrouwen kiesrecht hebben.
De militanten van het POR eisen een minimumloon voor de arbeiders, alfabetisering van de bevolking en degelijk onderwijs voor de kinderen.
Dit is voor de militanten van het POR slechts het prille begin van wat zij werkelijk willen: een moderne Boliviaanse samenleving, sociaal, democratisch waar de arbeiders de motor van zijn.
De Boliviaanse revolutie is uniek in de geschiedenis van Latijns-Amerika , en kan vergeleken worden met de Mexicaanse en Cubaanse Revolutie.
Het POR van Guillermo Lora speelt een grote rol bij deze Boliviaanse Revolutie.
Arturo Canipa Ajhuacho en de vele militanten van het POR zijn een kleine maar belangrijke schakel om deze revolutie te doen slagen.
Tijdens de daaropvolgende presidentiële regimes worden de militanten van het POR meermaals aangehouden en zonder enige vorm van proces opgesloten.
Zo ook Arturo Canipa Ajhuacho die meermaals wordt opgesloten in de beruchte gevangenis San Pedro in La Paz.
De politieke gevangenen in San Pedro worden geïsoleerd van de gevangenen van gemeen recht en hebben een zwaar gevangenisregime .
De gevangenen worden dikwijls gemarteld en in een put met koud water gezet , waar men uren in dient stil te staan.
Families sturen voedselpakketten naar de gevangenen, zodat deze laatsten niet in de vergeetput geraken.
Bolivia wordt in 1965 opgeschrikt door een door de CIA gesteunde staatsgreep .
Generaal Barrientos komt aan de macht , en hij onderdrukt samen met het leger elke oppositie tegen zijn conservatief regime .
Ook de belangrijke mijnwerkersbond COMIBOL ondervindt hevige repressie en in de mijnen van Catavi en Sigle XX vinden er clandestiene bijéénkomsten plaats.
De leider van de mijnwerkers, Cesar Lora ( 15/8/1925 -29/7/1965) wordt in opdracht van de CIA vermoord.
De mijnwerkers over het ganse land organiseren manifestaties ter nagedachtenis van Cesar Lora.
Een andere leider van de revolutie, Isaac Camacho ( Trotskist -geboren in 1933 -vermoord in 1967 ) voert verder een strijd tegen de dictatuur van Rene Barrientos .
Op 23 juni 1967 vindt er een bijéénkomst plaats in de mijn Sigle XX met de mijnwerkers van het ganse land.
Door verraad worden de voorbereidingen van de conferentie ontdekt door de militaire troepen.
Er wordt een bloedbad aangericht, dat gekend is als het bloedbad van San Juan , één van de meest triestige pagina’s van de geschiedenis van Bolivia.
Op 27 juli 1967 wordt Isaac Camacho aangehouden en overgebracht naar de Papura gevangenis van La Paz.
Sinds die dag heeft niemand nog iets gehoord van Isaac Camacho .
Er wordt vermoed dat Isaac Camacho werd opgesloten in de ondergrondse cellen van het ministerie van Binnenlandse zaken, in opdracht van de CIA is doodgemarteld , en vervolgens door de militairen is gedropt op de bodem van het Titicacameer .
Isaac Camacho en Arturo Canipa Ajhuacho waren boezemvrienden.
In dezelfde periode zet Che Guevara voet aan wal in Bolivia .
Het POR van Guilermo Lora is daar niet echt voorstander van, vermits het POR van standpunt is dat elke revolutie verschilt van land tot land , en de Bolivianen zelf het roer in handen moeten nemen .
Dus geen buitenlandse inmenging en volgens het POR dient de revolutie tot stand gebracht door de arbeiderspartijen, en niet door de boeren.
Che Guevara hoopt een tweede Vietnam in het leven te roepen in Bolivia en Zuid-Amerika in vuur en vlam te zetten.
Maar waarom heeft El Che zijn oog juist op Bolivia laten vallen?
Che Guevara zag Bolivia als uitgangspunt van waaruit de bewegingen van verschillende landen in Zuid-Amerika geleid konden worden.
Bolivia was én van de armste landen van Zuid-Amerika en een revolutie waardig .
De leiders van de Trotskistische Partij en de Mijnwerkersbond geleid door Juan Lechin sympathiseren met Che’s doelstellingen, maar kunnen geen daadwerkelijke hulp bieden.
De communistische partij geleid door de algemeen secretaris Mario Monje Molina is ook geen voorstander van gewelddadig verzet.
De arbeiders en mijnwerkers geven wel één dag loon ten voordele van Che Guevara en zijn guerillastrijders.
De grote struikelblok van Che Guevara is dat hij de inheemse talen , zoals Quechua , Aymara en Guarani niet spreekt, zodat hij steeds als een vreemde wordt beschouwd.
Meerdere vrijheidsstrijders zijn evenwel van Boliviaanse origine, zoals Coco Peredo (geboren op 23 mei 1938 – overleden op 26 september 1967), die in een hinderlaag is terechtgekomen en vermoord door de militairen op datum van 2 september 1967.
8 oktober 1967 is een noodlottige dag voor Che Guevara en de overblijvende strijders, wanneer ze in een hinderlaag lopen, en de militairen hen ontdekken.
President Barrientos overlegt met de CIA wat er met Che Guevara dient te gebeuren, en ze nemen de beslissing dat El Che moet geëlimineerd worden.
Wanneer op 9 oktober 1967 Che Guevara de schoten hoort waarmee zijn strijdmakkers worden gedood, zegt hij de profetische woorden “ze gaan me doden, maar dat zal de revolutie niet tegenhouden. De revolutie zal triomferen".
Wanneer Che Guevara voor zijn dronken beulen wordt geleid , zegt hij rustig en moedig “ schiet maar , wees niet bang “
Het lichaam van Che Guevara wordt onderaan een helikopter gebonden, en naar Valle Grande vervoerd, en vervolgens op een geheime plaats begraven.
De activiteiten van Che Geuvara en zijn strijders hebben de militairen in Bolivia en heel Zuid-Amerika in hoogste graad van paraatheid gebracht .
Extreem rechtse groeperingen en doodseskaders willen linkse activisten , studenten , militanten van vakbonden monddood maken .
Dictator Barrientos komt om in een helikopter ongeluk op 27 april 1969 en in die overgangsperiode wordt een junta van commandanten van gewapend troepen aangesteld .
Generaal Banzer trekt in augustus 1971 de macht naar zich toe en wordt één van de wreedste dictators van Zuid-Amerika.
Met generaal Banzer ontstaat er een onderdrukking van elke oppositie ook , en de universiteiten worden gesloten.
Elke politieke activiteit wordt verboden , en de vakbonden worden buiten wet gesteld.
De operatie Condor ziet het doopvont en er zijn samenwerkingsverbanden in heel Zuid-Amerika , gesteund door de Verenigde Staten , om korte metten te maken met de linkse bewegingen.
Ook zijn er vele oud nazi’s bij betrokken, die naar Zuid-Amerika konden vluchten, zoals Klaus Barbie, uiteindelijk aangehouden in Bolivia.
Er worden vele linkse militanten opgesloten op geheime plaatsen gemarteld en tenslotte gedood.
In Bolivia zijn er in de periode vanaf 1967 tot 1982 duizenden verdwijningen , en meer dan vierduizend onterechte opsluitingen
Het POR organiseert talrijke manifestaties en opstanden tegen het regime van dictator Banzer.
Arturo Canipa Ajhuacho krijgt de opdracht om acties te ondernemen tegen politiekantoren en kazernes, waar vele van zijn kameraden worden opgesloten en gemarteld.
Ook Arturo Canipa Ajhuacho wordt opnieuw opgesloten in de gevangenis San Pedro te La Paz en vervolgens naar een concentratiekamp in het Amazonegebied vervoerd.
Hij is daar samen met zijn kameraden overgeleverd aan de wreedheid van de militairen en de grillen van de natuur , waar een verschroeiende hitte wordt afgewisseld met pletsende regenbuien.
Ze trachten zich recht te houden in het concentratiekamp , maar hun gezondheidstoestand verslechtert, en er zijn meerdere gevangenen die bezwijken aan ziekten en uitputting.
Amnesty International bekommert zich om het lot van deze gevangenen .
Wanneer de gezondheidstoestand van Arturo Canipa Ajhuacho erg verslechtert, wordt ook zijn naam opgenomen op de lijst van politieke gevangenen , die voorlopig in vrijheid worden gesteld..
De zus van Arturo bekommert zich verder over haar broer, wanneer hij in een slechte gezondheidstoestand en volledig verzwakt terugkeert uit het concentratiekamp .
Dankzij de hulp van Amnesty International kan Arturo Canipa Ajhuacho Bolivia verlaten, nadat hij een verklaring ondertekent dat hij Bolivia definitief niet meer zal betreden en afstand doet van zijn bezittingen in Bolivia.
Hiermee doet hij ook afstand van zijn familie, en zijn twee kleine kinderen , die achterblijven in Bolivia en waarvan hij een half mensenleven wordt gescheiden.
Amnesty International brengt met een gecharterd vliegtuig ongeveer driehonderd politieke vluchtelingen uit meerdere Zuid-Amerikaanse landen naar Europa.
Op het vliegtuig hoort Arturo triestige verhalen van militanten, wiens familie ontvoerd en vermist zijn, en hun lichamen in de oceaan zijn gegooid .
Hun hart is bij hun vaderland, familie en vrienden .
Hun verstand zegt dat zij de strijd kunnen verder zetten vanuit Europa en zo de wrede regimes in Zuid-Amerika kunnen omver werpen.
Er is reeds heimwee naar het onbereikbare vaderland.
Arturo Canpa Ajhuacho zal steeds het prachtige gedicht over de balling herinneren , geschreven door de wereldberoemde Chileense dichter Pablo Neruda :
Er zijn ballingen die bijten
Er zijn er anderen die als vuur zijn ,dat wordt gebruikt
Er zijn de pijnen van het dode vaderland
Die langzaamaan opkomen van beneden
Sinds de voeten van de wortels
En plots de man die zich verdrinkt
Hij kent niet meer het aren
Reeds de gitaar is uitgedoofd
Er is geen lucht meer voor deze mond
Hij kan niet meer leven zonder land
Dus hij spreidt zich in zijn volledige lengte
Niet op de aarde , maar in de dood
Zoals zovele ballingen is Arturo vervolgens een schaduw van zichzelf , zijn hart liet hij achter in zijn vaderland.
Hij wordt vooreerst opgevangen door Amnesty International Duitsland en reist in juli 1976 verder door naar Parijs .
In Parijs is er een grote gemeenschap van Zuid-Amerikaanse linksdenkende ballingen , die gevlucht zijn voor geweld en vervolging.
Vanuit Europa ijveren zij voor de vrijlating van talrijke gevangenen en de verdrijving van de militaire dictaturen.
Arturo Canipa Ajhuacho blijft zijn idealen trouw, werkt bescheiden als conciërge , en gaat naar alle meetings van Lutte Ouvrière dat een trotskistische Franse politieke partij is , en waarvan Arlette Laguiller jarenlang het boegbeeld is.
Hij sluit zich ook aan bij de vakorganisatie Force Ouvrière, welke vakorganisatie volgens hem het beste de belangen van de werknemers in Frankrijk verdedigt.
De heimwee naar Bolivia en zijn kinderen zal hem steeds achtervolgen.
In de jaren tachtig reist zijn zoon af naar Parijs, hetgeen Arturo toch enige troost en voldoening geeft .
Slechts in juli 2005 gaat Arturo voor het eerst af naar Bolivia, en kan hij zijn dochter in zijn armen nemen , op het ogenblik dat er een gematigder president aan de macht komt.
In januari 2006 wordt Evo Morales president van Bolivia, maar het POR , geleid door Guillermo Lora gaat niet akkoord met de standpunten van Evo Morales :
“ De Movimiento al Socialismo en Evo Morales , verdedigen de privé-eigendom in al zijn dimensies van de productiemiddelen , zowel van de imperialistische ondernemingen als de transnationale activiteiten , zoals de Boliviaanse miljonairs , die oppermachtig zijn in het land , de gerechtelijke macht, de overheid, het parlement, en het geheel van overheden die ze verdedigen en in stand houden …Het gevolg dat we voelen : Al onze tegenslagen worden beheerst door privé-eigendom en zijn eigenaars : om dit monster te beëindigen , blijft er niets anders over dan de sociale revolutie verder te zetten, en kom af te maken met de privé-eigendom”
( uittreksel uit het tijdschrift MASAS , mei 2010,p. 21 )
Evo Morales heeft reeds twee ambtstermijnen achter de rug, wanneer Arturo Canipa Ajhuacho in juli 2019 Bolivia voor een tweede en overigens laatste keer bezoekt .
Arturo Canipa Ajhuacho stelt wel verbeteringen vast zoals betere wegen, betere hospitalen en gezondheidszorg .
Er is evenwel nog veel werk aan de winkel , zoals onder meer beter onderwijs ,zodat de kinderen een volledige dag naar school kunnen, en beter openbaar vervoer.
Arturo Canipa Ajhuacho heeft in zijn leven veel meer willen realiseren voor zijn geliefde vaderland, maar hij voelt dat zijn tijd stilaan op is .
Na zijn pensionering vestigt Arturo Canipa zich te Antwerpen (Edegem), omdat daar een deel van zijn familie woont.
Op 4 december 2020 sterft Arturo Canipa Ajhuacho ten gevolge van covid in het Universitair Ziekenhuis te Edegem .
Zijn wens en hoop was dat zijn geliefde Bolivia een modern land wordt , dat een sprong maakt in de toekomst en niet meer uitgebuit wordt door grootmachten.
Ode aan Bolivia en zijn moedige revolutionairen.