Analyse - Fleur Leysen

Armoede in Europa anno 2020

Dat COVID-19 een nefaste invloed heeft op ongelijkheid in de wereld is overduidelijk. De rijksten werden rijker, de armen werden verder richting afgrond geduwd en mensen die voorheen financieel weinig te vrezen hadden, kwamen met de handen in het haar te zitten. ‘Het virus discrimineert niet’, zo werd veelvuldig geroepen. Ondertussen blijkt dat de pandemie wel degelijk harder heeft toegeslagen bij bepaalde lagen van de bevolking.

donderdag 4 februari 2021 19:08
Spread the love

 

Om een beter beeld te krijgen van de impact van corona op de meest kwetsbaren in de samenleving heeft het Europese Anti-Armoede Netwerk (EAPN) in samenwerking met zijn nationale netwerken en een breed scala van mensen in armoede het Poverty Watch-rapport opgesteld. Hierin verzamelt de organisatie de belangrijkste bevindingen over armoede in Europa ten tijde van de pandemie.

 

“De pandemie heeft vooral brokken gemaakt bij de meest kwetsbaren in de maatschappij. De quarantaine en lockdowns hielden ons als het ware een spiegel voor: dit is je huis, een huis zonder enige basisvoorzieningen. Een huis waarin kinderen hun opleiding moeten voortzetten zonder de middelen hiervoor te hebben. Een huis dat je elk moment kunt verliezen omdat je de huur niet langer kunt betalen. We bevinden ons niet enkel in een gezondheidscrisis, dit is ook een economische en sociale ramp. Mensen in armoede zijn vaak de eersten die de rekening van de pandemie voorgeschoteld krijgen, maar wel de laatsten die in staat zijn om deze klap op te vangen.”

Cidália uit Portugal leeft al jaren in armoede en beschrijft met deze pakkende getuigenis niet enkel haar eigen realiteit, maar tevens die van miljoenen andere Europeanen. In 2019 leefden maar liefst 92 miljoen mensen in Europa in armoede. Dit betekent dat een op de vijf Europeanen amper het hoofd boven water kon houden. Hoewel dit cijfer voor corona ten tonele kwam al enkele jaren op rij daalde, blijft het onaanvaardbaar dat meer dan 90 miljoen mensen zich in een dergelijke onmenselijke toestand bevinden.

De EU toonde zich in 2010 ambitieus met de EU-2020-strategie, waarbij een daling van 20 miljoen mensen in armoede het voorziene doel was. Helaas is daar in 2020 maar weinig van terechtgekomen. Reken daar nog de ontstellende impact van COVID-19 bij en het armoedecijfer rijst volledig de pan uit. De statistieken tonen immers aan dat door de pandemie het aantal mensen in armoede in Europa wel eens zou kunnen stijgen tot 125 miljoen.

Bovendien moeten we ons bewust zijn van het grote aantal mensen in armoede dat onder de radar blijft. In de statistieken worden enkel degenen opgenomen die een vaste huisvesting of de juiste papieren hebben. Migranten, asielzoekers en daklozen vallen dus grotendeels buiten deze officiële cijfers.

Armoede op lange termijn heeft daarenboven niet enkel economische gevolgen, maar kan ook leiden tot isolatie, depressie, discriminatie en racisme. Het dominante stigma dat mensen in armoede dit enkel aan zichzelf te danken hebben, speelt hier uiteraard een rol. Een stigma dat we koste wat kost moeten doorbreken.

In de greep van armoede

Armoede toont zich in vele vormen. Het meest prominente beeld is waarschijnlijk dat van de dakloze, die wanhopig enkele euro’s bij mekaar tracht te bedelen. Hoewel dakloosheid wel degelijk een van de grootste uitdagingen is – tevens een van de meest onderbelichte uitdagingen – gaat armoede veel verder dan dit. Armoede kan iedereen overkomen. Een gebrekkig maatschappelijk systeem zorgt ervoor dat je de marges wordt ingeduwd, dat je uitgesloten wordt van alledaagse relaties.

Bron: EAPN Poverty Watch

Mensen in armoede ervaren een tekort aan inkomen en een gebrek aan toegankelijke publieke en private diensten die noodzakelijk zijn voor een waardig leven. Armoede houdt mensen in de greep en zorgt ervoor dat ze hun potentieel niet ten volle kunnen benutten. Hierdoor komen deze mensen voortdurend aan de zijlijn van de maatschappij te staan.

“Indien armoede blijft aanslepen dreigt het deel te worden van je identiteit, als een soort zelfvervullende profetie: ‘ik heb altijd in armoede geleefd, dit zal ook niet veranderen.’ Wanneer armoede blijft aanslepen en de maatschappij geen uitweg biedt, is het bijna onmogelijk uit deze vicieuze cirkel te geraken. Dit dagelijkse ploeteren om te overleven heeft een overweldigende impact op je gemoed. Overal waar je kijkt zijn arme mensen de underdogs in de maatschappij.”[i]

Als we één les kunnen trekken uit de pandemie is het wel dat niemand immuun is. Noch voor het virus, noch voor de dramatische gevolgen dat het teweegbrengt. Het virus heeft duidelijk gemaakt dat iedereen in een oogopslag in financiële problemen kan komen. Heel wat mensen verloren hun job, zagen hun inkomen dalen en de kosten stijgen. Plots lijkt armoede geen ver-van-je-bed-show, maar een werkelijkheid waar je niet onderuit lijkt te kunnen. Zeker als je niet op voldoende steun kunt rekenen van de overheid.

Schending van de mensenrechten

We moeten armoede zien als een bewuste schending van de mensenrechten. Het al dan niet voorkomen van armoede is immers een politieke keuze en zou in een ideale wereld altijd een prioriteit moeten zijn. Armoede komt voornamelijk voort uit een structurele ongelijke verdeling en herverdeling van inkomen en rijkdom. Het heeft dus weinig te maken met individuele verantwoordelijkheid en slechte keuzes. Hoog tijd dus om het stereotype van de ‘armoezaaier die zijn leven verkeerd heeft aangepakt’ te doorprikken en te wijzen naar de echte schuldige: de regering die weigert verandering teweeg te brengen.

COVID-19 discrimineert

COVID-19 houdt ons reeds een jaar in bedwang en de impact ervan is overweldigend. Toch is het duidelijk dat het virus bij bepaalde bevolkingsgroepen zwaardere ravage aanricht. De socio-economische status van een persoon blijkt een grote invloed te hebben op de gevolgen die corona met zich meebrengt. Armoede sloeg altijd al harder toe bij bepaalde bevolkingsgroepen, corona maakte deze ongelijkheid des te opvallender.

Bron: EAPN Poverty Watch

Armoe troef bij vrouwen

EAPN’s rapport toont aan dat vrouwen een van de meest getroffen groepen zijn, zowel door armoede als de pandemie. Vrouwen komen systematisch vaker in een situatie van armoede terecht, mede door de nog steeds grote inkomenskloof tussen mannen en vrouwen – waarbij vrouwen in het algemeen 14,1% minder verdienen dan hun mannelijke collega. Vrouwen krijgen veelal ook een lager pensioen: maar liefst 30,1% minder dan mannen. Bovendien staan zij nog steeds grotendeels in voor de huishoudelijke taken en de zorg voor kinderen. Eenoudergezinnen die in armoede terechtkomen hebben ook vaker een vrouwelijk gezinshoofd.

Tijdens de pandemie werd de cruciale rol van vrouwen in essentiële beroepen belicht. Zij stonden vaak aan de frontlinie van de strijd, waardoor ze vatbaarder waren voor het virus. Tegelijkertijd houden deze jobs vaak een lager loon in.

“De pandemie had een gigantische impact op genderongelijkheid. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in essentiële en vaak slechtbetaalde beroepen, terwijl ze ook de grootste last van het huishouden dragen. Vrouwelijke migranten, asielzoekers en etnische minderheden of vrouwen met een beperking staan bovendien voor een nog groter risico op armoede en discriminatie.”[ii]

Vrouwen zijn ook vaker slachtoffer van huishoudelijk geweld. Lockdowns en avondklokken zorgen ervoor dat slachtoffers van dergelijk geweld komen vast te zitten met hun mishandelaar. Door de maatregelen kunnen ze vaak niet langer terecht bij opvanghuizen, waardoor ze volledig overgeleverd zijn aan de gemoedstoestand van hun gewelddadige huisgenoot. Dit soort geweld zorgt niet enkel voor mentale en fysieke trauma’s, maar kan bovendien leiden tot een groter risico op armoede.

Lucija, oorspronkelijk uit Kosovo, draagt nog steeds de littekens van huishoudelijk geweld: “Momenteel woon ik reeds zeven jaar als alleenstaande moeder in Slovenië. In het verleden ben ik zodanig mishandeld door mijn partner dat ik niet meer in staat ben te werken. Mijn uitkering is niet voldoende, daarom ben ik gedwongen me tot ngo’s te richten. Daar ontvang ik voedselpakketten en andere hulp. Ik leefde lange tijd met mijn kind in een opvanghuis, aangezien ik me geen appartement kon veroorloven.”

Migranten, asielzoekers en etnische minderheidsgroepen

Door een gebrek aan officiële documenten en een bureaucratische rompslomp komen asielzoekers, migranten en etnische minderheidsgroepen vaak oog in oog te staan met armoede. Ze hebben minder kans een uitkering of sociale bescherming te verkrijgen en werken vaker in informele sectoren. Door onzekere – of niet bestaande – arbeidscontracten komen ze door de pandemie tevens zonder job of vervanginkomen te zitten.

Bovendien wonen deze groepen vaak in overbevolkte accommodaties, zonder basishygiëne of de kans om aan ‘social distancing’ te doen. De aanhoudende aanvallen en vooroordelen die ze moeten ondergaan door populistische politici maken hun situatie enkel harder.

Ouderen en mensen met een beperking of mentale gezondheidsproblemen

Oudere mensen, voornamelijk vrouwelijke gepensioneerden, ervaren meer moeilijkheden om de eindjes aan mekaar te knopen. Bovendien heeft corona een toenemende isolatie teweeggebracht. Vooral ouderen in woonzorgcentra hebben een extra klap gekregen door de pandemie.

Mensen met een beperking ondervinden meer moeilijkheden om een job te vinden. Indien ze een job hebben, lopen ze tevens vaker het risico ontslagen te worden, zeker in tijden van een pandemie. Bovendien kan het zeer complex zijn om sociale bescherming of een uitkering te krijgen door een onduidelijk of overlappend statuut. Hierdoor komen mensen met een beperking vaker met een lager inkomen te zitten, terwijl hun kosten wel blijven oplopen door hun beperking.

Bron: EAPN Poverty Watch

Ook mensen die kampen met mentale gezondheidsproblemen of verslaving zijn zeer vatbaar voor financiële problemen en sociale uitsluiting. Dit kan leiden tot een vicieuze cirkel, waarbij oplopende geldproblemen leiden tot verdere depressies of verslavingen. Hierdoor zijn deze mensen minder in staat hun potentieel te benutten en worden ze vaker uitgesloten van de arbeidsmarkt alsook sociale opportuniteiten.

Linnea uit Finland getuigt: “Als iemand met mentale gezondheidsproblemen wacht ik al jaren op behandeling. Dit is een verspilling van veel jong talent en werkkracht. […] De situatie omtrent minimum inkomen is er enkel op verslechterd in Finland, ondanks dat we zogenaamd het gelukkigste land ter wereld zijn.”

Arme families en kinderen

COVID-19 heeft een immens zware impact gehad op armere families met kinderen. Deze families leven vaak in krappe ruimtes en thuisscholing maakte de situatie enkel moeilijker, aangezien ze vaak niet voldoende middelen of steun kregen om dit gericht aan te pakken. De rijzende kosten brengen een extra uitdaging met zich mee voor families die voordien al leefden van een uitkering. Doordat crèches en scholen bovendien in veel landen de deuren voor een bepaalde tijd moesten sluiten verloren veel gezinnen niet enkel kinderopvang, maar ook een extra maaltijd voor hun kinderen.

De Europese Unie erkent wel de precaire situatie van kinderen in armoede en hun families. Daarom wordt in 2021 de ‘Child Guarantee’ op poten gezet, waarbij elk kind in Europa toegang dient te krijgen tot gezondheidszorg, opvang en onderwijs, voldoende voedsel en adequate huisvesting.

Sociaal beleid is broodnodig

In het kader van de pandemie hebben de meeste overheden wel bepaalde maatregelen in het leven geroepen, maatregelen die bedoeld waren om mensen te steunen in deze barre tijden. Toch is een bepaalde trend over heel Europa duidelijk: de maatregelen waren onvoldoende, kwamen vaak te laat en boden niet noodzakelijk steun aan de meest kwetsbaren in de maatschappij. De tijdelijke maatregelen veranderen bovendien niks aan de gevolgen op lange termijn. Wat vooral opviel het voorbije jaar was de drang van overheden om de bedrijfswereld te beschermen in plaats van de bevolking.

Een eerste probleem besloeg de sociale diensten, die door corona nog minder toegankelijk werden dan tevoren. Sommige overheden besloten zelfs sociale diensten voor enkele maanden volledig stop te zetten.[iii] Tijdelijke steunmaatregelen waren bovendien enkel beschikbaar voor mensen met een stabiel arbeidscontract, waardoor heel wat arbeiders met lage inkomens of informele contracten, alsook tal van jobstudenten en startende ondernemers uit de boot vielen. Door ontoereikende sociale bescherming besloten veel mensen die niet in aanmerking kwamen voor dergelijke steun te blijven werken, ondanks ziekte of COVID-symptomen. Zij zagen immers geen mogelijkheid om thuis te blijven zonder (vervang)inkomen. Hoewel de maatregelen zeker welkom waren, konden ze in het algemeen niet tegemoetkomen aan de stijgende kost die de pandemie veroorzaakte: meer maaltijden thuis, hogere energiekosten, digitale benodigdheden en stijgende prijzen in de supermarkten.

Bovendien is het voorbije jaar in vele Europese landen de mythe van het recht tot een kwalitatieve en toegankelijke gezondheidszorg ontmaskerd. Armere bevolkingsgroepen ervaren veel meer obstakels bij het zoeken naar adequate zorg. Vaak is deze ontoegankelijkheid het gevolg van privatisering of uitbesteding van diensten. Armoede is een sleuteldeterminant van gezondheid, die een gapende kloof tussen de rijken en armen in de samenleving blootlegt.

Jobonzekerheid en werkende armen

Een job wordt vaak gezien als dé uitweg voor armoede. Helaas is het niet zo simpel. Veel mensen in armoede hebben wel degelijk een job, maar worden onderbetaald, uitgebuit of hebben een onstabiele of tijdelijke arbeidsovereenkomst. Sommige mensen dienen tevens hun toevlucht te zoeken tot de informele sector, om zo toch een minimaal inkomen te hebben. Dit komt onder meer door een gebrek aan de juiste documenten, een beperking die bepaalde vereiste vaardigheden in de weg staat of het onvermogen om een buitenlands diploma geaccrediteerd te krijgen.

COVID-19 heeft de arbeidstoestand van deze mensen enkel onzekerder gemaakt. Door de gebrekkige contracten zijn ze gemakkelijker te ontslaan of kunnen ze gedwongen worden onmenselijke uren te kloppen voor een peulenschil. Indien ze toevlucht zoeken tot bijkomende steun, worden ze bovendien vaak de deur gewezen.

Corona heeft ook voor een stijging in langdurige werkloosheid gezorgd. Niet enkel door onzekere contracten, maar ook door bijkomende barrières op de arbeidsmarkt. Jonge mensen ondervinden meer moeilijkheden om een eerste job te vinden, terwijl oudere werknemers sneller ontslagen worden. Bovendien is er nog steeds een zeer prominent probleem van discriminatie op de werkvloer: migranten, mensen van kleur en mensen met een beperking werden ook in 2020 minder snel aangenomen.

Als er dan toch één positief gegeven uit de pandemie is voortgekomen, is het wel het besef dat essentiële beroepen niet enkel cruciaal, maar ook sterk onderbetaald en ondergewaardeerd zijn. Dit besef op zich is echter niet voldoende, actie om deze jobs te revalueren en naar waarde te schatten is onmisbaar.

Huisvesting als prominente factor

Betaalbare huisvesting blijft een van de grootste uitdagingen. Voornamelijk het aanbod van sociale huisvesting is uitermate pover in Europa. In België is het aandeel van sociale huisvesting slechts 6,5%, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland, Denemarken of Oostenrijk waar dit 20% bedraagt.

Vele families leven in te krappe en gebrekkige huizen. Een probleem dat door de pandemie in de spotlichten gezet wordt. De gebrekkige huisvesting concentreert zich bovendien in bepaalde wijken, waardoor besmettingen daar vaker voorkomen. De basisvoorzieningen in veel huizen zijn tevens onvoldoende. In België heeft maar liefst een op de vijf gezinnen last van vochtproblemen, geen bad of douche ter beschikking of te weinig elektriciteit.

Steeds meer mensen krijgen overigens te maken met energie-armoede. Energie-armoede houdt een combinatie in van ontoereikende inkomens, hoge energieprijzen en een stijgend energieverbruik. COVID-19 bracht hiermee een perfecte storm voor stijgende armoede: inkomens daalden en energieverbruik steeg.

Het gebrek aan betaalbare huisvesting en degelijke basisvoorzieningen duwt mensen in armoede en in extreme gevallen zelfs de straat op. Het aantal daklozen in België is het voorbije decennium dan ook verdubbeld. Heel wat daklozen zijn echter niet opgenomen in de statistieken, waardoor dit nummer wellicht vele malen hoger ligt.

Deze mensen staan er vaak alleen voor, vergeten door zowel de overheid als de maatschappij. Als paria’s in de samenleving dienen ze verder te ploeteren, zelfs onder strenge coronamaatregelen.

Voor daklozen sloeg de pandemie dan ook ongekend hard toe. Quarantaine en avondklokken zijn immers onmogelijk wanneer je op straat leeft. Bovendien werd non-gouvernementele hulp teruggeschroefd sinds corona, waardoor noodzakelijke steun uitblijft. De meeste landen boden wel kortstondige opvangplekken toe. IJsland deed het op dit vlak een pak beter: daar werd ook gezocht naar langetermijnoplossingen.

Ongelijkheid in onderwijs

Kinderen in armoede kenden zelfs voor de pandemie al een sterke ongelijkheid in onderwijs. Armere kinderen zijn vaker geconcentreerd in minder kwalitatieve scholen en wanneer dit niet het geval is, krijgen ze vaak te maken met diepgaande discriminatie, afwijzing of een gebrek aan gepersonaliseerde steun. Dit kan de ontwikkeling van het kind ernstig verstoren, alsook een deuk in het zelfbeeld geven.

Bron: EAPN Poverty Watch

Bovendien stijgt de kost van onderwijs. Onderwijs mag dan wel gratis lijken, de kosten voor materiaal, computers, vervoer en buitenschoolse activiteiten rijzen de pan uit. Van zodra betaalde activiteiten optioneel zijn, besluiten ouders met financiële problemen dan vaak die activiteit over te slaan. Dit zorgt voor verdere sociale uitsluiting van kinderen in armoede.

COVID-19 heeft de ongelijkheid in onderwijs grondig vergroot. Met thuisscholing als nieuwe norm, waarbij digitale middelen een vereiste zijn, vallen armere kinderen en jongeren uit de boot. Verder moeten veel ouders werken waardoor ouderlijke steun onmogelijk wordt tijdens het leerproces. Een survey in België wees uit dat maar liefst 81% van de kwetsbare jongeren problemen ondervond met hun huistaken en bijna 66% geen computer had.

Een ander probleem dat versterkt werd door corona is de creatie van een nieuwe generatie jongeren die door een aanhoudende isolatie een gebrek aan motivatie en een tekort aan arbeidsmogelijkheden een hoger risico loopt om in armoede te belanden.

Ngo’s: de verdrinkende reddingboeien

Armoede kan een persoon verlammen, een maatschappij stilleggen. In dat geval bieden ngo’s een levensnoodzakelijke reddingsboei. Via ngo’s kunnen mensen in armoede toegang krijgen tot voedselpakketten, essentiële goederen en onmisbare steun. De stijgende nood aan ngo’s wijst op een structureel probleem en falen van de Europese welvaartstaten, waarbij de sociale bescherming duidelijk geen vangnet biedt voor de meest kwetsbaren.

“Ik kwam terecht in een situatie waarbij het leven me volledig had uitgeput. De staat keerde me de rug toe en mijn enige optie was om aan te kloppen bij ngo’s. Godzijdank dat die bestaan, we overleefden enkel door hen.”[iv]

Ngo’s moeten echter al enkele jaren besparingen ondergaan. De staat richt zich liever op geïndividualiseerde projecten in plaats van bottom-up-projecten uit de gemeenschap. Door corona werden vele ngo’s bovendien stilgelegd of nog minder gesubsidieerd. De laatste reddingsboeien voor mensen in armoede dreigen daardoor ook te verdrinken.

De weg vooruit

Willen we een socialer Europa creëren post-2020, een Europa waar iedereen de kans krijgt een waardig leven te leiden, dan zijn enkele structurele veranderingen onontbeerlijk. Ten eerste kan een systematische beoordeling van sociale impact hier een sleutelrol spelen. Op die manier is het immers mogelijk een ambitieus actieplan op te stellen om sociale rechten te implementeren in het Europese beleid. Met de Europese Green Deal en een digitale omschakeling om de hoek moet er te allen tijde rekening gehouden worden met de impact van deze transities op de meest kwetsbaren in de samenleving. Een groene transitie moet bovenal ook sociaal zijn.

Het invoeren van bindende regels op basis van de Europese Pijler van Sociale Rechten is hier een goede leidraad. Deze pijler draait om nieuwe en doeltreffende rechten voor de burger, met als belangrijkste uitgangspunten gelijke kansen, toegang tot de arbeidsmarkt, sociale bescherming en inclusie.

Ten tweede is het volgens EAPN een vereiste dat er een duidelijke anti-armoedestrategie op Europees vlak wordt opgesteld, gebaseerd op mensenrechten. Denk bijvoorbeeld aan het recht op een waardig inkomen voor iedereen, doorheen de volledige levenscyclus. Dit kan bekomen worden door het invoeren van een adequaat minimum inkomen, alsook sociale bescherming voor diegenen die niet in staat zijn te werken. De Europese Unie schat dat sociale voordelen zoals een minimum inkomen armoede kunnen terugschroeven met maar liefst 33,2%. Toch zijn deze voorstellen momenteel nog halfbakken en is een ambitieuzer plan dringend nodig.

Een derde punt ter verbetering is het invoeren van een rechtvaardiger belastingstelsel. Dit is zonder twijfel een van de meest logische stappen richting een socialer Europa. COVID-19 heeft op schokkende wijze de kloof tussen rijk en arm andermaal blootgelegd. Door een fairder belastingsysteem en de (her)verdeling van rijkdom en inkomen aan te pakken kan deze groeiende kloof enigszins gedicht worden.

Ten laatste benadrukt EAPN het belang van een systeem waarin mensen in armoede en ngo’s actief betrokken worden bij beleidsvorming. Zij kennen de realiteit van armoede immers als geen ander en weten uit ervaring wat nodig is om verandering teweeg te brengen. Bovendien is het belangrijk te onthouden dat mensen in armoede niet slechts passieve slachtoffers zijn. Deze mensen staan te popelen om verandering te creëren. Ook Speciale VN-Rapporteur voor Armoede en Mensenrechten, Olivier De Schutter, beklemtoonde deze noodzakelijke participatie tijdens de persconferentie over zijn EU-missie[v].

Armoede treft iedereen

We staan nog voor een lange, moeizame weg in de strijd tegen armoede. Toch mogen we niet langer aarzelen en aanmodderen. Armoede lijkt dan wel een individueel probleem, het heeft steeds een impact op de volledige maatschappij. Een samenleving kan niet groeien zolang armoede vrij spel heeft. De strijd tegen armoede is dus een strijd waar iedereen in de maatschappij baat bij heeft.

Het is hoog tijd om stil te staan bij de verpletterende ongelijkheid die Europa nog steeds in de greep houdt. Het is tenslotte ridicuul dat vrouwen, mensen van kleur of mensen met een beperking al van meet af aan beginnen met een achterstand. Een alleenstaande moeder met migratieroots of een depressie? Zij kan het wel vergeten in het huidige systeem. Uiteraard is armoede veelal een opeenstapeling van factoren, maar de oververtegenwoordiging van bepaalde bevolkingsgroepen duidt op een diepgaand structureel probleem, waar we zo snel mogelijk komaf mee moeten maken.

In deze context zinderen de wijze woorden van Cidália na: “In de naam van mijn land, in de naam van de Europeanen die nog steeds dromen en degenen die opnieuw willen dromen, verhef ik mijn stem: we willen deel uitmaken van de maatschappij. Democratie eindigt niet met verkiezingen. De beste manier om de kwaliteit van onze democratie te verbeteren is door ons te bekommeren om iedereen die er deel van uitmaakt, ongeacht status.”

 

Notes:

[i] Getuigenis van een Sloveense discussiegroep bestaande uit mensen die in armoede leven. Alle getuigenissen in dit artikel komen van mensen die zelf in armoede leven in Europa.

[ii] Getuigenis van het Spaanse anti-armoede netwerk

[iii] Oostenrijk en Roemenië zijn twee landen waar sociale diensten voor drie maanden werden stopgezet.

[iv] Getuigenis van persoon in armoede uit Slovenië

[v] Deze persconferentie vond plaats op 29 januari 2021

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!