Schilderij Brady Izquierdo
Analyse - Ignacio Ramonet, La Jiribilla,

Sociale media, het nieuwe dominante medium?

In deze analyse buigt Ignacio Ramonet zich over de impact van de sociale media op het totale medialandschap. "Elk communicatiemiddel dat zich niet aanpast aan dit nieuwe ecosysteem zal verdwijnen." Maar ook: "De geschreven pers moet zich concentreren op zijn kwaliteiten: de kwaliteit van het geschreven woord, de excellentie van het verhaal, de originaliteit van het onderwerp, de realiteit van de getuigenis, de authenticiteit van de informatie, de intelligentie van de analyse en de garantie van de geverifieerde waarheid."

maandag 1 maart 2021 18:33
Spread the love

 

Het moderne internet – het web – werd uitgevonden in 1989, reeds tweeëndertig jaar geleden. We beleven met andere woorden de eerste minuten van een fenomeen dat nog eeuwenlang zal meegaan.

Laten we aannemen dat de drukpers in 1440 werd uitgevonden en dat er drie decennia later nauwelijks iets veranderd was. De wereld werd er uiteindelijk wel helemaal door ondersteboven gehaald. Cultuur, politiek, economie, wetenschap, geschiedenis, alles veranderde.

Het kan niet meer ontkend worden dat veel van de vaste parameters die we tot nu kenden grondig worden gewijzigd, niet zozeer door de huidige Covid-19-pandemie, maar vooral door de wijdverbreide uitbarsting van technologische verandering en sociale netwerken.

Dit geldt niet alleen qua communicatie – gaat de waarheid dood? – maar wat betreft financiën, handel, transport, toerisme, kennis, cultuur … en dan vergeten we nog de nieuwe gevaren van alomvattende bewakingsdiensten en het verlies van onze privacy.

Met de komst van het web en van sociale netwerken is het niet langer meer alleen de staat die over ons waakt. Een aantal gigantische privébedrijven (Google, Apple, Facebook, Amazon, enz.) weten nu meer over ons dan wijzelf. Met hun artificiële intelligentie en 5G-technologie zullen algoritmen de komende jaren meer onze levensloop bepalen dan onze eigen wil.

Laat niemand denken dat dergelijke beslissende veranderingen in de communicatie geen gevolgen gaan hebben voor de organisatie van de samenleving en haar politieke structurering zoals we die tot nu toe kenden. De toekomst duurt erg lang en de nu al bekende ingrijpende veranderingen zijn nog maar het begin.

George Orwell schreef ‘1984’ in 1948. De meme ‘big brother watches you’ vond hier zijn oorsprong.

We leven sindsdien in een universum waarin onze privacy ernstig wordt bedreigd. Meer dan ooit worden wij allen in de gaten gehouden door biometrie of door veiligheidscamera’s, veel meer dan George Orwell ooit had gedacht in zijn dystopische roman 1984.

Bovendien dreigen robotica, drones en kunstmatige intelligentie een ecosysteem te creëren waarin de mens zelfs geen inbreng meer zou hebben, om nog maar te zwijgen over de “crisis van de waarheid” waar informatie vervangen wordt door nepnieuws, post-truth1 (post-waarheid), nieuwe manipulaties of ‘alternatieve feiten2‘. Op dit punt kan de toekomst sneller dichterbij komen dan we denken.

Democratisering van de informatie

Het meest opvallende emancipatorische aspect van de huidige digitale revolutie, is zijn “effectieve democratisering van informatie”. Dit is een ideaal dat reeds een fundamenteel strijdpunt was, en tot op zekere hoogte een droom, sinds de sociale omwenteling van mei 1968, namelijk de wens van burgers om de controle te verkrijgen over media en vooral over informatie.

Tot op zekere hoogte is dit al gebeurd. Tegenwoordig hebben burgers met een enorme uitrusting van lichtgewicht digitale communicatieapparatuur (smartphones, laptops, tablets en andere) individueel een grotere communicatieve vuurkracht dan die waarover ze beschikten, bijvoorbeeld in 1986, met het allereerste planetaire televisiekanaal Cable News Network (CNN ).

Dit systeem is daarenboven veel goedkoper en gebruiksvriendelijker. Elke burger is nu zelf wat voorheen ‘massamedia’ werd genoemd. Veel mensen negeren dit feit of kennen de echte kracht niet die ze hiermee hebben. Vandaag staan we niet langer ongewapend tegenover de grote mediabedrijven. Of we wel optimaal gebruik maken van deze communicatieve superkracht die we nu hebben is echter een andere vraag.

Heeft dit vermogen onze problemen in verband met informatie en communicatie opgelost? Het antwoord is nee. Het is nu eenmaal dat elke oplossing zijn nieuwe probleem creëert, de tragische toestand waarin de mens verkeert.

Sisyphus

De oude Grieken illustreerden dit met de mythe van Sisyphus. Die werd veroordeeld om een enorme rots naar de top van een berg te duwen. Zodra hij de top bereikt, glijdt de rots telkens weer uit zijn handen en rolt ze terug naar de voet van de berg. Sisyphus moet van nul herbeginnen, glijdt telkens opnieuw uit, enzovoort, tot het einde der tijden.

Sisyphus wordt door oppergod Zeus veroordeeld om een rots over de berg te rollen. Telkens hij de top bijna bereikt ontglipt die hem en moet hij herbeginnen, zijn eeuwig lot. Schilderij Tiziano Vecelli (Titiaan – 1548). Prado Museum/Public Domain

Hoewel de digitale revolutie een onbetwistbare democratisering van communicatie mogelijk heeft gemaakt (een doelstelling die tot dan absoluut ondenkbaar leek) veroorzaakt deze democratisering op zijn beurt een ongecontroleerde en ongeordende verspreiding van berichten, en oorverdovend kabaal dat vooral door sociale netwerken wordt veroorzaakt.

Net dat is het nieuwe probleem. Zoals hierboven al gezegd, de waarheid wordt verwaterd. Eens we allemaal onze eigen ‘waarheid’ hebben, wat is dan nog de ware waarheid? Of is het voortaan, zoals Donald Trump zei, dat “de waarheid relatief is”?

Tegelijkertijd is de objectiviteit van informatie (als die ooit heeft bestaan) verdwenen, hebben de manipulaties zich vermenigvuldigd, verspreiden vervalsingen zich als een pandemie, domineert desinformatie en deint de verhalenoorlog verder uit.

Nooit voorheen hebben fenomenen zichzelf “geconstrueerd” met zoveel sofisticering: vals nieuws, waanvoorstellingen, “emotionele informatie”, complottheorieën … Uit talrijke enquêtes blijkt bovendien dat burgers de voorkeur geven aan nepnieuws en het meer geloven dan echt nieuws, omdat het eerste beter overeenkomt met wat zij reeds denken.

Neurobiologisch onderzoek bevestigt dat we eerder vasthouden aan wat we al geloven dan aan wat tegen onze overtuigingen indruist. Nooit was het zo gemakkelijk om ons voor de gek te houden.

Voor iedereen een eigen persoonlijke parallelle universum

Meer dan een “nieuwe grens” is het internet, cyberspace of het digitale landschap, ons “nieuwe territorium” geworden. We leven tegelijk in twee ruimtes: onze gebruikelijke driedimensionale ruimte en de digitale ruimte van het beeldscherm. Een parallelle ruimte, zoals in sciencefiction- of kwantumuniversa, waar dingen of mensen zich op twee plaatsen tegelijk kunnen bevinden.

Onze relatie met de wereld kan in die omstandigheden fenomenologisch gezien niet meer dezelfde zijn. Het internet – en morgen artificiële intelligentie – geeft onze hersenen ongekende uitbreiding en ruimte. Bovendien, nieuwe digitale gezelligheid, nog versneld door socialiserende netwerken zoals Facebook of Tinder, verandert ons relationele gedrag ingrijpend. Ik denk niet dat hier nog een “terug” mogelijk is. Deze netwerken leggen eenzijdig de structurele parameters vast van de hedendaagse samenleving.

The GAFA decides, not you

We moeten ons er tevens van bewust zijn dat internet niet langer een gedecentraliseerde ruimte van vrijheid is die ons in staat stelde te ontsnappen aan onze afhankelijkheid van de dominante media. Zonder dat de meerderheid van internetgebruikers dit beseft, is het internet gecentraliseerd geraakt rond de enkele gigantische bedrijven die we al hebben genoemd – de GAFA (Google, Apple, Facebook, Amazon). Die monopoliseren het net waaraan bijna niemand nog kan ontsnappen.

We hebben recent kunnen zien dat hun macht zo groot is geworden dat ze zichzelf kunnen toestaan een zetelend VS-president te censureren, toen Twitter en Facebook zijn toegang afsneden en Donald Trump zo het zwijgen oplegden begin januari 2020.

Aan het begin van de jaren 2000 begrepen we nog niet dat het economische model van ‘reclame zonder ervoor te betalen’ een gevaarlijk fenomeen van centralisering zou veroorzaken. Adverteerders hebben er immers alle belang bij om met de grootsten samen te werken, met zij die het grootste publiek bereiken.

Om tegen deze logica in te gaan moet het internet broodnodig terug gedecentraliseerd worden. De publieke opinie moet inzien dat het gratis karakter een zodanige centralisatie van het internet met zich meebrengt dat de controle beetje bij beetje sterker wordt en de bewakingsmechanismen veralgemeend worden.

Automaten beslissen, niet jij

Wat dit betreft, moeten we specificeren dat bewaking tegenwoordig in hoofdzaak gebaseerd is op aggregatie van technologische, automatische informatie, veel meer dan op menselijke informatie. Dat betekent ondermeer “diagnose van de gevaarlijkheidsgraad” van een individu op basis van min of meer geverifieerde elementen van verdenking en toezicht (met medeplichtigheid van de GAFA).

Het gaat dan om hun contacten in netwerken en hun berichten, wat neerkomt op de paradox dat, om vrijheid te garanderen, men moet beginnen met zijn beperking. Zoveel is duidelijk: het probleem is niet bewaking in het algemeen, maar specifiek de massale clandestiene bewaking.

In een democratische staat hebben overheden het volste recht toezicht te houden op elk individu dat als verdachte beschouwd wordt. Hiervoor baseren zij zich op de wet met behulp van de voorafgaande toestemming van een rechter.

In de nieuwe sfeer van alomvattende bewaking wordt echter iedereen a priori ‘verdacht’, vooral wanneer “algoritmische zwarte dozen” personen volautomatisch classificeren als “bedreigend” na analyse van hun contacten in netwerken en hun communicatie.

The Minority Report

Deze nieuwe veiligheidstheorie gaat uit van de stelling dat de mens geen echte vrije wil of autonoom denken heeft. Het heeft daarom geen zin dat om eventuele afwijkingen te voorkomen, er wordt gezocht naar een interventie met terugwerkende kracht in de gezinsomgeving of in sociaal gedrag.

Philip K. Dick schreef zijn kortverhaal in 1956. De gelijknamige film van 2002 is goed, maar het boek is (altijd) beter.

Het enige nog na te streven doel is om op basis van volledig te vertrouwen veiligheidsrapporten zo snel mogelijk repressief op te treden, nog voor een misdaad wordt gepleegd. Deze deterministische opvatting over de samenleving, in 1956 bedacht door de Amerikaanse sciencefictionschrijver Philip K. Dick in zijn kortverhaal Minority Report bedacht, begint stilaan aan te slaan. De centrale doelstelling is nu de opsporing van “pre-crime” onder het mom van “anticiperen op dreiging”.

Met dit streven in het achterhoofd zoeken commerciële bedrijven en reclamebureaus een greep op het leven van elk van ons. We worden steeds meer geobserveerd, bespioneerd, bekeken, gecontroleerd, geficheerd. Elke dag worden nieuwe technologieën geperfectioneerd om sporen van ons leefgedrag op te zoeken.

In het geheim stellen de reuzen van het netwerk uitgebreide bestanden op van onze persoonlijke gegevens en onze contacten, die via verschillende elektronische media uit onze activiteiten op sociale netwerken worden gehaald.

Zelfde sociaal protest in ‘democratieën’ als in dictaturen

Deze alomvattende bewaking verhindert echter niet het ontwaken van een aantal lang stilgehouden maar nu onderling verbonden geraakte gemeenschappen. Wat in 2011 de “Arabische Lente” werd genoemd, de “beweging van de Indignados (verontwaardigden)” in Spanje en “Occupy Wall Street” in de VS, zou ongetwijfeld niet mogelijk zijn geweest – toch niet op de manier waarop ze tot stand zijn gekomen – zonder de communicatieve innovatie van de internetrevolutie.

Niet alleen het gebruik van de belangrijkste sociale netwerken maakte dit mogelijk. Die begonnen zich toen nog maar net te verspreiden – Facebook werd opgericht in 2006, Twitter begon in 2009 – maar ook door het intensieve gebruik van e-mail en berichtgevingen gewoon via de smartphone. De impact van de volksdemonstraties die werd veroorzaakt door deze communicatie-innovaties was in 2011 zeer sterk, ongeacht de aard van het politieke systeem (autoritair of democratisch) waartegen ze botsten.

De ‘schok’ in de Arabische wereld kwam er uiteraard om verschillende redenen en had spectaculaire gevolgen. Een halve eeuw lang was het conflict daar bevroren geweest: twee dictaturen (Tunesië en Egypte) stortten in en twee andere landen (Libië en Syrië) begonnen pijnlijke burgeroorlogen, die tien jaar later nog steeds niet zijn afgelopen.

Ook binnen democratische systemen – Spanje, Griekenland, Portugal, de VS – waren er datzelfde jaar aanzienlijke gevolgen die de methodiek van het politieke bedrijf definitief veranderden. Denk bijvoorbeeld aan Spanje, waar een nieuwe linkse partij, Podemos, ontstond in de hitte van deze beweging, en die de kiezers in 2019 aan de macht brachten, in een coalitie met de Spaanse sociaal-democraten. Geen kleinigheid.

Ik wil hier twee ideeën aan toevoegen. Ten eerste dat deze communicatieve innovaties al heel snel aanleiding gaven tot een politiek gebruik van sociale netwerken. We mogen niet naïef zijn. Er circuleren wel degelijk handleidingen om de netwerken te gebruiken voor subversieve doeleinden. Ze werden al talloze keren ingezet tegen Cuba, maar ook tegen de Bolivariaanse revolutie in Venezuela en de regering van president Nicolás Maduro.

‘Kleurenrevoluties’

Laten we ook niet vergeten dat tussen 2003 en 2006, op een georganiseerde en geplande manier, met financiering door machtige belanghebbenden, al zogenaamde ‘kleurenrevoluties’ plaatsvonden in Georgië (2003), Oekraïne (2004), Kirgizië (2005), enzovoort. Die werden op poten gezet met de onverholen bedoeling de allianties van deze landen met Moskou te verbreken en de macht van Rusland te verminderen.

Ten tweede moeten we wel vaststellen dat in de herfst van 2019, nog voordat de COVID-19-pandemie zich over de hele planeet verspreidde, over de hele wereld – van Hongkong tot Chili, over Irak, Libanon, Algerije, Frankrijk, Catalonië, Puerto Rico, Costa Rica tot Colombia en andere landen – een golf van grote volksprotesten trok, die werd gedreven en versterkt door de hulpbronnen van sociale netwerken. Alle in theorie ‘democratische’ regeringen van deze landen wisten in de meeste gevallen niet hoe ze dit nieuwe type sociaal protest moesten aanpakken, tenzij door brutale repressie.

We kunnen dus in feite twee dingen zeggen. Enerzijds hebben sociale netwerken en berichtsystemen (Twitter, Facebook, Instagram, Telegram, Signal, Snapchat, WhatsApp, Zoom, TikTok en anderen) ongetwijfeld de ruimte van onze vrijheid van meningsuiting uitgebreid. Anderzijds hebben ze tegelijkertijd de capaciteit om onze geesten te manipuleren en de burger te monitoren oneindig vermenigvuldigd.

Dit is klassiek. We zouden, Marx parafraserend, kunnen bevestigen dat geschiedenis de geschiedenis van technologische innovatie in. Elke technologische innovatie biedt een oplossing voor een probleem, die op zijn beurt een nieuw probleem creëert. Met andere woorden, telkens wanneer technologie voor communicatie een sprong voorwaarts maakt, worden we effectief geconfronteerd met vooruitgang op vlak van ons vermogen om ons uit te drukken én met het gevaar voor verwarring, confrontatie en nieuwe mentale verdwazing. Dit is op zich een normaal fenomeen, in feite niets nieuws.

Wie de vraag stelt krijgt het gewenste antwoord

Alle machten die het monopolie op publieke meningsuiting bezitten, wanhopen bij elke verschijning van een democratiserende technologie voor communicatie die hun monopolie over het woord bedreigt. Denk maar terug aan de uitvinding van de drukpers in 1440 en de toenmalige paniek van kerk en troon over een machine die plotseling hun monopolie op ‘de waarheid’ wegnam.

Bij het eeuwige dilemma gevaar versus voordeel, blijft de cruciale vraag ‘wat te doen’? Het antwoord hangt af van wie die vraag stelt. Zijn dat de burgers, dan is het voorspelbaar dat zij onmiddellijk gebruik willen maken van de buitensporige macht die hen door deze netwerken wordt verleend, zonder dat zij de nodige voorzorgen nemen om het andere aspect van die netwerken te wantrouwen, namelijk de manipulatie waaraan ze onderworpen kunnen worden. De teleurstelling die er op volgt kan heel intens zijn.

De eerste druk van de Bijbel door Gutenberg sloeg een golf van paniek door de Kerk – alle vorige bijbels waren manuscripten (letterlijk ‘met de hand geschreven) in bezit van kerken en kloosters. Het laatste wat zij wilden is dat het ‘plebs’ zelf de Bijbel zou kunnen lezen. Foto: Public Domain

Zijn het daarentegen de machthebbers die deze vraag stellen, dan raad ik aan het hoofd koel te houden. Het heeft geen zin er van te dromen dat hun netwerken die er al zijn voor altijd op wonderbaarlijke wijze zouden verdwijnen. Ook de macht moet zich aanpassen aan deze nieuwe realiteit, aan deze nieuwe communicatieve normaliteit.

Gezien vanuit een machtspositie is censuur, ontkenning of blindheid nutteloos, ze zouden het probleem alleen maar verergeren. Daarom moeten machthebbers begrijpen dat netwerken een nieuwe ruimte zijn voor debat en confrontatie, en misschien, op politiek gebied, de belangrijkste hedendaagse ruimte voor dialectische confrontatie.

Dit is de huidige agora3 en het is hier – zoals dat daarvoor lange tijd op de bladzijden van kranten gebeurde – waar vandaag grotendeels de grote geschillen en de belangrijkste controverses worden beslecht. Wie niet de grote verliezer van deze tijden wil zijn, moet in deze centrale ruimte van de debatten aanwezig zijn.

Dus ja, sociale netwerken zijn tegenwoordig hét dominante medium, net zoals televisie, radio, bioscoop of de drukpers dat in andere tijden waren. Dit is een behoorlijke revolutie, zoals nooit tevoren op vlak van communicatie. Zoals hier al eerder gezegd, elke belangrijke verandering op vlak van communicatie heeft een fatale afloop en beslissende gevolgen op sociaal en politiek gebied. Uitzonderingen zijn er niet, van de uitvinding van het schrift over de drukpers tot het internet.

In elk land ter wereld dwingen de sociale netwerken alle andere massamedia (geschreven pers, radio, bioscoop, televisie) om zichzelf opnieuw uit te vinden. Dit is zonder meer media-darwinisme. Elk communicatiemiddel dat zich niet aanpast aan dit nieuwe ecosysteem zal verdwijnen.

Aanpassen betekent niet dat andere media zomaar moeten nadoen wat netwerken al doen. Neen. Deze netwerken zijn zoals hierboven al werd gezegd eveneens het terrein van manipulatie, intoxicatie, nepnieuws, “emotionele waarheden”, “alternatieve waarheden”, samenzweringsverhalen.

De geschreven pers moet zich daarentegen gaan concentreren op zijn kwaliteiten: de kwaliteit van het geschreven woord, de excellentie van het verhaal, de originaliteit van het onderwerp, de realiteit van de getuigenis, de authenticiteit van de informatie, de intelligentie van de analyse en de garantie van de geverifieerde waarheid.

 

De analyse Las redes sociales, nuevo medio dominante van Ignacio Ramonet werd vertaald door Toon Mondelaers.

Notes:

1   Post Truth wordt in de media en in de politiek gebruikt als methode om de feiten te negeren, door de emoties van de publieke opinie te bespelen en emoties, indrukken, percepties als feiten voor te stellen. De waarheid over de feiten zelf wordt daarbij secundair (nvdr).

2   Voor het eerst gebruikt door een perswoordvoerster van president Trump in 2017, staat het begrip ‘alternative facts’ nu voor het poneren van onbewezen of weerlegde opinies of interpretaties als ‘feiten’, waaruit dan verdere interpretaties worden opgebouwd (nvdr).

3   Agora is Grieks voor ‘markt’, ‘centrale plaats’, ‘plein’. Daar speelde zich het sociale leven af van de ‘polis’ (de stad – vandaar het woord ‘politiek’). Hier wordt agora gebruikt als metafoor voor het geheel van media en sociale interactie (nvdr).

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!