Afbeelding van Chuk Yong via Pixabay
Opinie - Els Van de Velde

Peiling wiskunde: beroepsleerling krijgt steeds meer theorie te verwerken

Voor de zoveelste keer krijgen de wiskundeleerkrachten een slecht rapport. Bevindingen van peilingstoetsen zijn niet persoonlijk te nemen, het zijn veralgemeenheden die voor interpretatie vatbaar zijn. Verklaringen genoeg om deze “ondermaatse” resultaten te verantwoorden. Toch raken zulke publicaties mij steeds opnieuw persoonlijk. Misschien heb ik te veel beroepsfierheid, misschien wil ik niet zien dat ondanks grote inspanningen van veel wiskundeleerkrachten resultaten uitblijven.

vrijdag 16 december 2022 10:23
Spread the love

 

Na 30 jaar wiskunde onderwezen te hebben aan minder theoretisch geschoolde jongeren mag ik misschien toch enkele bevindingen neerpennen. Wie de zelftest van de Standaard maakte om zijn of haar basisgeletterdheid te testen zal misschien bij enkele vragen het schaamrood op de wangen gekregen hebben. Sommige vragen zijn helemaal niet zo evident om als 14-jarige voorgeschoteld te krijgen.

Al helemaal niet wanneer ze uit de vertrouwde context van een handboek of andere wiskundemethode gerukt zijn. Wie zelf les geeft aan deze groep jongeren weet ondertussen wel al langer dan vandaag dat de aangeboden (en laat ons hopen ingestudeerde) leerstof vaak heel kort blijft hangen en moeilijk geïntegreerd raakt in het dagelijkse leven.

Interne motivatie?

Voor praktisch gerichte jongeren is de verklaring eenvoudig: tot wanneer ze het echt nodig hebben zal het hen worst wezen om een of andere vaardigheid in te oefenen. Ik hoor de pedagogen graag verkondigen dat we op zoek moeten gaan naar de interne motivatie van een leerling om zo tot “leren” te komen. Laat ons eerlijk zijn… wie van ons heeft deze interne motivatie op 12-jarige leeftijd gevoeld wanneer hij of zij in de wiskundeles zat? Wat maakt het uit voor een jongere met praktische skills hoeveel liter verf ze nodig hebben om een lokaal te schilderen als ze dit niet zelf moeten doen (en aankopen)? Wat maakt het hen uit hoeveel euro ze terugkrijgen bij de aankoop van een stofzuiger zolang ze er zelf geen nodig hebben, trouwens wanneer je betaalt met je bankkaart is dit vraagstuk totaal overbodig.

Hiermee wil ik niet gezegd hebben dat het niet zinvol is om deze leerstof aan te bieden. Ik wil hier vooral een lans breken voor de beroepsleerling die dankzij de hervorming steeds meer theorie te verwerken krijgt en daardoor minder “met de handen” kan bezig zijn.

Ongeveercultuur

Dit neemt niet weg dat met deze resultaten voor mij nogmaals bewezen is dat al deze hervormingen geen aarde aan de dijk brengen wat “kwaliteit” van het onderwijs in het algemeen betreft. Waar ik mij vooral zorgen over maak is de “ongeveercultuur” die ik bij leerlingen zie binnensluipen en die nefast is voor hun verdere opleiding en beroepsleven. Inspecties beweren dat een eerlijke evaluatie moet ontdaan worden van andere  “ondergeschikte vaardigheden”, zoals te laat indienen, geen materiaal bij hebben, verfrommelde huiswerken, halfslachtige zinnen op toetsen waar je als leerkracht zelf de essentie van moet zoeken, en tegenwoordig het niet bij hebben van chromebook of andere digitale middelen. Volgens mij is dat net waar het bij beroepsleerlingen vooral om draait. Het is met pijn in het hart dat ik vaststel dat nog zo weinig jongeren in deze groep fierheid mogen ervaren over wat ze zelf presteerden en vooral over waar ze zelf een inspanning voor gedaan hebben. Hoe kan je deze groep die fierheid overbrengen als ze weten dat ze toch op basis van leeftijd kunnen overgaan naar een volgend jaar ongeacht wat ze presteerden? Hoe kan je als leerkracht de motivatie bij deze jongeren opwekken als vooral hun theoretische kennis er toe doet (dan spreek ik over de eerste graad)?
En trouwens… hoe doe je dat als het antwoord voor de meeste van hun vragen in hun broekzak zit, als hun smartphone voor 100% opgeladen is. (vanaf 5% weten de meesten perfect dat het tijd wordt voor probleemoplossend denken, het dichtstbijzijnde stopcontact zoeken).

Allemaal een beetje kort door de bocht waarschijnlijk maar wanneer gaan de “beleidsmensen” eens inzien dat problemen in het onderwijs een weerspiegeling zijn van de maatschappelijke problemen? En dan heb ik het nog niet over anderstaligheid, armoede, verwencultuur (ik noem het liever curlingcultuur), digitale ongeletterdheid…

Deze resultaten van de wiskundepeilingen zijn zo voorspelbaar en eigenlijk heel bedroevend. Zolang men ervan uitgaat dat elk kind van jongs af aan maar beter alles kan, zolang blijft er te weinig tijd over om echt iets grondig te kunnen.

 

Afbeelding van Chuk Yong via Pixabay 

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!