Sihanoukville in Cambodja. Bron: Pikist
Kris Janssens, IPS

Sihanoukville: Chinese vastgoedbubbel aan de Cambodjaanse kust

De Chinese expansiedrift is niet altijd een succesverhaal. Neem de havenstad Sihanoukville, in het zuiden van Cambodja. Die ligt op de fameuze Nieuwe Zijderoute en werd op korte tijd volgebouwd met appartementsgebouwen en casino’s. Maar de vastgoedbubbel is uit elkaar gespat en de Chinezen zijn vertrokken. Ze lieten ontelbare werven achter en veel menselijke ravage.

dinsdag 14 september 2021 14:21
Spread the love

 

De stad Sihanoukville, genoemd naar de vorige koning van Cambodja, Norodom Sihanouk, heeft op korte tijd een opmerkelijke metamorfose ondergaan. In 2015, toen ik er de eerste keer kwam, zag je vooral Europese backpackers die een ferry naar één van de paradijselijke eilanden wilden nemen.

Toen de Chinese president Xi Jinping een jaar later in Cambodja op bezoek kwam, besefte hij dat deze zeehaven perfect zou passen in zijn Belt and Road-initiatief, een project om meer economische ontwikkeling en samenwerking te stimuleren in de landen van Afrika-Eurazië. Tussen 2016 en 2019 investeerde China zowat twee miljard dollar in Sihanoukville. 

Protserige casino’s

Op het hoogtepunt van de bouwwoede zouden er naar schatting 200.000 Chinezen in de stad gewoond hebben. De oorspronkelijke inwoners klaagden over de brutaliteit waarmee ze bijna verplicht werden om hun eigendom van de hand te doen. 

Rond het vermaarde standbeeld van de gouden leeuwen, vlak bij de pier, verschenen protserige casino’s en hoge torens. De straten werden herschapen in één grote modderpoel. Vrachtwagens en graafmachines reden af en aan. Dat er snel en slordig gewerkt werd, bleek in juni 2019, toen een werf in elkaar zakte en een dertigtal arbeiders om het leven kwamen.

Online gokken werd verboden

In de herfst van dat jaar kwam er echter een verbod op online gokken, de belangrijkste bron van inkomen voor de casino’s. Zo snel als ze gekomen waren, verdwenen de Chinezen weer. De onafgewerkte mastodonten lieten ze achter. 

Een paar maanden later, in het voorjaar van 2020, brak de pandemie uit en viel ook het toerisme stil. “We hebben nu wel mooie wegen, maar ze worden bijna niet gebruikt”, zegt motortaxichauffeur Nik Kara (42). Hij verwijst naar de statige boulevards langs de kust, die het prestige van de stad in de verf moesten zetten. Het is als motorrijder een luxe om twee lege rijstroken in elke richting te kunnen gebruiken. Maar Nik Kara vond het toch fijner toen de wegen nog smaller waren en de klanten talrijker. 

 “Ik probeer mijn kinderen en een inwonend neefje eten te geven met het geld van enkele goedkope ritjes per dag”, zegt hij. “En dan moeten ze ook nog eens online les volgen omdat de scholen gesloten zijn.” 

Tijdens een tocht door de stad toont hij mij de verlaten bouwterreinen. Veel werven zijn aan de straatkant dichtgetimmerd en tegen die afsluitingen worden sigaretten, kokosnoten of fruitdrankjes verkocht. Leey-laay (48) heeft zo’n winkeltje, vlak bij een stuk strand dat voor corona geliefd was bij buitenlanders. Toen werkte hij als taxichauffeur en verkocht hij bus- en boottickets. 

Gierige Chinezen

“Chinezen waren eerder gierig”, vertelt hij, “maar Europeanen gaven altijd fooien en leerden onze kinderen een paar woorden Engels.” Leey-laay zal geduldig blijven wachten tot die goeie tijd terug komt. 

“Ach, je hebt goeie en slechte mensen in elke bevolkingsgroep. Dat geldt ook voor Chinezen”, relativeert Jo (59), een Duitser die al sinds 2013 in Sihanoukville woont. “Ik heb de Europese expats hier zien vertrekken toen de huurprijzen begonnen te stijgen”, vertelt hij. “In 2017 waren er nog zowat 10.000, vandaag een driehonderdtal.” 

Jo zit achter de toog van zijn bar, een beetje verscholen in een smal straatje vlakbij de aanlegsteiger voor veerboten. Vroeger had je hier het éne cafeetje naast het andere. Maar de populaire eilanden voor de kust werden dit voorjaar volledig afgesloten voor het publiek. Nu komt het toerisme weer voorzichtig op gang. 

Luchthaven

“Weet je dat de Chinezen een luchthaven willen bouwen òp het eiland Koh Rong?”, vraagt hij. “Hoe verzinnen ze het? Je zou er rechtstreeks vanuit China naartoe kunnen vliegen.” Het lijkt inderdaad een waanzinnig idee, want zo’n twintig kilometer buiten de stad bestaat al een internationale luchthaven. 

Maar het plan zou wel eens minder onschuldig kunnen zijn dan het lijkt. Misschien is de luchtbrug niet alleen voor toeristen bedoeld. Sihanoukville heeft namelijk een militaire basis en critici zeggen al langer dat die ook gebruikt wordt door Chinese soldaten. De Cambodjaanse premier Hun Sen heeft dat gerucht altijd met klem ontkend. 

Vastzitten op een werf

De volgende dag wandel ik nog eens voorbij de gouden leeuwen, die nu achter een omheining staan. Op een aanplakbord zie ik dat er een parkje met zitbanken rond het standbeeld moet komen. Langs de vernieuwde laan, die op de rotonde uitkomt, zie ik twee vrouwen op de benedenverdieping van een werf zitten. Aan een waslijn hangen kleren te drogen en er staan metalen bedden. 

Als ik op hen toestap, beginnen Maphie (43) en Nie (44) te giechelen. Het is nog nooit gebeurd dat een witte reporter met hen wilde praten. Maar hun verhaal is minder vrolijk. Ze wonen al vijf maanden tussen het steenpuin van deze ruwbouw. De eigenaar is met de noorderzon vertrokken en zij zitten vast. Ze hebben geen geld om terug te gaan naar hun provincie Kampong Speu, zo’n tweehonderd kilometer verderop. 

De constructie telt vijftien verdiepingen, maar ze gaan nooit naar boven. “Ik heb schrik om er te vallen in de modder en bovendien zijn er geen trappen.” De toren is niet winddicht, als het regent wordt het overal nat en de waterplassen trekken muggen aan. “We zijn al heel vaak gestoken.”

Hun uitzichtloze situatie staat symbool voor het lot van deze stad. Maphie heeft drie kinderen thuis, die zolang bij hun bejaarde grootmoeder blijven. “Natuurlijk mis ik hen en natuurlijk ben ik triest, maar ik blijf lachen. Hoe kan ik huilen?” 

“Als de werf niet opnieuw opstart, moeten we hier blijven”, zeggen ze. “Misschien wel tot we omkomen van honger.”

Corona doet er nog schep bovenop

“Sinds de coronacrisis begon, hebben sommige mensen het echt wel moeilijk om drie maaltijden per dag te betalen”, vertelt You Saroun (36). Hij werkt voor een ngo die voedselpakketten met rijst, vis en sojasaus naar de allerarmsten brengt. Ik volg hem tijdens een bezoek aan de wijk “Wat Leur”. Die naam verwijst naar de tempel op een heuvel. 

Rond de muren van de pagode staan kleine huisjes uit hout of golfplaten. De meeste staan op palen, boven een ondergrond van zand en losliggende stenen. Spelende kinderen lopen honden achterna en hier en daar worden hoopjes afval verbrand.

De meeste inwoners waren naar Sihanoukville gekomen om in de bouwsector of in het toerisme te werken. Nu zijn ze hun baan kwijt. Ze zijn blij dat ze hun verhaal kunnen doen als You Saroun langskomt.

Eén mevrouw had net voor corona haar dak laten herstellen, maar kan nu ze de lening van 500 dollar niet meer terugbetalen. De ngo probeert te bemiddelen. De organisatie heet Mloup Tapang. Dat betekent “schaduw van de Tapang”, een boom die symbool staat voor bescherming omdat hij zo’n groot bladerdek heeft.

Nog twee jaar

Een ander koppel krijgt af en toe geld uit hun thuisprovincie, voldoende om telkens voor één dag voedsel te kopen. “Als we ziek worden, proberen we de ziekte gewoon uit te zitten en de pijn te verdragen”, zegt de vrouw met een verlegen lachje. “Alleen als het echt ernstig is, kunnen we naar een ziekenhuis.”

You Saroun ziet voorlopig geen verbetering. “Pas als de lockdown opgeheven wordt en de economie weer op gang komt, zal Cambodja herademen”, denkt hij. “En dat zou nog twee jaar kunnen duren.”

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!