Op 10 mei hijsten Palestijnse inwoners van de Israëlische stad Lod de Palestijnse vlag. Foto: Twitter @CarolDkas
Opinie - Maha Nassar, IPS, The Conversation

Protest Palestijnse Israëli’s toont groeiend besef gemeenschappelijke strijd met Palestijnen in bezette gebieden

De recente gewelddadigheden van Israël in de bezette Palestijnse gebieden hebben geleid tot een ongeziene toename van het protest van de Palestijnse minderheid binnen Israël. Nooit eerder waren de uitingen van solidariteit met hun Palestijnse lotgenoten zo massaal. Lang probeerde Israël deze ‘Arabische Israëli’s’ te isoleren van hun mede-Palestijnen in de bezette gebieden, maar dit lukt niet langer, volgens historica Maha Nassar.

dinsdag 18 mei 2021 20:40
Spread the love

 

De aandacht van de wereld is opnieuw gericht op dodelijke Israëlische bombardementen op de Gazastrook en de raketten die de militante Hamas-beweging afvuurt op Israël. Deze gebeurtenissen volgen op twee weken van protesten in Oost-Jeruzalem tegen pogingen om Palestijnen met geweld uit hun huizen in de wijk Sheikh Jarrah te verdrijven en Israëlische politie-invallen op gelovigen in de Al-Aqsa-moskee.

Maar in steden door heel Israël vindt een andere belangrijke – en onderbelichte – ontwikkeling plaats. Dit kan de manier waarop we over Palestijnen en Israëli’s praten, wel eens sterk veranderen.

Weinig bekend: ongeveer 3000 Palestijnse Israëli’s dienen in het bezettingsleger als broodwinning. Ze ondervinden er voortdurend discriminatie. In juli 2004 verscheen de Palestijnse Israëli Taysir Hayb voor de krijgsraad wegens insubordinatie. Foto: thenationalnews.com

Sinds 9 mei zijn duizenden van de in totaal ongeveer 1,9 miljoen Palestijnse inwoners van Israël, doorgaans aangeduid als ‘Arabische Israëli’s’, de straat opgegaan om hun steun te betuigen aan hun mede-Palestijnen in Gaza en Jeruzalem. Protesten vinden plaats in zowel gemengde Arabisch-Joodse steden als Haifa, Jaffa en Lod (onder Palestijnen bekend als Lydda), als in overwegend Palestijnse steden en dorpen zoals Nazareth en Umm al-Fahm.

In steden door heel Israël vindt een andere belangrijke – en onderbelichte – ontwikkeling plaats. Dit kan de manier waarop we over Palestijnen en Israëli’s praten, wel eens sterk veranderen.

De omvang en reikwijdte van de demonstraties verrasten veel politieke analisten, die deze Palestijnen gewoonlijk bespreken als onderdeel van het Israëlische sociale en politieke weefsel, los van Palestijnen elders.

Maar als historicus gespecialiseerd in de Palestijnse burgers van Israël, ben ik niet verbaasd over deze recente gang van zaken. Palestijnse burgers van Israël kennen een lange geschiedenis van identificatie met hun mede-Palestijnen, hoewel dat zelden op deze schaal zichtbaar was.

Beleid van isolatie en integratie

Zoals ik beargumenteer in mijn boek Brothers Apart, probeerden overheidsfunctionarissen vanaf de oprichting van Israël in 1948 een gevoel van loyaliteit te bewerkstelligen onder de minderheid van Palestijnen die in hun thuisland bleven wonen. Dit maakte deel uit van bredere Israëlische pogingen om hen te isoleren van de overgrote meerderheid van de Palestijnen die ofwel waren gevlucht ofwel waren verdreven uit de nieuw opgerichte staat.

Deze ‘Arabische Israëli’s’ werden tot 1966 onder militair bewind geplaatst en konden geen rechtstreeks contact opnemen met familieleden die in vluchtelingenkampen woonden. De meesten werden in 1952 Israëlische staatsburgers, maar ze werden geconfronteerd met een groot aantal discriminerende wetten die hen de toegang tot hun land ontzegden, restricties oplegden om vrij te bewegen en hun economische kansen inperkten.

Hoewel ze konden stemmen, politieke partijen mochten vormen en een openbaar ambt konden bekleden, zorgden uitgebreid overheidstoezicht en straffen voor degenen die kritiek hadden op de staat voor een alomtegenwoordig klimaat van angst onder deze Palestijnse burgers van Israël.

Discriminatie en economische achterstand spelen nog altijd. Palestijnse steden en dorpen in Israël kampen met woningtekorten en economische onderontwikkeling. Wervingspraktijken waarbij sollicitanten in bepaalde gebieden moeten wonen of in het leger moeten hebben gediend – iets wat maar heel weinig Palestijnse burgers doen – zorgen ervoor dat voor veel Palestijnen slechts de laagbetaalde, onzekere banen overblijven.

Alledaags racisme

Hoewel directe discriminatie op het gebied van huisvesting door de rechtbank is verboden, richtten verschillende joodse gemeenschappen toelatingscommissies op die het aantal Palestijnse burgers dat in overwegend joodse steden woont, effectief beperken.

Deze de facto segregatie wordt ook weerspiegeld in het schoolsysteem van Israël. Leerlingen op publieke Arabische scholen krijgen per hoofd van de bevolking minder financiering dan leerlingen op de meeste joodse staatsscholen.

Bovendien worden Palestijnse burgers onderworpen aan zogenoemd preventief fouilleerbeleid (‘stop-and-frisk’) door de politie. En op het werk krijgen zij te maken met alledaags racisme, bijvoorbeeld door Joods-Israëlische collega’s die verrast zijn door hun opleidingsniveau.

Palestijnse burgers van Israël protesteren al sinds de oprichting van de staat tegen deze voorwaarden, maar altijd binnen de perken. In 1964 riep de Arabisch-nationalistische Ard-groepering op tot “een rechtvaardige oplossing voor de Palestijnse kwestie […] in overeenstemming met de wensen van het Palestijnse Arabische volk”. Als reactie daarop verbood de Israëlische regering de groep en arresteerde haar leiders op beschuldigingen van het in gevaar brengen van de staatsveiligheid.

Politieke ruk naar rechts

Ondanks deze beperkingen zijn de uitingen van een Palestijnse nationale identiteit luider geworden. Na de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en Oost-Jeruzalem in 1967, ontmoetten de Palestijnse burgers in Israël en hun landgenoten die onder de bezetting leefden elkaar regelmatig, waarmee ze gevoelens van een gezamenlijke strijd ontwikkelden.

Die gezamenlijke strijd werd zichtbaar in oktober 2000, toen duizenden Palestijnse burgers zich verzamelden in Palestijnse en gemengde steden in heel Israël, als uiting van steun voor de Palestijnen in de bezette gebieden tijdens de tweede Palestijnse intifada. Israëlische veiligheidstroepen doodden hierbij twaalf ongewapende, demonstrerende Palestijnse staatsburgers van Israël en arresteerden meer dan zeshonderd van hen. Zo ondermijnden de troepen het idee dat volledige gelijkheid voor Palestijnse burgers in Israël is weggelegd.

Sindsdien lanceerde Israël verschillende initiatieven op het gebied van economische ontwikkeling om Palestijnse burgers in de staat te integreren. Maar deze initiatieven hebben niet veel gedaan om de discriminatie waarmee Palestijnse burgers nog altijd worden geconfronteerd, te verminderen. Bovendien leidde de politieke ruk naar rechts in Israël tot zelfs nog explicieter racistische retoriek uit bepaalde hoek, waaronder toenemende steun voor het uitzetten van Palestijnse burgers uit Israël.

Palestijnse identiteit centraal stellen

Als reactie hierop identificeren steeds meer Palestijnse burgers zichzelf als behorend tot één volk dat zich collectief verzet tegen koloniale overheersing. Een jongere generatie burgeractivisten heeft hierin het voortouw genomen, zoals blijkt uit de jaarlijkse herdenking van de Nakba – het verlies van Palestina in 1948 – elke 15 mei.

Dat zij de Palestijnse identiteit centraal stellen, was ook te zien in maart 2021 in de Palestijnse stad Umm al-Fahm. Protesten tegen ogenschijnlijk lokale problemen – misdaad en wapengeweld – veranderden in een uiting van de Palestijnse nationale identiteit toen demonstranten met Palestijnse vlaggen zwaaiden en Palestijnse liederen zongen.

De laatste protesten rond Sheikh Jarrah en de invallen in de Al-Aqsa-moskee bevorderen opnieuw een gemeenschappelijke Palestijnse zaak. Bij een bijeenkomst in de gemengde stad Lod, een paar kilometer ten zuiden van Tel Aviv, beklom een Palestijnse burger en demonstrant een lantaarnpaal en verving daar de Israëlische vlag door de Palestijnse.

Ondertussen trok de begrafenis van Lod-demonstrant Moussa Hassoun op 11 mei zo’n achtduizend rouwenden, terwijl hij gewikkeld in een Palestijnse vlag ter ruste werd gelegd. Sindsdien zijn de protesten verder aangewakkerd, wat Israëlische veiligheidsfunctionarissen ertoe bewoog een avondklok in te stellen in de stad en versterking op te roepen.

Niet langer gefragmenteerd?

De huidige protesten suggereren dat de pogingen van de Israëlische regering om Palestijnse burgers in Israël te isoleren van Palestijnen in de bezette gebieden en in ballingschap, en hen te integreren in de Israëlische staat, zijn mislukt. En elke hardhandige reactie op demonstranten lijkt alleen maar te bewerkstelligen dat Palestijnse burgers verder vervreemd raken van de staat Israël.

Beelden van politie die op gewelddadige wijze vreedzame protesten opbreekt, Israëlische veiligheidstroepen die in Palestijnse buurten binnen het land worden ingezet, en gewapende Joods-Israëlische burgerwachten die Palestijnen in gemengde steden aanvallen, zullen het beeld van Israël als koloniale macht verder versterken, verwacht ik. Niet alleen bij de gemarginaliseerde Palestijnse minderheid, maar ook bij hun internationale aanhang.

Dit alles zou kunnen resulteren in een nieuw soort Palestijnse mobilisatie, een die ingaat tegen het idee van een gefragmenteerd volk en alle Palestijnse mensen verenigt in een gezamenlijke strijd.

 

Foto: menas.arizona.edu

Maha Nassar is professor Middle East Studies aan de University of Arizona. Dit artikel is eerder verschenen bij IPS-partner The Conversation.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!