Meir in Antwerpen. Foto: Lieven Smits, Wikimedia Commons / CC BY-SA 3.0 (More information about the rights of this work, see below article)
Opinie - Tolullah Oni, Rizka Maulida, IPS

Een ander stedelijk ontwerp kan ons helpen langer te leven

Wereldwijd neemt niet alleen verstedelijking toe, maar ook hart- en vaatziekten. De relatie tussen onze stedelijke omgeving, milieurisico’s en onze gezondheid is lange tijd onvoldoende belicht, zeggen twee onderzoekers aan Cambridge. Deze relatie zou aan de basis moeten liggen van stadsplanning wereldwijd.

donderdag 15 juli 2021 13:02
Spread the love

 

Tegen 2050 zal naar verwachting bijna 70 procent van de wereldbevolking in steden wonen, tegen 55 procent nu. De snelste stedelijke groei vindt plaats in Azië en Afrika, waar ook het aantal mensen dat lijdt en sterft aan hartaandoeningen snel toeneemt.

De impact van niet-overdraagbare ziekten op de gezondheid van de wereldbevolking groeit. Dit zijn ziekten die niet rechtstreeks van de ene persoon op de andere overdraagbaar zijn. En wetenschappers voorspellen dat ze tegen 2030 77 procent van de wereldwijde ziektelast zullen vormen. Hart- en vaatziekten zijn het meest voorkomende type, verantwoordelijk voor 44 procent van alle sterfgevallen in deze categorie.

Nieuw onderzoek van het Universitair Medisch Centrum in Mainz, Duitsland, onderzoekt hoe verstedelijking de risico’s van dergelijke ziekten verhoogt. Jongeren zijn wereldwijd steeds meer geconcentreerd in de steden. Hun toekomstige gezondheid staat op het spel. Kan stadsplanning worden ingezet om die te beschermen?

Een groeiend probleem

De studie van Mainz verzamelt het bestaande bewijs over de impact van verschillende stedelijke milieurisico’s. Hieronder vallen luchtvervuiling (meer dan de helft van de wereldwijde sterfgevallen als gevolg van luchtvervuiling is te wijten aan hart- en vaatziekten); verkeerslawaai (dat bijdraagt aan het risico op stofwisselingsziekten door verhoging van de stresshormoonspiegels, hartslag en bloeddruk); en lichtvervuiling ‘s nachts (gelinkt aan veranderingen in het slaapritme, dat verband houdt met onder meer obesitas en hartaandoeningen).

Het onderzoek laat vervolgens zien hoe de menselijke gezondheid en klimaatverandering met elkaar verbonden zijn. De gevolgen van extreem weer, overstromingen en hittestress vernietigen stedelijke infrastructuur en schaden bevolkingsgroepen.

Wetenschappers noemen deze relatie tussen de menselijke gezondheid en het welzijn van de natuurlijke systemen waarvan we afhankelijk zijn, de planetaire gezondheid. Dit wordt steeds vaker gezien als een leidend principe dat al het stedelijk beleid zou moeten sturen.

Gezonde stadsplanning

Steden inrichten voor auto’s maar ook stadsuitbreiding stimuleert autogebruik, verkeersopstoppingen, luchtvervuiling en lawaai. Het resultaat is meer stress, verkeerstrauma en fysieke inactiviteit, een slechtere algemene gezondheid en meer sterfgevallen.

Wat we nodig hebben is een beter ontwerp voor onze steden. Onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat 20 procent van alle sterfgevallen voorkomen zou kunnen worden als steden zo ontworpen zouden zijn dat ze voldoen aan de aanbevelingen voor lichaamsbeweging, luchtvervuiling, geluid, hitte en groene ruimte.

De auteurs van het onderzoek uit Mainz identificeren vier stedelijke modellen die als gezond omschreven kunnen worden. De eerste is de compacte stad: dichtbevolkt, met direct openbaar vervoer en veel groen. Melbourne wordt momenteel langs deze lijnen heringericht.

Het tweede model is de superblock-stad. Hier worden stedelijke blokken begrensd door uitvalswegen. In de blokken hebben voetgangers en fietsers voorrang en is alleen woonverkeer toegestaan, met een maximumsnelheid. In Barcelona worden door deze stadsplanning naar schatting jaarlijks bijna zevenhonderd vroegtijdige sterfgevallen door luchtvervuiling, verkeerslawaai en hitte voorkomen.

Dan is er de 15 minuten-stad, populair geworden als model voor wederopbouw na de pandemie. Het idee – waaraan de burgemeester van Parijs Anne Hidalgo haar herverkiezingscampagne voor 2020 hing – hier is dat alle inwoners gemakkelijk binnen 15 minuten wandelen of fietsen van hun huis aan hun essentiële behoeften kunnen voldoen (boodschappen, naar school).

Het autovrije stadsmodel ten slotte, waarvan de wijk Vauban in het Duitse Freiburg een succesvol voorbeeld is, vermindert onnodig privéverkeer en zorgt voor eenvoudige toegang tot actief en openbaar vervoer.

Ruimtelijke ongelijkheid

Deze vier modellen zijn ontworpen om actief vervoer te bevorderen en het autogebruik te minimaliseren. Dat vermindert luchtvervuiling, lawaai en hitte en verhoogt de fysieke activiteit, wat de gezondheid van het hart weer verbetert.

De modellen zijn prijzenswaardig, maar houden geen rekening met de snelle uitbreiding die kenmerkend is voor de steden die wereldwijd het hardst groeien. Zonder rekening te houden met de historische en koloniale context van ruimtelijke segregatie, zoals bijvoorbeeld in de stedelijke centra van Zuid-Afrika, zou de stad van 15 minuten zo onbedoeld ruimtelijke ongelijkheid kunnen versterken.

Ook vereisen de manieren waarop bewoners in deze steden zich de gebouwde omgeving toe-eigenen, om verschillende benaderingen voor de bevordering van actief leven. In IndonesiëColombiaRwanda en Nigeria, om enkele te noemen, worden steeds vaker tijdelijke activiteiten – zoals autovrije dagen – ingesteld om actief leven te bevorderen. Dit soort initiatieven is cruciaal, net als grondig onderzoek van de gezondheidsvoordelen die ze opleveren.

Complexiteit omarmen

Om de complexiteit van de relatie tussen niet-overdraagbare ziekten en blootstelling aan het milieu te vatten, stelt de Mainz-studie een zogenaamde exposoombenadering voor. Het exposoom staat voor het geheel van milieublootstellingen uit verschillende bronnen.

Zaken als luchtvervuiling, groen en wonen zijn duidelijk met elkaar verbonden. Door te erkennen dat ze op verschillende, onderling verbonden manieren bijdragen aan onze stedelijke blootstelling, kunnen we beter begrijpen hoe ze samen een slechte gezondheid veroorzaken. Ook kan dit duidelijk maken hoe sociaaleconomische status hun impact beïnvloedt.

De studie wijst op verschillende gaten in onze kennis. Zo is er de behoefte aan betere maatregelen voor het beoordelen van milieublootstelling en aan meer burgerparticipatie om ervoor te zorgen dat dergelijke beoordelingen de werkelijke ervaringen van mensen weerspiegelen. Maar een cruciaal gemis dat het onderzoek niet noemt, is het feit dat de bestaande modellen westers zijn.

De verstedelijking die plaatsvindt in Azië en Afrika is heel anders dan die in Europa en Noord-Amerika. Een onderzoek uit 2014 naar gebouwde omgevingsfactoren en lichamelijke activiteit bij adolescenten in Nigeria bijvoorbeeld, toonde aan dat meisjes en vrouwen actief reizen – wandelen en fietsen – afkeurden. Aanbevelingen moeten daarom rekening houden met specifieke culturele en sociale normen. Zo voorkomen we dat ongelijkheid op gezondheids- en sociaal vlak toeneemt.

Of het nu gaat om ons vervoer, onze energiebronnen of onze huisvestingsopties, de noodzaak is groot om alle stedelijke factoren van invloed op ons welzijn, in overweging te nemen. Dit zou van stedenbouwkundigen en planners de facto gezondheidswerkers makers, met de bijbehorende verantwoordelijkheid om de gezondheid van mens en planeet te beschermen.

 

Deze opinie is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.

Foto: Lieven Smits, Wikimedia Commons / CC BY-SA 3.0

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!