Ngozi Okonjo-Iweala. Is een Afrikaanse vrouw die voor hetzelfde beleid staat als al haar voorgangers een 'verandering'? Foto: World Economic Forum/CC BY-SA 2:0
Cédric Leterme, Centre Tricontinental,

Afrikaanse wordt hoofd Wereldhandelsorganisatie: alles veranderen zodat niets verandert?

Na maanden van spanning zou de Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organisation – WTO) eindelijk de verkiezing moeten bevestigen van de eerste vrouw, tevens de eerste Afrikaanse, Ngozi Okonjo-Iweala, als hoofd van het Secretariaat-generaal van de organisatie. Om dit als goed nieuws te kunnen beschouwen voor Afrika – en het Zuiden in het algemeen –  moet er echter een stap gezet worden die velen aarzelen te nemen.

vrijdag 26 februari 2021 20:22
Spread the love

 

Alles begint op 14 mei 2020. Die dag kondigt Roberto Azevêdo, sinds 2013 de Braziliaanse Directeur-generaal van de WHO, tot ieders verrassing aan dat hij zijn functie wil neerleggen. Het onbegrip is des te groter omdat hij nog meer dan een jaar van zijn mandaat moet vervullen. Bovenal verlaat hij het schip te midden van een storm.

De WTO, die al verzwakt was sinds 2003 door de mislukte Doha-ontwikkelingsronde, wordt tevens reeds enkele jaren verlamd door een crisis in haar orgaan voor geschillenbeslechting (het Dispute Settlement Body – DSB). De VS weigeren namelijk om de beroepsrechters te vernieuwen uit protest tegen wat zij beschouwen als een ‘te ruime’ interpretatie van hun bevoegdheden.

Deze dubbele existentiële crisis valt onder een bredere crisis van de neoliberale globalisering. Die gaat bovendien gepaard met een steeds wijder verbreid wantrouwen tegenover de liberalisering van de wereldhandel. De pandemie maakte de crisis heviger aangezien ze de mondiale bevoorradingsketens destabiliseert. Daardoor worden protectionistische maatregelen aangemoedigd.

Het is in deze explosieve context dat Azevêdo besloot de handdoek in te ring te gooien. Welke redenen hij daarvoor ook mag hebben, zijn besluit dwingt de WTO ertoe zijn opvolging overhaast te organiseren. Online vergaderen maakt dat proces echter nog complexer.

Van de acht officieel aanvaarde kandidaten op de lijst, bleven uiteindelijk twee vrouwen over – een  primeur – voor de eerste plaats: Yoo Myung-hee uit Zuid-Korea en Ngozi Okonjo-Iweala uit Nigeria.

Er ontstond vrij snel een brede consensus rond Okonjo-Iweala maar de VS, die de Zuid-Koreaanse kandidaat steunen, weigeren hun nederlaag toe te geven. Dit zorgde voor een nieuwe verrassing en een nieuwe blokkering. Nog een blokkering erbij.

Historisch’ resultaat?

Uiteindelijk heeft de verkiezing van Joe Biden de situatie gedeblokkeerd. Hij is vastbesloten om te breken met het beleid van de verschroeide aarde van zijn voorganger. Biden is het eens met de algemene consensus.

Op 5 februari, na een telefoongesprek tussen de Amerikaanse en Zuid-Koreaanse president, raakte bekend dat Yoo zich uit de race zou terugtrekken. In de nasleep daarvan steunde de nieuwe regering in Washington de kandidatuur van Okonjo-Iweala.

Twee werelden? In ieder geval één visie. Ngozi Okonjo-Iweala in 2017 met toenmalig IMF-voorzitter Christine Lagarde. Foto: Stephen Jaffe/IMF

De spanning ebde weg. Een historisch moment. Okonjo-Iweala wordt niet alleen de eerste vrouw aan het hoofd van het WTO-Secretariaat-generaal, maar ook de eerste Afrikaanse vrouw.

Dr. Ngozi werd geboren in 1954 in Nigeria. Zij was sinds de terugkeer in 1999 van de democratie in haar land tweemaal minister van Financiën. Voor het eerst in de geschiedenis bekleedde een vrouw deze functie.

Parallel daarmee heeft zij ook een glansrijke carrière gehad bij de Wereldbank, die ze vanaf 2012 zou voorzitten. Zij was toen nummer twee in de organisatie en velen beschouwden haar als de meest gekwalificeerde van de kandidaten.

Echter, ze zag haar nominatie bij het IMF tenietgaan ten gunste van Jim Yong Kim. De VS verkoos haar immers op grond van de informele regeling die sinds 1944 de voorzitterskeuze van de Wereldbank aan de Amerikanen voorbehoudt terwijl de Europeanen die van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) kiezen.

Voor veel waarnemers is de verkiezing van Okonjo-Iweala tot hoofd van de WTO echter niets meer dan een symbolische overwinning voor Afrika en het Zuiden in het algemeen. In een recent artikel van de BBC wordt opgemerkt: ‘Hoewel zij onlangs het Amerikaanse staatsburgerschap heeft gekregen, is ze trots op haar Nigeriaanse afkomst en is zij fel patriottisch. Zij toont haar Afrikaanse identiteit met haar op Afrika afgestemde outfits’.

Het belangrijkste is dat Okonjo-Iweala een econome en ontwikkelingsdeskundige van wereldfaam is. Zij bezit ook de reputatie een ‘ijzeren dame’ te zijn, even onverzettelijk als rechtschapen. Dat is vooral te merken aan haar engagement om de corruptie in Nigeria te bestrijden.

Bovendien zou uit haar werk bij de Wereldbank blijken dat zij begaan is met de belangen van de ontwikkelingslanden. Sinds 2015 onderscheidt zij zich als voorzitter van de raad van bestuur van de Global Alliance for Vaccines and Immunization (GAVI) en door haar standpunten ten gunste van een gelijkwaardige toegang tot vaccins tussen de landen van het Noorden en het Zuiden, een thema dat zij onder meer bij de WHO wil aankaarten.

Figuur van het neoliberalisme in Nigeria

Desalniettemin, niet iedereen is even enthousiast. De Nigeriaanse antropoloog Omolade Adunbi stelde bijvoorbeeld: “Tijdens Nigeria’s terugkeer naar de democratie in mei 1999 werd ze een belangrijke figuur in de neoliberale economische beleidsvorming van de nieuwe regering, eerst als adviseur van president Obasanjo (1999-2007) en vervolgens als minister van Financiën, waar haar kantoor letterlijk een buitenpost van het IMF/Wereldbank werd.

Zij hielp onder meer de regeringen van president Obasanjo en zijn opvolger Jonathan (2010-2015) bevolken met huidige en voormalige medewerkers van de Wereldbank en het IMF en andere aanhangers van het neoliberale economische beleid’.

Het resultaat was de uitvoering van controversieel beleid inzake privatisering, heronderhandeling van de overheidsschuld en bezuinigingsmaatregelen.

Francisco Pérez merkte in het tijdschrift Jacobin tijdens haar tweede termijn als minister van Financiën overigens op:

“Okonjo-Iweala werd het publieke gezicht van het zeer onpopulaire besluit om de brandstofsubsidies in januari 2012 af te schaffen. Zo verdubbelden plotsklaps de transportprijzen en stegen de kosten voor levensonderhoud.”

“Miljoenen Nigerianen geloofden dat de brandstofsubsidie het enige voordeel was dat zij uit de enorme olierijkdom van hun land verkregen. Zij wantrouwden het idee dat hun politieke leiders zomaar deze middelen zouden herbestemmen voor sociale uitgaven, zoals zij hadden beloofd. Dat mondde uit in een nationale staking en protesten van Occupy Nigeria, waarbij artiesten als Seun Kuti, Wole Soyinka en Chinua Achebe zich aansloten.”

De auteur (van dit artikel) vraagt zich daarom af of de verkiezing van Okonjo-Iweala niet neerkomt op “het plaatsen van een Afrikaans gezicht op de Noordelijke agenda om de vrijhandel uit te breiden en de macht van de grote multinationals te versterken.”

Volgens de prioriteiten die de toekomstige Directeur-generaal voor de toekomst van de WTO heeft gesteld, kan men zich inderdaad die vraag stellen. Tussen haar wens om handelsbeperkingen wegens de pandemie op te heffen en haar wens om aan te dringen om controversiële onderhandelingen over visserijsubsidies of e-commerce af te ronden, is het de fundamentele vooroordelen aan te pakken die de werking van de WTO karakteriseren. De armste landen en bevolkingsgroepen worden daarin immers steevast benadeeld.

Onoverkomelijke structurele beperkingen

Ook al zou een kandidaat met dergelijke ambities erin slagen verkozen te worden – wat op zich al een hele uitdaging zou zijn – zal die op vele bijna onoverkomelijke hindernissen stuiten.

Op de eerste plaats komt de uiterst beperkte manoeuvreerruimte waarover deWTO- directeur-generaal beschikt in een organisatie die zich baseert op consensus tussen haar lidstaten.

Okonjo-Iweala erkent dit: “De Directeur Generaal heeft geen directe macht, maar heeft wat ik ‘zachte macht’ noem.” Daarnaast weegt het gewicht van verdragen, jurisprudentie en institutionele traditie op deze organisatie, die specifiek werd opgezet om de ‘liberalisering’ van de economie te bevorderen.

In een artikel uit 1999 waarin ze tien redenen opsomden waarom de WTO moest opgedoekt worden, wezen Russell Mokhiber en Robert Weissman reeds op het volgende:  

“Sommige van deze problemen, zoals de voorliefde van de WTO voor geheimhouding, kunnen misschien worden opgelost, maar de fundamentele problemen – de voorrang die commerciële waarden krijgen boven alle andere waarden, de zeer beperkte democratische besluitvorming en de vooringenomenheid tegenover lokale economieën – kunnen niet opgelost worden. Die zijn namelijk inherent aan de WTO zelf.”

Ongeacht wie er aan het hoofd van deze organisatie staat, geldt de onbetwistbare conclusie noch steeds: als we een internationale handelsorde willen verkrijgen die gunstiger is voor de meest gemarginaliseerde landen en bevolkingsgroepen, dan is de volledige ontmanteling van de WTO de enige juiste weg.

Anders gezegd, in de woorden van Francisco Pérez: “Wat het Zuiden nodig heeft, is macht en middelen, geen lege vertegenwoordiging.”

 

Une Africaine à la tête de l’OMC: tout changer pour que rien ne change? van Cédric Leterme werd vertaald door Roebi Block

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!