Haram el Sharif (Tempelberg) met de Rotskoepel en de Al Aqsa moskee. Foto: Johan Depoortere
Johan Depoortere, Salon van Sisyphus,

Jeruzalem: een oud verhaal

De media verbazen zich over 'de escalatie van het conflict' en excelleren in pseudo-neutraal jargon, genre 'weer een nacht van geweld tussen Palestijnen en Israël". Context en historische achtergrond ontbreken volledig. Johan Depoortere legt de verbanden: "De etnische zuivering die in 1948 met de wapens werd uitgevoerd krijgt nu in Jeruzalem een vervolg. Intussen is een nieuwe generatie jonge Palestijnen opgestaan die niet langer van plan zijn hun status van tweederangsburger lijdzaam te aanvaarden." De opstand in Jeruzalem is deel van een zeer oud verhaal.

vrijdag 14 mei 2021 19:29
Spread the love

 

De berichtgeving over de rellen en het geweld in Jeruzalem en Gaza volgt een vast patroon: Palestijnen gooien met stenen, Israëlische politie en militairen – “ordetroepen” genaamd – reageren met traangas, stinkend water en “rubberkogels.” Doden en gewonden.

Hamas vuurt raketten af, Israël reageert met bombardementen op de dichtbewoonde woonwijken in Gaza: tientallen zwaar gewonden, 67 doden, onder wie zestien kinderen (voorlopige cijfers.) De “rubberkogels” zijn in werkelijkheid stalen kogels met een rubber omhulsel. Het gebruik ervan heeft de afgelopen jaren al tientallen jonge Palestijnen een oog gekost of blind gemaakt.

Het taalgebruik van de berichtgeving verhult de werkelijkheid zoals Anja Meulenbelt het op haar Facebookpagina prangend beschrijft. Erger nog is dat de meeste berichtgeving in de fout gaat door een schrijnend ontbreken van context.

Zo wordt ten overvloede herhaald dat Jeruzalem zowel voor Joden als Palestijnen een bijzondere betekenis heeft: niet alleen religieus maar ook politiek. Voor de Joden is Jeruzalem de onverdeelde hoofdstad van Israël, voor de Palestijnen de hoofdstad van een “toekomstige Palestijnse staat.”

Niet alleen is het idee van een “Palestijnse staat” een illusie, een fata morgana, het is ook het middel bij uitstek om de huidige situatie te bestendigen in afwachting van een “oplossing” die met de dag hypothetischer wordt.

Het is een Chinees schimmenspel dat de bedoeling heeft de werkelijkheid te verhullen en die is: een toenemende kolonisatie van Palestina, onteigening van Palestijnse grond, diefstal van Palestijnse bezittingen, vernietiging van boomgaarden en verdrijving van de Palestijnse bevolking.

Sinds 1948 heeft Israël meer dan 600 Palestijnse dorpen vernield of veranderd in Joodse nederzettingen. Voor de interactieve map, zie https://zochrot.org/en/site/nakbaMap

Dat alles is niet nieuw: de etnische zuivering van Palestina is al meer dan 70 jaar aan de gang en wordt tot vandaag voortgezet. De framing van een conflict tussen twee gelijkwaardige partijen met elk een historische claim op de stad en het land verbergt een totaal andere realiteit: de niet aflatende poging van het zionistische regime om zoveel mogelijk Palestijnen uit de gebieden die het controleert te verdrijven of op zijn minst het leven voor hen zo onaangenaam mogelijk te maken.

Dat is nergens méér in het oog springend dan in de hoofdstad Jeruzalem. De toenemende macht en invloed van wat ook de liberale joodse krant Haaretz “joods fascisme” noemt verklaart dat de kolonialistische bedoeling van het zionistische project – absolute suprematie van de joodse bevolking – steeds minder onder de korenmaat wordt verborgen maar open en bloot wordt bepleit. Dat maakt het de Israëlische propaganda ook steeds moeilijker om het apartheidskarakter van het regime voor de wereldopinie te verbergen.

Door de verovering van het Oostelijke stadsdeel van Jeruzalem in de Zesdaagse Oorlog (1967) en de annexatie in 1980 wonen de 350.000 Palestijnse inwoners van de stad officieel binnen de grenzen van Israël. Hoewel ze dus in de ogen van de zionisten Israëlische staatsburgers zijn hebben ze geen stemrecht voor de Knesset, het parlement dat de wetten maakt die hun leven beheersen.

Hun verplaatsingen naar de Westelijke Jordaanoever waar vrienden en familieleden wonen en naar het andere deel van de stad, het overwegend Joodse West-Jeruzalem, zijn aan strenge beperkingen onderworpen. Een apartheidssysteem van identiteitsbewijzen (groen of blauw) en nummerplaten houdt de Palestijnen zoveel mogelijk verdeeld en maakt het de Israëli’s makkelijker hun bewegingen en hun dagelijks leven te controleren.

Ambulances uit de Westelijke Jordaanoever die patiënten naar ziekenhuizen in Jeruzalem vervoeren moeten vaak uren op toestemming wachten aan de checkpoints. Welke dramatische gevolgen dat kan hebben beschrijft de Amerikaanse journalist in Jeruzalem Nathan Thrall met het verhaal over het ongeluk met een schoolbus dat aan 5 Palestijnse kinderen en hun lerares het leven heeft gekost.

Eén van de 350000 Palestijnse bewoners van Jeruzalem: Israëlische staatsburger zonder stemrecht. Foto: Johan Depoortere

Voor Palestijnen in groot-Jeruzalem is het in de praktijk vrijwel onmogelijk legaal te bouwen of hun woning uit te breiden en dat geldt overigens voor alle door Israël bezette gebieden en voor de Palestijnen in Israël zelf. Bouwvergunningen worden zeer uitzonderlijk toegekend. Wie toch bouwt of verbouwt riskeert een boete en moet bovendien op eigen kosten het bouwwerk afbreken.

De spanningen in de Palestijnse wijk Sheikh Jarrah zijn het gevolg van het opdringen van de extreemrechtse settlers die het tot hun doel hebben verklaard om deze en andere Palestijnse wijken te zuiveren van “Arabieren.”

Dat doen ze met een combinatie van intimidatie, geweld en een beroep op de rechtbank die hen vaak gelijk geeft door woningen waarvan het eigendomsstatuut onduidelijk zou zijn aan de settlers of hun organisatie toe te kennen.

De regering Netanyahu legt hun niets in de weg, integendeel. De bewoners worden dan zonder pardon onmiddellijk op straat gezet en moeten toekijken hoe hun joodse belagers hun intrek nemen in een woning die vaak generaties door eenzelfde Palestijnse familie werd bewoond.

In Silwan, een andere Palestijnse wijk in Jeruzalem maakt de extreemrechtse settlerbeweging Ateret Cohanim (kroon van de priesters) met behulp van de rechtbank en met steun van de regering gestaag voortgang in het verdrijven van de Palestijnse bewoners: minstens 37 huizen van Palestijnen zijn de voorbije paar jaar in de handen van de organisatie overgegaan.

Extremistische joden paraderen elk jaar op 15 mei Flag Day door de straten van bezet Palestijns Oost-Jeruzalem met de volle steun van hun regering. Foto: WikiMedia Commons

De etnische zuivering van Palestina is niet het werk van de extremistische groepen die nu “Dood aan de Arabieren” schreeuwen, maar gaat terug tot de kern van de zionistische ideologie: streven naar de oprichting van een joodse staat met een zo groot mogelijke joodse meerderheid en een joods monopolie op de staatsmacht.

De oprichter van het zionisme, Theodore Herzl en zijn medestanders, stonden van meet af aan voor een gigantisch probleem: Hoe maak je een joodse staat in een land dat in overgrote meerderheid wordt bewoond door niet-joden die dat land als het hunne erkennen en willen behouden.

De oplossing: “transfer” een verhullend woord voor deportatie en verbanning. Ben Gurion, de vader des vaderlands, schreef aan zijn zoon: Ik ben voor gedwongen transfer. Ik zie daar niets immoreels in. Een deel van de zionistische beweging had de illusie dat op vrijwillige basis te kunnen organiseren: Palestijnse boeren wat geld toestoppen en ruilen voor de joden in Irak of de andere Arabische buurstaten.

Een zionistische ideoloog – Joseph Weiss – lanceerde zelfs het plan om de Palestijnen van Galilea (het Noorden van het huidige Israël) te deporteren naar Argentinië en hun huizen en gronden aan Argentijnse joden te schenken.

David Ben Goerion, vader des vaderlands, tijdens een zitting van de Knesset in 1957. “Ik ben voor gedwongen transfer. Ik zie daar niets immoreels in.”. Foto: gpo.gov.il/Public Domain

De oorlog van 1948 was de gedroomde gelegenheid om de “transfer” te realiseren. Toch werd het plan maar ten dele uitgevoerd: 750.000 Palestijnen werden van hun grond en huizen verjaagd en hun terugkeer wordt tot vandaag onmogelijk gemaakt.

Dat een minderheid van Palestijnen – zo een twintig percent van de Israëlische bevolking – kon blijven verantwoordde Ben Gurion met de verwachting dat joodse immigratie vanzelf tot een joodse meerderheid zou leiden en dat een kleine ondergeschikte niet-joodse minderheid wel beheersbaar zou zijn.

Dat lukte onder andere door de Arabische minderheid in het land tot 1967 onder streng militair bestuur te plaatsen. Maar tot groot verdriet van de zionisten kon zelfs massale joodse immigratie de bevolkingsaangroei van de Palestijnen met hun veel hoger geboortecijfer niet compenseren.

De verovering van de Palestijnse gebieden in 1967 plaatste de zionistische machthebbers voor een nieuw probleem. Ze veroverden wel grond maar op die grond leefden Palestijnen die niet van plan waren vrijwillig of onder dwang te vertrekken zoals in 1948 gebeurd was.

De toenmalige premier Levi Eshkol zei na de verovering van de Westelijke Jordaanoever: We hebben de oorlog gewonnen en kregen een aardige bruidsschat, maar helaas met de bruid die we niet willen erbij. Toch waren 350.000 bewoners van de Westelijke Jordaanoever tijdens de gevechten naar Jordanië gevlucht.

Israël verbood deze vluchtelingen naar hun huis en grond terug te keren maar stemde er later onder druk van de Verenigde Naties toch in toe. Maar de voorwaarden waren zo streng dat slechts een kleine minderheid erin slaagde terug te keren.

Voormalige inwoners van Jeruzalem, Jericho en Hebron werden bijna helemaal van deze gunstregeling uitgesloten. De Palestijnen die na de oorlog van 1948 hun toevlucht hadden gezocht op de Westelijke oever die toen bij Jordanië hoorde werden voor de tweede keer vluchteling.

De etnische zuivering die in 1948 met de wapens werd uitgevoerd krijgt nu in Jeruzalem een vervolg met juridische middelen. Extreemrechtse stoottroepen hebben gezworen niet te rusten tot Jeruzalem Araberfrei is en de huizen van de Palestijnen in hun bezit zijn.

Intussen is een nieuwe generatie jonge Palestijnen opgestaan die niet langer van plan zijn hun status van tweederangsburger lijdzaam te aanvaarden en zich zonder slag of stoot te laten verdrijven. Zij keren zich af van de leiders uit de vorige generatie – zowel Hamas als Fatah – en zoeken naar andere actiemiddelen en de steun van de wereldopinie die langzaam in het voordeel van de Palestijnen aan het kantelen is, ook en vooral in Israëls onwrikbare bondgenoot, de Verenigde Staten.

 

Jeruzalem: een oud verhaal van Johan Depoortere werd overgenomen van Salon van Sisyphus.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!