Bron: Pixabay
Opinie - Seppe De Meulder

Gwendolyn Rutten heeft gelijk: consequente liberalen kiezen voor het socialisme

vrijdag 29 januari 2021 20:18
Spread the love

 

“Vaccins zouden een publiek goed moeten zijn.” Dat zegt voormalig voorzitter van Open Vld Gwendolyn Rutten. “Je moet het de PVDA meegeven, als kleine partij het liberalisme infiltreren, overnemen en begraven”, reageert N-VA-ondervoorzitter Lorin Parys lichtelijk dramatisch.

Het klopt dat de PVDA samen met tal van middenveldorganisaties en andere partijen in heel Europa campagne voert voor een Europees burgerinitiatief om het vaccin uit de handen van de grote farmabedrijven te halen. In die zin is het mooi dat de campagne daarin met mevrouw Rutten een nieuwe bondgenoot heeft, maar de liberale politica hoeft daarvoor haar ideologie helemaal niet te begraven.

Eigenlijk zou men de campagne dankbaar moeten zijn om de liberalen aan hun eigen principes te herinneren. “Ik ben ervan overtuigd dat een goed en werkbaar octrooirecht een onmogelijkheid is”, zei het 19e-eeuwse liberale, Nederlandse kamerlid Michel Godefroi. Wanneer Gwendolyn Rutten ervoor pleit om het patent op te heffen, verdedigt ze een ouderwets liberaal standpunt.

Liberalisme tegen intellectueel eigendom

Niet dat alle liberalen in de 19e eeuw tegenstanders waren van patenten, er waren ook voorstanders en vooral tal van interne contradicties. Het verschil met vandaag is dat het liberalisme toen nog een levende ideologie was met verschillende stromingen waarbinnen debat over de toepassing van principes mogelijk was. De verkrampte reactie op de uitspraak van Rutten van Parys & co, maakt pijnlijk duidelijk hoe het vandaag verworden is tot een eng eenheidsdenken ter verdediging van de status quo.

Dat het ooit anders was, kunnen we leren uit de geschiedenis van Nederland. Terwijl het protectionisme opgang maakte en de staten van verschillende landen hun eigen bedrijven gingen beschermen met steeds meer patenten, bood het liberale Nederland weerstand. “Laat Nederland het eerste land wezen dat de vrijheid op het gebied van handels- en fabrieksnijverheid invoert”, verdedigde de liberale minister Cornelis Fock de keuze tegen het patentrecht.

Johannes Mouton, een margarinefabrikant en liberale wethouder in Den Haag, schreef het ene na het andere pamflet over de onwenselijkheid van het patentrecht. “In Berlijn krioelt het van de octrooiadvocaten”, stelde hij scherp, “die de industrieel vooruit helpen, maar wiens hulp onnodig zou zijn als de wet niet kunstmatige belemmeringen in het leven had geroepen.”

Van het argument dat de innovatie niet zonder patentrechten zou kunnen, moest Mouton niets hebben. Voor een uitvinder was het al beloning genoeg om de eerste te zijn. Bovendien had het patentrecht juist de neiging om de innovatie te remmen, wanneer concurrerende ideeën onder juridisch geharrewar werden bedolven.[1]

De staat voor de rijken

Mouton had een punt. Stel je voor hoeveel vooruitgang we hebben gemist doordat duizenden genieën hun tijd hebben verdaan met het uitvinden van een medicijn dat eigenlijk al bestaat, maar dat toch nog ietsiepietsie verschilt van het origineel, waardoor er weer een nieuw patent kan worden aangevraagd door een slimme jurist.

Dat argument is vandaag, in de 21e eeuw, meer dan ooit geldig. Volgens onderzoek van Marcia Angell, de voormalige hoofdredacteur van het toonaangevende medisch tijdschrift The New England Journal of Medicine, is het gros van de nieuwe medicijnen simpelweg een variatie op al bestaande medicijnen. Onderzoek van de Europese Commissie stelt dat slechts 1,44 procent van de omzet van de farma-industrie naar pre-klinisch onderzoek gaat: het vinden van nieuwe medicijnen.

Van waar komt dan wel de innovatie? Van de overheid, is het enigszins verrassende antwoord van de wereldberoemde econome Mariana Mazzucato. In haar boek De ondernemende staat toont zij aan dat bijna alle grote innovaties gefinancierd werden door overheden. Dat er zo snel een vaccin werd ontwikkeld is te danken aan de belangeloze samenwerking van tal van wetenschappers op publiek gefinancierde universiteiten die kennis deelden. Mark Twain wist het al: “al het moois dat voortkomt uit het menselijk intellect bestaat voor 99 procent uit plagiaat.”

Maar, en dat is de grote misvatting, de markt heeft in het kapitalisme nooit tegenover de staat gestaan. Men heeft de staat van in het begin nodig gehad om een markt te creëren, daar zijn patenten trouwens een heel duidelijk voorbeeld van. Nadat ze de gemeenschap alle kosten en risico’s liet dragen, gaf de staat een aantal bedrijven een patent cadeau, zodat zij met het vaccin de winsten kunnen binnenrijven. Socialisme voor de rijken, noemde Martin Luther King dat cynisch.

Liberalen voor het socialisme

Nu de uitdagingen waarmee we te kampen hebben steeds meer globaal zijn en de oplossingen (nog veel meer dan in de tijden van het 19e-eeuwse liberalisme) samenwerking op steeds grotere schaal vragen, is het meer dan ooit absurd dat het resultaat van die samenwerking eigendom van een steeds kleinere groep aandeelhouders is. Van het patent een publiek goed maken is in die omstandigheden niet meer dan gezond verstand.

Het is niet Gwendolyn Rutten die het liberalisme als ideologie ondergraaft, het is de ontwikkeling van het kapitalisme zelf dat dit gedaan heeft. Wie de liberale principes van vrijheid en gelijkheid boven de belangen van het grote geld plaatst, moet vandaag kiezen voor socialisme.

 

Note:

[1] Gebaseerd op ‘Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers’ van Rutger Bregman en Jesse Frederik, p.31-33.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!