"Ik geloof u". Nationale mobilisatie tegen geweld op vrouwen in Brussel, 28 november 2021.
Interview -

Betoging in Brussel tegen geweld op vrouwen: “Ik geloof u”

Bijna drieduizend betogers namen op zondag 28 november deel aan de nationale mobilisatie tegen geweld op vrouwen. Het Mirabal-platform, een samenwerking tussen tientallen feministische middenveldorganisaties, organiseerde de manifestatie. “Hoewel er al maatregelen zijn doorgekomen, onderneemt de overheid nog te weinig concrete en structurele actie om geweld tegen vrouwen terug te dringen. Het geweld wordt ontkend, geminimaliseerd en de bevindingen van organisaties worden niet au sérieux genomen."

maandag 29 november 2021 22:01
Spread the love

 

In de oproep van Mirabal leggen de organisaties de nadruk op het nog te weinig concreet en structureel beleid van de overheid, om de noodzakelijke vooruitgang te boeken in de strijd tegen geweld op vrouwen. Het geweld wordt ontkend, geminimaliseerd en de bevindingen van organisaties worden niet au sérieux genomen.

Vaak wordt gesteld dat ook de man bij partnergeweld slachtoffer is, en er daarom op een neutrale manier met het probleem moet worden omgegaan, omdat ‘het een probleem is voor beide kanten.’ Omwille van die verkeerde interpretatie heeft de Raad van Europa België al tot de orde geroepen. Ook is ons land verplicht tot het voeren van een proactief beleid ter bestrijding van specifiek geweld tegen vrouwen volgens het verdrag van Istanbul waarbij ons land is aangesloten. De concrete eisen van het collectief Mirabal, lees je hier.

Rode schoenen als symbool voor vrouwen die vermoord werden in 2021. Dat waren er volgens cijfers van Stop Femicide 18 in 2021 alleen.

“Ik geloof u” / “Je te crois”

Zoals ook tijdens de manifestatie op veel bordjes van betogers te lezen was, benadrukt Liliane Versluys, die een loopbaan van 48 jaar als advocate in familie- en vrouwenrecht achter de rug heeft, dat je als allereerste tegen een vrouw, die slachtoffer is van eender welk geweld, moet zeggen dat je haar gelooft. “Of de dader in kwestie vervolgd wordt of niet, initieel moet er altijd gezegd worden ‘Ik geloof u en het is niet uw schuld.’ Punt”, zegt Liliane. “Veel vrouwen denken nog vaak dat het hun fout is, zelfs leden binnen feministische bewegingen, terwijl ze niks van schuld treffen”, vult Justine van Collecti.e.f 8 maars aan. “Dat geldt ook voor beleidsmakers en politici”, gaat ze verder. “Het erge is dat we aan hen nog steeds moeten uitleggen dat geweld een probleem is, waardoor we zelf niet eens kunnen beginnen aan de problemen, van een enorme ijsberg, die onder het water drijft.”

Nationale mobilisatie tegen geweld op vrouwen in Brussel, 28 november 2021.

Nationaal actieplan voor de bestrijding van gendergerelateerd geweld

“Onze voornaamste eis is het nationale plan ter bestrijding van gendergerelateerd geweld (NAP)”, vertelt Herlindis, medewerker van de Vrouwenraad en lid van Mirabal. “Dat plan heeft twee jaar op zich laten wachten, maar is op zaterdag eindelijk gelanceerd. We hebben altijd gehamerd op een geïntegreerd en gecoördineerd beleid, want de vorige actieplannen bestonden vooral uit opsommingen van acties die verschillende ministers zouden uitvoeren, waartussen weinig onderlinge connectie was. Dit plan is al een grote stap vooruit, de nadruk ligt op – zoals ook het Verdrag van Istanbul voorschrijft – preventie, maar ook op bescherming van slachtoffers. En natuurlijk ook op de vervolging en begeleiding van daders.”

Justine voegt daaraan toe dat vrouwenorganisaties bij de opstel van het nationale actieplan nooit deftig om raad worden gevraagd. “De vraag is wat er effectief van het plan wordt uitgevoerd. Het zijn altijd mooie woorden op papier maar te weinig organisaties, die continu met de problematiek van geweld tegen vrouwen bezig zijn, worden aan tafel gevraagd als keuzes werkelijk moeten omgezet worden in vaste budgetten. Het loopt altijd vast als het om een concreet project gaat dat effectief uitgevoerd moet worden. En daar betalen vrouwen de prijs voor.”

Nationale mobilisatie tegen geweld op vrouwen in Brussel, 28 november 2021.

Na de pandemie, ook een structurele oplossing?

“Tijdens de lockdown kwamen er ongeveer 30 procent meer meldingen van familiaal en seksueel geweld binnen”, zegt Herlindis. “Hulplijn 1712 in Vlaanderen kreeg ook meer meldingen, en daar heeft het beleid op ingespeeld: er kwam toen een klein nationaal actieplan gelinkt aan Covid.” Liliane Versluys denkt ook dat er een nieuwe golf van protest is gekomen. “Veel meer vrouwen voelen zich gesteund en beseffen dat als er hen iets overkomt, zij er niet verantwoordelijk voor zijn, en vragen zo sneller om hulp.” 

Herlindis vertelt vervolgens dat hulplijnen tijdens de lockdown ook middelen kregen om langer bereikbaar te blijven. “Maar volgens het Verdrag van Istanbul moeten die 24 uur bereikbaar zijn en dat is bij ons nog niet het geval. Ook voor de nazorg van slachtoffers werd tijdens de lockdown meer geïnvesteerd in opvang, maar wij vragen om dat structureel te doen in de toekomst”, zegt Herlindis.

Ook Justine vindt het een goede zaak dat er nu per provincie een zorgcentrum voor slachtoffers van seksueel geweld komt, maar niet voldoende. “De nazorg is in het algemeen complex. Als je als slachtoffer van geweld je verhaal meerdere keren moet doen, zowel bij politie, als in het centrum, enzovoort, dan kan dat traumatiserend werken. Bij de huidige centra is er ook niet genoeg psychologische begeleiding, je wordt dan op een wachtlijst gezet. Dat is een politiek budgettaire keuze, er zijn echt financieringsproblemen bij dat project. Het idee van die centra was om er de best mogelijke, professionele en gespecialiseerde hulp te bieden, op alle vlakken, zodat het slachtoffer bijvoorbeeld daarna eventueel een procedure zou kunnen starten.”

Een vaak vergeten groep: vrouwen zonder papieren

“We willen ook extra de focus leggen op vrouwen zonder papieren of met een precair verblijfsstatuut. Zij zijn heel kwetsbaar, in die zin dat als ze slachtoffer worden van familiaal geweld, ze niet naar de politie gaan en een klacht indienen omdat zij het risico lopen te worden uitgezet”, benadrukt Herlindis. Ook Tjara Visser van USPR, de actiegroep die zich inzet voor de collectieve regularisatie van mensen zonder papieren, deed tijdens de betoging van zondag een oproep. “Vrouwen zonder papieren leven in enorme precariteit en worden vaak vergeten in de strijd tegen vrouwenrechten. Ik ben hier voor mijn mama, zus, vriendinnen, maar ook vooral voor alle vrouwen die vergeten worden in het systeem. Zij hebben geen bescherming, geen recht op bestaan, geen enkel sociaal vangnet om op terug te vallen, en vormen zo een extra kwetsbare groep. ”

De organisaties achter het Mirabal-platform wijzen op de plicht van België om de rechten van alle vrouwen te respecteren, volgens het Verdrag van Istanbul. Dat verdrag bevat een non-discriminatieclausule die voorschrijft dat ‘de rechten van alle slachtoffers van geweld tegen vrouwen worden gegarandeerd, ongeacht hun status en verblijfsvergunning.’ Desondanks hebben vrouwen zonder papieren echter geen toegang tot door de overheid gesubsidieerde plaatsen in noodopvangcentra, die zich met eigen middelen moeten organiseren om hen op te vangen, als er tenminste nog plaatsen beschikbaar zijn.”

Liliane wijst er ook op dat het vaak afhangt van de slechte financiële situatie van deze vrouwen, die daardoor niet kunnen weggaan van hun man. Samengevat door de organisaties achter het Mirabal-platform: “Vrouwen zonder papieren overleven in extreme onzekerheid, zonder rechten, geïsoleerd in clandestiniteit … Zij staan erg blootgesteld aan machogeweld. Zo lopen ze het risico te worden uitgebuit en het slachtoffer te worden van mensenhandel.  De weinige activiteiten die voor hen openstaan worden slecht betaald er wordt geringschattend over gesproken, waardoor zij financieel afhankelijk zijn van hun verwanten en te maken krijgen met geweld in de privésfeer.”

Hervorming seksueel strafrecht, een complex gegeven?

“Wat betreft de hervorming van het seksueel strafrecht, dat ook tot onze eisen behoort, is niet de hele feministische beweging akkoord met het wetsontwerp van de minister van Justitie. Het is ook heel complex, want hoewel de definitie van ‘toestemming/consent’ is uitgewerkt in het wetsontwerp, blijft de bewijslast een moeilijke kwestie, omdat die bij het slachtoffer ligt, die op haar beurt bijvoorbeeld moet aantonen dat de dader wetens en willens heeft gehandeld, terwijl er ook mogelijkheden zijn om die deels bij de dader te leggen. Er zijn zo al voorbeelden in het buitenland”, begint Herlindis.

Liliane plaatst daar een kanttekening bij: “Zelfs als een vrouw besluit stappen te ondernemen, kan zij door het juridische systeem nog de kop worden ingedrukt door aangeklaagd te worden voor laster en eerroof, als de man is vrijgesproken. Bewijslast omkeren is ook heel moeilijk, want dan ga je er meteen vanuit dat de man het gedaan heeft. Als zijn onschuld bewezen is, zelfs omwille van twijfel, ligt de bewijslast weer bij het slachtoffer. Ook bij de Zaak De Pauw zie je dat, daar werd gezegd dat ‘als hij zich niet bewust was van zijn machtspositie, hij ook niet bewust gebruik heeft gemaakt van zijn machtspositie.’ Ik denk dat het belangrijk is dat die strafprocedure er is, maar je ziet ook dat het vaak niet werkt. Wat daar nog eens bijkomt, is dat De Pauw de slachtofferbemiddeling heeft geweigerd. Zo wordt hij niet verplicht mee te werken aan een soort reparatie ten opzichte van het slachtoffer. We moeten daarom als maatschappij ook andere stappen ondernemen, zoals inzetten op preventie en nazorg”, aldus Liliane. 

Nationale mobilisatie tegen geweld op vrouwen in Brussel, 28 november 2021.

Preventie enorm belangrijk 

“Preventie gebeurt in de klas, maar ook al bij de politie. Op het moment dat een vrouw voor de eerste keer bij de politie staat om een klacht in te dienen tegen haar man, wordt daar meestal alleen een pv van gemaakt. Terwijl dàt net een cruciaal moment is om aan preventie te doen. Waar kan ze terecht? Wat zijn haar rechten? We kunnen ons best doen kinderen en jongeren uitleg te geven over het belang van consent, maar ook de politieagent die als eerste met de klacht over het geweld in aanraking komt, moet dit serieus nemen. 

Rechtszaken moeten blijven doorgaan, maar we moeten ook echt veel meer aandacht hebben voor preventie en nazorg. We moeten beginnen met conflictbeheersing, al op de kleuterschool. Als kinderen ruzie hebben, moeten ze overleggen hoe ze samen verder kunnen. De jongens op school mogen nu tegen elkaar brullen, elkaar pesten, elkaar slaan, maar ze moeten leren dat dit gedrag niet kan. Ook bij ouders, en de relaties die ze hebben tot hun kinderen – moet op preventie en bewustwording worden ingezet”, gaat Liliane verder. “Als preventie geldt bovendien ook de begeleiding van daders, zij moeten verplichte vormingen krijgen om de kans op recidive te verminderen. Er is op dit moment meer begeleiding van verkeersdaders dan van mensen die zich schuldig maken aan partnergeweld.”

Bijkomende opleidingen voor politie en magistraten

“We pleiten daarom ook voor meer opleidingen voor politie en magistraten. Daar wordt nu al een beetje op ingezet binnen het nationaal actieplan, maar die vorming zou structureel moeten veranderen”, zegt Herlindis. “Niet alleen een basisopleiding, maar ook bijscholingen moeten worden aangeboden, zodat politieagenten zelf ook beter leren inschatten welke machtsverhoudingen er spelen. We horen nog te vaak dat vrouwen die naar de politie gaan, voelen dat ze niet au sérieux worden genomen”, zegt Herlindis.

Justine geeft ook het voorbeeld van de zedenpolitie. “Als je als zedenagent werkt, is dat een individuele keuze en doe je dat bijna vrijwillig. Je wordt dan voor elke zedenzaak opgeroepen en werkt dagen van meer dan 12 uur. Zij staan in voor zo veel verschillende en uiteenlopende vormen van geweld, terwijl ze maar een opleiding van – nog geen – 80 uur krijgen. Hoe kan die agent daar dan mee omgaan, zeker in complexe zaken zoals femicide of mentaal geweld binnen een relatie?”

“Politieagenten die worden ingeschakeld in zaken van partnergeweld weten vaak niet over wat het gaat, vaak moeten slachtoffers zelfs tot bij hen komen en als de dader dan nog eens een ander verhaal vertelt, moet de vrouw weer opnieuw beginnen. Gelukkig zijn er zijn organisaties zoals ‘Meldet’ in Gent, die als actiegroep bij problemen bij aangifte van geweld een stem geeft aan slachtoffers, en hen ook begeleidt”, vertelt Justine. “Soms, als een vrouw aangifte doet, en er zijn camerabeelden, worden die niet eens door de politie opgevraagd. Na drie weken krijgt het slachtoffer dan telefoon van slachtofferhulp: ‘Hoe gaat het eigenlijk met u?’ Dat is toch niet professioneel. Er moet onmiddellijke hulpverlening komen die alle hulp tijdens de nazorg omvat, zoals psychologische hulp, maar ook begeleiding bij de start van een strafrechtelijke procedure, en uitgebreider dan nu het geval is. Daarvoor dienen de zorgcentra die nu bepaalde hulp niet ten volle kunnen bieden.”

Een kwestie van macht 

“Geweld is een kwestie van macht. Als het hele systeem waarin we leven duidelijk maakt dat de macht van een man – of dat nu fysiek of mentaal is – belangrijk is en dat het normaal is dat hij die macht uitspeelt en uitoefent tegenover andere mensen, vrouwen, heb je een probleem. Dan krijg je geweld en uitbuiting waar niemand beter van wordt. We leven in een machocultuur waarin individuele macht gewaardeerd wordt en belangrijk is. Maar we moeten beseffen dat we er als soort alleen op vooruitgaan als we samenwerken.”

Ook Liliane vertelt dat het vooral met machtsposities- en verschillen te maken heeft. Vluchthuizen zitten vol met vrouwen die economisch niet sterk genoeg staan, ze moeten genoeg geld hebben om weg te kunnen lopen. De wet voorziet dat vrouwen in de woning mogen blijven, maar in de praktijk gebeurt dat bijna nooit. De lonen moeten omhoog gaan, zodat elke vrouw kan vertrekken wanneer ze wil.” “Geweld moet de pech van de maatschappij worden, niet de pech van die ‘ongelukkige vrouw’ die bij een slechte man beland is. We moeten ook als vrouwen luisteren naar elkaar, ons helemaal openstellen en compassie hebben met elkaar.”

 

Niet alleen de cijfers – volgens het EIGE (Europees Instituur voor Gendergelijkheid) bijvoorbeeld werden in 2020 in 10 EU-lidstaten 444 vrouwen door hun intieme partner gedood – maar ook de opkomst tijdens de mars zondag, de vele verschillende organisaties die zich inzetten voor o.a. vrouwenrechten en goede hulpverlening, preventie, en nazorg van slachtoffers van seksueel geweld, tonen aan dat het nog altijd enorm belangrijk en nodig is om op straat te komen voor een beter beleid en structurele veranderingen. 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!