Analyse -

Vlaamse toetsen verschralen het onderwijs

In één van haar adviezen vraagt de Commissie Brinckman, een panel dat op vraag van onderwijsminister Weyts nadacht over onderwijskwaliteit, om van gestandaardiseerde toetsen gebruik te maken om de leerprestaties te verhogen. Uit de toelichting bij dit advies blijkt dat de commissie grotendeels aansluit bij de Vlaamse toetsen die vanaf het schooljaar 2023-2024 ingevoerd worden. Dat kan betekenen dat de onderwijsinhoud verschraalt, en dat de scholen autonomie verliezen.

maandag 21 maart 2022 11:23
Spread the love

 

Dalende onderwijskwaliteit

Als de Commissie Brinckman stelt dat de onderwijskwaliteit daalt, wijst ze op dalende cijfers in internationaal vergelijkend onderzoek, zoals PISA, een gerenomeerd onderzoek dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft uitgevoerd. PISA kijkt naar onderwijs als middel om een economie te versterken. Daarvoor is het nodig dat alle leerlingen sterk zijn in begrijpend lezen en rekenen, en dat ze een basis hebben in wetenschap. Het klopt dat Vlaanderen in die onderzoeken een stap achteruit heeft gezet. Om daaruit te concluderen dat de onderwijskwaliteit in het algemeen daalt is een stap verder.

Er zijn andere vakken, zoals geschiedenis en lichamelijke opvoeding, onderwerpen die in meerdere vakken aan bod komen zoals informatica, cultuurbeschouwing en mediawijsheid, en er is de toenemende aandacht voor het samenleven en welzijn van de leerlingen. Als de uitdagingen op die vlakken groter worden, is het begrijpelijk dat wiskunde, wetenschap en lezen een beetje aan belang inboeten. Ten slotte kan je niet alles wat een leerling leert met een toets onderzoeken. Complexe vaardigheden en attitudes kan je enkel beoordelen door langdurige observatie. Dat is het werk van de leraar.

Niemand voldoet aan alle eindtermen, daarvoor zijn er eenvoudigweg te veel.

Het rapport van de Commissie Brinckman stelt de vraag of scholen niet vaak diploma’s uitreiken aan leerlingen ‘die het niet verdienen’. Zonder invoering van een centraal kwalificerend examen is het inderdaad de vrijheid van de school om te interpreteren welke leerling voldoende heeft geleerd om een diploma te krijgen. Niemand voldoet aan alle eindtermen, daarvoor zijn er gewoonweg te veel. Over de Onderwijsinspectie, die de kwaliteit van het onderwijs controleert, stelt de commissie dat die zich vooral op het onderwijs- en beleidsproces richten, en onvoldoende op de leerprestaties.

Peilingsonderzoek

Peilingen zoals we die tot nu toe in het Vlaams onderwijs kennen, worden in 2022 voor het laatst uitgevoerd. Het gaat om onderzoek op vraag van de overheid: in welke mate bereiken de leerlingen de vooropgestelde eindtermen?

De peilingen gingen over uiteenlopende onderdelen: wiskunde, wetenschappen en informatica, Nederlands (lezen, schrijven en spreken), mediawijsheid of burgerzin. De peilingen werden herhaald om tendensen te onderzoeken. Er werd slechts aan een beperkt aantal scholen gevraagd om aan een peiling deel te nemen, niet meer dan nodig was om een representatief beeld te krijgen van de onderwijskwaliteit in Vlaanderen. Scholen die niet deelnamen konden dezelfde materie onderzoeken bij hun leerlingen met een paralleltoets. In de feedback vonden de scholen terug hoe hun leerlingen het doen tegenover leerlingen met dezelfde socio-economische achtergrond. De beste school is dus niet de school die de wiskundeolympiade wint, maar de school die het meest de verwachtingen overtreft.

De beste school is de school die het meest de verwachtingen overtreft.

Naast de paralleltoetsen onderzoeken de meeste basisscholen ook hun eigen kwaliteit met toetsen die ontwikkeld worden door de onderwijskoepels, zoals de interdiocesane toetsen in het Katholiek onderwijs, en de OVSG-toetsen, die ontwikkeld worden door de koepel van het stedelijk en gemeentelijk onderwijs, maar die ook gebruikt worden in het Gemeenschapsonderwijs (GO!).

Tijdens de vorige beleidsperiode besloot minister Crevits dit systeem van toetsen te stroomlijnen en te valideren. Dat proces wordt nu concreet onder de noemer Vlaamse toetsen.

Vlaamse toetsen

De Vlaamse overheid stelt dat ze de interne kwaliteitszorg van scholen en de onderwijskwaliteit wil verhogen met digitale gestandaardiseerde, genormeerde en gevalideerde toetsen voor het vak Wiskunde en een deel van het vak Nederlands (lezen, schrijven en grammatica). “Zoveel mogelijk leerlingen” moeten de toets afleggen, twee keer in het lager onderwijs, twee keer in het secundair. Waar de peilingsonderzoeken enkel een wetenschappelijke meting wilden van de onderwijskwaliteit, met de paralleltoets als vrijblijvende afgeleide, wil men nu duidelijk dat alle scholen op een gestandaardiseerde manier naar hun eigen interne kwaliteitszorg kijken. Scholen die onvoldoende scoren op de toetsen moeten verplicht een remediëringstraject volgen. Daarbij wordt wel gekeken naar leerlingenkenmerken.

""

De scholen mogen de resultaten van de toetsen meenemen in de individuele beoordeling van de leerlingen. De ouders krijgen toegang tot de resultaten die de school behaald heeft, maar het is niet de bedoeling om een rangschikking van de scholen op te stellen. Scholen mogen hun resultaten ook niet gebruiken om leerlingen te werven.

De Vlaamse toetsen vervangen de interdiocesane proeven of OVSG-toetsen niet, die blijven naar alle waarschijnlijkheid apart bestaan.

Centrale examens

Sommige landen organiseren ook centrale eindexamens die alle leerlingen moeten afleggen. De praktijken verschillen per land. In Frankrijk leggen leerlingen een door de overheid georganiseerd examen af, het bacchalauréat, dat bepaalt of ze een diploma krijgen, en toegang tot het hoger onderwijs. In Engeland kiest een leerling de vakken waarvoor hij een extern ontwikkelde toets aflegt. Universiteiten schrijven enkel leerlingen in die voldoende goede resultaten op die testen behaald hebben. In Nederland leggen veel leerlingen een CITO-toets af, maar het blijft de school die beslist of een leerling zijn of haar diploma krijgt.

De Vlaamse toetsen zoals ze nu uitgerold worden, zijn niet gelijk te stellen met een centraal examen.

Socio-economische achtergrond

Onderwijsresultaten worden voor ongeveer 40 procent bepaald door de sociaal-economische achtergrond van de leerlingen. Wie in een rijk gezin opgroeit, haalt over het algemeen betere resultaten op school, bijvoorbeeld omdat de omstandigheden om thuis te studeren beter zijn, maar ook omdat de ouders beter kunnen helpen. Dat betekent dat het voor een school eenvoudiger is om goede resultaten voor te leggen naar mate er minder arme leerlingen de lessen volgen. Maar leerlingen uit die armste groep halen wel betere studieresultaten als de gemiddelde sociaal-economische status van de school hoger wordt. De arme leerling heeft dus meer baat bij een sociale mix. De Vlaamse toetsen zouden in hun feedback naar de scholen de sociaal-economische context meenemen. Toch blijft de angst dat een erg kwantitatieve kijk op onderwijskwaliteit ertoe zal leiden dat scholen op zoek zullen gaan naar een meer welgesteld publiek.

De commissie Brinckman haalt onderzoek uit Duitsland aan waaruit blijkt dat de impact van de sociale achtergrond van de leerlingen kleiner is in deelstaten die centrale examens organiseren. Ander onderzoek wijst erop dat centrale toetsen de leerprestaties van alle leerlingen verbeteren. Het is logisch dat die verbetering in de eerste plaats te vinden is in dat deel van de leerstof die ondervraagd wordt tijdens de centrale toets.

Teaching-to-the-test

Centrale toetsen maken met andere woorden aan scholen duidelijk welke leerstof er echt toe doet: lezen, schrijven, spreken en wiskunde. Een school die enkel op die onderwerpen focust, en andere vakken verwaarloost, scoort goed op de centrale toetsen. Dat noemen we ‘teaching-to-the-test‘, en het is een verschraling.

Ze leggen ook het niveau vast, de school weet wat er voldoende is om het diploma toe te kennen. Dat zal in sommige scholen, vaak met een armere leerlingenpopulatie, betekenen dat er een tandje bij moet gestoken worden, maar in zogenaamde elitescholen zal dat de lat juist lager kunnen leggen. Daarvan zullen de leerlingen met lagere sociaal-economische status die school lopen in zo’n eliteschool profiteren. Of daarmee de onderwijskwaliteit echt stijgt, is wel een andere vraag.

Andere scholen zullen hun resultaten proberen te verbeteren door een ander soort leerlingen te werven. Leerlingen met een lager sociaal-economisch profiel zullen dus nog sterker dan nu aangemoedigd worden om een studie in het aso op te geven en hun heil te zoeken in tso of bso.

In het algemeen neemt de invoering van centrale toetsen scholen een belangrijk instrument om zelf beleid te voeren uit handen. Ook al mogen scholen zelf beslissen in welke mate de toetsen meetellen voor het eindresultaat van de leerlingen, hun eigen werking wordt wel aan de hand van deze toetsen beoordeeld. Wat ze in andere vakken bereiken telt minder mee, en het welbevinden van de leerlingen of het werkplezier van de leerkrachten speelt helemaal geen rol.

Rangschikking

Als de ouders inderdaad inzicht krijgen in de resultaten op schoolniveau is het niet te vermijden dat er, ondanks de beloften, wel degelijk een rangschikking van de scholen kan opgesteld worden. Weliswaar niet door de overheid of de onderwijskoepels, maar het zal niet moeilijk zijn voor een krant of tijdschrift om de nodige gegevens bij elkaar te sprokkelen en beschikbaar te stellen.

Het zal niet moeilijk zijn een rangschikking van scholen op te stellen.

Het is een redelijke vraag van ouders om zoveel mogelijk te weten te komen over de onderwijskwaliteit in een school. Maar daarvoor zou het interessanter zijn om de doorlichtingsverslagen van de Onderwijsinspectie leesbaarder te maken. De inspectie kijkt naar de context waarbinnen een school functioneert en naar de manier waarop een school werkt en de eigen kwaliteit bewaakt. Dat wordt niet in cijfers uitgedrukt maar omschreven in een tekst die een beeld geeft van sterktes en zwaktes van een school.

 

Bronnen:

BRINCKMAN (Ph) et al (2021): Naar de kern: leerlingen en hun leer-kracht: https://onderwijs.vlaanderen.be/sites/default/files/2021-10/RAPPORT-OK19%20oktober.pdf

DE MAN (L), DENYS (K) (red) (2021), Vlaamse toetsen, waar vandaan en waar naar toe? Gent, Politeia

DE ZUTTER (D): Vlaanderen en Nederland: werk maken van desegregatie in het onderwijs, De Democratische School december 2021

LIBERT (N): Rapport Brinckman: investeer in leerkrachten, niet in centrale toetsen, Tribune maart 2022

VLOR (2021) Nood aan debat over gevalideerde, gestandaardiseerde en genormeerde proeven: https://assets.vlor.be/www.vlor.be/advice_final_attachments/AR-AR-ADV-2122-006_1.pdf

STANDAERT (R) Wat er mis is met de Vlaamse toetsen:de microkosmos van onze klassen wordt omgesmeed tot een cijferdans, De Morgen 17 februari 2022

https://www.onderwijs.vlaanderen.be/nl/beleid/onderwijsregelgeving-in-ontwikkeling/vlaamse-toetsen (geraadpleegd op 15 maart 2022)

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!