Boekcover Basic Books
Boekrecensie - Guy Vanthemsche

Ondernemingen en het “algemeen belang”: een onmogelijke relatie?

Historicus Guy Vanthemsche las 'For Profit – A History of Corporations' van William Magnuson, hoogleraar rechten aan de Texas A&M Law School. Bedrijven zijn geen natuurlijk economisch gegeven. Hun bestaansreden is helemaal niet evident en hun bijdrage aan het algemeen belang is allesbehalve duidelijk.

donderdag 29 december 2022 11:51
Spread the love

 

Kapitalistische ondernemingen, groot en klein, lijken wel een “natuurlijk” gegeven – het is alsof ze altijd hebben bestaan. Dat klopt natuurlijk niet: die bedrijven zijn het leven van de mensheid pas écht gaan beheersen in de loop van de laatste twee eeuwen.

Ook hun bestaansreden lijkt op het eerste gezicht evident: door (private) winst te (willen) maken, creëren ze jobs en welvaart, en hiermee is iedereen gebaat. Een win-winsituatie, zo luidt de courante opvatting.

Maar klopt die stelling wel?

Die vraag is relevant én dringend, want in onze samenleving worden steeds meer activiteiten het jachtgebied van kapitalistische ondernemingen. De “vermarkting” deint altijd verder uit: na alle productie- en consumptiegoederen, worden nu ook fundamentele behoeften als onderwijs, gezondheidszorg, vermaak, vervoer, bescherming, communicatie, enz., in toenemende mate beschouwd als gewone koopwaar die door of via kapitalistische (groot)bedrijven kan worden aangeleverd.

Het belang van die evolutie kan niet overschat worden en roept dus cruciale vragen op. Is de samenleving als geheel automatisch wel beter af als “alles” door ondernemingen wordt geproduceerd? Is het “algemeen belang” vanzelf gebaat bij ongebreidelde private winstdrang? En heeft de geschiedenis ons in dit opzicht iets te vertellen?

William Magnuson, een gediplomeerde van Harvard Law School en nu professor aan de Texas A&M University, stelde zich die vragen ook. Vroeger werkte hij voor Sullivan & Cromwell, een groot New Yorks advocatenkantoor gespecialiseerd in zakenrecht.

Gezien zijn achtergrond zou je verwachten dat hij de overheersende VS-ideologie omarmt: grootbedrijven moet je zoveel mogelijk winst laten maken, met zo weinig mogelijk “tussenkomst” van de overheid, dus met een minimale of liefst helemaal geen fiscaliteit en regulering – dat komt goed uit voor iedereen, zo wordt doorgaans beweerd.

Niet zo, stelt Magnuson in zijn pas verschenen boek For Profit – A History of Corporations. Om zijn analyse te staven, gaat hij ver terug in de tijd. Enkele iconische kapitalistische ondernemingen passeren achtereenvolgens de revue, vanaf het oude Rome tot en met Facebook1.

Magnusons boek is geen klassiek handboek economische geschiedenis, maar een onderhoudend en meeslepend geschreven overzicht van enkele spraakmakende grootbedrijven – gelardeerd met een aantal anekdotes, maar ook voorzien van “lessen”.

Opgericht voor het ‘algemeen belang’…

En dit is volgens Magnuson de belangrijkste les: in het verleden werden corporations (lees “naamloze vennootschappen”) opgericht om ’s lands algemene belangen te dienen. Daarom moesten ze vroeger ook de toelating van de overheid bekomen.

Evenwel: “In the last century, we have lost sight of the true spirit of corporate enterprise. We have elevated profit seeking from a means to an end to an end in itself” (p. 10) (“In de afgelopen eeuw zijn we de ware geest van naamloze vennootschappen uit het oog verloren. We hebben het streven naar winst verheven van middel tot doel, ja zelfs tot doel op zich”).

Winst omwille van de winst is volgens hem dus een gevaarlijk uitgangspunt, hoewel dat vandaag precies dominant is. Kapitalistische grootondernemingen waren en blijven uiterst succesvolle veranderingsmachines, uniek in de menselijke geschiedenis. Ze konden en kunnen formidabele dingen realiseren.

Om enkele voorbeelden van het boek aan te halen:

  • geld snel en efficiënt doen circuleren (zoals de bank van de Medici in de 15de eeuw);
  • tropische goederen massaal en goedkoop beschikbaar maken voor de West-Europese consument (de Britse East India Company);
  • een performant transcontinentaal transportsysteem uitbouwen (de Union Pacific Railroad in de VS tijdens de 19de eeuw);
  • aan de lopende band goedkope individuele auto’s produceren voor de brede middenklasse en tegelijk de arbeiders beter betalen (Ford);
  • olie boren in de meest onherbergzame plekken van de planeet om iedereen een goedkope energievorm te bezorgen (Exxon);
  • een gratis digitaal communicatieplatform ontwikkelen waarvan ongeveer de helft van de mensheid gebruik maakt (Facebook).

Maar die ongeziene krachttoeren produceerden (en produceren nog steeds), naargelang van het geval, ook een hele stroom van even ongeziene negatieve effecten: machtsmisbruik, systemische fraude en leugens, omkoperij, kolonisatie en oorlog, uitbuiting van werkkrachten, massale afdankingen, belastingontduiking, fabuleuze verrijking van enkelingen, electorale manipulatie, politieke beïnvloeding, vernietiging van de natuur.

Allemaal zaken waarmee het “algemeen belang” duidelijk niet gediend is, en die de samenleving onder gevaarlijke spanning zetten, ja zelfs helemaal ontwrichten.

Magnuson eindigt zijn boek met iets wat op wishful thinking lijkt: “I hope that we will rediscover the vision of the corporation as an engine for the common good” (p. 303) (“Ik hoop dat we de naamloze vennootschap zullen herontdekken als een instrument voor het algemene belang”). Hij eindigt daarom met een reeks aanbevelingen die eerst en vooral beroep doen op het morele inzicht van de eigenaars en de leiders van de grootbedrijven.

Bijvoorbeeld: “Regardless of the potential for profit, corporations should avoid taking actions that undermine the foundations of democracy itself” (p. 304) (“Afgezien van de winstmogelijkheden zouden ondernemingen moeten vermijden om handelingen te ondernemen die de grondvesten van de democratie zelf aantasten”), want in zijn visie “capitalism and democracy must be allies, not antagonists” (p. 323).

Indien het spontane ethische gevoelen van de bedrijfsleiders niet zou volstaan om dat algemene belang te vrijwaren (wat me – eerlijk gezegd – ook uiterst waarschijnlijk lijkt …), dan vermeldt Magnuson een hele reeks maatregelen die de overheid zou moeten nemen.

Dat lijkt me ook de gepaste conclusie: zonder stevige, duidelijke, efficiënte en pertinente regulering van de corporations door écht democratische staten riskeren we op middellange termijn dramatische gevolgen te ondergaan.

In afwachting dat de mensheid nieuwe vormen van grootschalige collectieve economische samenwerking uitvindt – want zoals alle menselijke creaties is ook de kapitalistische grootonderneming niet voor de eeuwigheid gemaakt.

 

William Magnuson. For Profit – A History of Corporations, London, Basic Books, 2022, 357 pp., ISBN 978 1399 8052 09.

Note:

1   Naast de voorbeelden die we straks vermelden, behandelt hij ook de societates publicanorum in het oude Rome en, veel recenter, de minder bekende firma Kohlberg, Kravis & Roberts (KKR), die in de jaren 1970-1980 pionierde in leveraged buyouts, namelijk het opkopen, hoofdzakelijk met andermans geld, van ondernemingen die dan “gesaneerd” en doorverkocht worden voor grote winsten, vaak met een ongeziene sociale kost en een enorme schuldenberg.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!