Boekrecensie -

Sterke discoursanalyse van extreemrechts

‘Extreemrechts’ is meer dan alleen maar een strijdbaar boek. Het is een genuanceerd en tegendraads essay geworden waarin een strijdbare vakbondsman en een geëngageerde historicus met open vizier en een scherpe blik een sterk onderbouwde discoursanalyse van extreemrechts afleveren en daardoor kan het ook gelezen worden  als een wake up call voor de progressieve krachten in dit land. Het is bovendien een tegendraads geschrift omdat het hier en daar ook flink op de tenen trapt van traditioneel links.

donderdag 4 maart 2021 19:10
Spread the love

 

Het gebeurt niet zo gauw dat een publicatie al van vóór het verschijnen zoveel deining veroorzaakt. ‘Extreemrechts’ van Vincent Scheltiens en Bruno Verlaeckt is er zo een. De twee auteurs vormen een sterk en niet evident duo. Vincent Scheltiens is historicus en postdoctoraal medewerker aan het departement geschiedenis van de Universiteit Antwerpen en Bruno Verlaeckt is voorzitter van de Algemene Centrale Antwerpen-Waasland en van de regio Antwerpen van het ABVV.

Humo, maar ook De Morgen en Terzake waren er als de kippen bij om één van de auteurs ervan, Vincent Scheltiens, aan het woord te laten. Vooral het interview in De Morgen met als hoofding ‘Waarom zou je respect hebben voor kiezers van Vlaams Belang?’ zorgde voor veel media-aandacht en veel heisa op de sociale media. Scheltiens werd bedolven onder de bagger en de scheldkanonnades van meestal anonieme rauwdouwers die zonder een letter van het boek te hebben gelezen over de rooie gaan en graag grossieren in vulgariteit.

Haatzaaiers zijn het en zo noemt ook de academische onderzoeker Paul Ponsaers deze mensen in zijn laatste boek over extreemrechtse radicalisering. Zij domineren, zoals een twitterende Trump, de sociale media met trollen, clickfarms, memes en ander digitaal fraais, pompen veel geld in YouTube en Tik Tok en masseren daarmee, vaak op een schijnbaar jolige manier, de publieke opinie. Daarmee illustreren ze vlijtig de grondstelling van dit boek, met name dat we sinds nine eleven in een vierde golf van extreemrechts zijn beland.

De opgeblazen kikker

Daarover verder meer, maar eerst willen de twee auteurs vooruit kijken naar 2024, naar dat verkiezingsjaar waarin het Vlaams Blok, zich coûte que coûte wil binnen wringen in de Vlaamse regering. Dat is het droomscenario voor Vlaams extreemrechts en daar willen beide auteurs voor waarschuwen. Daarvoor richten beide auteurs zich naar dat deel van het VB-kiespubliek dat niet bewust racistisch is, dat er geen overtuigde racistische ideeën op nahoudt of zich op die basis actief inzet en organiseert. Scheltiens en Verlaeckt zijn echter duidelijk: ‘Racisten praten we niet naar de mond. We lopen ze niet achterna.’

Tegen 2024 zullen de separatisten binnen het Vlaams Belang en binnen de N-VA zich willen opblazen, maar die afscheuring lijkt om verschillende redenen (het statuut van Brussel, de houding van de EU, maar ook de internationale positie van Vlaamse entrepreneurskringen) meer op een vorm van wishful thinking. De auteurs verwijzen ook – Scheltiens is een Spanjekenner – naar de moeilijke politieke situatie die zich voordoet tussen het centralistische Spanje en het separatistische Catalonië. ‘De houding van de Vlaamse separatisten herinnert ons aan de fabel van Jean de la Fontaine over de kikker die een os wilde zijn en zich opblies … tot hij uit elkaar spatte.’

Tenzij Bart De Wever en de N-VA tegen dan duidelijk kleur bekennen en zich mee in een extreemrechts avontuur zouden willen storten. Dat is een van de mogelijke scenario’s. Met een machtspoliticus en strateeg zoals De Wever weet je maar nooit. Hij is volgens Jason Stanley, een Amerikaanse filosoof die extreemrechts ook in Europa onderzoekt – en die tevens de speeches van De Wever volgt – ‘een meester in beleefde xenofobie’. Net als de Duitse extreemrechtse populisten gebruikt De Wever Gutmenschen als een belediging. Ook in Nederland zijn de ‘goedmensen’ en de ‘deugdmensen’ kop van jut. Luister maar naar Thierry Baudet en Geert Wilders.

Het gat in de haag

‘Wie het gat in de haag wil wegsnoeien, maakt het alleen maar groter.’ Dat is een uitspraak van SP-voorzitter Steve Stevaert die de auteurs graag aanhalen om het gevaar van extreemrechts te visualiseren. Hoe is dat er gekomen? Hoe komt het toch dat het gat niet dicht geraakt maar – integendeel – almaar groter wordt? Scheltiens en Verlaeckt sommen een aantal extreemrechtse evoluties en gevaren op.

Ten eerste is er de capaciteit van extreemrechts om werkende mensen en jongeren achter zich te scharen. Dat is niet nieuw. De auteurs verwijzen naar het interbellum en naar Mussolini die naast nationalistische eisen een sociaal programma verdedigde dat delen van links aansprak. Eens aan de macht werden de vakbonden afgeschaft en vervangen door corporatistische organisaties die in naam van de ‘natie’ werkgevers en werknemers dezelfde (werkgevers)richting deden uitlopen. Ook VB kent een lange traditie van wetsvoorstellen om de vakbonden te ketenen via het opleggen van rechtspersoonlijkheid. Vakbondsleider Bruno Verlaeckt heeft aan den lijve ondervonden hoe men vakbondsacties wil beteugelen. Hij werd namelijk schuldig verklaard en veroordeeld aan ‘het kwaadwillig belemmeren van het verkeer’ tijdens een nationale vakbondsactie.

Een tweede evolutie kan ook verontrustend worden. VB scoort electoraal zeer fors, maar tracht nu ook, zoals met de autobetoging in 2020 richting Heizel tegen de toenmalige Vivaldi-regering in aanmaak, een deel van haar achterban te mobiliseren, maar dat veroorzaakte vooralsnog alleen nog maar veel motorgeronk om het gebrek aan mobilisatiekracht te verdoezelen. Een derde verontrustende evolutie is dat figuren of groupuscules zoals Schild & Vrienden in de VB-marge met openlijk neonazistische rituelen of gewelddadige acties, zoals brandstichting in asielcentra, naar buiten komen.

Misschien de meest verontrustende evolutie is echter de zweepfunctie van extreemrechts op de centrumpartijen die een deel van het discours én van het programma van extreemrechts overnemen, daarin onrechtstreeks bijgestaan door de meeste Vlaamse media die het VB begint te behandelen als een partij zoals alle andere. Als argument wordt de kracht van het aantal aangehaald, die niet alleen zetels maar ook zitjes oplevert in raden van beheer van openbare instellingen zoals de VRT.

Geen oneigenlijk taalgebruik

Het is opvallend en bovendien zeer wijs dat beide auteurs zeer spaarzaam omspringen met het begrip ‘fascisme’. Zij vinden dat er vaak een oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de term ‘fascisme’, wat tot een deflatie van het concept leidt. Ook in linkse kringen wordt daar vaak op een onzorgvuldige manier mee gejongleerd. Dikwijls wordt het gehanteerd als een scheldwoord, als een passe-partout waardoor het begrip uitgehold en gebanaliseerd wordt. Dat brengt vervuiling van de taal met zich mee en daar verzetten ze zich tegen zoals dat ook door de sociolinguïst Jan Blommaert werd gedaan die heel zijn activistisch-academisch leven aan het blootleggen van gevaarlijke betekenislagen heeft gewerkt, maar die ons veel te vroeg is ontvallen. Let op je woorden! Wat te denken immers van woordconstructies als een ‘taalnazi’, een ‘ecofascist’, een ‘feminazi’ of een islamofascist’? In plaats van alles en iedereen fascistisch te noemen gebruiken de auteurs in hun boek liever de bredere term ‘extreemrechts’.

De auteurs verzetten zich ook tegen de klassieke linkse analyse die wil dat het fascisme in essentie een instrument is van het grootkapitaal om de revolutionaire beweging en de arbeidersbeweging de kop in te drukken. Ook hier is nuancering op zijn plaats want, zoals de ondertitel van hun boek luidt: ‘de geschiedenis herhaalt zich niet (op dezelfde manier)’. Ook de geschiedenis van extreemrechts niet.

Volgens hen heeft de opkomst van de huidige extreemrechtse golf niet louter te maken met economische oorzaken (werkloosheid, verpaupering, bestaansonzekerheid …). Er is geen automatisme tussen een hard neoliberaal beleid, economische precarisering en toevlucht tot extreemrechts.

Het plaatje, zo stellen zij, is veel breder en heeft te maken met de gevolgen van internationale structurele veranderingen, ideologische ontreddering (zonder dat mensen dit als zodanig benoemen of herkennen). Het heeft ook te maken met verlies aan sociale status, begrenzing van de opwaartse mobiliteit, angst voor de toekomst of die van de kinderen, een hang naar stabiliteit, rust, herkenbaarheid.

Het is zeker niet toevallig dat zij in dit verband verwijzen naar het boek van Didier Eribon ‘Retour à Reims’. Een van de grootste, schijnbare paradoxen is de omslag die zich in het Franse stemgedrag heeft voorgedaan – en ook in die van zijn familie – van trouwe KP-stemmers, Le Parti, naar min of meer beschaamde Le Pen-kiezers. Voor Eribon was dat niet zo verbazingwekkend. Volgens hem heeft diepgewortelde racisme, dat een van de overheersende karaktertrekken is in arbeiderskringen en witte volksmilieus het extreemrechts makkelijker gemaakt het oude communistische kiezerspubliek voor zich te winnen. ‘En hoe tegenstrijdig het ook mag klinken, ik ben ervan overtuigd dat de stem op het Front National moet gezien worden als een laatste poging van de volksklassen om hun collectieve identiteit te behouden,’ schrijft hij.

In hun boek verwijzen Scheltiens en Verlaeckt ook naar de Franse journaliste Anne Tristan, die in de jaren tachtig bij het Front National was geïnfiltreerd. Zij schreef er ‘Aan het front’ (Au front) over en zij zag dat de kiezers van die partij totaal ontredderd waren. Zij leerde, zoals ook Eburon aanstipt, dat in de vroegere rode bolwerken van de havenstad Marseille de linkse partijen het terrein braak hadden gelaten en het FN zich daar haast moeiteloos inplantte, niet in het minst met sociale activiteiten.

De twee auteurs maken op die waarschuwing tegen taalvervuiling alleen een uitzondering voor Schild & Vrienden (en hun niet met naam genoemde ‘eindbaas’) die ze onomwonden een neofascistische organisatie noemen. In De Morgen zegt Scheltiens daarover: ‘Elke definitie van fascisme die je ook gebruikt, ik denk dat Schild & Vrienden er telkens voor zowat 80 procent aan voldoet. Voor mij is die organisatie een poging om een neofascistische structuur uit te bouwen die op zo veel mogelijk plekken infiltreert: van politieke partijen tot de jeugdraad. Zij hebben een plan. En wat ze doen, is niet onschuldig: die uniformpjes en bokstrainingen, dat racisme, het gekoketteer met het nazisme, zelfs.’ (1)

Een vierde golf

En ja, de geschiedenis herhaalt zich niet (op dezelfde manier), maar er doen zich historisch wel golfbewegingen voor in de geschiedenis van extreemrechts. De auteurs onderscheiden vier golven met elk hun eigen specificiteit naargelang van de plaatselijke omstandigheden, zowel in Vlaanderen, België als in andere Europese landen.

Zij verwijzen vooreerst naar het historisch fascisme dat ontstond tijdens het interbellum in Duitsland en Italië onder Hitler en Mussolini. Na de Tweede Wereldoorlog doet zich een tweede golf voor die zich voor Frankrijk vertaalde in een poujadistische, corporatistische beweging – naar haar politieke leider Pierre Poujade – die het opnam voor de kleine man (lees kleine ondernemers, winkeliers en ambachtslui) die zich bedreigd voelde door de opkomst van warenhuisketens en multinationals. In een derde golf die ontstond in de laatste twee decennia van de twintigste eeuw – de periode van het electoraal doorbreken van het Vlaams Blok, maar ook van extreemrechtse partijen in Frankrijk, Italië en andere Europese landen –  werd het rauwe racistische gedachtegoed nog bijna overal als abnormaal beschouwd (denk maar aan het beruchte 70-puntenprogramma om het ‘vreemdelingenprobleem op te lossen’).

In de vierde golf echter, die ontstaat na nine eleven en waarover dit boek voornamelijk gaat, begint extreemrechts zich binnen de democratische bandbreedte te positioneren, maar dan wel met een discours dat doortrokken is van een rabiaat nationalisme, antifeminisme, ‘omvolkings- en complottheorieën’, sociaal-nativisme (‘Eigen volk eerst’), soixantehuitard – en LGBTI+-haat, een overfixatie op identiteit, xenofobie en racisme en met de focus op migranten en asielzoekers van moslimorigine. Het Vlaams Belang, maar ook VOX in Spanje, het Rassemblement National in Frankrijk en ‘Gouden Dageraad’ in Griekenland zijn voorbeelden van deze tendens. Met zo’n ranzig discours neemt extreemrechts deel aan verkiezingen en probeert het macht te verwerven.

In een aantal landen, van Oostenrijk tot Italië, is dat ondertussen ook al gelukt. Dat is de vierde golf, die van de normalisering. Die van het grootste electorale succes sinds de Tweede Wereldoorlog. Alt-right en zeker Alt-light worden salonfähig. Zij nemen, zonder aan de macht te zijn, een zodanige grote plek in binnen de parlementaire democratie dat ze wegen op zij die wél het beleid voeren.

In België regeert extreemrechts niet mee, maar zij drukken wel op de politieke houding van regeringspartijen zodat de bocht naar rechts in belangrijke dossiers als migratie genormaliseerd is, common sense is geworden. Daardoor wordt het mogelijk dat niet alleen Van Grieken maar ook een De Wever ongestraft sneren mogen geven naar die Gutmenschen, naar ‘Wir schaffen das’, maar ook naar de ouders van Mawda, het tweejarige meisje dat gedood werd door een politiekogel, die volgens De Wever hun kind niet aan het gevaar hadden mogen blootstellen. Dat zijn zeer gevaarlijke en tendentieuze uitspraken die er als zoete koek ingaan. Rechts en extreemrechts zijn sterk op weg het nieuwe normaal te worden. (2)

Rechts gramscianisme

Het sluipend gif dat met mondjesmaat in de hoofden van mensen binnenkomt, is het werk van wat ik samen met onderzoeker Ico Maly ‘rechts gramscianisme’ noem. Ook Scheltiens en Verlaeckt vermelden in hun boek het werk van Antonio Gramsci, de dissidente Italiaanse marxist die begrippen als ‘metapolitiek’ en ‘culturele hegemonie’ ontwikkelde. De auteurs verwijzen ook naar La Nouvelle Droite, een beweging ontstaan in de jaren zeventig als reactie op de Verlichtingsrevoltes van de zestiger jaren, waarvan de Franse intellectueel Alain de Benoist één van de meest notoire woordvoerders was. De Benoist eigende zich de strategie toe van Gramsci en gebruikte ze ten dienste van het ontwikkelen van een door en door antiverlichtingsproject. Hij adopteerde Gramsci’s denken over culturele hegemonie en noemde het gramscisme de droite. Hij zette daarmee Nieuw Rechts mee in de stijgers.

Dat is ook, zo betoogt Maly in zijn studie N-VA, analyse van een politieke ideologie’, wat politicus Bart De Wever in de voorbije jaren systematisch heeft gedaan. ‘Als politicus kun je het niet maken energie te stoppen in een semantische strijd als die je geen voordeel oplevert. Wie zijn ideeën wil verkopen, moet proberen zijn politieke taalgebruik op te leggen aan de tegenstander. Dat doe je niet door termen te hanteren die je onmiddellijk in het defensief duwen. Vliegen moet je vangen met honing en niet met azijn.’

Dat is een passage uit een column in De Standaard van de jonge Bart De Wever die later gebundeld werd tot ‘Het kostbare weefsel, vijf jaar maatschappijkritiek’, dat samen met een tweede bundel ‘Werkbare waarden’, het filosofische en politieke corpus van de N-VA zou worden.

Cordon sanitaire en cordon médiatique

De auteurs pleiten niet alleen voor het behoud van het cordon sanitaire, maar ook voor het instellen van een cordon médiatique. Om de normalisering van dat extreemrechtse discours tegen te gaan moeten de media zich bezinnen over hun verantwoordelijkheid en een ethische code met een cordon médiatique instellen.

‘In Franstalig België bestaat zo’n cordon: als daar een extreemrechtse figuur de neus aan het venster steekt, wordt die in de media genegeerd. Het probleem in Vlaanderen is dat Vlaams Belang vertegenwoordigers in de raad van bestuur van de VRT heeft. Ze zijn structureel ingebed. Een groot probleem.’ (3) De auteurs lossen in dat verband een flink schot voor de boeg: ‘De N-VA is de enige partij die het cordon sanitaire officieel niet onderschreven heeft. Daarom willen wij met dit boek het debat nu al openen.’

Strijdbaar en genuanceerd

‘Extreemrechts’ is een strijdbaar boek dat het debat wil openen met het oog op de electorale horizon van 2024 die nu al in het vizier komt. De wereld is meer dan ooit door het coronavirus door elkaar geschud. Wat zal het postcoronatijdperk brengen? Meer inclusie, meer solidariteit of nog meer ‘expulsion’, uitstoting zoals Saskia Sassen de wereldproblematiek met de titel van haar boek in een woord samenvat? Extreemrechts moet gestopt worden want anders wordt het inclusie … maar dan alleen voor het eigen volk.

27 jaar geleden schreef Hugo Gijsels, de veel te jong gestorven journalist en watcher van extreemrechts – hij is trouwens ook de man die aan de basis lag van het cordon sanitaire – het boek ‘Open je ogen voor het Vlaams Blok ze sluit’ (met bokshandschoenen, zoals de cover suggereerde) waarmee hij zich vooral op vakbondsmensen richtte. Hij fulmineerde daarin tegen wat hij de futuliteiten-logica noemde.

‘Dit boek staat vol van soortgelijke en andere futiliteiten,’ eindigt hij zijn inleiding. ‘Ik hoop dat het ertoe bijdraagt dat meer mensen gaan inzien dat het Vlaams géén futiliteit is, maar een regelrechte bedreigding voor de democratie.’ Het is trouwens in dit boek, verschenen in 1994 drie jaar na ‘zwarte zondag’, dat hij het idee van het cordon sanitaire aankaartte waarrond Charta ’91 toen campagne voerde.

‘Extreemrechts’ is meer dan alleen maar een strijdbaar boek. Het is een genuanceerd en tegendraads essay geworden waarin een strijdbare vakbondsman en een geëngageerde historicus met open vizier en een scherpe blik een sterk onderbouwde discoursanalyse van extreemrechts afleveren. Tegendraads bovendien omdat het hier en daar ook flink op de tenen trapt van traditioneel links. Daardoor plaatsen zij zich in de traditie van auteurs als Hugo Gijsels en Jan Blommaert, maar ook van Ico Maly, Paul Ponsaers, Mark Spruyt, Etienne Verhoeyen, Rudi Van Doorslaer, Ruud Martens, Rinke van den Brink, Jos Van der Velpen, Frank Uytterhaegen en nog vele anderen. Zij ondersteunen daarmee tevens het werk van kritische onderzoeksjournalisten zoals Tom Cochez en Ton Rensenberg van Apache die het rechts-gramscianisme en alle vunzigheid die daar achter schuilt nog bijna dagelijks bloot weten te leggen.

‘Extreemrechts’ is in de eerste plaats een discoursanalyse, maar kan toch ook gelezen worden als een wake up call voor de progressieve krachten in dit land. De auteurs wijzen daarvoor zeer terecht op de belangrijke drukkingsrol die een kritisch maatschappelijk middenveld kan spelen en dan niet in het minst de vakbonden daarin, maar ook de vele nieuwkomers van onderuit die zich daar intussen geïnstalleerd hebben. Hopelijk zal ook het pas opgerichte Reset.Vlaanderen, een samensmelting van Arbeid & Milieu en Transitienetwerk Middenveld met als voorzitter Jos Geysels, zich aangesproken voelen.

Het is tijd voor een nieuw enthousiasmerend verhaal dat hegemonisch kan worden in de betekenis zoals Antonio Gramsci het echt bedoeld heeft. Dit boek verdient veel aandacht en dat krijgt het blijkbaar ook. Zeker ook in vakbondskringen. De eerste druk was op een week de deur uit. Intussen zijn de Franse vertaalrechten verkocht aan Les Editions du Cérisier en dat is goed nieuws want extreemrechts eindigt niet aan een taalgrens.

 

Bronnen:

(1)’Waarom zou je respect hebben voor kiezers van Vlaams belang?’ Interview met historicus Vincent Scheltiens. In: De Morgen van 19 februari 2021

(2) Een ontgiftingsmiddel is de Gutmensch Scheurkalender over vluchtelingen en de opkomst van extreemrechts: elke dag een vers blaadje met (tegen)argumenten, feiten, context en/of een goede grap.

(3) De Morgen van 19 februari 2021

 

Boekcover.

Vincent Scheltiens en Bruno Verlaeckt, Extreemrechts, de geschiedenis herhaalt zich niet (op dezelfde manier) ASP, Brussel, 2021, 140 blz. ISBN 9789461171122

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!