Opinie - Wouter Wanzeele, Frederik Schols, Kaat Severs

Moderne slavernij: Gevangenisarbeid aan schandalig lage lonen in nieuwe gevangenis Haren

In Brussel komt de oplevering van de gevangenis van Haren steeds dichterbij. Deze mastodont, die volgens sommigen een nieuw model van detentie inhoudt en volgens anderen meer van het ouderwetse gevangenissysteem in moderne bakstenen zal zijn, komt in de plaats van de gevan-genissen in Sint-Gillis, Vorst en Berkendael. Het einde van een tijdperk?

woensdag 19 januari 2022 11:24
Spread the love

Wat we al zeker weten, is dat het inzetten van gevangenisarbeid om de overgang te realiseren net doet terugdenken aan de arbeidsomstandigheden in de periode voor de bouw van de gevangenissen van Vorst en Sint-Gillis. De 19de-eeuwse periode waar zelf vakbonden nog moesten ontwikkelen. Want wat stellen we vandaag vast: mensen in detentie in de Brusselse gevangenissen worden gevraagd om op de site van de gevangenis van Haren van december 2021 tot en met februari 2022 werk te verrichten aan 2,5 euro per uur.

De FOD Justitie maakt hier een weldoordachte keuze. In het werkhuis van de gevangenis van Vorst wordt hen dagdagelijks gevraagd om te werken voor 1 euro per uur, meer specifiek voor het plakken van etiketjes op glazen flesjes. Nu kunnen diezelfde mensen ‘aan betere werkvoorwaarden’ houten meubels uit camions lossen in de gevangenis van Haren.

Het toont de 19e eeuwse werksituatie waarin mensen in detentie zich bevinden: arbeid zonder contract, arbeid aan een loon tussen 1 en 4 euro per uur, arbeid zonder opbouw van sociale rechten, geen verzekering bij arbeidsongevallen,… Ze worden buiten de sociale wetgeving gehouden en zo systematisch uitgebuit (Naessens, Wanzeele & Verheyen, 2019).

De FOD Justitie zag een kans: het uitbesteden van deze werkopdracht aan een externe firma zou immers veel meer geld kosten. Mensen in detentie zijn heel goedkope werkkrachten in een afhankelijke positie. Wie van hen zou er nu ‘nee’ zeggen tegen een hoger loon?

Bovenop de onaanvaardbare uitbuiting zijn er nog gevolgen voor mensen in detentie die ‘ja’ zeggen voor dit werk. Daar waar het voor de FOD Justitie minder kost, kost het voor mensen in detentie des te meer: namelijk vrijheid en meer mogelijkheden tot re-integratie.

Mensen die de gevangenis eerder al succesvol verlieten tijdens penitentiaire verloven of met uitgaansvergunningen – voor het onder andere zoeken naar gepast werk – kunnen nu drie maanden lang voor €20/dag voor de FOD Justitie werken. Bovendien moeten ze na de werkdag meteen in quarantaine. De voordelen van het open regime in de gevangenis van Vorst verdwijnen zo.

 De kansen voor het bevorderen van de re-integratie is net wat federaal Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne de afgelopen periode enkele keren heeft benadrukt. Maar fundamentele daden bij die woorden voegen, vraagt een directe aanpak van de moderne slavernij in de gevangenissen.

Mensen met detentie-ervaring komen uiteindelijk ook op de reguliere arbeidsmarkt terecht. Aan hen wordt gevraagd, net zoals aan ieder van ons, om een job te vinden en uit te oefenen om zodat ze kunnen bijdragen tot de samenleving. In ruil daarvoor krijgen we toegang tot sociale zekerheid.

Niet alleen is de weg naar de reguliere markt voor mensen met detentie-ervaring bezaaid met obstakels zoals stereotypering en achterdocht (Dupont, 1998), er wordt hen tijdens hun detentie gevraagd te werken aan hongerlonen zonder enige vorm van bescherming. Hoe kunnen we van mensen verwachten het beter te doen eens ze terug naar de maatschappij keren?

De manier waarop de FOD Justitie kijkt naar gevangenisarbeid doet ons terugdenken aan de tijden waarin arbeid in de gevangenissen werd gezien als de remedie tegen het plegen van crimineel gedrag (Maes, 2009). De kolonies van ‘landlopers’ van de gevangenis van Wortel is een toepasselijk voorbeeld van het ouderwetse denken. Het is achterhaald dat een dergelijke aanpak kan bijdragen tot hervalpreventie. We keren steeds terug in de tijd om vergelijkingen te maken met wat er vandaag bij de nieuwe gevangenis in Haren gebeurt. Het zou net een kans moeten zijn om hen alle sociale rechten toe te kennen en zo degelijk voor te bereiden op de stap terug.

Keer op keer blijven de keuzes van justitie ons verbazen. Hoe krijgt men dit verhaal nog langer verkocht? Hoe is het mogelijk dat mensen in detentie structureel uitgesloten blijven van een arbeidssysteem waarbij ze naast plichten ook rechten toegekend krijgen? Wie gaat het uiteindelijk voor hen opnemen?

Dat ze ook door de vakbonden in de steek gelaten worden, is evenzeer verschrikkelijk. De ontwikkeling van een belangengroep voor mensen in detentie is hoopgevend om hun stem meer kracht te geven. Maar komaf maken met deze grote onrechtvaardigheid kan nu! Het belangt ons allen aan, want het inzetten van arbeid aan zo’n lage lonen, drukt de lonen voor iedereen. Daarenboven willen we dat mensen die uit detentie komen, bijdragen aan een veilige samenleving!

 

Wouter Wanzeele, Frederik Schols en Kaat Severs zijn hulpverleners in de Brusselse gevangenissen.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!