Bron: Pixabay
IPS, Kim Harrisberg

Opkomend ‘internet van onderuit’ in delen van Afrika

Over heel Afrika zien we steeds meer 'internet van onderuit', lokale netwerken die opgestart worden vanuit gemeenschappen in plaats van via overheden of bedrijven. Door zelf in te staan voor dergelijke infrastructuur zijn Afrikanen niet alleen beter bereikbaar, maar ook beter beschermd tegen privacy-inbreuken. Tot in Barcelona en New York zijn ze fan.

vrijdag 19 november 2021 15:51
Spread the love

 

Als kind groeide Daniel Komakech op in Noord-Oeganda, een regio verscheurd door oorlog. Telkens hij de bossen in moest vluchten, in de hoop niet ontvoerd te worden, kon hij niet naar school.

Vandaag is Komakech 34 jaar oud en maakt hij deel uit van een lokaal internetbedrijfje, dat de bewoners van zijn door oorlog getekende regio in staat stelt om met elkaar in contact te blijven, en liefst zonder ongewenste onderbrekingen.

Het internetbedrijf heet BOSCO, een afkorting die staat voor ‘Battery Operated System for Community Outreach’. Het is een vzw, Komakech treedt op als programmadirecteur. BOSCO is een van de vele internet- en telefonienetwerken die van onderuit, vanuit de gemeenschap, opgestart zijn in Afrika.

Lokale netwerken zijn beter beveiligd

“Toegang tot het internet heeft mijn leven veranderd”, vertelt Komakech. “Ik kon online studeren, vond werk via het internet … Ik leerde zelfs hoe ik cake kon maken voor mijn kinderen.” Dat is de kracht van het wereldwijde web, getuigt de 34-jarige. “Het internet is mijn leerkracht.”

Uit onderzoek blijkt dat gedecentraliseerde netwerken, zoals dat van BOSCO, beter beveiligd zijn dan andere netwerken. Vaak maken internet en communicatiemiddelen deel uit van een monopolie en zijn ze in handen van de overheid of reusachtige bedrijven. Internet van onderuit geeft gebruikers meer zekerheid en meer controle over hun data en privacy.

Mogelijk zullen deze lokale netwerken dan ook een grote rol spelen in de toekomst van Afrika. Op het continent is toegang tot internet beperkt. Censuur en onderbrekingen van het net zijn niet ongezien. Dat wil volgens onderzoek zeggen dat er een verhoogd risico bestaat op ‘digitaal autoritarisme’.

Amper een kwart surft mee

Ongeveer vier op de vijf Europeanen is verbonden met het internet. In grote delen van Afrika gaat het slechts over een minderheid, zegt de International Finance Corporation.

In Oeganda, bijvoorbeeld, heeft slechts 26 procent van de bevolking toegang tot het net. Dat is een van de laagste cijfers in dat deel van het continent, vindt onderzoekswebsite DataReportal.

BOSCO gebruikt zonne-energie om satellieten met laptops en smartphones te verbinden. Momenteel wordt de vzw nog ondersteund door liefdadigheidsinstellingen, maar in de toekomst hoopt het internettoegang te kunnen verkopen en zo inkomsten te genereren voor de gemeenschappen.

37 netwerken in twaalf landen

“Gedecentraliseerde netwerken helpen mensen communiceren op lokaal niveau”, zegt Hanna Kreitem, een ervaren adviseur van de Amerikaanse ngo Internet Society. “Bovendien worden ze minder snel afgeluisterd.”

Uit een rapport van Internet Society blijkt dat in twaalf Afrikaanse landen, van Zuid-Afrika tot Somalië, maar liefst 37 verschillende netwerken van onderuit opgestart zijn. Campagnevoerders voor meer digitale rechten zeggen dat er nog ruimte is voor veel meer lokale netwerken, van ruraal Afrika tot sterk gecontroleerde netwerken in Australië.

Lokale groepen wachten echter vaak met zo’n lancering. Ze moeten opboksen tegen verschillende uitdagingen, zoals de kostprijs, het beleid en een gebrek aan bewustzijn, zegt een rapport van Internet Society

Digitale ongelijkheid

Het kan heel duur en tijdsintensief zijn om een commerciële licentie voor een netwerk te verkrijgen. Dat zegt Sol Luca de Tena, leidinggevende van de Zuid-Afrikaanse organisatie Zenzeleni Networks NPC. Die organisatie ondersteunt internetproviders die ontstaan vanuit de gemeenschappen.

“We hebben aangetoond dat lokale netwerken de digitale ongelijkheid doen afnemen”, zegt ze. “Toch blijft het moeilijk om binnen het huidig wetgevend kader je weg te vinden. Aan een licentie geraken is niet makkelijk voor landelijke gemeenschappen die vaak over weinig geld beschikken.” Ze geeft daarbij het voorbeeld van haar eigen provincie, in het oosten van Zuid-Afrika, een erg landelijk gebied.

Ondanks al deze uitdagingen groeit het bereik van Zenzeleni elk jaar, met tienduizenden nieuwe toestellen. “Zo’n toestel wordt bovendien vaak door meerdere familieleden gebruikt”, zegt Luca de Tena. Het ondersteunt ook gemeenschappen om hun eigen netwerken doorheen heel het land te versterken.

Wie online blijft, riskeert celstraf

Daniel Komakech zegt dat een ander voordeel van dit soort netwerken is dat je er prat op kan gaan dat data niet zomaar verkocht worden. Die zullen niet gebruikt worden door grote technologiebedrijven zonder dat ze daarvan zelf op de hoogte zijn, benadrukt de Oegandese programmadirecteur. “We hebben niet de intentie om de data van onze gebruikers als inkomstenbron te zien. Dan zouden we hun vertrouwen verliezen, terwijl we dat veertien jaar lang opgebouwd hebben.”

Stijgende bezorgdheid over de manier waarop techbedrijven persoonlijke data gebruiken is deel van de reden waarom lokale netwerken ook in geheel andere delen van de wereld opkomen. In Barcelona en New York City zien we dezelfde tendens.

Lokale netwerken kunnen minder snel gedetecteerd worden door beveiligingsinstanties. Berichtenapps die via lokale netwerken opereren, kunnen online blijven zelfs als er een algemene storing is op het internet. Dat is belangrijk om de veiligheid van burgers te garanderen, zei Hanna Kreitem vorige week. “We moeten begrijpen hoe we door middel van VPN en andere netwerken storingen kunnen vermijden, en wat daar de juridische gevolgen van zijn.”

De expert geeft het voorbeeld van Soedan. “Tijdens de laatste opzettelijke internetstoring zijn mensen die online konden blijven in de problemen gekomen: ze werden vastgehouden omdat ze zich niet aan de restricties gehouden hadden.”

Internet als mensenrecht

In een township in Kaapstad is het iNethi-platform actief. Dat gebruikt open source-software om bewoners toegang te verschaffen tot studiemateriaal, chat rooms en deelplatformen. Lokale servers zoals iNethi staan mensen toe om inhoud te delen ook al hebben ze geen toegang tot het internet. Dat is waardevol, aangezien de kostprijs voor data en vezelnetwerken te hoog is voor velen, zegt Luca de Tena.

Hoe we aan offline content kunnen geraken, zal volgens onderzoekers belangrijker worden naarmate het aantal blackouts op het continent stijgen. Het afgelopen jaar is het internet in Afrika maar liefst 25 keer opzettelijk stilgelegd. Dat is meer dan het jaar voordien, met 21 blackouts. Dat blijkt uit cijfers van de denktank African Digital Rights Network (ADRN).

In Swaziland, dat volledig door land omsloten wordt, heeft de overheid een blackout opgelegd tijdens pro-democratische protesten afgelopen juli. De consultant Melusi Simelane, die voor het Southern Africa Litigation Centre (SALC) werkt, heeft de overheid van Swaziland daarom recent aangeklaagd. Minder restricties vanuit het beleid zijn noodzakelijk, vindt hij, om lokale netwerken aan te moedigen.

“Overheden moeten hun beleid bijschaven, zodat mensen lokale, onafhankelijke netwerken kunnen creëren”, zegt Simelane. “Op die manier kan niemand hen hun vrijheid van meningsuiting of hun toegang tot informatie afnemen. Toegang tot het internet is tenslotte een mensenrecht.”

 

Dit artikel is eerder verschenen bij IPS-partner Thomson Reuters Foundation.


Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!