Palestina/Israël in de klas: Emoties en feiten
Als gepensioneerde is Michel Staszewski nog steeds actief in de (Franstalige) lerarenbeweging Changements pour l’égalité (Veranderingen voor gelijkwaardigheid) en in de Union des Progressistes Juifs de Belgique (Unie van progressieve Belgische joden). In dit interview legt hij uit hoe hij met zijn leerlingen de Israëlisch-Palestijnse kwestie behandelde.
Kun je jezelf voorstellen?
Door mijn joods-zijn voel ik me erg betrokken bij de Israëlisch-Palestijnse kwestie. Ik heb daar familie en was daar toen ik heel jong was. Vanaf mijn eerste reis werd ik geconfronteerd met het onrecht waarvan de Palestijnen toen al het slachtoffer waren in de 'Joodse Staat' en de bezette gebieden.
Als leraar werd ik meermaals geconfronteerd met de actualiteit in Palestina/Israël. Leerlingen vroegen mij om dit conflict in de klas te bespreken. Dus ben ik opzoek gegaan naar manieren om dit goed te doen.
Hoe pakte je het aan in de klas?
Als leerlingen vroegen om dit onderwerp in de geschiedenisles te behandelen, was dat vaak om de kans te krijgen hun gevoelens en hun standpunt te uiten, en om het standpunt van de leraar te weten. Maar dat is niet de bedoeling van geschiedenislessen. Ik gebruikte deze motivaties om te werken aan kennis en begrip. Ik gebruikte een eenvoudige lesmethode die niet veel tijd in beslag neemt. Ik stel drie vragen: Wanneer is dit conflict begonnen? Wie zijn de hoofdrolspelers? En wat is de belangrijkste inzet van het conflict?
Eerst moesten ze deze vragen individueel beantwoorden, zonder ze op te zoeken. Daarna moesten ze in kleine groepen de antwoorden vergelijken en proberen het eens te worden. Ofwel kwamen ze met gezamenlijke antwoorden of met verschillende antwoorden. Ik vroeg hen ook de vragen te noteren die ze zelf stelden bij het zoeken naar antwoorden.
Zo ontdekten ze na een uur les dat ze veel nog niet wisten. Ik moest dan twee of drie lesuren voorzien om feiten op te zoeken, teksten te vergelijken en vragen te beantwoorden die in het voorbereidend groepswerk naar voren waren gekomen.
Kan iemand die niet veel weet over het conflict, dit in een klas bespreken?
Ja, als die een beroep doet op expertise uit artikels, video’s en/of een specialist. Ik word nog steeds vaak gevraagd om op scholen te spreken door leraren geschiedenis, filosofie, aardrijkskunde en sociale wetenschappen.
Leerlingen waren verbaasd dat een Arabier en een Jood het over zowat alles eens konden zijnIk heb dit vaak gedaan in duo met een Belgisch-Palestijnse. Elke keer waren de leerlingen verbaasd om te zien dat een Arabier en een Jood het over zowat alles eens konden zijn wat deze kwestie aangaat. Het doorbreekt het stereotiepe beeld van een religieus of etnisch conflict. We baseerden ons vaak op het eerste deel van een documentaire, “Palestine, histoire d'une terre”, over de geschiedenis van dit land van 1880 tot 1950, in 1992 gemaakt door Simone Bitton, een Arabische joodse.
Is het vandaag moeilijker om dit conflict in de klas aan te pakken?
Misschien zijn leraren voorzichtiger, bang voor wat ze met de vragen van de leerlingen moeten doen, omdat ze de druk van de politieke- en mediawereld voelen. Er is sprake van zelfcensuur. Op 21 januari 2024 legde de leiding van Hamas bijvoorbeeld een publieke verklaring af over de gebeurtenissen van 7 oktober. Hamas gaf er zijn analyse van de feiten en riep op tot een onafhankelijk onderzoek.
De dag na de Russische inval in Oekraïne, besloot de Europese Commissie de toegang tot televisiezenders die door de Russische regering worden gesubsidieerd, af te sluitenWe hebben daar geen woord over gehoord in de reguliere media. De meeste leraren weten dus niet eens af van deze verklaring. Het wordt gecensureerd. Deze censuur geldt ook voor andere conflicten, zoals dat tussen Rusland en Oekraïne. De dag nadat het Russische leger Oekraïne aanviel, besloot de Europese Commissie, zonder zelfs het Parlement te raadplegen, de toegang tot televisiezenders die door de Russische regering worden gesubsidieerd, af te sluiten.
De Belgische Liga voor Mensenrechten heeft dat een gevaarlijke aanval op het recht op informatie genoemd. Dit klimaat van censuur werkt door in scholen. En dan zijn er nog de eigenaars van de sociale netwerken die willekeurig publicaties blokkeren. Zoals de verklaring van Hamas van januari 2024 die mij via Google Docs werd toegestuurd en twee dagen na publicatie ontoegankelijk was.
Hoe geschiedenisboeken in Franstalig België dit onderwerp behandelen is onaanvaardbaar. Er wordt met geen woord gerept over het zionisme, terwijl dit de ideologie is die aan de basis ligt van alle politieke keuzes van de Israëlische leiders. Zo wordt het Israëlisch-Palestijnse drama onbegrijpelijk. Ik heb daarover een studie gepubliceerd. [1]
Het (Franstalig) Ministerie van Onderwijs maakte een informatieblad (questions vives) [2] over het conflict. Aan de ene kant is het extreem voorzichtig: leraren wordt geadviseerd zich er niet te veel mee te bemoeien en voorzichtig te zijn met de media. Anderzijds zeggen de auteurs zelf een aantal twijfelachtige dingen. Hamas wordt bijvoorbeeld voorgesteld als een terroristische organisatie alsof deze kwalificatie een feit is, terwijl het een politieke framing is van de VS en de EU, niet gedeeld door veel andere landen of door de VN.
Ik denk dat leraren, vooral degenen die niet goed thuis zijn in dit onderwerp, onder deze externe druk het onderwerp liever niet aansnijden in hun lessen. Zeker wanneer sommige leerlingen een zeer emotionele relatie met het onderwerp hebben.
Heb je nog lopende projecten?
Op dit moment werk ik samen met François Ducat, regisseur van “Un divan sur la colline”: een docu van anderhalf uur over Battir, een dorp tussen Jeruzalem en Bethlehem, precies op de Groene Lijn, de internationaal erkende grens tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever, die sinds 1967 bezet en gekoloniseerd is.
De film volgt drie jongeren van hun vijftiende tot hun tweeëntwintigste. We zien hoe ze hun eigen lot proberen in handen te nemen: Dromen die uitkomen en dromen die niet uitkomen. We zien de discussies tussen hen en de generatie van hun ouders, we zien het verschil tussen jongens en meisjes. De film toont een dorp onder bezetting, maar we zien geen Israëlische soldaten. In de verte zien we een Joodse nederzetting groeien.
Ik beschouw het Zionisme als een postume overwinning van de nazi's, het is een zeer pessimistische ideologie die antisemitisme als eeuwig en onuitroeibaar beschouwtWe ontmoeten graag eerst de leerlingen in de klas waar we, na ons kort te hebben voorgesteld, de trailer van de documentaire laten zien. Vervolgens beantwoorden we hun vragen met behulp van geopolitieke kaarten. Die eerste dialoog is heel open. De vragen zijn zeer gevarieerd. Bijvoorbeeld: “Wat vind je van Hamas?”, “Hoeveel heeft het gekost om de film te maken?”, “ Hadden jullie problemen aan de grens?”
Enkele dagen later gaan we samen de film ontdekken. Nadien gaan de vragen vaak eerst over de personages of de omstandigheden waarin de documentaire werd gemaakt, voordat ze overgaan op meer historische of geopolitieke vragen met betrekking tot het Israëlisch-Palestijnse conflict.
Kun je uitleggen hoe jij als Jood tegenover het zionisme staat?
Zionisme is een dominante ideologie geworden onder Joden sinds de Tweede Wereldoorlog. Daarvoor waren zionistische Joden in de minderheid. Het trauma dat werd veroorzaakt door de uitroeiing van de Joden was verschrikkelijk. Als gevolg daarvan kozen veel Joden de kant van de zionisten.
Vandaag zijn er onder de jongere Joden steeds meer die zich losmaken van het zionismeIk beschouw dit als een postume overwinning van de nazi's. Zionisme is een zeer pessimistische ideologie die antisemitisme als eeuwig en onuitroeibaar beschouwt. De enige oplossing om anti-Joodse vervolging te voorkomen, zo stellen zij, is een veilige haven voor Joden, een militair sterke staat. In werkelijkheid is Israël de plaats waar Joden de meest gewelddadige dood sterven, omdat Palestijnen zich altijd hebben verzet tegen uitzetting, discriminatie en onderdrukking, en dat nog steeds doen.
Vandaag zijn er onder de jongere Joden steeds meer die zich losmaken van het zionisme. En de meerderheid van de Joden die vandaag buiten Palestina/Israël wonen zijn geen activisten, noch zionisten noch antizionisten. Ze voelen zich vaak ongemakkelijk bij de kwestie en willen er niet langer te veel over horen.
Of je nu Joods bent of niet, Arabisch of niet, de bezette gebieden en de situatie van de Palestijnen in Gaza, dit is toch onaanvaardbaar?
Zeer zeker! Maar het is erg moeilijk om diegenen te overtuigen die de zionistische ideologie volgen, geobsedeerd als ze zijn door de noodzaak om Israël koste wat het kost te behouden als een 'Joodse staat'. Als Palestijnen de wapens opnemen tegen Israëli's, is dat volgens hen niet omdat ze in opstand komen tegen het verschrikkelijke onrecht dat hen wordt aangedaan, maar omdat ze diep antisemitisch zijn, houden van de dood en het veroorzaken van lijden.
Toen de staat Israël werd opgericht en tijdens de oorlog die plaatsvond tussen 1947 en 1949, zijn 80 procent van de Palestijnen die woonden in het gebied dat Israël zou worden, verdreven of gevlucht. Zij mochten niet terugkeren naar hun huizen. Dit is een feit en wordt erkend door Israëlische historici. Maar als je met een zionist praat, komen ze vaak met beweringen die totaal in strijd zijn met de historische feiten. Zionisten nemen de Bijbel voor een geschiedenisboek.
De “Wet op de Terugkeer” bijvoorbeeld, die in 1950 door de staat Israël werd aangenomen en die iedereen die door de Israëlische autoriteiten als Joods wordt beschouwd toestaat om zich te komen vestigen, is gebaseerd op een pure historische mythe: dat de meeste Joden in de wereld afstammelingen zijn van de Joden die 2000 jaar geleden in Palestina leefden.
Hoe ga je om met antisemitische standpunten?
Een directrice kwam me op een dag vragen hoe ze met een leerling die een andere voor vuile jood had uitgescholden moest omgaan. Ik heb altijd dezelfde houding gehad: een pedagogische aanpak. Ik zie dit soort incidenten als een kans om vooroordelen die voortkomen uit onwetendheid te bestrijden. Hetzelfde met holocaustontkenning: wanneer we de Tweede Wereldoorlog en de massamoord op de Joden door de nazi's behandelen, zijn er leerlingen die het bestaan van deze genocide in twijfel trokken.
Daarom las ik de literatuur over holocaustontkenning. Een daarvan was een boek van Roger Garaudy, dat erg populair was in Arabisch-islamitische kringen. Garaudy was een voormalig lid van de PCF (Parti Communiste Français) die moslim werd. Hij schreef Les mythes fondateurs de la politique israélienne (gepubliceerd in 1995). Het is een boek dat negationistische uitspraken bevat.
Ik maak me nooit boos op leerlingen die dit soort ideeën verdedigen, omdat ik als pedagoog vind dat het mijn verantwoordelijkheid is om hen te leren deze leugens te deconstrueren door deze negationistische geschriften kritisch te onderzoeken. En het werkt.
Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift van Oproep Voor Democratische School, januari 2025, p. 17-20. Het origineel Franstalig artikel vind je op Changements pour l'Égalité.
Noten:
[1] M. Staszewski, « Le conflit israélo-palestinien selon deux manuels scolaires utilisés en Belgique, un parti pris inacceptable », in Points Critiques n° 359 (2015) pp. 20 à 23 et n° 360 (2015) pp. 15 à 17 (zie ook op de webblog van Michel Staszewski : Un parti pris inacceptable (michel-staszewski.blogspot.com)[2] questionsvives.be/actualite/conflit-israel-territoires-palestinies-occupes