‘Early Roman Polanski’: De dunne lijn tussen fantasie en realiteit

Momenteel werkt de controversiële Poolse filmmaker Roman Polanski samen met zijn oude kompaan en landgenoot Jerzy Skolimovski aan ‘The Palace’, een drama dat wil focussen op botsende personages. Precies zoals in het vroege werk van de regisseur die later naam maakte met groteske, sinistere en verontrustende films als ‘Rosemary’s Baby’, ‘Chinatown’ en ‘Le locataire’ en ernstige historische films als ‘The Pianist’ en ‘J’accuse’. Met ‘Knife in the Water’, ‘Repulsion’ en ‘Cul-de-Sac’ zijn drie prettig gestoorde debuutfilms van Polanski nu te herontdekken op Blu-ray.

dinsdag 1 juni 2021 14:18
Spread the love

 

Er blijft, met de zaak van zijn seksueel misbruik van een minderjarige waarover Marina Zenovich twee interessante documentaires (Roman Polanski: Wanted and Desired, Roman Polanski: Odd Man Out) draaide, een donkere wolk boven het hoofd van de Poolse filmmaker Roman Polanski (° 1933) hangen. Zijn artistieke prestaties worden er door overschaduwd terwijl ook de impact van een traumatische jeugd (als kind moest hij zich in Krakau verschuilen voor de nazi’s terwijl zijn moeder stierf in een concentratiekamp) op zijn carrière en zijn werk vergeten dreigt te worden.

Roman Polanski: Wanted and Desired van Marina Zenovich

Het is immers geen toeval dat Polanski met “cinema is mijn levenslijn” de verbetenheid waarmee hij zich op film wierp verklaarde. En het is evenmin toevallig dat zeker zijn eerste films een onderstroom van mysterieuze angst verbinden met een donkere toon en een absurde sfeer. “De lijn tussen fantasie en realiteit is altijd wazig geweest”, zegt de regisseur in zijn commentaar bij Repulsion, suggererend dat verbeelding en humor een creatief tegengif vormden voor de extreme werkelijkheid die hij beleefde.

Dat is nadrukkelijk het geval in zijn debuutwerken Knife in the water (1962), Repulsion (1965) en Cul-de-Sac (1966) die gedrenkt zijn in een sfeer van dreiging en chaos gecounterd met donkere, absurde humor. De charme van deze vroege Polanski’s (en van de kortfilms die op de Blu-rays te vinden zijn) is dat de spanningen, emoties en situaties er extreem, soms rauw en dan weer grotesk, zijn. Terwijl de cineast er in slaagt om met weinig acteurs en in beperkte ruimtes visuele en tegen de stroom oproeiende cinema te maken. Aanvankelijk in communistisch Polen en daarna in West-Europa. Later zou de weg naar Hollywood en terug naar Europa leiden.

Knife in the water: Botsende ego’s op een zeilschip.

Poolse filmschool, internationale ambitie

“Roman Polanski liet zich opmerken als acteur in mijn oorlogsdrama A Generation (1955),” zegt de Poolse iconische filmmaker Andrzej Wajda (As en diamant, De man van marmer, Danton) in de documentaire ‘Ticket to the West’, “plots bevond hij zich tussen mensen waar hij wilde bij horen. Het was meteen duidelijk dat hij zich wilde bewijzen, dat hij wou tonen wie hij was. Een ding mag je niet vergeten: Polanski was goed voorbereid op de job van filmregisseur, hij had de ambitie om een groot filmmaker te worden.” Met dank aan filmschool directeur Antoni Bohdziewicz, die Polanksi als theateracteur aan de slag had gezien, mocht hij na zijn bijrol voor Wajda regie gaan studeren.

“Een filmschool in Łódź ving in die tijd de Poolse filmwereld op,” aldus Polanski, “Warschau was volledig verwoest tijdens de oorlog en de filmindustrie was gedelokaliseerd naar een stad op 100 km daar vandaan: Łódź.” Als ambitieus jong filmmaker volgde Polanski les maar hij wierp zich vooral op de praktijk: “In de filmschool kregen we de mogelijkheid om te tonen wat we konden door kortfilms te maken. Ik draaide er veel. Mijn eerste kortfilm was geen opdracht van de school. Deux hommes et une armoire maakte ik bewust voor het publiek en met de intentie hem voor te stellen op het filmfestival van Brussel. Ik wilde een prijs winnen. En ik heb er een gewonnen!”

Knife in the water: Ultra gestileerd maar mega dramatisch debuut.

Weg van het sociaal realisme

Polanski profiteerde van de politieke dooi die anno 1956 optrad in communistisch Polen. Het ministerie van Cultuur drukte tot dan toe een stevige en behoudsgezinde stempel op de naoorlogse Poolse cinema. Filmmakers dienden steevast een dossier op te stellen voor elk project en dat werd volgens Wajda “aanvaard of afgewezen uitsluitend op basis van politieke overwegingen.” Maar langzaam werd het sociaal realisme, dat vlak na WO II nog obligaat was, losgelaten. Zo ontstond er een opening voor een nieuwe generatie filmmakers die zich creatief vrijer wilde uitleven. Omdat kortfilms meer onder de radar passeerden trachtte Polanski grenzen te verleggen via vingeroefeningen die thema’s als geweld (Meurtre), voyeurisme (Rire de tous ses dents) en valse documentaires (Cassons le bal) aansneden of experimenteerden met absurde humor (Deux hommes et une armoire), surrealisme (La lampe) en barokke cinema (Quand les anges tombent).

“Ik wilde een eenvoudig te financieren project als eerste film en was bereid om een minimum aan risico’s te nemen,” aldus Polanski, “ik verzon een verhaal dat zich op de meren afspeelde. Ik hield van de streek, ik ging er zeilen. In de filmschool letten we goed op de stijl, de vorm van het project. Ik wou drie personages, dat was een uitdaging. De opzet was om alle actie te laten verlopen op de boot. Ook dat vormde een uitdaging. Daarna kwam het verhaal. Ik moest enkel de goedkeuring krijgen van het ministerie. Maar ze weigerden Knife in the water.”

Knife in the water: Enigmatische personages, ambivalente emoties.

Omdat het wel makkelijker werd om Polen te verlaten gaat Polanski daarop een tijd bij zijn zus in Parijs wonen. In Frankrijk realiseert hij twee kortfilms, Le gros et le maigre en Les Mammifères. Knife in the water lijkt definitief begraven. Tot producent Jerzy Bossak Polanski overtuigt om het project terug op te nemen: “Hij zei, ‘kom terug naar Polen, de zaken zijn veranderd, het volstaat om enkele kleine aanpassingen te maken aan het scenario’. Met co-scenarist Jerzy Skolimowski (Deep End) heb ik dan enkele accenten van sociaal engagement geïntroduceerd in scènes. Kleine zaken maar de geest was veranderd en het project werd aanvaard.”

Meesterlijk debuut

Polanski’s debuut Knife in the water, de enige Pools gesproken langspeelfilm die hij in zijn vaderland zou draaien, is een stijlvaste, visueel indrukwekkende vingeroefening geïnspireerd door de cinema van Orson Welles en films als Plein Soleil van René Clément. De breuk met het sociaal realisme was totaal want ideaalbeelden werden ingeruild voor een door emotionele spanning gedragen intens portret van energieke en enigmatische jongeren. Het verhaal draait rond een koppel uit de middenklasse, Andrzej en Krystyna, die met de auto onderweg zijn naar hun jacht voor een ontspannen weekend. Ze botsen haast letterlijk op een jonge sportieve man die ze een lift geven en uiteindelijk ook meenemen op hun zeiltrip. De spanningen tussen de mannen, en de aantrekkingskracht die de vrouw voelt voor de mysterieuze passagier, leiden tot botsingen tijdens de tocht en gebeurtenissen die alle betrokkenen dwingen de eigen persoonlijkheid en moraliteit in vraag te stellen.

Knife in the water: Huis clos op een meer.

De opnamen verliepen moeizaam doordat beginnend actrice Jolanta Umecka zich niet echt liet regisseren (achteraf bleek dat het mysterieuze karakter van haar personage ten goede te komen) en het wantrouwen van de buitenwereld groot was. “Een journalist wou een artikel schrijven over het maken van de film,” herinnert Polanski zich, “hij bleef enkele dagen en schreef dan een vernietigend stuk. De titel van het artikel was ‘voor wie en waarom?’. Producent Bossak, die sluw was, kwam ons zien en zei ‘ik raad je aan de auto te veranderen’. Het was een Mercedes, dat stelde blijkbaar problemen maar dat was het soort auto dat ons personage, een bourgeois behorend tot de elite van communistisch Polen, zou mee rijden.” Uiteindelijk gebruikte Polanski een Peugeot voor de buiten opnamen maar behield hij de Mercedes voor de interieurs. Tot hilariteit van de crew dook een ministerieambtenaar even later op tijdens opnamen …in een Mercedes!

Grensverleggend en succesvol

Nog waren de problemen niet voorbij. “Een overheidsambtenaar bekeek Knife in the water en er was iets dat hem erg verstoorde,” aldus Polanski, “aan het einde van de film houden de personages halt op de baan voor een wegwijzer. We weten niet welke richting ze zullen inslaan. Gelooft de man het verhaal die zijn vrouw vertelt? De ambtenaar zei ‘het is niet belangrijk te weten of ze naar de politie gaan of niet, maar laat ze daar niet staan’ Hij wilde dat ze ergens naar toe gingen. De film eindigde aanvankelijk met drie plans die zich verder en verder verwijderen van de auto. Na veel onderhandelingen deed ik de toezegging de eindmontage te veranderen. Ik hield nog één plan over en de film werd aanvaard.”

Repulsion: Belaagd door de eigen geest.

In Polen waren de reacties op Knife in the water verdeeld maar de film werd internationaal vertoond, gelauwerd op het filmfestival van Venetië en genomineerd bij de Oscars voor beste buitenlandse film. De regisseur trok definitief naar het westen. Volgens Wajda  “zorgde Polanski voor een revolutie in de Poolse cinema. Hij introduceerde totaal nieuwe personages. Voor ons, die zware door het verschrikkelijke tijdsgewricht getekende films draaiden, was Knife in the water een ongekend object. Ik begreep de motivaties van de held niet. Wie zijn die zeilende mensen? Ze behoren tot een nieuw tijdperk. Wij keken er met verbijstering en onbegrip naar. Pas later beseften we dat Polanski het einde van de klassieke Poolse film had ingeluid.”

Britse films, universele nachtmerries

In het Westen draait Polanski in een tijdspanne van drie jaar evenveel films waarin net als bij Knife in the water vervreemding, agressie, spanningen en claustrofobie centraal staan. Drie films waarin de regisseur via eigen scenario’s (in samenwerking met Gérard Brach) focust op thema’s als het kwaad en de donkere zijde van de menselijke geest. De eerste mokerslag is Repulsion, waar Catherine Deneuve een schijnbaar onschuldige jonge vrouw speelt die in haar groot appartement met externe terreur en vervolging lijkt te kampen. Tot duidelijk wordt dat ze leidt aan schizofrenie en niet zij maar de mannen die ze ontmoet geweldslachtoffers worden.

Repulsion: Nachtmerries en gewelddadige explosies.

Deel twee van Polanski’s trilogie van vervloekte woningen is Cul-de-Sac, een brutale komedie over een neurotisch kleinburgerlijk koppel dat samen met twee gevluchte gangsters vastzit op een afgelegen eiland en verwikkeld geraakt in een pervers, seksueel geladen, machtsspel. De zwarte humor, absurde toon en  theatrale stijl werken waardoor het groteske spektakel overtuigt. Dat kan niet gezegd worden voor het als parodie opgevatte slotluik, Dance of the Vampires (aka The Fearless Vampire Killers), dat wel kleurrijk (Polanski laat voor het eerst expressionistische zwart-wit fotografie links liggen) is maar helaas ook karikaturaal en ondertussen ook fel gedateerd oogt.

Vorm en inhoud

Veel tijdlozer zijn de mentale helletocht Repulsion en het absurde, groteske vervreemdingspektakel Cul-de-Sac. Respectievelijk een dramatische thriller met beklijvende beelden (handen die uit de muur komen om de protagonist te manipuleren, een moord die subjectief en met dramatisch gebruik van een deur-spionnetje gesuggereerd wordt) en een absurde komedie (met verkleedpartijen en bizarre gevechten) die beiden de grens tussen fictie en realiteit doen vervagen. “De stijl van de film is belangrijk voor mij” zei Polanski over Repulsion. Terwijl hij m.b.t. Cul-de-Sac stelde “we wilden geen klassieke thriller, wat telde was de sfeer en de personages.”

Cul-de-Sac: Gangsters en boeven.

Vorm is steevast belangrijk voor Polanski maar staat in zijn betere werk – naast de drie vroege films die nu door Carlotta op Blu-ray worden uitgebracht ook Rosemary’s Baby, Chinatown, Le Locataire, Frantic, The Pianist, The Ghost Writer en Carnage – in dienst van verontrustende inhoud. In dienst van een in een donkere wereldvisie gedrenkt in macabere humor en grotesk drama. Rode draad daarbij is een fascinatie voor (de ambiguïteit van) het kwaad. “Het kwaad en de duivel zijn twee verschillende zaken,” benadrukt  Polanski, “de duivel is hoe mensen zich het kwaad verbeelden, met horens en een staart. Maar het kwaad maakt deel uit van onze persoonlijkheid.” Zelf houdt Roman Polanski vol dat hij over “geen van mijn films ooit helemaal tevreden was” maar Knife in the water, Repulsion en Cul-de-Sac benaderen de perfectie. Ze verdienen het om (her)ontdekt te worden. Dat kan nu dankzij de Carlotta collectie.

Cul-de-Sac: Verveling en vervreemding in een groteske cocktail.

 

KNIFE IN THE WATER (Le couteau dans l’eau) van Roman Polanski. Polen 1962, 96’. Met Leom Niemczyk, Jolanta Umecka, Zygmunt Malanowicz. Scenario Roman Polanski & Jerzy Skolimovski. Muziek Krysztof Komeda. Fotografie Jerzy Lipman. Montage Halina Prugar-Ketling, extra’s dvd: documentaire ‘A ticket to the West’, kortfilms Cassons le bal, Deux hommes et une armoire, Rire de tous ses dents. Distributie: Carlotta Films.

REPULSION (Répulsion) van Roman Polanski. UK 1965, 96’. Met Cathérine Deneuve, Ian Hendry, John Fraser, Yvonne Furneaux. Scenario Roman Polanski & Gérard Brach. Muziek Chico Hamilton. Fotografie Gilbert Taylor. Montage Alistair McIntyre, extra’s dvd: documentaire ‘A British horror film’, kortfilms Meurtre, La Lampe, audiocommentaar Roman Polanski & Catherine Deneuve, making of, interview Richard L. Gregrory. Distributie: Carlotta Films.

CUL-DE-SAC van Roman Polanski. UK 1966, 96’. Met Donald Pleasance, Françoise Dorléac, Lionel Stander. Scenario Roman Polanski & Gérard Brach. Muziek Krysztof Komeda. Fotografie Gilbert Taylor. Montage Alistair McIntyre, extra’s dvd: documentaire ‘Two gangsters and an island’, kortfilms Quand les anges tombent, Le gros et le maigre, Les Mammifères. Distributie: Carlotta Films.

Cul-de-Sac: Aangespoeld aan het einde van de wereld.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!