klaslokaal diversiteit
Foto: Max Fischer, Pexels
Analyse - Dirk De Zutter

Maak nu eens eindelijk werk van desegregatie en sociale gelijkheid in het onderwijs!

Op het vlak van ongelijkheid in het onderwijs scoort Vlaanderen bijzonder slecht, het slechtst van alle rijke landen. Het diploma van de ouders lijkt belangrijker dan de inzet van de leerlingen. Verslag van een interessante workshop op de jaarlijkse studiedag van 'Oproep voor een democratische school'.

vrijdag 3 december 2021 16:27
Spread the love

 

Onder het motto ‘Ambitie én sociale gelijkheid voor ons onderwijs’ organiseerde Oproep voor een democratische school (OVDS) op zaterdag 20 november 2021 in Brussel de jaarlijkse ‘6 uur voor de democratische school’.

Aan zo’n 24 Nederlands- en Franstalige werkwinkels namen zowel leerkrachten, docenten als schooldirecteuren deel, samen met een ruime groep onderzoekers, academici en verantwoordelijken van de onderwijskoepels en de onderwijsvakbonden.

Hieronder het verslag van de drukst bezette workshop, over segregatie en sociale ongelijkheid in het onderwijs. Sprekers waren Ides Nicaise (professor emeritus KULeuven) en Guido Walraven (lector Hogeschool Inholland).

Vlaanderen de slechtste leerling van de klas

Als het gaat over ongelijkheid in het onderwijs scoort België in het algemeen en Vlaanderen in het bijzonder slecht. De grafiek hieronder geeft de prestatieverschillen weer op basis van de sociaaleconomische status (SES) en migratiestatus. Vlaanderen is de slechtste leerling van de klas, gevolgd door Nederland. Franstalig en Duitstalig België doen het iets beter, maar scoren ook behoorlijk slecht.

Als het gaat over ongelijkheid in het onderwijs scoort België in het algemeen en Vlaanderen in het bijzonder slecht.

Ongelijkheid onderwijs grafiek

Grafiek: Ides Nicaise

Leerlingen met een lage SES of met een migratiestatus presteren beduidend minder dan de rest. Opvallend daarbij is dat de scholen die verschillen nog doen toenemen. Leerlingen uit scholen met een hoge SES, de zogenaamde elitescholen, scoren gemiddeld veel beter dan leerlingen uit scholen met een lage SES. Schoolse segregatie is m.a.w. een versterkende factor.

schoolse segregatie grafiekLeerlingen uit elitescholen scoren gemiddeld veel beter dan leerlingen uit andere scholen. Schoolse segregatie is een versterkende factor van de sociale ongelijkheid.

Redenen voor kansenongelijkheid

Cru gesteld zeg je eigenlijk tegen je leerlingen: “Hartelijk gefeliciteerd met het diploma van je ouders!”.

Waar heeft die kansenongelijkheid nu mee te maken? Een eerste factor is het ‘kapitaal’ van de ouders, hun cultureel, sociaal en  financieel kapitaal. Ouders met veel sociaal kapitaal bieden meer omkadering, zorgen voor bijlessen indien nodig, kiezen voor scholen met een hoge SES, enz. Zo organiseren ze hun hun eigen segregatie.

De cijfers liegen er niet om. Van de rijkste tien procent leerlingen zit 80 procent in het aso, bij de armste tien procent is dat minder dan 20 procent.

In Vlaanderen wordt dit fenomeen sterk in de hand gewerkt door de vrijheid van organisatie van onderwijs en de vrijheid van schoolkeuze. Onderzoek in diverse landen leert dat hoe groter de schoolkeuze is hoe groter ook de sociale ongelijkheid wordt. In Vlaanderen is de schoolkeuze het hoogst van de rijkste landen.

Van de rijkste tien procent leerlingen zit 80 procent in het aso, bij de armste tien procent is dat minder dan 20 procent.

vrijheid schoolkeuze ongelijkheid grafiekNiet iedereen kan in een hoge SES-school zitten, dus heeft de elite baat bij segregatie, tenzij algemene kwaliteitsverbetering gemengde scholen ook tot topniveau kan brengen.

De segregatie gaat soms heel ver. Een leerkracht uit de zaal gaf het voorbeeld van een OKAN-leerlinge (meertalige nieuwkomers die een taalbad van één jaar krijgen), die 68 procent haalde voor Nederlands, maar toch in een eliteatheneum werd geweigerd.

Cru gesteld zeg je eigenlijk tegen je leerlingen: “Hartelijk gefeliciteerd met het diploma van je ouders!”

Een tweede factor is het onderwijssysteem: vroege selectie en het watervalsysteem.[1] De OESO (de club van de rijkste landen) zegt al dertig jaar dat vroege selectie niet verstandig is. Zeker kansarme kinderen hebben meer doorgroeitijd nodig. Dat wil zeggen dat het keuzemoment moet worden uitgesteld. Nu worden leerlingen al vanaf 12 jaar voorgesorteerd.

Onderzoek toont aan dat een brede eerste graad[2] niet nadelig is voor de leerlingen met een hoge SES, maar toch hebben de elites er schrik van. Zij kunnen ook veel meer kabaal maken en hebben makkelijk toegang tot de media.

Ook het watervalsysteem is nadelig. In de OESO-landen bedraagt het gemiddelde zittenblijven tussen 6 en 15 jaar 16 procent. In Vlaanderen is dat 29 procent. Op korte termijn kan een jaartje overzitten een verademing betekenen. Maar op langere termijn heeft zulke leerling in het algemeen minder welzijn en presteert hij of zij minder goed. Zittenblijven verhoogt ook het risico op ongekwalificeerd uitstromen, d.w.z. dat men het onderwijs verlaat zonder een diploma.

Bovendien is zittenblijven sociaal zeer ongelijk verdeeld: van de rijkste 10 procent leerlingen moet 9 procent ervan een jaar overzitten. Bij de armste 10 procent leerlingen is dat vijfmaal zoveel, 45 procent.

Van de rijkste 10 procent leerlingen zit 9 procent een jaar over. Bij de armste 10 procent leerlingen is dat vijfmaal zoveel, 45 procent.

Een derde factor is de verwachtingen van leerkrachten. Leerkrachten verwachten vaak minder van leerlingen met een lage SES, waardoor zij nog minder gaan presteren. Omgekeerd verwachten zij meer van leerlingen met een hoge SES, waardoor zij betere scores halen.

Tegenbeweging is nodig

In het verleden gingen veel stemmen op om de ongelijke kansen in ons onderwijssysteem in Vlaanderen aan te pakken. Bij het onderwijsdebat over de hervorming van het secundair onderwijs in 2014 was het terrein gerijpt in de richting van gelijke onderwijskansen. Maar de N-VA was sterk tegen en de vorige minister Hilde Crevits stelde zich conservatief op en speelde duidelijk in de lijn van de N-VA.

Daardoor werden de hervormingen sterk uitgehold. Toch ziet Ides Nicaise nog mogelijkheden. Ten eerste door het organiseren van zogenaamde domeinscholen. Dat zijn scholen waarin binnen een studiedomein zowel doorstromingsrichtingen naar hoger onderwijs als onmiddellijk arbeidsmarktgerichte richtingen samen aangeboden worden. Dat biedt veel kansen.

Daarnaast hebben scholen op zeer grote schaal gebruik gemaakt van de mogelijkheid om beslissingen uit te stellen wanneer veel leerlingen in de COVID-crisis minder gepresteerd bleken te hebben. Ides Nicaise hoopt dat vooruitstrevende scholen de ruimte die ze hebben door de vrijheid van onderwijs, zullen gebruiken in de progressieve zin.

“Als je niks doet, dan krijg je segregatie.”

Guido Walraven pleit voor een actie. “Als je niks doet, dan krijg je segregatie.” Tegenover die segregatie zou een tegenbeweging gezet moeten worden, met een prijskaartje waar je dan ook weer de politiek achter moet krijgen. Hij gaf het voorbeeld van Geoffrey Canada, een zwarte man uit New York die de Harlem Children’s Zone organiseert. Het gaat over de armste wijken waar dezelfde verhouding kinderen als in de brede maatschappij, ook naar het hoger onderwijs en de universiteit moet gaan.

 

Dirk De Zutter is co-auteur van het boek School van de ongelijkheid (2013, Epo).

Notes:

[1] Watervalsysteem: een leerling start in een theoretische (‘moeilijkere’) onderwijsvorm (aso) of studierichting en na een of meer mislukkingen kiest hij of zij voor een praktische (‘makkelijkere’) richting.

[2] Een ‘brede eerste graad’ maakt geen onderscheid tussen aso, tso of bso, maar geeft een gemeenschappelijk uitgebreid aanbod aan vakken uit verschillende domeinen. Daardoor kunnen de leerlingen zich volop ontplooien en hun eigen interesses en talenten ontdekken om deze optimaal in te zetten in hun onderwijsloopbaan.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!