© Noëmi Willemen
Opinie - Collectief Vrouwenstaking UGent

Zorg is essentieel werk: samen naar een zorgende universiteit

In deze bijdrage stellen we dat ook de universiteit moet erkennen dat zorg essentieel werk is. Zonder betaalde en onbetaalde zorgarbeid kan de universiteit niet draaien. Het zou daarom de evidentie zelve moeten zijn dat poets-, resto- en kinderopvangpersoneel als volwaardig UGent personeel erkend worden en van dezelfde arbeidsvoorwaarden kan genieten. Bovendien kan een zorgende universiteit niet zonder een dekolonisering van haar curriculum en het wegwerken van raciale drempels.

vrijdag 5 maart 2021 11:52
Spread the love

 

Als er iets is wat de corona-crisis duidelijk heeft gemaakt, dan wel hoe essentieel zorg is. Niet enkel het voor de hand liggende belang van de gehele medische en witte sector ten tijde van een pandemie, maar ook de poetshulp, kinderopvang en het onderwijs, naast al het onbetaalde zorgwerk in tijden van lockdown en beperkte familiale en sociale contacten. En als er iets is wat door COVID-19 pijnlijk in het voetlicht treedt, dan wel dat deze precaire en on(der)betaalde zorgarbeid nog steeds grotendeels op de schouders van vrouwen en geracialiseerde personen terechtkomt. Corona is allesbehalve de grote gelijkmaker – integendeel: bestaande gender, raciale en sociale ongelijkheden worden door COVID-19 en de noodzakelijke overheidsmaatregelen om deze pandemie te bestrijden, enkel op scherp gesteld. Lockdowns met telewerken en (deels) thuisonderwijs zijn al een gigantische uitdaging voor hoogopgeleide tweeverdieners, maar zijn de facto onmogelijk voor mensen in precaire beroepen, met beperkte toegang tot het internet, in te kleine behuizing zonder tuin.

Meer dan ooit geldt vandaag de premisse van de internationale vrouwenstaking: ‘Als wij stoppen, dan stopt de wereld’. Met deze slogan roepen feministische bewegingen ook dit jaar op 8 maart, naar aanleiding van Internationale Vrouwendag, wereldwijd op tot een staking – van betaalde arbeid op de werkvloer, maar ook van onbetaalde zorgarbeid thuis, van studies en van consumptie. Bovendien geldt nu meer dan ooit de vaststelling dat een vrouwenstaking zowel noodzakelijk als onmogelijk is. Want hoe zouden we – midden in deze pandemie en in onze ‘bubbels’ – kunnen stoppen met zorgen voor zieke patiënten, bedrukte kinderen, ‘Zoom’-moeë studenten, hulpbehoevende familieleden, eenzame vrienden of neerslachtige partners? Laat het net dat inzicht zijn dat aantoont hoe onze maatschappij fundamenteel teert op een veelvoud van zorg- of reproductieve arbeid die levensnoodzakelijk is, maar nauwelijks gewaardeerd of vergoed wordt. Thuis wordt het smeren van de boterhammen, het wassen van de kleren en het troosten van groot en klein verdriet niet eens als werk gezien, maar letterlijk met de mantel der ‘moeder’liefde bedekt. En waar die arbeid wel betaald wordt, bijvoorbeeld in sterk vervrouwelijkte en/of geracialiseerde sectoren zoals in de schoonmaaksector, de ziekenzorg en het onderwijs, blijft dit essentiële werk vaak onderbetaald. Een rondje applaus betaalt de energiefactuur of boodschappen nu eenmaal niet.

Deze corona-crisis is echter niet enkel een katalysator voor bovenstaande gender, sociale en raciale ongelijkheden, maar zou ook een uitgelezen kans kunnen bieden om de rol van al deze vormen van zorg in onze maatschappij centraal te stellen en te (her)waarderen. Dit geldt niet enkel in de bredere samenleving, maar ook aan de universiteit. We erkennen de enorme inspanningen die in de voorbije maanden door het Gentse universiteitsbestuur en alle medewerkers, docenten en studenten zijn geleverd om de universiteit (online en on campus) draaiende te houden, en we appreciëren de standvastige aanpak van het rectorenteam in het bijzonder. Maar om te komen tot een echt zorgende en inclusieve universiteit – tijdens en na deze crisis – blijft er nog veel werk aan de winkel.

Ondanks belangrijke en veelbelovende stappen van het universiteitsbestuur in de goede richting – zoals het principeakkoord over de invoering van een minimumloon van 14 euro per uur  – blijven onze overige eisen van vorig jaar vooralsnog niet ingewilligd: de insourcing van de poetsdienst en de statutarisering van het voltallige resto- en kinderopvangpersoneel. Vandaag zijn deze eisen nochtans actueler dan ooit. Nu meer dan ooit is een herwaardering van deze essentiële arbeid noodzakelijk. Niet enkel onder de vorm van een spreekwoordelijk schouderklopje, maar ook in de vorm van daadwerkelijke sociale rechten. Zonder intensieve schoonmaak, kinderopvang en voeding is on campus werken en les volgen onmogelijk. En wanneer deze mensen door lockdowns niet meer mogen werken, duwt technische werkloosheid hun al veel te lage verloning nog naar beneden, wat hen in financieel precaire situaties brengt. Zolang de schoonmakers geen werknemers van UGent zijn, kunnen ze niet rekenen op het minimumloon van 14 euro per uur, waartoe het universiteitsbestuur zich heeft geëngageerd. En zolang de pandemie duurt, is hun werk bijzonder risicovol. Een corona-premie naar analogie met die voor het personeel van de ziekenhuizen is dus niet meer dan gepast. Zolang niet iedereen die in de resto’s en kinderopvang werkt, statutair is, blijft er ongelijkheid bestaan onder het personeel op het vlak van sociale rechten. Trouw aan haar sociale missie, moet de UGent het voortouw nemen in het verbeteren van de arbeidsomstandigheden, sociale rechten en vergoeding van deze essentiële werkers. Zonder hen kan de universiteit simpelweg niet draaien.

Bovendien moet ook op andere vlakken essentiële zorgarbeid geherwaardeerd worden. Het academisch, administratief en ondersteunend personeel dat noodgedwongen thuis werkt én nu meer dan ooit zorgt, behoudt meestal wel financiële inkomsten, maar wordt tijdens (deeltijdse) schoolsluitingen, bij ziekte of in periodes van quarantaine vaak verondersteld deze zorgtaak op hetzelfde moment en op dezelfde plaats te combineren met een betaalde job. Alsof zorgarbeid iets is dat je er zomaar even kan bijnemen. Erg verbazen doet dit niet. Wie ooit eerder ziek was of zorgtaken opnam, weet dat tijdelijke contracten aan de universiteit nauwelijks verlengd worden, laat staan dat er vervanging wordt gezocht of rekening wordt gehouden met de reële impact van ziekte of zorg. In veel gevallen stapelt het werk zich gewoon op tijdens het ziekte- of zorgverlof, en moet er nadien dubbel zo hard worden gewerkt, wat vaak een onmogelijke, of minstens een unfaire, opdracht is.

Een zorgende universiteit erkent zorgarbeid als een essentieel deel van het (universitaire) leven, en voorziet dus effectieve vervanging (voor onderwijs en administratie) en contractverlengingen (voor onderzoeksmandaten en -projecten) bij ziekte- en zorgverlof. Een zorgende universiteit vermindert de werkdruk zodat de wettelijke 38-urenweek de facto binnen het bereik komt van docenten, onderzoekers, administratief en ondersteunend personeel, die nu soms tot dubbel zoveel uren kloppen. Een zorgende universiteit dicht de gender- en raciale kloof, die door corona weer verder is uitgediept, en houdt bij recrutering en promoties rekening met de ‘corona-taks’ die disproportioneel op de schouders van vrouwen en geracialiseerde personen is terecht gekomen. Kijk maar naar de uitgesproken afname van vrouwelijke inzendingen bij wetenschappelijke tijdschriften, in tegenstelling tot een toename van mannelijke inzendingen sinds de start van de pandemie.

Een zorgende universiteit is een universiteit voor iedereen. De UGent maakt terecht werk van het psychosociaal welzijn van studenten, die stilaan op hun tandvlees zitten door de hoge studielast en online onderwijs. Maar zorgen voor studenten gaat verder: het betekent zorgen voor alle studenten, ook de studenten die als een ‘minderheid’ worden beschouwd, die zogenaamd over ‘drempels’ moeten worden geholpen – alsof zij het probleem zijn in plaats van de ‘drempels’ zelf. Ons hoger onderwijs vertrekt maar al te vaak vanuit een eurocentrisch/westers denkkader, en thema’s als kolonisatie, discriminatie en racisme krijgen niet altijd de nodige aandacht. Universiteiten vandaag bestaan uit veel te witte aula’s en een professorenkorps waar geracialiseerde studenten zich zelden in herkennen. De UGent zou de vraag van de studenten voor dekolonisering ernstig moeten nemen en hen actiever betrekken bij het beleid. Er is nood aan een actief anti-racisme beleid en een meldpunt voor racisme, een betere in- en doorstroom van studenten met een migratie-achtergrond en meer diversiteit in het professorenkorps.

Zorg is essentieel werk, en een zorgende universiteit zorgt voor iedereen. Op 8 maart leggen we het werk neer om onze eisen kracht bij te zetten, in solidariteit met al wie voor ons zorgt en nog steeds dag in dag uit zorg draagt voor anderen.

 

Julie Carlier, Valérie De Craene, Anneleen Kenis en Sigrid Vertommen in naam van het Collectief Vrouwenstaking UGent.

In de aanloop naar de stakingsactie op maandag 8 maart, organiseert het Collectief Vrouwenstaking UGent ism Kunsthal Gent, Ghent Centre for Global Studies, Centre for Research on Gender aan UGent, en het Research Centre Gender, Diversity and Intersectionality (VUB) op 5 maart een avond rond “The Strike – The power of not doing” met Verónica Gago (Universidad de Buenos Aires), één van de organisatoren van #NiUnaMenos Argentina en auteur van The Feminist International: how to change everything (Verso Books) en Neoliberalism from Below – Popular Pragmatics and Baroque Economies (Duke University Press).

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!