Beirut: foto- pxfuel

Libanon een jaar na de explosie: een falende staat gebukt onder armoede en sektarisme

Een jaar na de rampzalige havenexplosie waarbij meer dan tweehonderd mensen omkwamen, duizenden gewond raakten en 300.000 mensen dakloos werden, verglijdt Libanon in een dramatische economische en politieke crisis. Volgen John Nagle, hoogleraar Sociologie aan de Queen’s University in Belfast, is dat vooral het gevolg van het politieke systeem.

woensdag 4 augustus 2021 15:44
Spread the love

De economische implosie van Libanon is zo ernstig dat de Wereldbank ze beschouwt als een van de drie meest ernstige sinds het midden van de negentiende eeuw.

De cijfers tonen duidelijk een escalerende humanitaire ramp. Omdat de voedselprijzen sinds oktober vorig jaar met 580 procent zijn gestegen, zijn meer dan 900.000 Libanezen niet in staat om voor voldoende voedsel en basisdiensten te zorgen. De helft van de bevolking leeft nu onder de armoedegrens. De werkloosheid is met 35 procent gestegen. En alsof de situatie nog niet nijpend genoeg was, zijn de politieke leiders er niet in geslaagd een coalitieregering te vormen.

Bankencrisis

Twee directe factoren zwengelen de crisis aan: de bankencrisis van 2019 en de covid-pandemie die erop volgde. De liquiditeitscrisis in de banksector leidde in 2020 tot een devaluatie van het Libanese pond met 90 procent en een daling van het bruto binnenlands product met 9,2 procent. Maar om de aard van de crisis volledig te begrijpen, is het belangrijk de dodelijke mix te snappen van politiek sektarisme en neoliberalisme in Libanon.

De term politiek sektarisme verwijst naar het systeem van machtsdeling in Libanon, dat werd hertekend na de burgeroorlog van 1975-1990. De bedoeling was om posities in de regering te garanderen aan de vertegenwoordigers van de achttien belangrijkste religieuze en etnische groepen in het land. De machtsdeling is dus bedoeld om ervoor te zorgen dat geen enkele groep de staat kan domineren met uitsluiting van de anderen.

Corruptie

Maar dat systeem heeft in realiteit tot een situatie geleid waarin krijgsheren en magnaten uit de burgeroorlog hun positie als de gekozen leiders van hun gemeenschap hebben gebruikt om de economische instellingen van de staat te veroveren. Ze gebruiken de staat om hun eigen persoonlijke fortuin te verrijken. De Corruption Perception Index (CPI) van 2020 rangschikt Libanon onder de meest corrupte staten ter wereld.

De leiders gebruiken die middelen vervolgens om politieke steun te kopen. Basisdiensten zoals gezondheidszorg, elektriciteit en gas worden in toenemende mate gecontroleerd door private sektarische facties. De diensten worden uitgedeeld aan leden van hun gemeenschappen in ruil voor hun stem. Het systeem maakt veel burgers afhankelijk van de sektarische facties voor hun dagelijkse overleving.

Neoliberalisme

Het is hier dat politiek sektarisme overlapt met neoliberalisme, dat geassocieerd wordt met privatisering, een kleinere rol voor de staat, lage belastingen en de uitbesteding van openbare werken en diensten (zoals afvalophaling) aan particuliere bedrijven. Het naoorlogse Libanon is beschreven als een voorbeeld van “daadwerkelijk neoliberalisme”.

Een van de meest beruchte voorbeelden daarvan is de reconstructie van het centrum van Beiroet door Solidere, een privaat-publiek bedrijf dat is opgericht door de voormalige Libanese premier Rafic Hariri. De overdracht van openbare ruimte in particuliere handen leverde Solidere 8 miljard dollar op, een kwart van het bruto binnenlands product van Libanon.

In plaats van openbare diensten te ontwikkelen en zo inclusief burgerschap en legitimiteit te bevorderen, hebben de elites belangrijke instellingen uitgehold die belangrijk zijn voor de stabiliteit.

Revolutie – of hervorming?

De prangende vraag is: waar gaat Libanon heen? De Wereldbank heeft gewaarschuwd dat een dergelijke “brutale en snelle economische terugval meestal wordt geassocieerd met conflicten of oorlog”. De vijftienjarige burgeroorlog in Libanon kostte meer dan 150.000 doden en een miljoen ontheemden.

Een terugval in dit soort totale burgeroorlog is hoogst onwaarschijnlijk.

Waarschijnlijker is een nieuwe golf van sociale onrust. Protestbewegingen zijn een veel voorkomende vorm van oppositie geworden tegen de corrupte sektarische leiders van Libanon.

In 2019, toen de bankencrisis uitbrak en hoge belastingen werden ingevoerd, gingen gewone Libanezen in het hele land de straat op in wat de thawra (opstand) werd genoemd. Demonstranten scandeerden: “Allemaal betekent allemaal”, alle sektarische leiders moesten worden verdreven.

Belangrijk is dat de thawra een stem gaf aan een reeks gemarginaliseerde groepen, onder wie vrouwen, LGBTQ+-burgers en activisten tegen racisme.

De sektarische elites hebben alle mogelijke trucs ingezet om het voortbestaan van het regime te verzekeren, ogenschijnlijk in het belang van de stabiliteit. Veiligheidsdiensten hebben activisten gearresteerd – zelfs voor posts op sociale media – en hebben handlangers demonstranten in elkaar laten slaan.

Maar nu ook het salaris van de veiligheidsdiensten sterk is teruggeschroefd, is het steeds minder waarschijnlijk dat ze de protesten in toom zullen kunnen houden. Mogelijk trekken zelfs loyale partij-aanhangers die zelf lijden onder de economische ineenstorting hun steun in.

Met Najib Mikati als recent aangestelde premier kwam opnieuw een miljardair aan het roer. Als hervormingsgezinde is de kans groter dat hij wat morrelt aan de status quo, eerder dan dat hij een betekenisvolle verandering in gang zet die zo broodnodig is.

Westerse inmenging

Het westen heeft traditioneel geprobeerd om Libanons defecte politieke systeem op te lappen. Nu meer dan ooit ziet Europa Libanon als cruciaal in het internationale vluchtelingenregime. Naast de 200.000 Palestijnse vluchtelingen die in het land wonen, herbergt Libanon ook nog eens 1,5 miljoen vluchtelingen van de burgeroorlog in buurland Syrië.

Frankrijk, de oud-koloniale macht in de regio, heeft een aantal economische en structurele hervormingen voorgesteld om het systeem van machtsdeling in de regering te herstellen. In het Franse idee zou een regering onder leiding van technocraten hervormingen doorvoeren onder supervisie van het Internationaal Monetair Fonds.

Maar die inspanningen om het regime aan de macht te houden gaan lijnrecht in tegen de wens van veel Libanezen. Zij zien geen heil in teruggaan naar een mislukt systeem dat er niet in slaagde om ze te voorzien van basisdiensten, werkgelegenheid en mensenrechten. De status quo houdt het niet meer, en er zal iets moeten veranderen.

Deze opinie verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner The Conversation

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!