John Ruehl, Globetrotter Media

Waarom er geen eind komt aan de destabilisering van Libië

Binnenlandse rivaliserende actoren in Libië worden uitgebuit door buitenlandse mogendheden, terwijl die hun rol in het broze land trachten te bagatelliseren.

woensdag 12 oktober 2022 09:20
Spread the love

 

Dictator Moe’ammar al-Khaddafi vestigde na zijn militaire staatsgreep in 1969 stevig zijn heerschappij over Libië, een heerschappij die meer dan 40 jaar zou standhouden. Zijn leiderschap werd gekarakteriseerd door een verscheidenheid aan politieke ideologieën: panarabisme, panafrikanisme, socialisme, links islamisme … nog versterkt door een personencultus. Hoewel onder zijn bewind de levensstandaard van de meeste Libiërs verbeterde, groeide er onder sommige niet-Arabische bevolkingsgroepen, extremistische moslims en andere politieke tegenstanders een wrok tegen Khaddafi.

Toen de Arabische Lente in februari 2011 vanuit buurland Tunesië uitbreidde naar Libië maakten demonstranten en milities zich meester van delen van het land. In de daaropvolgende weken heroverden loyale troepen grotendeels wat ze sinds het uitbreken van de protesten hadden verloren, maar, Khaddafi’s historische vijandigheid indachtig, namen westerse regeringen de gelegenheid te baat om in maart 2011 een vliegverbod in te stellen en de Libische troepen te bombarderen.

Direct na Khaddafi’s dood rezen vragen over hoe Libië politiek te herstructureren zodat het geen failed state zou worden. Maar de milities weigerden zich te ontwapenen

Naast steun van regionale bondgenoten in het Midden-Oosten heeft een NAVO-interventie de lokale milities goed geholpen om Khaddafi omver te werpen. Hij werd later gevangengenomen en geëxecuteerd in oktober 2011. Direct na zijn dood rezen vragen over hoe Libië politiek te herstructureren zodat het geen failed state zou worden. Maar de milities weigerden zich te ontwapenen en met steun van hun bondgenoten streden ze om grondgebied en om de controle over de broze nieuwe nationale instellingen van Libië.

Moe’ammar al-Khaddafi, foto: publiek domein

Uiteraard erfde de Nationale Overgangsraad (NTC), die was opgericht om de rebellengroepen tegen Khaddafi te coördineren, na de oorlog een groot deel van de Libische regering. Maar een aantal landen erkende zijn gezag niet en na de overdracht van de macht aan het Algemeen Nationaal Congres (GNC) in 2012 moest de zwakke centrale regering van Libië gaandeweg de politieke controle over het enorme grondgebied afstaan aan rivaliserende groepen.

De bijna 7 miljoen inwoners van Libië wonen voornamelijk in de steden langs de noordelijke kust. Die steden hebben elk een sterke regionale identiteit ontwikkeld. Historisch was er bovendien een oost-westscheiding tussen de kustprovincies Cyrene in het oosten en Tripolitanië in het westen.

Daarbij woont er in de grote steden van Libië, voornamelijk in Misrata, een grote Turkse en gedeeltelijk Turkse minderheid. De meesten van deze mensen stammen af van een Ottomaanse soldaat die met een lokale vrouw gehuwd is tijdens de Ottomaanse overheersing die duurde van 1551 tot 1912. Hoewel ze niet echt een homogene groep vormen, stond het merendeel van hen op tegen Khaddafi toen de protesten in Libië begonnen.

Door het ontbreken van een centraal gezag in het rurale zuiden van Libië hebben de Toearegs in het zuidwesten en de Toeboes in het zuidoosten in de loop van de geschiedenis een grote onafhankelijkheid verworven. Terwijl de meeste Toearegs Khaddafi steunden, kozen de Toeboes de kant van de revolutionairen. De spanning tussen beide stammen nam toe, allebei wilden ze de controle over de stad Ubari, de smokkelroutes en de energie-infrastructuur.

Afgezien van etnische en culturele twisten werd Libië na de val van Khaddafi eveneens gedestabiliseerd door radicale islamisten. IS en het aan Al Qaida gerelateerde Ansar Al-Sharia konden vlot rekruteren onder de door werkloosheid geplaagde, relatief jonge bevolking van Libië. Voor veel militieleden, met hun frontervaring en zonder veel economische vooruitzichten, was een terugkeer naar een burgerbestaan weinig aantrekkelijk. Dit alles maakte, samen met de instroom van buitenlandse jihadisten, dat het geweld nooit ophield.

Het lukte niet om het toenemende geweld tussen lokale actoren in te perken

Door de rivaliteit tussen al die groeperingen kwam het in 2014 tot een tweede Libische burgeroorlog. In december 2015 werd – door bemiddeling van de VN – de Libische Politieke Overeenkomst (LPA) ondertekend om een Presidentiële Raad (PC) in te stellen voor de benoeming van een eenheidsregering in Tripoli. Het lukte evenwel niet om het toenemende geweld tussen lokale actoren in te perken.

Nu domineerden twee grote entiteiten het land. De Regering van Nationale Overeenkomst (GNA), onder voorzitterschap van de PC, werd in maart 2016 erkend om Libië te leiden, met Fayez Serraj als Libische premier. Er waren ook leden van politieke islamistische groeperingen in opgenomen.

Tezelfdertijd weigerde het Libische Huis van Afgevaardigden (HoR) de GNA te steunen. Het Hor, dat door politieke druk en islamistische milities in 2014 uit Tripoli was verdreven, verhuisde naar Tobruk in Cyrene. Het wordt geleid door voormalig generaal Khalifa Haftar, hoofd van het nationaal leger van Libië (het LNA).

Generaal Khalifa Haftar, foto: Magharebia
Creative Commons Attribution 2.0

De GNA kreeg niet alleen officiële erkenning van de VN, maar ook van de belangrijkste Libische economische instellingen, zoals de Nationale Bank van Libië. Toch bleven de GNA en het HoR doorvechten om het meeste invloed op de Nationale Oliemaatschappij, terwijl veel andere nationale instellingen gedwongen werden met beide facties samen te werken.

Als op het leiderschap van Libië rivaliserende aanspraken worden gemaakt heeft militaire macht daar ook een cruciale rol in gespeeld. In 2017 veroverde Haftars leger Benghazi en vestigde daarmee zijn macht over grote delen van het oosten en het centrum van het land. Maar zijn poging om Tripoli in te nemen in 2019-2020 werd verijdeld door de GNA en geallieerde troepen, waardoor het HoR zich op verschillende fronten terugtrok. In oktober 2020 maakte een staakt-het-vuren tussen de GNA en haar tegenstrever het LNA een einde aan de oorlog, maar de spanningen en het geweld bleven bestaan.

Buitenlandse inmengingen

De Libische burgerstrijd werd verder nog aangewakkerd door buitenlandse machten. Turkije verzette zich tegen de NAVO-interventie van 2011, maar steunde zelf Libische Turken, van wie sommigen in 2015 de Libya Koroglu Association oprichtten om met Turkije te kunnen samenwerken. Ook heeft Ankara jarenlang de GNA ondersteund met wapens, geld en diplomatie. Turkse legereenheden en militaire technologie zijn cruciaal geweest om Haftars aanval op Tripoli af te slaan.

Hoofdzaak voor Ankara blijven de Turkse zakenbelangen in Libië en de wens om zijn macht rond de Middellandse Zee te vergroten. In juni werd een wet gestemd die het mandaat voor de inzet van militairen in Libië met 18 maanden verlengt. Zowel Turkije als Qatar, dat ook de GNA sterk heeft gesteund, werken nauw samen met de Libische tak van de moslimbroederschap en aanverwante politieke kringen in Libië, met de bedoeling een vorm van politieke islam te promoten die wedijvert met de Saoedische plannen.

Met slechts weinig grote belangen in Libië hebben de VS stilzwijgend nieuwe interventies gesteund in een conflict dat ze zogenaamd hadden gewonnen, maar van 2015 tot 2019 hielpen de VS de GNA met luchtaanvallen en militaire ondersteuning om IS uit veel Libische steden te verdrijven. Toch is Washington op zijn hoede gebleven voor associatie met het Libische conflict en met de islamistische bondgenoten van de GNA. En vóór de burgeroorlog hebben de VS Haftar decennialang bescherming geboden en steun verleend om Khaddafi onder druk te zetten.

Egypte is een van de belangrijkste bondgenoten van het HoR: het heeft wapens geleverd, militaire ondersteuning en een veilig vluchtoord via de oostgrens van Libië. Naast het beschermen van de Egyptische bevolking in Libië probeert de Egyptische, door militairen geleide, regering ook de politieke islam in de regio te onderdrukken. Na zijn eigen revolutie werd Egypte zelf van 2011 tot 2013 kort door de moslimbroederschap geregeerd. Caïro gaf in 2020 zijn goedkeuring aan een interventie in Libië.

Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), die er gelijkaardige belangen bij hebben om vijandige politieke islamistische groeperingen in de regio te onderdrukken, hebben Haftar van fondsen en wapens voorzien. Dit bracht hen nader tot Rusland, dat ook Haftar geholpen heeft met aanzienlijke militaire steun. Die omvatte gevechtsvliegtuigen met Russische piloten van het militaire privé-agentschap Wagner, dat in Libië vermoedelijk gedeeltelijk door de VAE wordt gefinancierd.

De destabilisering van Libië past in het geheel van pogingen van het Kremlin om invloed uit te oefenen op Europa.

De destabilisering van Libië past in het geheel van pogingen van het Kremlin om invloed uit te oefenen op Europa. Haftars troepen en zijn aanhangers slaagden erin de Libische olie-export te blokkeren, eerst in 2020 en opnieuw eerder dit jaar, waardoor de aanvoer naar Europa in het gedrang kwam en Ruslands invloed vergrootte. Bovendien bevorderden de instabiliteit in de regio en de poreuze grenzen de migratiestroom naar Europa, wat dan weer de populariteit vergrootte van uiterst rechtse politieke partijen, die de laatste twintig jaar dichter tegen Rusland zijn gaan aanschurken.

Ook van Frankrijk kreeg het HoR hulp, weliswaar minder direct. Officieel stond Frankrijk achter de VN-onderhandelingen en de GNA en het probeerde de perceptie van zijn betrokkenheid bij het conflict te minimaliseren. Maar de dood van drie Franse undercoversoldaten in Libië in 2016 bewees dat Parijs nauw betrokken was bij de Libische  burgeroorlog. Frankrijk heeft voor miljarden aan wapens verkocht aan Saoedi-Arabië en de VAE om Haftar te helpen. Dit past in de inspanningen van Frankrijk om in Afrika, waar het aanzienlijke belangen heeft, islamistische groeperingen te onderdrukken.

Het standpunt van Frankrijk leidde tot kritiek van de westerse bondgenoten. In 2019 blokkeerde Frankrijk een EU-verklaring waarin Haftar werd opgeroepen zijn offensief tegen Tripoli te staken. Door zijn steun aan Haftar heeft Frankrijk de relaties met Italië ernstig ondermijnd, toen dat land zijn economische invloed in Libië zag afnemen.

Sinds het einde van de tweede Libische burgeroorlog in 2020 zijn er stappen ondernomen om het land te verenigen. In 2021 werd een Regering van Nationale Eenheid geïnstalleerd om de politieke krachten in Libië te bundelen en in juli 2022 slaagde de nieuwe premier Abdul Hamid Dbeibeh erin een staakt-het-vuren overeen te komen met Haftar.

Voor buitenlandse mogendheden die doorgaan met Libië te destabiliseren zijn er relatief weinig risico’s en hoge beloningen

Maar op basis van de huidige strategie van beperkt interveniëren zijn er voor buitenlandse mogendheden die doorgaan met Libië te destabiliseren relatief weinig risico’s en hoge beloningen. Turkije en Rusland gebruiken het conflict ook om in Syrië het overwicht te verkrijgen over de andere. Met de herhaaldelijk uitgestelde verkiezingen in Libië en rivaliserende lokale én internationale actoren die het land willen domineren, lijkt het erop dat de Libische burgers nog steeds zullen worden gebruikt, in plaats van geholpen om een stabiele en veilige toekomst voor hun land te bouwen.

 

Deze tekst verscheen oorspronkelijk op Scoop News. Vertaling Hilde Baccarne

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!