Analyse

Algerije weigert uitgewezen Franse Algerijn op te nemen

Afbeelding
Dat Algerije een illegaal uitgewezen Franse Algerijn weigert op te nemen lijkt une petite histoire, maar dat is het niet. Rechtse ministers tieren dat “Algerije Frankrijk vernedert” en dat Frankrijk in “zijn eer en waardigheid gekrenkt is”. Neen, het gaat hier niet om une petite histoire, maar om een symbool van de veranderende verhouding tussen Frankrijk en zijn voormalige kolonie.

De Algerijnse regering legde op 11 januari 2025 uit waarom ze de uitgewezen Algerijn niet wilde opnemen: “Hij woont al 36 jaar in Frankrijk. Hij heeft al 15 jaar een verblijfsvergunning. Hij is vader van twee kinderen die geboren zijn uit een huwelijk met een Franse onderdaan. Tot slot is hij sociaal geïntegreerd, aangezien hij al 15 jaar een vaste baan heeft.

Al deze factoren geven hem evidente rechten die hij door zijn overhaaste en twijfelachtige uitzetting niet kon doen gelden, noch voor de Franse, noch voor de Europese rechter. Als gevolg hiervan heeft deze staatsburger niet kunnen profiteren van een behoorlijke rechtsgang, wat een dam tegen machtsmisbruik vormt: als het uitzettingsbevel was uitgevoerd, was hem de mogelijkheid ontnomen om zijn rechten te verdedigen tijdens het proces dat gepland staat voor 24 februari van dit jaar”.

Mediacampagne tegen Algerijns verzet tegen uitwijzing

Bovendien zegt de Immigratiewet van 2024 dat iemand bij administratief besluit maximaal 80 uur in een detentiecentrum mag worden geplaatst. Daarna kan de detentie alleen worden verlengd door een rechterlijke beslissing. In dit geval had de Algerijn binnen de termijn beroep aangetekend.

Op de beslissing van de Algerijnse regering volgde een ware mediacampagne waar verschillende huidige en voormalige ministers, alle leiders van extreemrechts en een deel van de Franse media aan deelnamen. Europe 1 kwam op 13 januari bijvoorbeeld met de kop “Spanningen tussen Algiers en Parijs: de Algerijnse regering slaat voortdurend met de vuist op tafel”.

“Algerije probeert Frankrijk te vernederen”

Minister van Binnenlandse Zaken Bruno Retailleau had het over eer en gekrenkte waardigheid: “Algerije probeert Frankrijk te vernederen (...) Ik denk dat we met Algerije een uiterst zorgwekkende drempel hebben bereikt”.

Minister van Buitenlandse Zaken Jean Noël Barrot sprak dreigende taal: “Frankrijk heeft geen andere keuze dan terug te slaan als de Algerijnen deze escalatie voortzetten. (...) Er is een heel arsenaal aan diplomatieke antwoorden, sommige dingen zeggen we, andere zeggen we niet. We zullen dat doen in het tempo en op de manier die we het meest effectief achten, waarbij we alle hefbomen mobiliseren die tot onze beschikking staan”.

Extreemrechts wil “hardere confrontatie”

Extreemrechts applaudisseerde natuurlijk en riep op om de woorden onmiddellijk om te zetten in daden: “Dit laat zien dat de minister van Binnenlandse Zaken veel communiceert, maar dat er op de woorden geen daden volgen. Algerije respecteert Frankrijk al meerdere jaren niet en Frankrijk laat na om zijn belangen op het internationale toneel te doen respecteren. Ik pleit voor een veel hardere confrontatie met Algerije. Als Algerije zijn ongewenste personen niet terug wil, moet Frankrijk niet alleen de visa voor Algerijnse onderdanen, maar ook de ontwikkelingshulp en de particuliere overdrachten opschorten. Ik denk dat Algerije zich dan veel respectvoller zal opstellen tegenover Frankrijk.”

Oorzaken en context

Om de echte oorzaak van deze nieuwe verslechtering in de betrekkingen van Frankrijk met Algerije te begrijpen, moeten we de zaak in de juiste context plaatsen.

Zo is er allereerst de verminderde economische aanwezigheid van Frankrijk in Afrika in de afgelopen decennia. De Franse gewoonte om ongelijke economische betrekkingen op te leggen met allerlei directe en indirecte middelen, van economische druk tot militaire inmenging, werd eerst ondergraven en vervolgens openlijk in twijfel getrokken door de opkomst van andere potentiële economische partners zoals de opkomende landen, vooral China.

Marktaandeel Frankrijk in Afrika-handel gehalveerd

In een rapport uit 2019 verwees de voormalige Franse minister Hervé Gaymard naar de eerste twee decennia van de nieuwe eeuw om de situatie van vandaag samen te vatten: “De Franse export naar Afrika is verdubbeld maar de markt is verviervoudigd, ons marktaandeel is daardoor gehalveerd."
"In verschillende Franstalige Afrikaanse landen is de daling van het Franse marktaandeel indrukwekkend"
Daarnaast is Frankrijk ook niet langer de belangrijkste Europese handelspartner van het Afrikaanse continent. In termen van marktaandeel is Frankrijk goed voor 7,35 procent, ver achter China, dat goed is voor 27,75 procent, maar ook maar net iets groter dan Duitsland, nu met 6,57 procent, en de Verenigde Staten met 6,5 procent.

In sommige landen is de daling van Frankrijk onthutsend, zo blijkt uit een studie van 2022 van COFACE, de grootste kredietverzekeringsmaatschappij die het risico van wanbetaling door bedrijven verzekert: “In verschillende Franstalige Afrikaanse landen is de daling van het Franse marktaandeel indrukwekkend. Tussen de 15 en 20 procent in Algerije, Marokko en Ivoorkust, 25 procent in Senegal”.

Ook militair moet Frankrijk afdruipen

Daarnaast wordt ook de Franse militaire aanwezigheid steeds meer afgewezen als een symbool van neokolonialisme en inmenging in de interne aangelegenheden van soevereine staten. In een paar jaar tijd zijn er in de ontluikende multipolaire wereld nieuwe mogelijke partners inzake defensie en veiligheid opgedoken.

Het resultaat liet niet lang op zich wachten: kort na elkaar zegden Mali, Niger, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Burkina Faso hun defensieovereenkomsten op en kondigden Tsjaad, Ivoorkust en Senegal aan dat ze de Franse militaire bases op hun grondgebied willen sluiten.

Frans imperialisme kwijnt weg

Natuurlijk is de situatie in elk land anders en heeft de terugtrekking van Franse troepen niet overal dezelfde politieke betekenis. Over het geheel genomen is er zeker sprake van een echte achteruitgang van het Franse imperialisme in Afrika. Frankrijk heeft eenvoudigweg niet langer de middelen om de politieagent van Afrika te spelen, zoals het sinds de onafhankelijkheid tot groot voordeel van zijn multinationals heeft gedaan.

Crisis op het Franse thuisfront

Ten slotte is er een ongekende binnenlandse crisis, met een president die door de overgrote meerderheid van de kiezers is afgewezen, wijdverspreid sociale ongenoegen dat nog steeds op zoek is naar een uitlaatklep, en een al even ongeziene afhankelijkheid van de regering van extreemrechts.
Het zijn pogingen om de afhankelijkheid te herstellen die door Afrikaanse landen ter discussie is gesteld
De angst voor een sociale explosie, het feit dat de samenstelling van het parlement geen enkel vooruitzicht biedt op een nieuwe stabiele coalitie, de chantage van extreemrechts, de ambitie om de sociale verworvenheden op korte termijn terug te schroeven om de verloren internationale concurrentiepositie terug te winnen en de noodzaak om immigratie als zondebok te behouden, al deze factoren leiden samen tot een logica van nostalgie naar het imperium. Ofwel, het zijn pogingen om met alle mogelijke middelen de afhankelijkheid te herstellen die door Afrikaanse landen ter discussie is gesteld.

Nostalgie naar het Franse imperium

Van de affaires-Sansal en -Daoud tot de uitzetting van deze week, en de paternalistische en koloniale toon ten opzichte van Tsjaad en Senegal tot de poging om weer een offensieve basis in Marokko te krijgen door het zogenaamde Marokkaanse karakter van de Westelijke Sahara te erkennen, is het deze nostalgie naar het imperium die zich steeds openlijker ontvouwt.

Meer informatie

- Persbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken - Frankrijk, 11 januari 2025,

- Margot Bonnéry, “Ce qui se joue en réalité est le changement de statut de la France”: pourquoi le torchon brûle entre Paris et Alger, L'Humanité, 12 januari 2025.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?