Ivoriaanse dorpelingen moeten overleden familieleden opgraven door het wassende water

Inwoners van Lahou-Kpanda in het zuiden van Ivoorkust moeten hun familieleden opgraven om ze te redden van de snel oprukkende zee. Heel wat graven zijn al verloren aan de oceaan, die op termijn het hele dorp bedreigt.

vrijdag 4 juni 2021 12:56
Spread the love

Het geluid van de hamer op het betonnen graf verstoort de ochtendstilte in het kleine Ivoriaanse vissersdorp Lahou-Kpanda, 140 km ten zuidwesten van de economische hoofdstad Abidjan.

“We moeten mijn moeder opgraven”, legt Franck Avit uit, naast een graf op het vervallen kerkhof. Rijen grafstenen, vaak volledig vernield, zijn er bedekt met zand. “Als we dat niet doen, zal de zee haar meenemen”, zegt hij.

Pas na een half uur hameren lukt het Avit om het graf te openen. Hij tilt de stoffelijke resten van zijn moeder Odette op en legt ze in een kleine kist. Die draagt hij op zijn schouders over het kerkhof, om ze vervolgens in een kar langs het kustpad te vervoeren.

“De zee neemt het allemaal weg”, zegt zijn vriend Patrick, die Avit helpt om zijn familieleden te verhuizen naar een ander kerkhof. “Nu verliezen we onze voorouders opnieuw. Het is alsof ze twee keer sterven.”

Klimaatproblemen

Lahou-Kpanda, gelegen op een smalle strook zand tussen de Atlantische Oceaan, de Tagba-lagune en de rivier de Bandama, was ooit een bloeiende handelsstad. Maar in de afgelopen dertig jaar gingen enorme stukken land verloren door toenemende overstromingen en een verschuivende riviermonding.

De kustlijn van Grand-Lahou krimpt elk jaar met 1 tot 2 meter als gevolg toenemende regenval, de stijgende zeespiegel en kusterosie. Experts schatten dat de monding van de rivier tussen 2013 en 2016 met 276 meter naar het westen is verschoven. Ze voorspellen dat Lahou-Kpanda tegen 2050 helemaal kan verdwijnen.

“Dat komt natuurlijk door de klimaatverandering”, zegt hoogleraar Ochou Abé Delfin van het West-Afrikaanse Programma voor Kustbeheer (WACA),dat door de Wereldbank gefinancierd wordt. “Overstromingen zijn de afgelopen twintig jaar intenser geworden.”

Veranderingen in neerslagpatronen rond het stroomgebied van de Bandama-rivier hebben ervoor gezorgd dat de stroming sterker is geworden en de rivier uitzet.

Zandwinning

Ook menselijke factoren spelen een rol, zei hij. Door ontbossing van mangrovebossen voor houtwinning en landbouw is de Tagba-lagune slecht voorbereid op de toegenomen rivierdruk. Volgens het WACA draagt ook de zandwinning bij aan kusterosie.

Célestin Hauhouot, hoogleraar aan het Instituut voor Tropische Geografie in Abidjan, ontkent dat er grootschalige exploitatie van zand is in Grand-Lahou. Maar de zandwinning kan indirect wel een bedreiging vormen voor andere kustgebieden omdat ze erosie kan veroorzaken. “Als we niet voorzichtig zijn, kan de activiteit ernstige gevolgen hebben voor het milieu”, zegt hij.

Zand wordt gebruikt om beton te maken voor de bloeiende vastgoedsector, en voor de wegen en bruggen van het land. In 2018 was de bouwsector in Ivoorkust goed voor een omzet van 960 miljoen dollar.

Mangroven bedreigd

De mangrovebossen van de lagune zijn belangrijk voor vissen maar worden steeds kwetsbaarder door ontbossing en ecologische veranderingen.

De stijgende temperatuur van de oceaan beïnvloedt het zuurstof- en zoutgehalte van het water en veroorzaakt verzuring. Dat leidt tot verschuivingen binnen het ecosysteem en schaadt de mangroven en dieren in het wild die er leven, waaronder de West-Afrikaanse lamantijn en de slechtvalk.

Volgens wetenschappelijke schattingen slaan mangroven wereldwijd ongeveer 24 miljoen ton koolstof per jaar op, meer dan eender welk ander soort tropisch woud.

Vis roken

Grand-Lahou is al decennia de thuis van Ghanese ambachtelijke vissers. Van oudsher gebruiken ze brandhout, onder meer van de mangroven, om de vis te roken die in heel West-Afrika wordt verkocht. Het dorpshoofd heeft de verkoop van mangrovehout voor kookvuren verboden, maar het wordt nog steeds op grote schaal gebruikt.

Volgens Hobbah N’Dabiou Frederic, een 47-jarige Ghanese vishandelaar, mogen de dorpelingen niet de schuld krijgen van de veranderingen in de lagune. De regering, zegt hij, zou een baggerbedrijf moeten inhuren om overtollig zand uit de lagune te verwijderen, zodat de zee vrij kan stromen.

Hij is van mening dat de overheid het geld heeft om de stad te redden, maar niet heeft geïnvesteerd in maatregelen. “Ze komen alleen om vragen te stellen”, zegt hij. “Het geld is waarschijnlijk verdwenen in de zakken van corrupte functionarissen.”

Het ministerie van milieu en duurzaamheid heeft niet gereageerd op verschillende verzoeken om een reactie.

“Het is een complex probleem”, zegt Ochou Abé Delfin. Het WACA heeft haalbaarheidsstudies uitgevoerd naar geschikte oplossingen, van mangroveherstel tot het uitbaggeren van de lagune. Dat programma gaat nu de implementatiefase in, zegt hij, want “niets doen is geen optie. Het is als een ziekte, als je de grondoorzaken niet aanpakt, zal het alleen maar groeien.”

Bewegende graven

Vishandelaar Angèle Djecket Akouba bekijkt de vis die twee jongens haar brengen en knikt afkeurend: “te klein”. Ze is kwaad op de oceaan, ook al levert die vis op. “We hebben de zee niets aangedaan, maar ze neemt alles van ons af”.

De verwoesting door eerdere overstromingen, meest recent nog in 2016, is nog steeds voelbaar, zegt ze. Huizen, de gevangenis en de plaatselijke school werden vernield. “Die nacht was verschrikkelijk, het water kwam mijn huis binnen. Het is beangstigend om niet te weten wanneer het opnieuw zal gebeuren.”

De kokospalmen die vroeger aan de kust groeiden, zijn allemaal verdwenen, maar Akouba wil niet verhuizen. Het schiereiland is haar thuis.

Onlangs nog verloor Akouba drie overleden familieleden aan de zee. Ze had de verplaatsing van hun lichamen uitgesteld omdat het duur is: een nieuw graf kost bijna 300 dollar. De zee eiste de lichamen van haar moeder, haar grootmoeder en haar vader op. “Dat doet echt pijn”.

Voor de Avikam- en Fanti-gemeenschappen, die in de laguneregio van Ivoorkust wonen, is het belangrijk dat mensen begraven worden en blijven waar ze zijn geboren, zegt Nohonain Ange Martial, een museumconservator en een expert in culturele praktijken in Ivoorkust. Het verstoren van het hiernamaals en begrafenisrituelen kan heel wat angst en verdriet veroorzaken bij de familieleden van de overledene.

Laatste rustplaats

Avit legt zijn moeder voorzichtig in haar nieuwe graf, aan de rand van het dorp en bijna 3 kilometer van de riviermonding. Hij hoopt dat het haar haar laatste rustplaats wordt. Er is geen begrafenisdienst, alleen een kort gebed, vooraleer de laatste laag zand over het graf wordt gestrooid.

Een groep van vijf mannen staat bij een nabijgelegen graf met een roze kruis. Hoewel de situatie veel schade heeft toegebracht aan het dorp, heeft ze ook wat broodnodige werkgelegenheid opgeleverd, zegt Virgil Zogouri, een grafdelver in Lahou-Kpanda. Veel jongeren hebben het dorp al verlaten om werk te zoeken in de bouwsector in Abidjan. “Zelfs vrouwen vertrekken om bouwvakker te worden”.

Voordat Zogouri de lichamen verplaatst, vraagt hij de voorouders om toestemming, en de familie giet gin over het graf. Zo verontschuldigen mensen zich bij hun voorouders en voor het gedrag van de zee, legt hij uit.

Het werk is niet voor angsthazen: “Niet alle lichamen zijn volledig ontbonden, en dat houdt ook gezondheidsrisico’s in.”


Deze reportage verscheen oorspronkelijk op Thomson Reuters News Foundation

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!