MQ9-Reaper op Creech Air Force Base, Nevada. De naam 'reaper' (raper, oogster) is een weinig subtiele verwijzing naar de uitdrukking 'Grim Reaper' (pietje de dood). Foto: US Air Force/ Larry E. Reid jr/Public Domain
Analyse - Solène Jomier, GRIP,

Politieke, juridische en ethische vragen bij inzet militaire drones door EU-lidstaten

Solène Jomier, onderzoekster bij de organisatie GRIP stelt zich ernstige vragen bij het toenemend gebruik van militaire drones door de legers en de politie van meerdere EU-lidstaten. Deze wapens zijn zeer controversieel. Bovendien is dit toenemend gebruik nooit onderworpen aan degelijk voorafgaand onderzoek van de talrijke implicaties op ethisch vlak, maar worden ze wel voorgesteld als een voldongen feit.

dinsdag 8 juni 2021 15:10
Spread the love

 

Verschillende Europese lidstaten zijn bezig hun legers uit te rusten met bewapende Medium Altitude Long Endurance drones (MALE-drones). Deze nieuwe wapens zijn echter voer voor controverse. Dit soort drones herdefinieert namelijk militaire praktijken en oorlogsprofielen. In deze analyse wordt ingegaan op het standpunt dat de EU heeft ingenomen over deze controversiële wapens.

Daarnaast gaat deze analyse dieper in op de al dan niet genomen maatregelen op Europees niveau over deze bewapende drones. Ten eerste merkt de analyse op dat de EU het gebruik en de aanschaf van bewapende drones heeft gesteund en dat de EU er nog meer zal aanschaffen indien nodig. Deze steun blijkt niet het resultaat te zijn van institutionele besluitvorming, maar veeleer van een de facto-aanvaarding van een door de EU-lidstaten vastgesteld voldongen feit. Vervolgens gaat de analyse in op de juridische en ethische overwegingen die uit deze effectieve steun voortvloeien en die in een hypothetisch debat buiten beschouwing lijken te zijn gebleven

Inleiding

Een aantal EU-lidstaten koopt bewapende drones of is van plan hun leger daarmee uit te rusten. Frankrijk heeft reeds de MQ-9 Reaper van Amerikaans ontwerp aangeschaft, terwijl Italië, Nederland, Spanje en België onbewapende modellen hebben aangeschaft die in een later stadium met raketten of bommen kunnen worden uitgerust (1). Duitsland aarzelt nog om zich te bewapenen met de Heron TP, die het momenteel van Israël huurt (2).

Een IAI Heron TD drone van Israel Aerospace Industries. Foto: Reynaldo Ramon/Public Domain

Deze aankopen zijn het resultaat van op nationaal niveau genomen defensiebesluiten, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke belangen van die staten en hun behoeftes op het terrein. Bewapende drones zijn echter controversieel. Ze herdefiniëren namelijk militaire praktijken door de mogelijkheden uit te breiden voor plotselinge en heimelijke aanvallen in een context van strategieën gericht tegen volksopstanden.

Het gebruik van deze wapens wordt vereenzelvigd met het programma van gerichte executies door de VS in Pakistan, Jemen en Somalië. Deze executies worden streng veroordeeld door ngo’s als Amnesty International en Human Rights Watch. Zij oordelen dat deze extraterritoriale aanvallen buitengerechtelijk zijn en indruisen tegen de eerbiediging van de mensenrechten en het oorlogsrecht. Bovendien veroorzaakten ze veel burgerdoden.

Het politieke project van de EU omvat een component Gemeenschappelijk Buitenlands- en Defensiebeleid, die het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) van 2007 bekrachtigde. Het doel daarvan is de fundamentele belangen en veiligheid te vrijwaren door middel van militaire en civiele operaties.

Deze politieke ambitie blijft echter afhankelijk van de individuele EU-lidstaten en het GVDB garandeert niet dat het EU-bestuur enige beslissende stem zou hebben in nationale defensiebeslissingen. Het oorlogsterrein blijft namelijk een zaak van nationale soevereiniteit. Hoewel het Europees Parlement verschillende resoluties over bewapende onbemande luchtvaartuigen heeft aangenomen, is het nog steeds aan de EU-lidstaten afzonderlijkl om hierover te beslissen.

MQ1 Predator van VS-bedrijf General Atomics boven het zuiden van Afghanistan, geladen met Hellfire raketten. De namen van drones en hun wapens liegen er niet om: predator = roofdier, hellfire = hellevuur. Foto: Leslie Pratt/Public Domain

Dit betekent niet dat de EU geen betrokken partij  zou zijn in de dynamiek van dit specifieke militaire materieel en het debat daaromtrent. In deze tekst wordt het EU-standpunt uiteengezet over deze controversiële wapens die haar EU-lidstaten reeds bezitten.

Is de EU poortwachter of facilitator van de proliferatie van dergelijke apparatuur geworden? En met welke gevolgen? Om deze vragen te kunnen beantwoorden, wordt in deze analyse eerst vastgesteld dat de EU het gebruik en de aanschaf van bewapende drones actief heeft gesteund. Deze steun blijkt echter niet het resultaat van een duidelijk besluitvorming. Dit is het resultaat van een feitelijke aanvaarding door de EU-lidstaten. Ten tweede legt de nota de marginalisering bloot van de juridische en ethische overwegingen die uit deze steun voortvloeien.

1. Een meer expliciete politieke instemming dan het lijkt

In tegenstelling tot de vragen over de gevolgen van de proliferatie van bewapende drones, wordt In dit eerste deel van dit rapport een EU beschreven die de facto steun verleent aan de EU-lidstaten en aan industriële samenwerking bij ontwerp en productie van dergelijk materieel.

1.1. Proliferatie bewapende onbemande luchtvaartuigen en uitdagingen

Bewapende drones worden door de militair meest geavanceerde staten gezien als een positieve bijdrage tot een betere aanvalscapaciteit, die zowel doeltreffender als minder riskant is, omdat het bijvoorbeeld minder afhankelijk is van grondtroepen. Drones worden bovendien ook steeds meer betaalbaar.

Voor nationale legers is de aanschaf van deze wapens een manier om hun arsenaal aan middelen uit te breiden die superioriteit op het slagveld kunnen betekenen. Drones zijn op zijn minst een extra optie om bepaalde dreigingen het hoofd te bieden.

Een DJI Phantom2. Kleine drones worden ingezet voor korte afstand verkenningsvluchten. Foto: Capricorn4049/CC BY-SA 4:0

De rush om dergelijke apparatuur aan te schaffen en te produceren brengt echter specifieke uitdagingen met zich mee. Onderzoekers Micah Zenko en Sarah E. Kreps van de Council on Foreign Relations wijzen in dit verband op twee negatieve gevolgen van de proliferatie van bewapende drones: een verlaging van de drempel voor betrokkenheid bij conflicten en een toename van hun dodelijkheid (3).

De auteurs merken allereerst op dat bewapende drones de militaire, diplomatieke en politieke risico’s van het gebruik van geweld verminderen. Daardoor zijn staten echter sneller bereid zijn om tot geweld over te gaan. De drempel om oorlogszuchtige acties te ondernemen is nu veel lager en staten nemen er meer systematisch hun toevlucht toe dan voorheen.

Dit is met name het geval bij aanvallen op terroristen, ongeacht of zij zich in hun kamp bevinden, onderweg zijn of zich schuilhouden onder de niet strijdende burgerbevolking. Een ander gevolg van de verlaging van de drempel tot inzet van deze wapens is het verhoogde escalatierisico, met name in betwiste grensgebieden waar bijvoorbeeld het neerhalen van een bewapende vijandelijke drone aanvaardbaarder wordt geacht dan het neerhalen van een gevechtsvliegtuig met piloot (4).

Zenko en Kreps merken ook op dat dit risico des te groter wordt naarmate staten er toe neigen bewapende drones buiten hun eigen grondgebied in te zetten (5). In de praktijk dragen EU-lidstaten die over bewapende drones beschikken, of ernaar streven dit te doen, op deze manier bij tot een meer onstabiele en brandgevaarlijke omgeving.  Deze algemene tendens slaat niet alleen op hen, maar heeft ook gevolgen voor de strategische omgeving van alle andere EU-lidstaten en de gebieden waar hun strijdkrachten actief zijn.

De MQ8B Fire Scout is een helikopterdrone. De US Navy is fier dat zij deze drone heeft ontwikkeld met een motor op biobrandstof. Foto: Kelly Schindler/Public Domain

Ten tweede stellen Zenko en Kreps een “verhoogd risico op dodelijkheid” vast (6). Dat komt neer op een meer systematisch gebruik van bewapende drones waardoor hun inzet nog wordt vergemakkelijk. Het leidt er eveneens toe dat legers de voorkeur geen geven aan dodelijk geweld boven andere opties, zoals het gevangen nemen van een individu.

De VS, het eerste land dat bewapende drones ontwikkelde en gebruikte, zijn emblematisch voor dit toegenomen gebruik. Dat bewijzen de acties van gerichte moordaanslagen met de Predator en vervolgens de Reaper (of Predator B).

Verder moet men rekening houden met de reële mogelijkheid dat niet-gouvernementele actoren, zoals opstandelingen of terroristische groeperingen, deze wapens eveneens in handen kunnen krijgen en op die manier profiteren van de proliferatie van bewapende drones en van het groeiende aantal bedrijven dat ze kan produceren.

Daarmee gaan uiteraard verschillende risico’s gepaard. Deze situatie vergroot het gevaar, zowel voor reguliere legers als voor de burgerbevolking. Houthi’s gebruiken in Jemen rudimentaire drones geladen met explosieven tegen doelwitten in Saoedi-Arabië en ondermijnen zo de Saoedische defensie. Dit bewijst het potentieel van dergelijke wapens voor gewapende groeperingen.

1.2. EU-standpunt pro bewapende drones bij gebrek aan beter

Ondanks bovengenoemde risico’s is het duidelijk dat de EU de afzonderlijke EU-lidstaten in feite steunt bij productie, aanschaf en gebruik van bewapende drones. Het gaat hier niet om een duidelijk standpunt, maar veeleer om een meer expliciete bekrachtiging van de afzonderlijke keuzes die de lidstaten maakten.

Om een oneigenlijke veroordeling van de EU-overheden te voorkomen, moet er echter aan worden herinnerd dat het GVDB slechts de contouren van een Gemeenschappelijke Europese Veiligheid schetst, terwijl de prerogatieven op defensiegebied nog steeds stevig verankerd blijven in de nationale soevereiniteit. Dit valt dus onder de eigen verantwoordelijkheid van de EU-lidstaten.

De Pipistrel Sinus UAV is een Sloveens/Italiaanse tweezitter omgebouwd tot drone. Foto: AviatorUAV/CC BY-SA 4:0

Elk gemeenschappelijk besluit op Europees niveau over defensie moet bijgevolg het resultaat zijn van een initiatief uit de lidstaten. Met andere woorden, alleen een akkoord tussen de EU-lidstaten kan leiden tot een politiek besluit van de EU over kwesties zoals de proliferatie van bewapende drones. Het Europees Parlement heeft echter herhaaldelijk gewaarschuwd voor de gevaren van een dergelijke proliferatie en opgeroepen tot gemeenschappelijke Europese actie, tot nu zonder veel succes.

Het EU-parlement, het wetgevend orgaan van de EU, heeft in 2014 en 2016 twee resoluties aangenomen met een oproep tot de ontwikkeling van een gemeenschappelijke beleid over drones (8). In 2017 werd het parlementaire onderzoeksrapport “Towards an EU common position on the use of armed drones” (9) gepubliceerd.

Daarin worden de uitdagingen belicht die de groeiende rol van bewapende drones met zich meebrengen en hun invloed op het veranderen van de aard van conflicten. In dit verslag wordt de EU opgeroepen een standpunt in te nemen over deze strategische vraagstukken. Een andere resolutie van het Parlement uit 2017 roept op om “onbemande systemen”, waaronder bewapende drones, expliciet op te nemen in de EU- controleregeling. Aan deze oproepen werd echter geen gehoor gegeven.

Het GVDB machtigt de EU om de militaire en civiele middelen van haar leden te gebruiken voor crisisbeheersing, vredeshandhaving en zelfs missies voor terrorismebestrijding. Sinds 2003 heeft de EU ongeveer 30 civiele en militaire operaties uitgevoerd op drie continenten.

Winston Churchill kijkt toe op de lancering van een Havilland Queen Bee zonder piloot op 6 juni 1941, een omgebouwde Tiger Moth tweedekker. Toestellen zonder piloot waren al een militair idee sinds vliegtuigen bestaan. Beperkende factoren waren het geringe bereik van het radiosignaal, gebrek aan visuele controle met camera aan boord en het gewicht van de klassieke verbrandingsmotor. Foto: Imperial War Museum/Public Domain

Hoewel deze missies in de eerste plaats gericht zijn op vredesopbouw, kunnen zij in sommige gevallen gepaard gaan met het gebruik van geweld, zoals in het geval van operatie Atalanta in 2012 tegen Somalische piraten (11). Deze praktijk zou kunnen toenemen.

De in 2016 vastgestelde alomvattende EU-strategie roept namelijk op tot het vergroten van het vermogen van de EU om autonoom te reageren op bedreigingen van de veiligheid met “geavanceerde militaire capaciteiten”, waaronder “het volledige spectrum van maritieme, grond-, lucht- en ruimtegebaseerde capaciteiten, met inbegrip van strategische instrumenten” (12).

De EU kan op die manier het initiatief nemen tot operaties waarbij drones van EU-lidstaten worden ingezet. Dit is een situatie waarvoor momenteel geen duidelijk omschreven politieke en juridische verantwoordelijkheid of vaste doctrine bestaat. Zo maken bewapende drones standaard deel uit van het arsenaal dat beschikbaar is voor veiligheidsverplichtingen.

Deze feitelijke aanvaarding door de EU bekrachtigt de eigen keuzes van de lidstaten om bewapende drones in te zetten in de gebieden die zij relevant achten, ook buiten het Europese grondgebied, bijvoorbeeld in Mali, of in grensgebieden waar een risico op escalatie bestaat. De keuzes van de lidstaten hebben de EU voor een voldongen feit gesteld wat betreft de aanschaf van bewapende drones, hun inzet op het terrein en hun proliferatie.

Als reactie daarop heeft de EU niet alleen een beleid van stilzwijgende steun voor het gebruik van drones gooedgekeurd, maar ook een meer proactief steunbeleid opgezet voor de productie van deze wapens op Europees grondgebied.

In het kader van haar nieuwe programma voor het Europees Defensiefonds (13), dat nog door de Commissie-Juncker werd opgericht, heeft de EU in 2019 aangekondigd dat zij het Eurodrone-project met 100 miljoen euro zal financieren (14). Dit project, dat in 2015 gelanceerd werd, is gericht op de productie door Europese bedrijven van een MALE (Medium Altitude Long Endurance) drone die in staat is raketaanvallen uit te voeren. De eerste Europese MALE-drones zouden tegen 2028 aan deelnemende lidstaten geleverd kunnen worden (15).

2. Wettelijke en ethische bezwaren worden verdrongen

Het eerste deel van dit rapport benadrukt dat de EU afhankelijk blijft van de goodwill van de afzonderlijke EU-lidstaten ten aanzien van bewapende drones. De EU bevindt zich daarmee in een logica van aanvaarding van deze wapens omdat zij ze waarschijnlijk zelf ook zal gebruiken en/of zal bijdragen tot hun productie.

Deze tweede fase illustreert dat de andere ambities van de EU, zoals de bescherming van de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en het oorlogsrecht, bijgevolg naar de achtergrond worden verdrongen. Bewapende drones geven een nieuwe invulling aan de militaire praktijk, door het toegenomen gebruik van dodelijk geweld in een context van acties tegen opstanden.

Deze dimensie geldt op juridisch en ethisch vlak, waar zij afwegingen ondermijnt die nochtans de kern van het Europese project vormen, zoals de eerbiediging van de rechtsstaat en de mensenrechten (16) of verantwoordingsplicht en transparantie van staten. Deze kwesties worden terzijde geschoven door het fait accompli dat voortvloeit uit het gedrag van de lidstaten.

2.1 Gewapende drones en achteruitgang van het internationaal recht

Federica Mogherini, toenmalig Hoge Vertegenwoordigster van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, verklaarde In februari 2014: “Er bestaat een juridisch kader wat betreft drone-aanvallen […]. Het standpunt van de EU is dat drone-aanvallen aan deze normen moeten voldoen (17).”

De realiteit op het terrein is echter niet zo eenduidig als Mogherini suggereerde. Er bestaan weliswaar internationale rechtsnormen, maar de nieuwe mogelijkheden die gewapende drones bieden, maken het moeilijk om er rekening mee te houden in het recht zoals het thans bestaat.

Om als legaal te worden beschouwd, moet een gewapende drone-aanval in principe voldoen aan de criteria die zijn vastgesteld in drie belangrijke internationale rechtskaders: het internationaal humanitair recht, het internationaal recht inzake mensenrechten en tenslotte het internationaal oorlogsrecht, het ius ad bellum.

Reeds twee jaar na de oprichting van de staat Israël zette het leger onbemande toestellen in. Deze Teledyne Ryan Firebee vloog voor het eerst in 1951. Foto: CC BY-SA 2:5

Dat laatste bepaalt de regels voor het gebruik van militair geweld op het grondgebied van een andere soevereine staat (18). De eerste twee garanderen de bescherming van burgers en individuen, terwijl de laatste de bescherming van staten garandeert.

Een drone-aanval moet in principe dus voldoen aan meerdere criteria die in deze wetten zijn vastgelegd. Dit houdt onder meer in dat toestemming moet worden verkregen van de staat waar de aanval zal worden uitgevoerd tenzij de aanval uit wettige zelfverdediging wordt uitgevoerd. Ook de drempel voor een niet-internationaal gewapend conflict (NIAC) moet worden geëerbiedigd (19).

Onschuldige burgers mogen nooit het doelwit zijn. Zij mogen met andere woorden niet rechtstreeks betrokken worden bij de vijandelijkheden. Ook de beginselen van onderscheid en proportionaliteit, zoals vastgelegd in het humanitair recht, moeten worden geëerbiedigd (20).

Deze internationale rechtskaders werden echter opgesteld vóór de opkomst van bewapende onbemande luchtvaartuigen als militaire technologie. Zij zijn dus niet altijd in staat het hoofd te bieden aan de transformatie van de aard van de conflicten.

Deze kleine drone werd ingezet voor verkenning van de frontlijn in 1969 aan het Suez-kanaal. Israël is nog steeds wereldleider op vlak van drones. Foto: Boazdrill/CC BY-SA 4:0

In het geval van een drone-aanval tegen een ‘niet-statelijke’ actor op buitenlands grondgebied zonder toestemming van de betrokken staat, blijft het onder juridische experten bijvoorbeeld de vraag of dergelijke aanvallen kunnen worden beschouwd als acties in het kader van een internationaal gewapend conflict of een NIAC, aangezien zij niet volledig voldoen aan de criteria van een van beide categorieën (21).

De bestaande internationale rechtsinstrumenten zijn met andere woorden slechts in beperkte mate geschikt om deze nieuwe wapens aan te pakken. Zij functioneren in een juridisch vacuüm. Het ontbreken van een duidelijk verbod geeft aanleiding tot een impliciete vorm van goedkeuring om te handelen, vanuit het idee dat wat niet verboden is, als toegestaan mag worden beschouwd.

Deze logica om bewapende drones toe te staan omdat er geen verbod op geldt, kan echter verkeerd worden geïnterpreteerd. Het gebruik van bewapende drones hindert de naleving voor het internationaal recht en verzwakt de eerbiediging van de rechtsstaat. De EU handelt bijgevolg in strijd met de waarden waar zij voor beweert te staan.

Ook in internationale verdragen staan vaagheden

Sommige wapens vallen ook onder de regels van multilaterale verdragen die legaal bezit en verkoop regelen. Cholpon Orozobekova en Marc Finaud van het Geneva Centre for Security Policy (GCSP) noemen drie internationale verdragen die al toepasbaar kunnen zijn op bewapende drones: het Arms Trade Treaty (ATT), het Missile Technology Control Regime (MTCR) en het Wassenaar Arrangement (voluit het Wassenaar Arrangement on Export Controls for Conventional Arms and Dual-Use Goods and Technologies) (22) (23).

Alle EU-lidstaten hebben het ATT geratificeerd en zijn lid van het Wassenaar Arrangement en 18 EU-lidstaten zijn lid van het MTCR (24). Dit suggereert dat deze overeenkomsten zonder belemmering van toepassing zouden moeten zijn op huidige en toekomstige Europese bewapende drones.

Net als de regels van het internationale recht werden deze overeenkomsten echter ruim voor de opkomst van deze wapens opgesteld. Bijgevolg ontstaat er rechtsonzekerheid die de betrokken staten in hun voordeel gebruiken.

In 2016 hebben alle EU-lidstaten, behalve Frankrijk, Kroatië en Cyprus, zich aangesloten bij het “Joint Declaration Process” (25), een discussiekader voor de totstandkoming van een specifiek internationaal verdrag over uitvoer en gebruik van bewapende drones. Het uitblijven van resultaten versterkt het idee dat de huidige juridische vaagheid voor de staten geen groot probleem vormt.

2.2 Afbrokkelende bescherming mensenrechten, valkuilen voor verantwoordingsplicht

Het gebruik van bewapende drones vormt een uitdaging voor het internationaal recht en de inzetregels van staten in conflicten. Het rechtsvacuüm waarin zij opereren, garandeert niet dat het internationaal humanitair recht en de universele wetgeving voor de mensenrechten worden nageleefd. Dit leidt tot het uithollen van de bescherming van de burgerbevolking.

Dit vacuüm creëert overigens ook lacunes in de verantwoordingsplicht van staten voor hun acties (huidige en voorbije). Het internationaal humanitair recht berust op twee beginselen die van toepassing zijn op gewapende drones, zoals op alle luchtaanvallen: onderscheid en proportionaliteit. Die beginselen vereisen dat staten zich alleen richten op een individu of individuen die een bewezen direct verband hebben met een operatie die rechtstreekse schade heeft veroorzaakt, én dat zij het leven van onschuldige burgers niet in gevaar brengen (bijvoorbeeld door een dichtbevolkt gebied aan te vallen) (26).

De IAI Tadiran Mastiff, operationeel sinds 1975, wordt beschouwd als de eerste moderne drone met datalinkcomputer en live videoverbinding. Foto: CC BY-SA 2:5

Momenteel staat het de staten echter vrij om eigenhandig te beslissen of zij een individu al dan niet als doelwit kiezen. Het is volledig aan de staten om dit waardeoordeel te vellen. Op het terrein blijken bewapende drones in dat opzicht een gemengde staat van dienst te hebben.

In haar verslag over het gebruik van gewapende drones voor gerichte executies schreef Agnès Callamard, speciaal VN-rapporteur over buitengerechtelijke executies dat er in de praktijk nog leemten zijn in de vastlegging van de doelstellingen.

Haar rapport stelt dat sommige personen een doelwit zijn op basis van “definiërende kenmerken die in verband worden gebracht met terroristen (bijvoorbeeld het maken van bommen of het dragen van wapens) en metagegevens” en dat kenmerken gebaseerd kunnen zijn op “verwarrende en speculatieve” gegevens (28). Het aanzienlijke risico van vergissingen en willekeurige executies wijst erop dat het beginsel van onderscheid niet in acht wordt genomen.

EU medeplichtig aan misbruiken?

De verantwoordelijkheid voor de gevolgen van luchtaanvallen, en dus ook van drones, berust zowel bij de staat die de aanval uitvoert als bij de staat die er logistieke steun voor verleent. Kan de EU als politieke organisatie bij misbruiken door haar lidstaten als medeplichtig worden beschouwd? Hoe zit het met aanvallen buiten het EU-grondgebied? Ook hier geeft het internationaal recht geen duidelijk antwoord.

Verscheidene EU-lidstaten dragen bij aan het programma van de VS voor het gericht doden van mensen, bijvoorbeeld door gegevens uit te wisselen of toegang te verlenen tot militaire infrastructuur in het buitenland (29). Verscheidene ngo’s stellen dat deze aanvallen buitengerechtelijk zijn en in strijd met de mensenrechten.

De zelfbedienende dynamiek van de wapenindustrie wordt best geïllustreerd met deze CPM-Drone Jammer van het Italiaanse leger. De ontwikkeling van deze signaalverstoorders vereist dan op zijn beurt nieuwe technologie in nieuwe drones, enzovoort… Foto: esercito.difesa.it/CC BY-SA 2:5

Volgens het Bureau voor Onderzoeksjournalistiek werden op die manier in tien jaar tijd 910 onschuldige burgers gedood, waaronder ten minste 283 kinderen. Betekent de eventuele medeplichtigheid van EU-lidstaten in deze zaak automatisch dat de EU dat ook is? De vraag blijft open.

Talrijke ngo’s, waaronder Amnesty International, het Center for Civilians in Conflict (CIVIC), Drone Wars en Open Society, hebben er eerder al op gewezen hoe moeilijk het is het echte effect van drone-aanvallen in te schatten (31).  Ze veroorzaken vaak meer burgerslachtoffers dan aanvankelijk gedacht. Amnesty International heeft bijvoorbeeld gedocumenteerd dat ten minste 14 burgers werden gedood en 8 gewond bij drone-aanvallen van de VS in Somalië in 2017 en 2018, in tegenspraak met de eigen berichten van het Amerikaanse leger. Zij beweren dat geen burgers werden getroffen. De staten zwijgen over deze bezorgdheid (32).

De houding van de EU over gewapende drones draagt aldus bij tot de uitholling van de mensenrechten en de bescherming van de burgerbevolking, waarden die de EU nochtans ook stelt te verdedigen. Bovendien kunnen staten door de rechtsonzekerheid over het gebruik van bewapende drones voorkomen dat zij voor hun daden ter verantwoording worden geroepen.

Door de herkomst van de aanvallen geheim te houden, kunnen staten en gewapende groeperingen aanvallen uitvoeren zonder verantwoordelijkheid of gevolgen te dragen. Agnès Callamard stelt deze “ontkenningsmogelijkheid” in haar rapport aan de kaak, want de naleving van de internationale regels gaat erdoor achteruit. De staten negeren zo een groot aantal verantwoordelijkheden tegenover:

  1. andere staten, bijvoorbeeld bij een actie buiten het eigen nationale grondgebied;
  2. hun eigen burgers;
  3. slachtoffers die opzettelijk het doelwit waren van drone-aanvallen
  4. collaterale slachtoffers;
  5. militair personeel dat betrokken is bij operaties op het terrein (34).

Deze geheimhouding belemmert de openbare controle op het optreden van de staat, wat nochtans een essentiële pijler van zijn verantwoordingsplicht is. Transparantie is van cruciaal belang om onafhankelijke structuren in staat te stellen doeltreffend toezicht uit te oefenen op de activiteiten van staten en hen ter verantwoording te roepen voor misbruiken.

Het European Forum on Armed Drones (EFAD), een netwerk van waakzame ngo’s op vlak van gewapende drones (waar ook GRIP lid van is), geeft aan dat transparantie ook bijdraagt tot de ontwikkeling van beperkende gedragsnormen, het voorkomen van schade en de versterking van het internationaal recht (35).

Bovendien kunnen slachtoffers van drone-aanvallen en hun familieleden toegang krijgen tot informatie over mogelijke mensenrechtenschendingen en het onderzoek daarnaar. De terugtrekking van de rechtsstaat, de uitbuiting van juridische onzekerheden in het internationaal recht, de uitholling van de bescherming van de burgerbevolking en het ontlopen van de verantwoordingsplicht zijn allemaal kwesties die op Europees niveau onopgelost blijven.

Conclusie

In deze tekst wordt het EU-standpunt over gebruik en productie van bewapende drones door de EU-lidstaten geanalyseerd. Er wordt opgemerkt dat de EU deze praktijken wel degelijk steunt, ondanks bewezen gevolgen en risico’s die aan hun verspreiding verbonden zijn. Voorbeelden daarvan zijn de verlaagde drempel voor betrokkenheid bij conflicten en hun grotere dodelijke gevolgen.

De EU neemt zo deel aan het ontstaan van een meer volatiele, onzekere en dodelijke internationale veiligheidssituatie. Deze deelname is zowel stilzwijgend, omdat de staten de aankoop van bewapende drones aanvaarden, als pro-actief, door het financieringsprogramma voor de productie van dit type drones. Deze steun is niet het resultaat van een expliciet uitgesproken EU-standpunt, maar wordt afgeleid uit een reeks praktijken die een voldongen feit blijken te zijn.

Deze situatie sluit de deur niet helemaal voor een debat over het lot van bewapende drones in een Europese context en over het internationaal recht om het gebruik ervan beter te reglementeren of zelfs te verbieden. Het draagt er echter toe bij dat dit vooruitzicht verder weg komt te liggen.

Dit leidt eveneens tot het openlaten van juridische leemten en tot de vaststelling dat het internationaal recht en de rechtsstaat aftakelt. Deze feitelijke gang van zaken holt overigens ook de eerbiediging van de mensenrechten en de bescherming van de burgerbevolking uit. Tegelijkertijd wordt afstand genomen van de beginselen van verantwoordingsplicht en transparantie. Op die manier plaatst de EU zichzelf op gespannen voet met de fundamentele waarden die zij elders naar voren beweert te brengen.

 

Foto: Twitter @SoJomier

Auteur Solène Jomier is onderzoeker bij de GRIP (Groupe de recherche et d’information sur la paix et la sécurité, een Brusselse onderzoeks- en informatiegroep rond vrede en veiligheid) in de eenheid “bewapening”. Zij is afgestudeerd aan het Instituut voor Politieke Studies (IEP) in Rennes (F) en heeft een Master in Internationale Betrekkingen van de Universiteit van Warwick (GB). Vertaling door Roebi Block. 

 

Notes:

  1. Who has drones?», Drone Wars, dernière mise à jour janvier 2021.2.
  2. Een debat hierover in het Duitse parlement, dat gepland was voor december 2020, werd uiteindelijk uitgesteld tot een latere datum na een onverwachte terugtrekking van de SPD.
  3. ZENKO Micah, KREPS Sarah E.,«Limiting Armed Drone Proliferation», Council on Foreign Relations, juin 2014.
  4. , p. 10-12.
  5. , p. 10.
  6. , p. 12
  7. .BELL Jennifer, «Saudi drone attacks highlight a new era of ‘war-by-remote’ in the Middle East: Expert», Al Arabiyah English, 10 mars 2021.
  8. Dit zijn resolutie 2014/2567(RSP) en resolutie 2016/2662 (RSP).CVIJIC Srdjan et al, “Armed Drones in Europe”, Open Society Foundations, november 2019, pp.63-34; p.69.
  9. DORSEY Jessica, BONACQUISTI Giulia, «Towards an EU common position on the use of armed drones», Directorate-general for External Policies, policy Department, European Parliament, 15 juin 2017.
  10. Dit is Resolutie 2017/2029(INI). LATICI Tania, «Civil and military drones –Navigating a disruptive and dynamic technological ecosystem», EuropeanParliamentary Research Service, European Parliament, octobre 2019, p.12.
  11. POSTMA Foeke, Military Drones and the EU -The role of unmanned systems in the European Union’s defence developments, PAX, novembre 2019, p.23.12. Union Européenne, Shared Vision, Common Action: A Stronger Europe A Global Strategy for the European Union’s Foreign And Security Policy, 28 juin 2016, p.45.
  12. Union Européenne, Shared Vision, Common Action: A Stronger Europe A Global Strategy for the European Union’s Foreign And Security Policy , 28 juin 2016, p.45.
  13. Het FEDEF heeft tot doel de gemeenschappelijke markt, de produktieautonomie en de interoperabiliteit van de Europese defensie-industrie te versterken. De Commissie heeft een pakket van bijna 8 miljard euro uitgetrokken voor de periode 2021-2027.
  14. BOUVET Rémi, «Eurodrone : le projet de drone militaire européen pourrait(enfin) être acté cette année», Clubic, 22 septembre 2020. Le Figaro, «Défense européenne : 525 millions EUR pour l’Eurodrone et la cyberdéfense», Le Figaro Économie, 19 mars 2019
  15. Volgens Jana Rosenmann, directeur dronesystemen bij Airbus, zouden 60 Eurodrones kunnen worden besteld door klantlanden, waaronder 12 door Frankrijk, 12 andere door Spanje, 21 door Duitsland en 15 door Italië. AFP, “Projet de drone européen: le “prix de la souveraineté “en question”, La Croix, 25 februari 2020. Laurent Lagneau, “De horizon lijkt te klaren voor de Europese MALE drone”, Zone Militaire Opex 360, 10 december 2020.
  16. In het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, naast andere belangrijke Europese teksten, wordt benadrukt dat de EU gebaseerd is op het beginsel van de rechtsstaat. Het garandeert het recht op leven, het recht niet te worden terechtgesteld, en het recht op vrijheid en veiligheid. Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (2000/C 364/01), Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, 18 december 2020.
  17. CVIJIC Srdjan et al., loc. cit., p.64.
  18. HEYNS Christof et al., «The international law framework regulatingthe use of armed drones», International & Comparative Law Quarterly, Volume 65, Issue 4,Cambridge Press, octobre 2016, p. 791 –827.
  19. Dit zijn conflicten waarbij een of meer niet-overheidsactoren betrokken zijn, zoals een opstandige of terroristische groepering, in tegenstelling tot een conflict tussen staten.
  20. HEYNS Christof et al., loc. cit, p.794-805.
  21. , p.805.
  22. OROZOBEKOVA Cholpon et FINAUD Marc, «Regulating and Limiting the Proliferation of Armed Drones: Norms and Challenges», Geneva Papers 25/20, Geneva Centre for Security Policy (GCSP), août 2020.
  23. Bewapende drones zijn het resultaat van een combinatie van civiele technologie (de drone) met zuiver militair wapentuig (een bom of raket). Als zodanig zijn zij goederen voor tweeërlei gebruik.
  24. Dit zijn: Oostenrijk, België, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Polen, Portugal, Spanje, Zweden.
  25. POSTMA Foeke, loc. cit., p.76. ZWIJNENBURG Wim et JANSEN Alies, «Violent Skies –How lethal drone technology is shaping contemporary warfare»,PAX, août 2020, p.11.
  26. HEYNS Christof et al., loc. cit.,p.21.
  27. CALLAMARD Agnès, «Utilisation de drones armés pour des assassinats ciblés», A/HRC/44/38, Conseil des droits de l’homme, 15 août 2020.
  28. Ibid, p.7.
  29. Voor meer informatie, zie het rapport van Amnesty International “Deadly Assistance: the role of European States in US drone strikes”, Londen, 2018.
  30. «Current Statistics», The Bureau of Investigative Journalism, geraadpleeft op 10 maart 2021.
  31. Amnesty International, «The Hidden US War in Somalia: Civilian Casualties from airstrikes in Lower Shabelle», 20 maart 2019, p. 66 CIVIC, CIP, STIMSON, « Exception(s) to the rule(s): Civilian Harm, Oversight, and Accountability in the Shadow Wars», november 2020 Open Society, «After the Dead Are Counted: U.S. and Pakistani Responsibilities to Victims of Drone Strikes», november 2014 SKINNER Chloe, «Israel’s drone wars: An update -‘Precise’ strikes: Fractured Bodies, Fractured Lives», Drone Wars UK, november 2019.
  32. Center for Civilians in Conflict (CIVIC), Columbia Law School, «The civilian Impact of Drones: Unexamined Costs, Unanswered Questions», janvier 2016.
  33. “Ontkenbaarheid”. Omdat drones op grote afstand en clandestien kunnen worden ingezet, is het zowel gemakkelijk om het gebruik ervan te ontkennen als om te weten door wie ze worden gebruikt. Bovendien zijn drones vaak vergelijkbaar qua vorm, reikwijdte en dodelijk vermogen. Het kan zijn dat drones van hetzelfde merk en model door staten en niet-statelijke actoren in hetzelfde geografische gebied worden ingezet.” CALLAMARD Agnès, loc. cit, p.6.
  34. ENEMARK Christian, «On the responsible use of armed drones: the prospective moral responsibilities of states», The International Journal of Human Rights 2020, vol. 24, n°6, 868-888,5 novembre 2019.
  35. «Call to Action», EFAD, consulté le 19 mars 2021
Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!