Filmrecensie -

Michael Powells ‘Peeping Tom’: Van ‘film maudit’ tot gerestaureerd meesterwerk

Deze filmzomer lokken ook ‘classics’ ons naar de zalen. Toen Michael Powells ‘Peeping Tom’, over een documentairemaker die zich ontpopt tot seriemoordenaar, in 1960 in première ging, riep dit meesterwerk extreme haatgevoelens op. De carrière van de Britse filmmaker kelderde. Martin Scorsese ijverde voor de rehabilitatie van Powell en ‘Peeping Tom’ verwierf het statuut cultklassieker. Dankzij een fraaie restauratie loopt dit staaltje verontrustende, visuele cinema opnieuw in de zalen.

dinsdag 9 juli 2024 10:53
Spread the love

 

Er zijn best wel wat autobiografieën van filmmakers die lezen als avonturenromans. I remember it Well (Vincente Minnelli), Autobiography (Otto Preminger), Each Man in His Time (Raoul Walsh) en An Open Book (John Huston) bijvoorbeeld. Maar de meest indrukwekkende trip door filmland – onder het motto “I am the cinema!” – is ongetwijfeld de monumentale dubbeldekker autobiografie A Life in Movies (1986) en (het aan zijn echtgenote Thelma Schoonmaker gedicteerde) Million-dollar Movie (1992) van Michael Powell (1905-1990). 1.300 bladzijden waarin de Britse cineast duidelijk maakt hoezeer zijn cinematografisch geheugen vergroeid is met de filmgeschiedenis.

Emeric Pressburger & Michael Powell (rechts)

De film die niemand wou zien

Terugblikkend verbaast Michael Powell er zich ook over hoezeer de perceptie rond zijn ‘film maudit’, de morbide psychologische thriller Peeping Tom (1960), veranderde: “I make a film that nobody wants to see and then, thirty years later, everybody has seen it or wants to see it.” Sterker nog, de film wordt beschouwd als een klassieker, straffe cinema die ons volgens Martin Scorsese met de neus drukt op “het agressieve aspect van filmmaken, op hoe de camera geweld aandoet” en ons “alles laat ontdekken over mensen die films maken, of ten minste over mensen die zich via film uitdrukken.” Een film die gedoemd leek tot een underground-status, maar uiteindelijk zelf zijn publiek vond.

Alhoewel filmmusea en filmhuizen geregeld retrospectieven organiseren, is Michael Powell nog amper bekend bij het grote publiek. Historici beschouwen hem nochtans als een van de grootste regisseurs uit de Britse filmgeschiedenis, naast Alfred Hitchcock. Powell werd geboren in het Britse Canterbury, een plaats waar hij jaren later via A Canterbury Tale (1944), een parabel over materialisme en idealisme, naar zou terugkeren.

De jonge Michael Powell las stapels artikels over film, mocht klusjes doen voor filmmakers als Rex Ingram en Alfred Hitchcock en kreeg de kans om proeffilms met Britse acteurs te maken met het oog op langspeelfilms. Dat leverde hem tussen 1931 en 1937 een 23-tal Quota Quickies op én een debuutfilm. The Edge of the World (1937), een vissersverhaal dat balanceert tussen naturalisme en magisch-realisme.

Peeping Tom van Michael Powell.

Emeric Pressburger & The Archers

Powell maakt erdoor kennis met producent-regisseur Alexander Korda en via hem ook met de Hongaarse scenarioschrijver Emeric Pressburger. Die schreef het script voor The Spy in Black (1939) en daarmee startte een samenwerking die tot 1956 en Ill Met by Moonlight duurde. Snel werd het een totale osmose. 49th Parallel (1941) draaide Powell nog alleen maar vanaf het militaire drama One of Our Aircraft is Missing (1942) en het satirische portret The Life and Death of Colonel Blimp (1943) was “regie, scenario en productie: Michael Powell & Emeric Pressburger” de regel.

Het duo startte ook een eigen productiehuis, The Archers, met een opmerkelijk logo: “an arrow smacking into a bull’s eye, combined the aura of Robin Hood with a first warning to voyeurs” (dixit David Thomson in The Movie). Met 49th Parallel, One of Our Aircraft is Missing en A Canterbury Tale (1944) leverden Powell & Pressburger hun oorlogsbijdrage zonder te vervallen in propagandacinema. Met dank aan complexe dramatiek, uitgekiende uitwerking van personages, introductie van fantastische elementen en een nadrukkelijke stilering. Niet iedereen kon hun aanpak smaken. Zo viel de vriendschap tussen een Britse en een Duitse officier in The Life and Death of Colonel Blimp slecht bij Winston Churchill die liever een traditioneel vijandsbeeld had gezien.

The Life and Death of Colonel Blimp van Powell & Pressburger.

In de naoorlogse periode focussen de filmmakers op onderdrukte seksuele gevoelens in Black Narcissus (1947), The Small Backroom (1949) en Gone to earth (1950). Om dan twee absolute meesterwerken te maken. Sterke, metaforische verhalen gekoppeld aan grensverleggend kleurgebruik. In A Matter of Life and Death (1946) ontmoeten de kracht van liefde en verbeelding elkaar (een piloot die sneuvelt eist bij zijn aankomst in de hemel uitstel omdat hij door toedoen van zijn begeleider na zijn dood verliefd werd op een vrouw) en in The Red Shoes (1948) imiteert de realiteit de fictie (een danseres die verplicht wordt alles op te offeren voor haar kunst vergroeit met haar ‘rode schoenen’ en danst zich dood, net als in het stuk).

De moorddadige blik

Net als A Matter of Life and Death en The Red Shoes kan de (zonder Pressburger gemaakte) psychologische thriller Peeping Tom gezien worden als een film over film. Een sublieme ode aan de cineast/kunstenaar als zelfvernietigend terrorist via een sprookje waarin dromen werkelijkheid worden en de personages zichzelf vernietigen. Thema’s als seksuele repressie, voyeurisme en de kunstenaar die zich door obsessioneel gedrag tot outcast maakt, zijn er gedrenkt in perverse romantiek, een macabere sfeer en rauwe emoties.

The Red Shoes van Powell & Pressburger.

“Ik voelde verwantschap met de protagonist”, vertelde Powell aan Ian Christie, “iemand die het leven benadert als een filmmaker, daar bewust van is en er zwaar onder lijdt. Hij is een technicus van emoties.” Mark Lewis, het hoofdpersonage van Peeping Tom met wie we de subjectieve blik delen, is een seriemoordenaar. Hij vermoordt vrouwen, terwijl hij hun gezichtsuitdrukkingen filmt.

Dat doet hij door een mes te monteren op een van de poten van zijn camerastatief en het op de keel zijn slachtoffers, in zijn ogen ‘vrouwen van lichte zeden’, te richten. Thuis dompelt hij zich onder in de opgenomen beelden en geniet hij van het feit dat dankzij de vervormde spiegel de slachtoffers zichzelf, hun angst en dood zien.

Plezier en pijn

Peeping Tom legt het voyeuristisch plezier van Mark bloot en linkt er ook een diagnose aan. Scoptophelia, “the morbid urge to gaze.” Zijn vader onderwierp hem tijdens zijn jeugd aan allerlei experimenten om zijn reacties op angstaanjagende ervaringen te testen en legde alles vast op pellicule, band en papier. Terreur, obsessie, mishandeling en geweld verstrengelen. Net als opwinding, plezier en pijn.

Peeping Tom van Michael Powell.

De blik, de camera, doodt en lijkt onweerstaanbaar. Toch verzet Mark Lewis zich tegen het doden van het meisje waarvan hij houdt. En worstelt hij met zijn verlangen te filmen: Whatever I photograph I always lose.” Zijn “I will never photograph you” belofte gaat gepaard met een weigering haar angst te aanschouwen. Mark is zich bewust van het gevaar, van de gevolgen van zijn obsessies. Maar hij is niet te genezen (een psychiater spreekt van jarenlange therapie) en hij orkestreert uiteindelijk zijn eigen dood op dezelfde wijze als die van zijn slachtoffers.

Donkere satire

Mark richt de camera op zichzelf, onthult in een totaalspektakel (een combinatie van geluid en beeld) het sadomasochistisch aspect van voyeurisme. Aangevuld met een emotioneel doembeeld: “Do you know what the most frightening thing in the world is? It’s fear.” Zijn einde is als de finale van een opera. Politiesirenes, cameraflitsen, geschrei van kinderen op de banden. Met “I can’t beat that” becommentarieert Mark het geroep van de politie.

Michael Powell doorprikt op satirische wijze de heersende hypocrisie omtrent de problematiek. Veel wordt onderdrukt en verborgen. Zowel de krant ‘The Times’ als een enveloppe met ‘Educational Books’ als opschrift bevatten naaktfoto’s, achterin een tijdschriftenwinkel is er een porno-opnamestudio, Mark Lewis doet zich voor als fotograaf van ‘The Observer’. Peeping Tom is een film over voyeurisme en enscenering. Over hypocriete verhulling (een realiteit verbergt een andere). Over controle en transgressie. Over een primaire taal die achter een beschaafd discours schuilgaat. Over een medium dat onze morbide nieuwsgierigheid prikkelt.

Peeping Tom van Michael Powell.

Zien en voelen

Peeping Tom is een film met mensen die de pijn voelen die ze zien. Maar ook mensen die blind zijn voor gevoelens. Niet toevallig is het meest zuivere personage een blinde vrouw. De moeder van de vrouw waar Mark van houdt, iemand die vertrouwt op intuïtie en gevoelens en zich verplaatst via haar verbeelding. “De blinden leven altijd in de plaats waar ze onder leven”, zegt ze. Terwijl Mark Lewis een film projecteert, stapt ze naar het doek en zegt tegen hem “Neem me mee naar je cinema. Wat zie ik?” Met die vraag doet Powell de toeschouwer met de ogen knipperen: “What am I seeing?

Peeping Tom wordt nu beschouwd als een visionair waarschuwingsverhaal en briljante cinema, maar dat zagen de critici in 1960 anders. Ze spuwden de film uit met termen als ‘kwaadaardig’, ‘pornografisch’, ‘platvoers’, ‘sadistisch’. “It’s a long time since a film disgusted me as much as Peeping Tom”, schreef de criticus van The Observer. De gevolgen bleven niet uit. Peeping Tom bleef verstoken van een bioscoopcarrière en Powell moest zijn toevlucht zoeken tot televisie en minder gedurfde films als Age of Consent (1969) en The Boy Who Turned Yellow (1972).

Michael Powell.

Een moeilijke waarheid

Om te begrijpen waarom Peeping Tom zo gehaat werd, moeten we de toenmalige voorliefde voor moraliserende, sociaal-realistische drama’s van Powells landgenoten in rekening brengen. Maar dé struikelsteen was ongetwijfeld dat Powell ons doet kijken door de ogen van een seriemoordenaar. Letterlijk, want de film opent met een shot vanuit het standpunt van Mark die een van zijn slachtoffers doodt. Choquerend en het feit dat de filmmaker ons doet sympathiseren met de filmende killer maakt de zaken nog erger.

Het grauwe kleurenpallet, de intense vertolking van Karlheinz Böhm, de aanwezigheid van heel erg rood gekleurd bloed (in tegenstelling tot tijdgenoot Psycho dat met zwart-wit de douchemoord minder bloederig en afschrikwekkend maakte) en de afwezigheid van een moreel einde, versterkten het verontrustende karakter van de film.

Peeping Tom van Michael Powell.

Te compromisloos voor zijn tijd, te zeer opererend buiten het kader van helden en schurken. Maar ondertussen is duidelijk geworden dat Peeping Tom voyeurisme ongezien fileert, wijst op de prijs die ermee verbonden is. Die boodschap is actueler dan ooit in een tijdperk waar de social media feeds verslavend werken, voyeurisme en narcisme doen versmelten, flirten met vernederingen en discriminatie. Kortom, waar we zelf peeping toms moeten worden om ‘aangesloten’ te blijven. Of hoe Peeping Tom nog steeds een urgent waarschuwingsverhaal is. En heel grote, moderne en verontrustende cinema blijft.

 

PEEPING TOM van Michael Powell. Groot-Brittannië 1960, 101’. Met Karl-Heinz Böhm, Moira Shearer, Anna Massey, Maxine Audley. Scenario Leo Marks. Fotografie Otto Heller. Montage Noreen Ackland. Muziek Brian Easdale. Art Director Arthur Lawson. Producent Michael Powell & Albert Fennell. Distributie Lumière. Release 17 juli 2024.

Peeping Tom van Michael Powell.

 

“Michael Powell dared where no one else had before him, to show how close movie-making could come to madness, how it could eat you up. He was telling an extremely uncomfortable truth, something no one really wanted to know.”

Martin Scorsese

Peeping Tom van Michael Powell.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!