WK-Veldhockey vrouwen India versus Japan in 2010. Foto: Luis Oviedo Ortiz is licensed under CC BY-SA 2.0. To view a copy of this license, visit https://creativecommons.org/licenses/by-sa/2.0/?
Anuradha Nagaraj, IPS

Ook WK Hockey oogst kritiek: dure stadions slorpen ontwikkelingsgeld op

Het wereldkampioenschap hockey, dat vrijdag in India begin, heeft de arme mijnregio Odisha al miljoenen gekost. Veel van de stadions en terreinen werden gebouwd met fondsen die voorzien waren voor de ontwikkeling van de achtergestelde regio.

woensdag 11 januari 2023 15:01
Spread the love

 

Elke zondag speelt Mahesh Beck veldhockey op een droog stuk land in de buurt van zijn dorp in het oosten van India. Toch had hij nog niet gehoord dat het wereldkampioenschap hockey voor mannen in zijn deelstaat plaatsvindt, of dat er 30 km verderop een nieuw veld van miljoenen roepies is aangelegd.

Dat speelveld in Hemgir, in de deelstaat Odisha, is een van de zestien nieuwe velden, naast een stadion met een capaciteit van twintigduizend man, dat speciaal gebouwd werd voor het wereldkampioenschap hockey voor mannen. De bouw werd gefinancierd met geld dat was uitgetrokken om het leven te verbeteren van de lokale bevolking, die schade ondervindt van de mijnbouw. De minister van Sport van Odisha zei in november dat de deelstaat ongeveer 11 miljard roepies (130 miljoen euro) had begroot om het toernooi te organiseren.

Dringender problemen

Gezien de affiniteit voor hockey in de mineraalrijke regio – waar elk dorp zijn eigen team heeft – hadden regionale ambtenaren gezegd dat de nieuwe infrastructuur ook moet dienen om opkomende hockeyspelers toegang te geven tot faciliteiten van wereldklasse.

Toch hebben dorpelingen, ngo’s en politici protesten georganiseerd in de deelstaat Odisha. Ze pikken het niet dat de hockey-infrastructuur gebouwd werd met geld dat bestemd is om het plaatselijke welzijn te bevorderen. De lokale bevolking heeft namelijk te kampen hebben met vervuiling, bodemdegradatie en waterschaarste die gelinkt worden aan  de mijnbouw. Veel mensen, zoals Beck, zien niet in hoe het nieuwe Hemgir-terrein van 98 miljoen roepie (1,15 miljoen euro) hun leven zou kunnen verbeteren. Volgens hem zijn er dringender problemen die moeten worden aangepakt.

“Ik wist niet eens van het nieuwe terrein, of dat er zo’n groot hockey-evenement zou plaatsvinden”, zegt de 24-jarige Beck tijdens een dorpsbijeenkomst. Daar wordt nog een ander heet hangijzer besproken: de dorpsbewoners vrezen voor hun lokale bosrechten, aangezien ze dreigen grond te verliezen door de uitbreiding van de mijnbouw. “Bovendien kan ik het me niet veroorloven om een kaartje te kopen om ook maar één wedstrijd te bekijken”, zegt Beck, die rondkomt van de verkoop van bosproducten, een beetje rijst verbouwt en informeel in de kolenmijnbouw werkt.

Steenkoolregio

De regio Sundargarh in Odisha – waar Beck woont – is rijk aan steenkool en ijzererts. De uitbreiding van de steenkoolwinning wordt door de regering beschouwd als de sleutel om aan de stijgende energievraag van India te voldoen. Het ijzererts voedt de talrijke staalindustrieën in het gebied.

Ook liefdadigheidsinstellingen hebben bezwaar gemaakt tegen de uitgaven voor het komende toernooi. Ze spreken van een “misbruik van fondsen” die bedoeld waren voor een rechtvaardige sociale transitie. Het geld moet volgens hen gebruikt worden voor banen en om het welzijn van lokale bewoners te verbeteren, aangezien veel dorpen door de mijnbouw worden getroffen.

De organisaties roepen op om meer geld te besteden aan sociale behoeften zoals gezondheidszorg, onderwijs en werkgelegenheid. Dat is ook zo bepaald in de regels voor de besteding van fondsen, die door mijnbouwbedrijven worden ingezameld en door de zogeheten Stichtingen van Districtsmijnen (DMF’s) worden uitgedeeld.

Volgens de regels moeten lokale gemeenschappen worden betrokken bij de financieringsbesluiten. Maar dorpelingen in Sundargarh zeggen dat ze niet werden geraadpleegd en dat hun toestemming voor de ondersteuning van het hockeytoernooi werd verondersteld.

“Dit is een door de gemeenschap gestuurd fonds en zij zouden inspraak moeten hebben in wat essentieel is voor hun ontwikkeling en welzijn”, zegt Oram Deme, voorzitter van het Anchalik Surakshya Committee, een groep die zich inzet voor de rechten van de inheemse bevolking in Sundargarh.

“De mensen krijgen te horen dat er geld is, ze worden gevraagd of ze het willen uitgeven en als ze knikken, wordt dat beschouwd als een geïnformeerde goedkeuring”, voegde Deme eraan toe. “Niemand weet wat het plan is als het WK afgelopen is – wie zal deze terreinen onderhouden en wie zal hier echt spelen?” Lokale politicus Shankar Oram, die zitting heeft in de DMF trust board van Sundargarh, zegt dat er “geld is toegewezen voor hockey zonder overleg met de gemeenschappen”.

Wieg van het Indiase hockey

Er zijn bijna zeshonderd hockeyteams in Sundargarh, dat vaak de “wieg van het Indiase hockey” wordt genoemd vanwege het aantal spelers uit het district dat voor het nationale team heeft gespeeld. “Behalve in de twee maanden van de moesson wordt het spel elke week gespeeld”, zegt Susanta Behera, een sportschrijver die werkt aan een boek over de geschiedenis van hockey in Sundargarh. “Je kunt de populariteit ervan afmeten aan het feit dat op bruiloften hockeysticks worden geschonken aan bruidsparen.”

De lokale bestuurder van Sundargarh, Gavali Parag Harshad, zegt dat de regering de liefde voor hockey in het gebied aanboort. Volgens hem is het gebruik van de ontwikkelingsfondsen voor de bouw van een stadion en de zestien velden in overeenstemming met de regels van de DMF.

“‘Waarom het geld niet uitgeven aan sport?’ is mijn vraag aan degenen die kritiek hebben op het idee”, zegt Harshad. “Spelers in elk administratief blok in het district zullen het gevoel krijgen dat ze op een internationaal veld spelen. Er komen kleedkamers en gymzalen bij de velden. Investeren in sport is goed.”

Vorige maand organiseerde Sundargarh hockeytoernooien om aandacht te vragen voor het komende WK, dat op 13 januari begint. Het team van Beck speelde en verloor, en hij kreeg een T-shirt met het logo van het evenement. Hij kon niet lezen wat erop stond.

Schaarse kolenbanen

Beck woont aan de rand van de mijn van Mahanadi Coalfields, een dochteronderneming van het staatsbedrijf Coal India, in Basundhara. Via de DMF’s – die in 2015 door de Indiase regering zijn opgericht – moeten mijnbouwpachters zoals Mahanadi Coalfields jaarlijks 10-30 procent van hun royalty’s bijdragen aan de verbetering van het welzijn en de werkgelegenheid in gebieden die door de industrie worden getroffen. De DMF’s, die zijn opgericht in 600 districten in 21 staten, hadden in maart 2022 meer dan 600 miljard Indiase roepies (7,1 miljard euro) in hun bezit, volgens gegevens van het mijnbouwministerie.

Uit een rapport van oktober blijkt dat de bijdragen aan de fondsen met bijna 25 procent gestegen waren ten opzichte van het voorgaande jaar. Dat was een gevolg van de toename van de mijnbouwactiviteiten, zegt een rapport van de ngo’s Mineral Inheritors Rights Association en Environics Trust.

Volgens Saswati Svetlana, co-auteur van het rapport, blijkt uit het onderzoek in vier staten dat “veel projecten die volgens de DMF-websites zijn goedgekeurd en voltooid, niet eens bestaan”. Dorpelingen die rond mijnen wonen hebben niet echt geprofiteerd van DMF-uitgaven, en bij gebrek aan audits is er geen controle op hoe het geld wordt besteed, zegt ze.

Fundamentele angst

Op de recente bijeenkomst in het dorp van Beck bespreken verontruste bewoners de mogelijkheid dat de mijnbouw hun voordeur bereikt. “We weten dat er diep onder onze grond steenkool ligt begraven”, zegt Beck’s oom Leious Kugur. “We proberen te begrijpen wat onze rechten zijn en hoe we eigendomscertificaten voor onze grond kunnen aanvragen onder de huidige wetgeving”, voegt de 55-jarige eraan toe. “Wetten veranderen, worden aangepast en de mijnbouw neemt toe. Als we onze papieren niet op orde hebben, krijgen we niets.”

Aan de basis van de protesten tegen de mijnbouw en het vermeende misbruik van DMF-fondsen ligt de fundamentele angst “dat alles verloren gaat en niets gewonnen wordt”, zegt Himanshu Upadhyaya, assistent-professor aan de Azim Premji Universiteit.

Upadhyaya, die controleverslagen en uitgaven van de DMF heeft gevolgd, zegt dat het fonds specifiek bedoeld is voor lokale ontwikkeling en niet om infrastructuur aan te leggen in steden die vele kilometers verderop liggen. “Er zou grote bezorgdheid moeten bestaan over het feit dat het wordt gebruikt om hockeyvelden aan te leggen, omdat het geld een zeer specifiek doel heeft. Het is heel moeilijk te zien hoe hockey het leven kan verbeteren van mensen die ontheemd zijn, grond zijn kwijtgeraakt of geen duurzame baan hebben.”

Beck verdient 300 Indiase roepies (4 euro) per dag als hij de kans krijgt om in de koolmijn te werken. “Onze uitgaven stijgen. Maar de bosproducten die we verzamelen nemen af, evenals de landbouwproducten door alle mijnbouw en vervuiling”, zegt hij. “We zien de mijnbouw uitbreiden, maar er zijn geen goede banen voor ons daar. De mijnen hebben meer genomen dan ze ons hebben gegeven.”

 

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd door IPS-partner Thomson Reuters News Foundation.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!