Vergeefse pogingen om hen toch minstens door te laten voor het geven van noodhulp. Foto: Karolina Gembara
Reportage - Maciej Bochajczuk

Polen mishandelt weerloze Afghaanse vluchtelingen aan de grens met Wit-Rusland: een getuigenis

Reeds enkele weken kamperen meer dan dertig Afghaanse vluchtelingen in erbarmelijke omstandigheden in de grensstrook tussen Polen en Wit-Rusland. Ze moeten het zonder beschutting, eten of hygiëne stellen. Solidaire activisten vrezen het ergste. Hieronder een recente getuigenis van een Poolse activiste ter plaatse.

woensdag 8 september 2021 11:37
Spread the love

 

Meer dan 30 mensen kamperen sinds half augustus aan de Pools-Wit-Russische grens. Het zijn voornamelijk vluchtelingen uit Afghanistan. Allen hebben herhaaldelijk en in aanwezigheid van politie-agenten om internationale bescherming gevraagd.

In strijd met de geldende wetgeving negeren Poolse grenswachten hun asielaanvragen of weigeren zij die te aanvaarden. Pogingen van Afghanen om het Poolse grondgebied binnen te komen werden op brute wijze verhinderd. De vluchtelingen werden teruggedreven of terug over de grens naar Wit-Rusland gezet.

Hybride oorlog?

De Poolse regering beweert dat ze te maken heeft met een “hybride oorlog”1 door het Wit-Russische Loekasjenko-regime, dat de EU al maandenlang chanteert door migranten naar de EU-grenzen te sturen. Vanuit die argumentatie zou elke steun aan de vluchtelingen gelijk staan aan deelname aan “het spel van Loekasjenko” en dus “tegen Polen” gericht zijn.

Zelfs voor personen die toch illegaal de grens kunnen oversteken maar geen asielaanvraag indienen, schrijft de wet voor dat procedures moeten worden gestart en dat de verdachten tijdens deze procedures in beschaafde omstandigheden moeten worden gehuisvest, in bewaakte centra met eten en een dak boven hun hoofd.

Poolse soldaten houden de vluchtelingen permanent in de gaten. Foto: Karolina Gembara

De vluchtelingen die in de buurt van het Poolse dorp Usnarz Górny (55 km ten oosten van de stad Białystok) kamperen hebben echter reeds wekenlang slechts sporadisch voedsel ontvangen van Wit-Russische zijde. Pogingen van Poolse humanitaire organisaties om hulp te bieden worden door de grenswacht meedogenloos geblokkeerd. Er kunnen van Poolse zijde geen levensmiddelen of medicijnen worden geleverd aan de vluchtelingen. Die hebben al weken geen toegang meer tot toiletten en stromend water – ze gebruiken noodgedwongen de lokale rivier.

Op 25 augustus besloot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) voorlopige maatregelen op te leggen en gelastte de Poolse overheid de mensen aan de grens te voorzien van voedsel, water, kleding, medische verzorging en, indien mogelijk, tijdelijk onderdak. De Poolse regering negeert dat besluit van het EHRM en de overheidsdiensten laten niemand door.

Sinds 2 september is langs de gehele grens met Wit-Rusland de noodtoestand van kracht, die door de Poolse president voor ten minste 30 dagen werd afgekondigd. De facto betekent dit een informatieblokkade en een verbod op activiteiten van hulporganisaties. Onafhankelijke media die over de crisis berichtten hebben het gebied verlaten, activisten moesten hun kamp opbreken.

Karolina Gembara

Eén persoon die voor de noodtoestand vanaf 2 september nog tot aan de grens raakte is Karolina Gembara, een Poolse fotografe en activiste. Dit is haar getuigenis:

“Half augustus hoorde ik over het kamp in Usnarz. Ik was ervan overtuigd dat de situatie nu elke dag wel opgelost zou raken. Ik kan niet geloven dat sindsdien drie weken zijn verstreken en dat ondanks de enorme inspanningen van ngo’s, parlementsleden van de oppositie, vrijwilligers en de media, deze tientallen mensen nog steeds bevriezen, verhongeren en ziek zijn. Polen kondigt nu de noodtoestand in, stuurt tanks naar de grens en beweert dat we ons in een hybride oorlog met Wit-Rusland bevinden.”

Foto: Karolina Gembara

“Ik ging er een paar dagen geleden heen, net voordat de noodtoestand werd afgekondigd. Ik verzamelde thermische dekens, batterijen en levensmiddelen van mijn vrienden in Warschau. Reeds op de heenweg was ik bang dat de grenswacht mij niet zou doorlaten tot aan de grens. Ter plaatse trof ik vrijwilligers aan die aan het inpakken waren – voor het geval dat, zeiden ze me, je weet niet of ze ons er met geweld uit zullen gooien of ons de tijd zullen geven. Die avond pakten we toch uit ter plaatse. We wachtten in spanning af. Zonder beschikbaar GSM-signaal was het moeilijk om op de hoogte te blijven, ondanks de aanwezigheid van politici.”

“Het grootste deel van de dag keek ik met mijn telelens naar de vluchtelingen. Journalisten, lokale bewoners en verschillende mensen kwamen langs. Sommigen zeiden dat dit een schande was, dat de vluchtelingen leden, anderen zeiden ons dat we hier weg moesten gaan, dat we gek waren. Ik heb niet veel foto’s genomen. Ik wilde, zoals iedereen, alleen weten wat met hen gebeurde.”

Kasia (l) en Basia, enigszins ontmoedigd door de manifeste onwil van de Poolse overheid, geven toch niet op. Foto: Karolina Gembara

“De situatie was ongelooflijk. Ze zitten daar aan de rand van een bos. Aan de overkant een linie van de OMON [de Wit-Russische oproerpolitie] met geweren, aan de andere kant het Poolse leger. Tussen hen zit een groep mensen ineengedoken, bang. Ze maken slechts af en toe wat bewegingen. Er staan vier tenten, die de vrijwilligers nog wisten te passeren net voor ze ongeveer 200 meter werden teruggedreven.”

“De vrouwen komen nauwelijks buiten. Wij weten dat een van hen, de oudste, mevrouw Gul, een moeder met vier bij haar aanwezige kinderen, niet meer opstaat. Dat weten we omdat onze tolken meerdere malen per dag met hen proberen te praten via een megafoon. Zij hebben alleen hun stem, en een vaste code – ja of nee – maakt de communicatie iets gemakkelijker, maar het blijft zeer beperkt.”

“Bijna elke keer als we zo tegen elkaar roepen, zetten de Poolse militairen hun sirenes aan en starten ze de stroomaggregaat of de motor van de vrachtwagen, die zo geparkeerd staat dat we zo weinig mogelijk kunnen zien. Het goede nieuws is dat de Wit-Russen brood hebben gegeven. Er is echter ook slecht nieuws: zopas werden nog twee vrouwen in het kamp gedumpt. Die zijn allebei ziek.”

“Er liep in het kamp ook een poes rond. Een pluizige Britse korthaar was tot een tiental dagen geleden overal in de Poolse media te zien. Enkele meisjes hadden hem uit Afghanistan meegenomen. Hij wilde blijkbaar niet achterblijven.”

“Dat boeide me wel wat, niet omdat het belangrijk zou zijn. Dit was gewoon de reflex van een mens die zijn huisdier meeneemt op de ergste reis van zijn leven. Die moest haar poes heel die reis dragen, over hem waken, zodat ze niet weg zou lopen. Hebben ze eten voor hem? Nu ja, mensen verhongeren hier, wie geeft er dan om een poes.

Enkele Afghaanse mannen wuiven naar de overkant. Foto: Karolina Gembara

“Als ze daar alleen brood hebben, moet de kat nu wel uitgemergeld zijn. Katten eten immers geen brood. Nog maar pas zag ik hoe een jong meisje hem omhelsde, er mee speelde. Misschien geeft dat huisdiertje haar wat hoop. Vandaag weten we er niets meer over. We weten zelfs niet of het meisje en haar poes, haar moeder en de andere bewoners van het kamp nog leven.”

“Ik ben er maar een paar dagen gebleven met warme kleren en eten. Ik sliep in de auto omdat het geen zin had om een tent op te zetten op de modderige bodem. We beschikten tevens over een mobiel toilet. Tijdens de nachtwakes dronken we thee en rookten we sigaretten om onze zenuwen in bedwang te houden. We noteerden elke verandering in het gedrag van de patrouilles, helikopters die overvlogen, hoorden in de verte schoten of andere geluiden.”

“Ik kwam ziek terug, met pijn over mijn hele lichaam, met een gevoel van kou dat ik maar niet kwijt raakte. Ze zaten daar echter al bijna een maand, drinken water uit een rivier, hebben diarree, nierproblemen. Twee mensen waren flauwgevallen. Wij wisten dit allemaal en de aanwezige artsen smeekten het leger hen te laten passeren of toe te laten dat ze medicijnen kregen om zelf toe te dienen.”

Locatie van het kamp op 50 km ten oosten van Bialystok. Googlemaps

“Vrouwelijke parlementsleden namen deel aan onze smeekbedes. Ze lieten op de kaart zien dat de vluchtelingen wel degelijk aan de Poolse kant zitten2, dat zij dus moeten en kunnen geholpen worden. Bij elk van die gesprekken waren een dozijn gewapende met bivakmutsen gemaskerde mannen aanwezig. Geen van hen stelde zich voor. Ze zeiden alleen dat we onze tijd verspilden.”

“Op donderdagavond 2 september kregen we te horen dat we het gebied aan de grens tegen middernacht moesten verlaten. We begonnen daarop met het inpakken van het vrijwilligerskamp. De tolken probeerden nog verschillende malen aan de vluchtelingen duidelijk te maken dat als wij hier weg zouden gaan, zij moesten proberen bij de officiële grensovergang te komen.”

“Niemand scheen te geloven dat dit mogelijk was. Ten eerste zitten deze mensen daar onder de dreiging van wapens, van beide zijden wordt elke beweging in de gaten gehouden. Ze kunnen niet eens in alle rust hun fysieke behoefte doen. Ten tweede kan een aantal van hen niet meer stappen. Ze hebben daar geen kracht meer voor, hebben het koud, hun kleren zijn nat. Die kunnen nergens naar toe.”

“Ik reed met een parlementslid en mijn vrienden naar de trein. De grenspolitie stond ons niet toe nog terug te keren, ten onrechte, want de noodtoestand werd pas na middernacht van kracht, maar ik had niet langer de kracht om hen tegen te spreken. Ik parkeerde de auto en begon te wenen. Ik had uiteindelijk wel een gsm-signaal en las daarop hoe honderden mensen de laatste dagen de grens waren overgestoken en hoe de Poolse en Wit-Russische legers hen telkens weer aan elkaar overdroegen.”

“Sinds vrijdag drie september weet ik niet meer wat er gebeurt. Ik blijf de beelden zien van hun gezichten, ik hoor hun geschreeuw. Ik koester nog de ijdele hoop dat we wel iets te weten zullen komen van Wit-Russische zijde. We wachten echter bang op het eerste nieuws over dodelijke slachtoffers.”

 

Notes:

1   Bedoeld wordt een mengelmoes van politiek geïnspireerde maatregelen, politieacties en/of inzet van militair materieel die een feitelijke oorlogstoestand creëren zonder dat van een letterlijke oorlogsconfrontatie sprake is (nvdr.).

2   Het ‘niemandsland’ tussen landen is een ter plaatse of nationaal overeengekomen strook van enkele meters tot honderden meters breed, naargelang de mogelijkheden, het terrein of de aard van de spanningen, waar beide landen uit weg blijven met hun personeel en hun officiële grensovergangen aan de uiteinden plaatsen. Het is echter geen echt afzonderlijk terrein maar nationaal grondgebied van de betrokken landen. De echte staatsgrenzen raken elkaar zoals de kaarten in dit geval bevestigen (nvdr.).

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!