Iedere leerling heeft recht op goed onderwijs
20 jaar geleden werden de resultaten van de eerste PISA-onderzoeken in het onderwijs bekendgemaakt. Het Vlaams onderwijs bleek tot de wereldtop te behoren. Maar er was ook minder goed nieuws. Leerlingen met een lage socio-economische status scoorden veel slechter dan leerlingen van goede komaf. Jammer genoeg zijn de hoge gemiddelde scores vergankelijk gebleken en is de grote sociale leerkloof duurzaam. Werk aan de winkel, op alle niveaus.
Daarom werden in 2002 de lokale overlegplatforms voor gelijke onderwijskansen, kortweg LOP's, opgericht.
Capaciteit en kwaliteit
Het recht op onderwijs is een Universeel Recht van de Mens (artikel 26) en een Kinderrecht (artikel 28), verankerd in onze Grondwet (artikel 24). Er is een masterplan nodig om dat fundamenteel recht in Vlaanderen opnieuw te garanderen. Het schrijnende plaatstekort in het buitengewoon onderwijs springt het meest in het oog, maar ook in 1 en 2B in het regulier secundair onderwijs en in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel dekt het aanbod de vraag niet. Een andere specifieke groep wiens recht op onderwijs onder druk staat, zijn de geschorste en uitgesloten leerlingen en de anderstalige nieuwkomers.Leerlingen hebben niet alleen recht op een stoel in een klas, ze verwachten net zo goed toegang tot alle nodige leermiddelen en begeleiding door competente leraren. Het kan niet zijn dat de meest kwetsbare groepen meer kans maken school te lopen waar het lerarentekort het grootst is en waar er minder ervaren en opgeleide leraren voor de klas staan.
Onderwijsbeleid en flankerend onderwijsbeleid
Het onderwijs is geen eiland. Ook in scholen met gedreven directies en leraren die hoge verwachtingen stellen, sijpelen de deprivatie van kinderen (1/10 in Vlaanderen, 1/5 in Brussel, Koning Boudewijnstichting, 2023) en andere samenlevingsproblemen binnen.Een goede samenwerking met het jeugdwelzijnswerk, brugfiguren en opbouwwerkers, het organiseren van kwalitatieve voor- en naschoolse begeleiding in alle basisscholen en het aanbieden van taallessen voor ouders op de school van hun kinderen zijn voorbeelden van maatregelen die kunnen helpen om de cyclus van kansarmoede te doorbreken. Waar het flankerend onderwijsbeleid floreert, verhoogt de kleuterparticipatie en versterken onderwijsmensen en hun peers van de sociale kaart elkaar en hebben ze samen meer impact.
Versterk de LOP’s
De LOP’s hebben klaarblijkelijk het gelijke onderwijskansendoel waarvoor ze opgericht zijn niet bereikt. Het is goed in eigen boezem te kijken: treft ons schuld of faalt het onderwijssysteem ondanks ons werk? De opeenvolgende Vlaamse regeringen en andere onderwijspartners kunnen zich dezelfde vraag stellen. Daarna kunnen we de belangrijkste vraag beantwoorden: Hoe kunnen we samen ervoor zorgen dat over 20 jaar alle kinderen beter scoren?Als LOP-voorzitters relativeren, onderlijnen we tegelijkertijd onze rol. Er is veel waar we geen vat op hebben, maar plaatselijk kunnen we het verschil maken door alle actoren te verenigen en actie te ondernemen, bv. om uitgesloten leerlingen snel terug op een geschikte school te krijgen of om in een lerend netwerk van scholen, ouderverenigingen en armoedeorganisaties samen de schoolfacturen te drukken.
Dat impliceert dat de LOP’s, LOP-voorzitters en LOP-ondersteuners, terug meer op de gelijke onderwijskansenmissie moeten kunnen focussen en minder opgeslorpt worden door aanmeldings- en inschrijvingsprocedures.
In de aanloop naar de Vlaamse verkiezingen schreven de voorzitters van de LOP's een uitgebreid memorandum. Dit opiniestuk gaat over enkele van de aanbevelingen daaruit.