Bron: Pixabay
Open brief - Els Draeck

Open brief aan onze beleidsmakers rond gezondheid en welzijn

Els Draeck is al meerdere jaren actief als ervaringswerker in de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Ze doet dat met een grote gedrevenheid en passie, maar raakt steeds meer teleurgesteld in het huidige beleid dat gevoerd wordt door zowel de federale als de Vlaamse overheid. Haar bezorgdheden uit ze in deze dringende open brief aan de beleidsmakers.

donderdag 21 oktober 2021 16:24
Spread the love

 

Beste dames en heren beleidsmakers,

Beste ministers, kabinetsmedewerkers, adviseurs, medewerkers overheidsdiensten, e.a.

Beste iedereen die rechtstreeks of van de zijlijn betrokken is bij het uitstippelen, uitwerken en uitvoeren van beleidsplannen, wetgeving en structuren en vooral het toekennen van middelen aan de hoger genoemde thema’s.

 

Er moet me echt wat van het hart en daarom richt ik mij vandaag via een open brief niet naar één iemand in het bijzonder, maar tot u allen tezamen.

Een brief ten persoonlijke titel, vanuit mijzelf, ikke, Els.

Ik richt mij tot u als bezorgde burger, als nog bezorgdere mama, als mens, als persoon met chronische (somatische) aandoeningen & psychische kwetsbaarheid én als ervaringsdeskundige en patiëntenvertegenwoordiger in de geestelijke gezondheidszorg.

Over het belang van de inzet van ervaringsdeskundigheid wil ik het met u op een ander tijdstip ook nog wel eens ten gronde hebben. En dan vooral over de noden die er zijn voor structurele ondersteuning. Niet alleen voor de ervaringsdeskundigen zelf, maar ook – en minstens even belangrijk – bij de implementatie van onze inzet als evenwaardige partners in het (werk)veld.

Dit niet alleen voor de geestelijke gezondheidszorg maar voor alle sectoren waarin we vanuit onze individuele expertises actief zijn (bijv. somatische gezondheidszorg, verslavingszorg, armoede & sociale uitsluiting, dakloosheid) en met aandacht voor het perspectief van waaruit we naar deze thema’s kijken. Wij staan er midden in.

Maar dat terzijde.

Waarom ik u schrijf

Ik realiseer me terdege dat er wat aan de hand is met onze Belgische begroting en dat besparingen nodig zijn. Omdat we dezelfde euro nu eenmaal maar één keer kunnen uitgeven, besef ik ook dat we met z’n allen samen zuinig moeten omgaan met de beschikbare middelen.

Om één en ander goed te doen, is er nood aan goede afstemming tussen federale en Vlaamse overheden, aan afspraken tussen gewesten en ‘steden en gemeenten’ en aan duidelijkheid bij elke bevoegdheid over welke middelen waarvoor worden ingezet.

Dat heldere overzicht is door de jaren heen blijkbaar volledig zoek geraakt.

Bevoegdheden versnipperden en/of werden anders ingedeeld, mede onder invloed van de zoveelste (6de) staatshervorming. Als voorbeeld: voor de geestelijke gezondheidszorg alleen al zijn meer dan 9 ministers bevoegd.

Er is een wirwar van recurrente en tijdelijke middelen, impuls- en projectsubsidies en budgetten die van de ene naar de andere bevoegdheid werden door geschoven. Om nog maar te zwijgen van ‘door bevriezing van bedden vrijgemaakte middelen’ en éénmalige, additionele middelen. Wie kan daar nog wijs uit geraken?

‘Dubbele financiering moet te allen tijde vermeden worden.’

Bij de besprekingen rond het toekennen van budgetten is dat momenteel – lijkt mij althans – dé grote stok achter de deur. Aan overlegtafels zie ik, als patiëntenvertegenwoordiger, verenigingen en organisaties die zich in een wurgpositie bevinden.

Enerzijds zie ik verenigingen en organisaties waar keihard gewerkt wordt, nieuwe initiatieven worden uitgedacht en deze met succes in ‘proeftuinen’ worden uitgeprobeerd. Met mensen die écht vooruit willen en die er in het huidige besparingsklimaat samen het beste van willen maken. Waar een enorme bereidheid is tot samenwerking en onderlinge afstemming. Waar goesting leeft om samen met collega’s, netwerkpartners, andere sectoren, ervaringsdeskundigen en patiëntenvertegenwoordigers nieuwe wegen in te slaan en écht aan vermaatschappelijking (van zorg) te werken. Waar beseft wordt dat investeren in gezondheid en welzijn, preventie en vroegdetectie, inclusie en armoedebestrijding, werkbaar werk, enz. op langere termijn véél meer geld zal opbrengen dan de kosten die nodig zijn voor ‘genezing & herstel’ en het opvangen van de gevolgen van menselijke drama’s. Dat het interessanter is om proactief te anticiperen dan achter de feiten te blijven aanlopen en steeds nieuwe brandjes te moeten blussen.

Anderzijds worden zij gevraagd om tegen een hels sneltempo het inhoudelijke van wat zij doen, te vertalen naar afvinklijstjes. Naar instrumenten waarmee vastgesteld kan worden waaraan elke euro nu precies wordt besteed. Naar tools met welke gemeten kan worden wat diezelfde euro daadwerkelijk zal opbrengen.

En laat nu juist daar het schoentje wringen. Niet alles is om te zetten in zulke lijstjes en er zal altijd overlap zijn tussen wat verschillende organisaties en verenigingen doen. Dat is normaal en zelfs nodig, want zo blijven ze met elkaar in verbinding, kunnen dingen worden afgetoetst, worden lacunes in kaart gebracht, kan worden bijgestuurd.

De krampachtige opdracht die ze krijgen tot het minutieus in kaart brengen en vooral afbakenen van opdrachten en bevoegdheden, maakt dat het allemaal onwerkbaar wordt. Ik zie hen aanvraagdossiers en jaarverslagen terugkrijgen om voor een zoveelste keer te herschrijven. En dat terwijl ze niets liever zouden doen dan de handen uit de mouwen steken en aan de slag te gaan met de noden van hun doelgroepen, uw burgers. Maar die tijd krijgen ze niet. De dossiers moeten immers tijdig ingediend worden.

En elk van hen zit gewrongen met de verantwoordelijkheid voor de werking van de eigen organisatie, voor de belangen van de eigen medewerkers en werknemers, … voor de eigen beschikbare en broodnodige budgetten en werkingsmiddelen. En dan merk ik dat overleg en afstemming moeilijk wordt. Dat gesprekspartners niet meer vrijuit kunnen spreken over welke richting ze met hun organisatie uit zouden willen gaan. Dat onderhandelingen niet vooruit gaan en men ter plaatse blijft trappelen.

Dan zie ik hoe omzichtig missies, visies, jaaractieplannen, strategische en operationele doelstellingen beschreven en herschreven worden. Want wat daarin staat – en vooral hoe het door u, beleidsmakers, geïnterpreteerd wordt – bepaalt of subsidies verlengd worden, of budgetten dezelfde blijven, of een gevraagde uitbreiding goedgekeurd wordt of het meest gevreesde: de reeds schaarse middelen aanzienlijk verminderd of zelfs volledig afgenomen worden.

Het lijkt bijna chantage: “Doe de dingen die wij willen dat je doet en zoals wij willen dat je ze uitvoert, anders geen centen.” Dat waar het over gaat – de gezondheid en het welzijn van uw burgers – lijkt steeds meer ondergeschikt te worden aan cijfertjes in kolommen, aan het grote geld, aan belangen die niets meer met ons te maken hebben.

Dagelijks zie ik naast mijn collega-ervaringsdeskundigen ook de professionals onderuit gaan. Sterke krachten, mensen met jaren ervaring en dus een schat aan kennis. Mensen aan wie u jarenlang het vertrouwen hebt geschonken, van wie u jaarlijks gedegen rapporten ontving en met wie u en uw collega’s over meerdere legislaturen heen hebt samengewerkt.

Eén voor één zie ik hen andere oorden opzoeken, er de brui aan geven en in sommige gevallen er zelfs keihard aan onderdoor gaan. Omdat ze de spreidstand niet meer zien zitten, omdat de onzekerheid, frustratie, teleurstelling en/of stress te groot worden. Omdat ze er niet in slagen om datgene wat ze dagdagelijks doen te vertalen naar de door u verwachtte checklists.

Dat kan toch echt uw bedoeling niet zijn, of toch? Is er dan écht geen mogelijkheid of bereidheid om in alle openheid met elkaar rond de tafel te gaan zitten en het beleid te herdenken?

In al mijn naïviteit wil ik blijven geloven van wél. Ik wil ervan uit blijven gaan dat u allen bereid bent om in eigen boezem te kijken en het eigen en/of partijbelang opzij te schuiven om zo de schotten tussen bevoegdheden en budgetten te doorbreken.

Misschien dat al die verenigingen en organisaties, die echt keihard werken, zich dan weer kunnen focussen op het inhoudelijke van hun opdracht, namelijk gezondheid en welzijn, onderwijs en werkgelegenheid, armoede en samenleving. Wat een verademing zou het zijn wanneer u hen de ruimte zou geven om met elkaar én met ons, de ervaringsdeskundigen, in overleg te gaan; in alle openheid en zonder angst voor het voortbestaan van de eigen werkingen.

Ik ben er rotsvast van overtuigd dat we samen tot creatieve oplossingen kunnen komen en dat we rolverdelingen kunnen uitwerken waarbij gemeenschappelijkheden en samenwerking verankerd worden. Mocht u daar aan twijfelen, dan nodig ik u graag uit om van uw ivoren torens af te dalen en te komen kijken hoe het er hier in het echte leven aan toe gaat.

Om te voelen en te ervaren welke gedrevenheid er is om samen te werken aan een gezondere samenleving waar iedereen zich goed kan en mag voelen. En op welke manier dat enthousiasme nu gefnuikt wordt. Misschien dat u zich dan gaat realiseren wat de échte gevolgen zijn van de beslissingen die u neemt.

En als zo’n werkbezoek teveel tijd zou innemen in uw drukke agenda’s dan ben ik altijd bereid om eens tot bij u te komen om mijn verhaal te doen. Misschien dat u dan opnieuw de mens achter al die cijfertjes en dossiers gaat zien.

 

Beleefde groet,

Els Draeck

Mens, mama, burger en ervaringsdeskundige GGZ.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!