John Pilger. Foto: SCU Media Students Creative Commons Attribution 2.0
Interview - Michael Albert, ZNet,

John Pilger: “Journalistiek voor de mensen, niet voor de macht”

In dit interview met Michael Albert van ZNet van februari 2013 geeft John Pilger (1939-2023) goede raad aan journalisten die hun job ernstig nemen. “Wees altijd sceptisch over zij die ons pogen te controleren, geloof hun 'officiële waarheden' niet, die meestal toch leugens zijn. Journalistiek moet er zijn voor de mensen, niet voor de macht, voor het standpunt van onderuit.” Essentiële literatuur voor journalisten in spe.

maandag 8 januari 2024 17:39
Spread the love

 

Als iemand die erg bekend is als schrijver en voor zijn werk op video – vroeg ik me af of je ons zou kunnen vertellen hoe je in elk begon, zodat de mensen een beetje meer over je achtergrond leren.

John Pilger: “Mijn werk als journalist begon in Australië toen ik een krant begon in de Sydney High School. Deze heette ‘De Boodschapper’ en ik was twaalf jaar toen. Of misschien begon het een jaar of twee eerder, toen ik voor de dageraad opstond om kranten te leveren, enkel om door mijn werkgever berispt te worden omdat ik zijn tijd verspilde door ze te lezen. Journalistiek hielp zeker om de wereld tot mij te brengen. Australië en Nieuw-Zeeland worden geregeerd door een tirannie van afstand; ik probeerde mij de rest van de mensheid in te beelden, zo ver weg.”

“Ik groeide op in Sydney, in wat toen een relatief arme industriële stad was, in een familie die ‘politiek’ werd geacht: dat wil zeggen, wij stonden ‘aan de kant van de underdog’, zoals mijn moeder altijd zei. Australië was een samenleving die diep verdeeld was volgens klasse, religie en stilte, zoals Mark Twain erkende op een van zijn bezoeken. Hij beschreef onze koloniale geschiedenis als ‘zoals de mooiste leugens’. De oorspronkelijke bevolking, de oudste ononderbroken cultuur op aarde, waarover bijna niemand sprak, bestond niet; de gelijkenis met Zuid-Afrika was te verontrustend.”

“Mijn ouders groeiden op in de steenkoolsteden van de Hunter Valley in New South Wales. Mijn vader verliet de school op 14 en werkte in de mijnen. Mijn moeder was de enige van negen kinderen die haar school afmaakte. Op 19 werd ze de jongste universitair gediplomeerde van Australië: een record dat ze vele jaren behield.”

“Ze ontmoetten elkaar aan het Mechanics Institute in Sydney (vergelijkbaar met de WEA); Mijn moeder smokkelde haar jonge man de pas-gebouwde universiteitsbibliotheek binnen, waar ze onder het kaarslicht zouden lezen. In zijn vroege twintiger jaren was mijn vader een van de oprichters van de IWW (de ‘Wobblies’) in Australië, hoewel geen van mijn beide ouders doctrinair was; beide werden levenslange aanhangers van de Australische Labor Party, toen een reformistische sociaaldemocratische partij gebaseerd op de vakbonden.”

“Mijn vader had sterke gevoelens over de Amerikaanse koude-oorlog-invloed op onze levens. Hij kwam vaak terug na het kijken van een film in de lokale cinema en zei, ‘waarom krijgen we alleen maar Amerikaanse propaganda?’. Het was een goede vraag. Kinderen van mijn leeftijd hingen aan een infuus van John Wayne en de koude oorlog. Mijn ouders’ invloed op mij was een goede tegenkracht hiertegen; ik was trots op ons vaak onuitgesproken ethos en ik was triest toen ze bitter uiteengingen.”

“Ik ontsnapte vaak naar de Stille Oceaan, onderaan de heuvel, waar een van de beste zwemcoaches van het land mij leerde zwemmen, Sep Prosser, een exotisch karakter dat samen met zijn vriendin van gevaarlijke rotsen dook in de kokende branding van Bondi Beach. Ik denk dat mijn vader betaalde voor mijn lessen als Sep’s boekhouder bij het gokken. Zwemmen is sindsdien een essentieel onderdeel van mijn leven; ik denk en schrijf terwijl ik zwem.”

“Ik nam deel aan het opleidingsprogramma voor cadetjournalisten van de Sydney Daily Telegraph.
Ik besefte later pas dat dit een beetje was als de set oplopen van Lewis Milestone’s versie van The Front Page. Mensen riepen echt ‘hold the front page’, droegen schreeuwerige dassen en kiepten in de redactiekamer hun vilten hoeden naar achter; en je kon de persen voelen daveren onder je.”

“Het was heel romantisch, maar met een serieus doel. The Telegraph was het eigendom van Frank Packer, een voormalig bokser en schurkachtige politieke spelbepaler die onophoudelijke vendettas voerde tegen bijna iedereen ter linkerzijde van Pontius Pilatus. (Alle zogezegd mainstream kranten in Australië waren en zijn nog steeds rechts; er was geen keuze).”

“Toch was het een fantastische opleiding, een stijl ontwikkeld door de zeer geletterde voormalige redacteur, Brian Penton, die poëzie publiceerde, dwong je om de waarde van bijna elk woord te overwegen. Paragrafen konden niet langer zijn dan zestien woorden en enkel de actieve zinsconstructie werd toegestaan.”

“Alle adjectieven en de meeste clichés waren verboden (behalve, natuurlijk, diegene in de hatelijke opiniestukken). Ik leerde toen vlot Engels schrijven en veel van de oude grammaticale structuren zijn me bijgebleven, waar ik dankbaar voor ben.”

“Ik was 22 toen ik aan boord ging van een roestend Grieks schip en naar Genua in Italië vaarde, en uiteindelijk Londen, en Fleet Street, toen het Mekka van kranten. Ik werkte in Londen voor Reuters, vervoegde daarna de Daily Mirror, toen een buitengewoon links blad dat zich had verzet tegen Churchill tijdens de Tweede Wereldoorlog en een kritieke rol speelde in het aan de macht brengen van de Labour-regering van Attlee in 1945, de meest radicaal hervormende Britse regering in het modern tijdperk. De Mirrror verzette zich ook tegen de Anglo-Frans-Israelische invasie van Egypte in 1956, die de doodsteek van het Brits rijk werd.”

“Tijdens de jaren ’60 toonde de Mirror een politieke wereldkaart voor haar miljoenen lezers: toen een kwart van de Britse bevolking. Enkel de Peking Daily had meer lezers. (Toen ik veel later Zhou Enlai in Peking ontmoette vertelde ik hem dit, waarop hij antwoordde, ‘Ah, maar wij hebben een publiek met weinig andere keuzes.’)”

“Ik werd de hoofd-buitenlandcorrespondent en had mijn journalistieke thuis gevonden. In 1967 kopte de Mirror op de voorpagina: “Hoe kan Groot-Brittannië zo’n oorlog steunen?”. Daaronder stond mijn eerste bericht uit Vietnam. Tijdens de jaren van de burgerrechtenbeweging en de anti-Vietnamoorlogsbeweging, werkte ik vanuit de VS en vloog ik vaak van en naar Indochina.”

“Op een vlucht las ik Noam Chomsky voor het eerst. Ik herinner mij nog steeds de impact van zijn heldere blik en inzicht in en beheersing van de hedendaagse geschiedenis. Ik had het geluk om de Amerikaanse maatschappij ‘binnen te treden’ door de ogen van mensen al Noam – hoewel we elkaar pas veel later zouden ontmoeten – en de fotograaf Matt Herron en Jeannine Herron, ‘freedom riders’ in het diepe Zuiden van de V.S., met wie ik samenwerkte. Martha Gellhorn beschreef mensen als hen ooit als “die levensreddende minderheid van Amerikanen die hun overheid in morele termen beoordelen. Zij zijn de mensen met een wakker geweten, de beste van Amerika’s burgers …”

“Dit was een erg verontrustend maar ook opwindend tijdperk. Zoals Noam er op wees groeiden de marges van Amerika genoeg om de hebzuchtige heersende macht te bedreigen.”

“Ik berichtte over de ‘Poor People’s March’ op Washington, en de campagne van Eugene McCarthy en zijn ‘kinderkruistocht’. Ik stond achter Robert Kennedy aan de deur van de keuken van het Ambassador Hotel in Los Angeles toen hij vermoord werd, ik had hem net twee dagen geleden geïnterviewd. Ik herinner mij de surreële shock en het geluid van de geweerschoten. Ik dacht dat Kennedy een opportunistische oplichter was: een prototype voor Barack Obama.”

“Ik heb veel aan de V.S. te danken voor mijn politieke opleiding. Ik was recent wat archiefmateriaal aan het bekijken en zag plots mijzelf langs Vietnamveteranen in Washington terwijl ze hun medailles naar het Capitool wierpen. Het was toen 1970 of 1971. Velen – zoals Bob Muller – werden mijn vrienden; en het leek toepasselijk dat mijn eerste documentairefilm The Quiet Mutiny (de stille muiterij) werd.”

“Gefilmd op legerbasissen in Vietnam toonde het een wijdverspreide opstand onder de opgeroepen soldaten, met inbegrip van het doden van onpopulaire officiers. Toen het in het VK werd uitgezonden klaagde de VS-ambassadeur Walter Annenberg, een vriend van president Nixon, bij de Independent Television Authority, het regulerend orgaan, niet dat mijn feiten fout waren maar dat ik duidelijk een communist was.”

“Ik heb sindsdien een 58-tal documentairefilms gemaakt, waarvan best wat in Vietnam en Cambodja. De meerderheid werd in de hele wereld vertoond, maar niet in de VS Ik vind het idee dat de vrije meningsuiting het vrijst is in de VS altijd grappig. In 1980 stond PBS op het punt mijn eerste Cambodiafilm te tonen, maar besloot toen dat ze dat risico niet konden nemen in het begin van Reagan’s presidentschap.”

“De film beschreef hoe de bombardementen van de V.S. als katalysator dienden voor de opkomst van de Rode Khmer en suggereerde dat de horror die Nixon en Kissinger begonnen hadden gebruikt werd door Pol Pot. De V.S. liet Cambodia niet met rust zelfs toen de Vietnamezen de Rode Khmer naar de Thaise grens dreven in 1979. Reagan plaatste een van Amerika’s belegeringen – gekend als ‘sancties’ – op Cambodja, verhinderend dat de getroffen bevolking wezenlijk geholpen kon worden.”

“Tezelfdertijd begonnen Britse commando’s – verzonden door Thatcher als onderdeel van een deal met Reagan – in het geheim de Rode Khmer en haar bondgenoten te trainen. Cambodja’s bevrijders, de Vietnamezen, kwamen van de verkeerde kant van de koude oorlog en werden nooit vergeven voor het verdrijven van de V.S. van hun land. De uitsluiting van dit werk van de VS is een interessante geschiedenis van censuur.”

Hoe vaak denk je aan de twee types van kijken en hun relatie? Is het gewoon een ander toeleveringssysteem – maar anders een en hetzelfde werk, of zijn de verschillen groter dan dat? Wat is goede journalistiek, in uw ogen – wat probeert u te doen?

“Goede journalistiek is goede journalistiek ongeacht de vorm. Televisie is onmiddellijker dan de pers, en het web biedt een ander soort publiek. Documentaires zijn journalistieke essays die op hun best woorden en beelden combineren – zoals, bijvoorbeeld, Life magazine, on z’n best, reportages en fotografie combineerde.”

“In al deze vormen zou het doel moeten zijn zo veel mogelijk feiten en zo veel mogelijk van de waarheid te vinden als mogelijk. Er is geen mysterie. Ja, we brengen allemaal een persoonlijk perspectief in ons werk, dat is ons menselijk recht.”

“Mijn doel is om sceptisch te zijn ten opzichte van zij die ons willen controleren, ten opzichte van alle autoriteit die geen verantwoording hoeft af te leggen, en om ‘officiële waarheden’ niet zomaar te accepteren, die vaak gewoon leugens zijn. Journalistiek is of hoort voor het volk te zijn, niet voor de macht; een blik vanop de grond.”

Heeft u het gevoel gehad, doorheen de jaren, dat uw inspanning de effecten hadden die u zocht en waar u op hoopte? Als niet, waarom denkt u dat dat zo is – en wat zou kunnen gebeuren om te effecten te verbeteren?

“Dat is vaak onmogelijk om te meten en, in ieder geval, het doel van goede journalistiek moet of hoort te zijn om mensen de kracht van informatie te geven – zonder dewelke ze bepaalde vrijheden niet kunnen opeisen. Zo simpel is het.”

“Nu en dan zie je wel de effecten van een bepaalde documentaire of serie van reportages. In Cambodja werd meer dan $50 miljoen door het publiek geschonken, totaal ongevraagd, na mijn eerste film, en mijn collega’s en ik konden dit gebruiken om medicijnen, voedsel en kledij te kopen.”

“Verschillende regeringen veranderen hun beleid als gevolg. Iets gelijkaardig gebeurde volgend op de vertoning van mijn documentaire over Oost-Timor – het meeste ervan in het geheim gefilmd. Na de vertoning in het VK belden zo’n 25.000 mensen ITV per minuut, met de vraag hoe ze konden helpen en om meer te weten. Dat was bemoedigend, om het zacht uit te drukken. Had het een impact op de situatie in Oost-Timor? Nee, maar het droeg bij aan de lange jaren van onophoudelijk werk door mensen over de hele wereld.”

Hoe werd uw mediawerk veranderd of anders beïnvloed doorheen de jaren, als het dat werd, door de opkomst van het internet en, recentelijk, Google, Facebook, en Twitter? Ziet u significante veranderingen die de basisdoelen of methodes van uw eigen werk beïnvloeden – of die haar effectiviteit verandert? Hoe schat u de opkomst van “social networking” in, en haar impact op journalistiek en de stroom van informatie?

“Vroeger ging ik elke ochtend altijd een selectie van kranten halen. Nu log ik in op het internet. Dat is de verandering. Google is natuurlijk opmerkelijk, maar het is niet hetzelfde als het soort onderzoek dat altijd tijd, geduld en hardnekkig werk zal vereisen.”

“Twitter en Facebook zijn in essentie over het ‘zelf’, ze staan mensen toe om met elkaar over zichzelf te praten – en vaak zich belachelijk te maken. Ironisch genoeg kunnen ze ons zelfs nog verder van elkaar distantiëren: ons opsluiten in een bubbel-wereld van smartphones, gefragmenteerde informatie en kwetter-commentaar. Denken is leuker, denk ik.”

Als iemand die een belangrijke zichtbaarheid had in mainstream media, maar deze toch ook steevast bekritiseerde voor, ik vermoed, decennia, en ook een zeer sterke aanhanger en voorstander voor alternatieve media is geweest – wat denkt u dat wij in de alternatieve media verkeerd hebben gedaan? Waarom hebben we geen groter publiek uitgebouwd en grotere middelen van communicatie en bereik? Zijn er problemen met onze structuren, beleid, onze inhoud die misschien gecorrigeerd kan worden om betere resultaten te bereiken?

“Ik ben niet akkoord met de premisse. ‘Alternatieve’ media heeft een publiek uitgebouwd en heeft een bereik, en heeft uitzonderlijke resultaten bereikt. In Latijns-Amerika is de volksradio een stem voor het volk geworden in de barrios. De propaganda die Hugo Chavez betichtte van de ‘vrije’ media in Venezuela aan te vallen (de monopolies) negeerde het feit dat de lokale radio enorm is uitgebreid, meer dan ooit tevoren.”

“Er is een gelijkaardige situatie in Ecuador, Bolivia, Argentinië. In de VS is Pacifica Radio, op z’n best, inspirerend. Op het internet heeft jullie eigen ZNet een bereik, zowel als Tom Feeley’s Information Clearing House, en Truthout, en therealnews.com, en nog vele anderen.”

Vooruitkijkend, wat denkt u dat de vooruitzichten zijn voor een aanzienlijkere stroom van kritische, visionaire inhoud naar een groot publiek? Welke stappen zouden volgens u kunnen ondernomen worden ofwel door een verbeterde alternatieve media, ofwel door een mainstream media die gedwongen wordt beter te doen – zelfs tegen haar eigen doelen en logica in?

“De zogenaamde mainstream media zal nooit tegen haar eigen logica ingaan. Het is een uitbreiding van de gevestigde macht. Het is niet, zoals Edmund Burke ons wilde doen geloven, een ‘vierde macht’. Maar het is geen monoliet. Ik heb heel mijn carrière in de mainstream gewerkt.”

“Ik deed dit door een enorme hoeveelheid energie te investeren om mijn plaats te behouden, en voor mijn standpunt te vechten. Dit is vaak letterlijk een strijd geweest, maar mettertijd heb ik geleerd door en soms rond instituties te navigeren. Leren navigeren is cruciaal voor jonge journalisten met principes.”

“Wat we dringend nodig hebben is een ‘vijfde macht’ die de autocratie van de commerciële media uitdaagt, die het volk betrekt en een stem geeft, die een invasie van de instellingen uitvoert – TV, kranten, media-onderwijs – en journalisten en hun leerkrachten oproept om hun defensieve houding te laten zakken en een andere manier van kijken en werken te promoveren.”

“In praktische termen zouden we moeten ijveren om openbaar betaalde organisaties op te zetten die startkapitaal voorzien voor nieuwe, onafhankelijke journalistieke projecten. Dit heeft succes gehad in Scandinavië.”

Hoe snel alles ook verandert, op een bepaald niveau, een dieper niveau, lijkt het verleden telkens opnieuw terug te komen. Hoe zou u de logica en de reikwijdte van het Amerikaans buitenlands beleid beschrijven – en ook van internationale relaties in het algemeen – van, laat ons zeggen, 40 jaar geleden en nu? Zijn er belangrijke verschillen?

“Ik gebruik zelden de bijna respectabele benaming, Amerikaans buitenlands beleid. Amerikaans plannen voor de wereld is toch zeker de juistere term. Deze plannen lopen in een rechte lijn sinds 1944 toen de Bretton Woods-conferentie de VS inwijdde als de voornaamste imperialistische macht.”

“Die lijn heeft van tijd tot tijd onderbrekingen gekend, zoals de terugtrekking uit Saigon en de triomf van de Sandinistas, maar de plannen zijn nooit veranderd. Die zijn om de mensheid in zijn geheel te domineren. Wat veranderde is dat deze vaak vermomd worden door de moderne macht van ‘public relations’, een term die Edward Bernays uitvond tijdens de eerste wereldoorlog omdat ‘de Duitsers propaganda een negatieve bijklank hebben gegeven’.”

“Het lijkt erop alsof met elke regering de doelen steeds verder in het rijk van de verbeelding worden gesponnen terwijl ze steeds extremer worden. Bill Clinton, nog steeds bij terminale naïevelingen als “progressief” bekend, legde de lat nog hoger dan de Reagan-regering, met de onrechtvaardigheden van NAFTA en het bijhorend moorden in de wereld.”

“Wat in het bijzonder gevaarlijk is vandaag, is dat de VS haar doelbewust en crimineel ingestorte economie (ingestort voor gewone mensen) en het onbetwist overwicht van de parasitaire ‘verdedigings’-industrieën een bekende logica volgde die leidt tot meer militarisering, bloedvergieten en economische ontberingen.”

“Het hedendaagse zoeken naar ruzie met China is een symbool hiervan, net zoals de invasie van Afrika. Dat gezegd zijnde, kijk terug naar de jaren van Eisenhower/Dulles en de elite van de VS was toen al in een gelijkaardige stemming. Enkel de aanwezigheid van de Sovjetunie hield hen in toom.”

“Ik vind het opmerkelijk dat ik mijn leven heb kunnen leiden zonder aan flarden te zijn geknald in een nucleaire holocaust begonnen door Washington. Wat dit mij leert is dat populair verzet doorheen de rest van de wereld kracht heeft en gevreesd wordt door de bullebak – kijk naar de hysterische vervolging van WikiLeaks. Of als ze niet gevreesd wordt, dan is ze toch desoriënterend voor de meester.”

“Dat is waarom diegenen onder ons die vrede als een normale staat van menselijke zaken beschouwen een werk van lange adem doen, en onderweg opgeven geen echte optie is.”

Net zoals bij het proberen van creëren van een alternatief aan de mainstream media, hebben we ook geprobeerd om eindelijk de bronnen van oorlog en ongelijkheid aan te pakken door hulp te bieden en deel te nemen aan bewegingen met dat doel. Ook hier, als we objectief zijn, lijkt het erop dat vier decennia van inspanning minder resultaten opleverden dan we verwacht hadden en, zeker, op hoopten, en mogelijk minder dan we hadden kunnen bereiken als we het beter hadden gedaan. Als u daarmee akkoord bent, wat denk u dat de anti-oorlog en anti-imperialistische bewegingen die u zag en hielp doorheen te jaren goed deden, en wat denkt u dat ze niet goed genoeg of zelfs slecht deden?

“Zoals ik eerder zei, mijn politieke opleiding was gevormd dus de anti-oorlogsbeweging in de VS van de jaren ’60 en ’70. Toen verwelkte de beweging, begrijpelijkerwijs. Want in het midden stond de anti-dienstplichtbeweging: een in essentie middenklasse verzet tegen het sturen van “de jongens” naar een oorlog die zij en hun familie niet steunden.”

“Toen de oorlog voorbij was bleef de camaraderie tussen de anti-oorlogsveteranen en anderen over, maar de volkssteun verdween. Dit suggereerde dat een politieke drijfveer ontbreek – niet verassend.”

“De moeilijkheid in de V.S. is dat de voornaamste politiek kracht ‘Amerikanisme’ is, een ideologie die zelden haar doelstellingen bespreekt. Het is een uitzonderlijkheid, een mysticisme, een hocus pocus van zogezegd patriottisme ontworpen om elk rationeel debat over klasse en vrede te overdonderen.”

“In mijn ervaring vallen zelfs geïnformeerde mensen die ik ken ten prooi aan de onzin dat de V.S. de democratie uitvond en Gods’ verkozen land is. De inheemse Amerikanen werd hetzelfde verhaaltje verteld voor ze afgeslacht werden. De Filipino’s ook. Enzovoort.”

“Amerikaanse anti-oorlogsbewegingen zijn zelden internationalistisch. De VS had nooit een Arbeiderspartij, dus de anti-oorlogsmensen houden vast aan de Democratische partij die, buiten haar populistische fase, altijd militaristisch was. De doodsteek aan de vredesbeweging als massabeweging in de VS was de verkiezing van Barack Obama. De aanbidding van de eerste Afro-Amerikaanse president was een redelijk walgelijk spektakel wanneer je naar zijn beleid kijkt, in het bijzonder ten opzichte van mensen van kleur in de hele wereld.”

“Zovelen zijn vergeten dat George W Bush het meest multiraciale kabinet in de geschiedenis van de V.S. had; zijn staatssecretaris, nationale veiligheidsadviseur en procureur-generaal waren Amerikanen van kleur, en vicieuze reactionairen. Die durfde opstaan en zeggen dat, eens gecorrumpeerd door de macht, het niet je ras of je gender of je seksuele voorkeur of je klasse is die telt, maar enkel de klasse en de macht die je dient.”

“Obama is de Grote Dienaar, en zijn meest blijvende verwezenlijking is het stilzwijgen opleggen aan de hedendaagse anti-oorlogsbeweging.”

Opnieuw, vooruitkijkend, wat denkt u dat we beter kunnen doen in het komend tijdperk?

“Als met ‘we’ gewone mensen bedoeld wordt, dan hebben we geen keuze behalve te blijven opstaan, te blijven anderen informeren en organiseren, en niet toe te staan dat een aangepaste ‘populaire cultuur’ of gekaapte kwesties van ‘identiteit’ en ‘zelf’ ons afleiden en doen geloven dat een consumptiegerichte levensstijl een echte verandering is.”

Wat zouden internationale relaties kunnen zijn in, laat ons zeggen, vijftig jaar in de toekomst – niet land per land maar in termen van algemene relaties – als het was zoals het hoort te zijn?

“Mike, ik ben nu en vroeger nooit een futurist geweest. Ik maak slechte voorspellingen; dat niettegenstaande heb ik vertrouwen dat als we stil blijven terwijl de Amerikaanse oorlogsstaat, nu losgebroken, op haar bloedig pad verdergaat, we onze kinderen en kleinkinderen een wereld zullen nalaten met een apocalyptisch klimaat, gebroken dromen van een beter leven voor iedereen en, zoals de niet betreurde generaal Petraeus het zei, een staat van ‘permanente oorlog'”

“Gaan we dat aanvaarden of vechten we terug?”

 

The View From The Ground werd vertaald door de Vertaaldesk van dewereldmorgen.

steunen

Steun voor een nieuwe website

We hebben uw hulp nodig voor een essentiële opfrissing van de website. Om die interactiever, sneller en gebruiksvriendelijker te maken hebben we 30.000 euro nodig. Elke bijdrage, groot of klein, helpt. Met uw donatie ondersteunt u onafhankelijke journalistiek die de verhalen blijft brengen die er echt toe doen. Laat uw hart spreken.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!