Pieta - De wreed-poëtische films van Kim Ki-duk

Provocateur Kim Ki-duk (1960-2020): De schoonheid van shockerende cinema

Kim Ki-duk, de Zuid-Koreaanse cineast met het bewogen leven en het omstreden donker romantische filmoeuvre, liet niemand onbewogen. Hij was een manisch depressief filmmaker, een man van hoogtes en laagtes, maar vooral ook een visueel dichter en meester-taboebreker die peilde naar het raakvlak van gewelddadigheid en menselijkheid. Covid-19 velde deze rasfilmer maar ‘The Isle’, ‘Bad Guy’, ‘Bin-Jip’, ‘Samaritan Girl’, ‘Spring, Summer, Fall, Winter … And Spring’, ‘Pieta’ en ‘Arirang’ leven verder in ons filmgeheugen.

dinsdag 15 december 2020 10:33
Spread the love

 

“Ja, ik heb gestudeerd om predikant te worden”, bekende Kim Ki-duk (1960-2020) toen hij mei 2011 in Cannes zijn documentaire Arirang voorstelde, “maar ik maakte die studies niet af.” Een grap op maat van zijn imago van Zuid-Koreaanse bad boy? Nee, ontwapenende eerlijkheid. Kim Ki-duks passage aan de Azurenkust blijft in ons geheugen gegrift omdat hij er zijn fragiliteit toonde en zich meer profileerde als outcast dan als provocateur. “Cannes deed me ontwaken” klonk het aarzelend toen festivaldirecteur Thierry Frémaux hem op het podium riep om de Un Certain Regard-prijs in ontvangst te nemen, “Arirang is een autobiografische film over mij; het is een middel om me vragen te stellen over mezelf en mijn filmstijl”.

Kim Ki-duk

Aan de pers gaf de regisseur, die rond de eeuwwisseling werd beschouwd als vaandeldrager van de Zuid-Koreaanse Nouvelle Vague maar ondertussen in de vergetelheid was gesukkeld, achteraf toe dat hij hoopte op (nee, nood had aan) een comeback. Die kwam er ook met twee uitdagende eros en thanatos drama’s, Pieta en Moebius, maar bleek van korte duur. In eigen land was Kim Ki-duk nooit populair maar de laatste jaren raakte hij ook internationaal zelden nog een gevoelige snaar. Arirang, de solodocumentaire waarin hij met een digitale camera zijn kluizenaarsbestaan in een afgelegen berghut vastlegt, bleek als kritische monoloog over de relativiteit van artistiek werk profetisch. Gedrenkt in het besef dat creatieve energie vluchtig is. “Geen enkel kunstenaar blijft eeuwig geweldig”, liet Kim optekenen, “ik bereikte mijn top in 2004 toen ik Samaritan Girl en Bin-Jip draaide.”

Autodidact en geweldenaar

“Ik kon filmmaker worden omdat ik nooit een filmopleiding heb genoten”, benadrukte Kim Ki-duk, “voor mij is een filmer iemand die het leven filmt. Het grootste obstakel voor filmstudenten is dat ze te veel tijd verspillen aan het bestuderen van film en niet genoeg aan het bestuderen van het leven.” Dat leven begon moeilijk voor de Zuid-Koreaanse autodidact. Zijn ouders waren straatarm waardoor de fabriek en het leger voor vorming moesten zorgen en hij even priesterschap (boeddhistische filosofie en christelijke metaforen zouden een stempel drukken op zijn oeuvre) als uitweg zag. Maar een Europese artistieke opleiding begin jaren 90 bood andere mogelijkheden.

The Isle

In Parijs dweilt Kim galerijen en bioscopen af, terug in Zuid-Korea schrijft hij in 1996 een scenario dat bekroond wordt. Met zijn ambigue mix van schuld en boete, wreedheid en liefde, is Crocodile zo afwijkend en gewelddadig dat Kim enkel zichzelf als regisseur ziet. Hij waagt zijn kans en begint aan een snel tempo lowbudgetfilms te draaien. Zijn internationale doorbraak komt er na de controverse n.a.v. zijn vierde film. The Isle is een bloederige liefdesfabel, gesitueerd op een idyllisch ogend meer met drijvende vishutjes, waarin een getraumatiseerde moordenaar en een wilde schone hun vurig gevoelsleven via o.m. vishaken omzetten in pijn.

Volgens auteur Kim Ki-duk is het “een mooie film. Voor sommigen zijn alleen de momenten van geluk in het leven mooi maar voor mij vormt juist de mix van vernietigingskracht en passie met z’n psychosomatisch karakter de echte schoonheid van het leven.” Gruwel en tederheid wisselen elkaar inderdaad af, maar de seksuele agressie en wreedheid t.o.v. dieren zorgde voor schandaal. De legende wil dat tijdens een vertoning op het festival van Venetië toeschouwers begonnen te braken bij de gruwel. Zijn imago van wrede provocateur was een feit.

Bad Guy

Estheet en outsider

Kim Ki-duk profileerde zich verder via Bad Guy. In dat onorthodox liefdesverhaal over voorbestemming gijzelt een wrede pooier het object van zijn passie in een bordeel. Opnieuw worden seks en foltering verbonden. Terwijl Kim andermaal zijn publiek ‘straft’ door een louterend slot te vernietigen. Al ziet hij zichzelf meer als een outsider “die het pooier-personage wil onderzoeken om te zien of hij echt slecht is of niet. Wie accepteert dat er dergelijke ‘slechte mannen’ rondlopen, begrijpt de film. Maar mensen met strikte opvattingen over moraliteit haten hem.”

De mens met al zijn contradicties, en koele controle die kan omslaan in extreme gewelddadigheid, fascineert de cineast. Al wil hij niet “dat acteurs de ster van het beeld worden en de show stelen. Ze moeten erin samensmelten als een levend personage, precies zoals de boot en de drijvende hut in The Isle.” Cruciaal is dat zijn films gaan “over menselijke verhalen. Mijn budgetten zijn te klein voor speciale effecten maar de emoties van personages op betekenisvolle wijze weergeven is een manier om films groter te maken. Wanneer een film geen drama of verhaal heeft, dan heeft hij als film geen waarde. Wanneer je mijn film bekijkt moet je mijn boodschap ontvangen.”

Spring, Summer, Fall, Winter … and Spring

Daarvoor gebuikt Kim universele verhalen met bizarre wendingen waar beelden meer zeggen dan dialogen. “Woorden zijn volstrekt onbelangrijk”, zegt een filmmaker die werkt met visuele hints, gebaren, blikken en gedrag. Maar ook met locatie en ruimte. Zeker in Spring, Summer, Fall, Winter … and Spring want “in een drijvend huis raak je je richtpunten kwijt. De drijvende tempel staat voor de grilligheid van het leven.” Een leven dat vergeleken wordt met de vier seizoenen. De outcasts zijn ditmaal monniken bij wie spiritualiteit een donkere onderstroom heeft. De meer poëtische filmstijl weerspiegelt de boeddhistische thematiek van boetedoening en natuurlijke cycli. Het visueel dramatische idee om een leerling een tekst te laten uitkerven in de planken van de tempel, herinnert aan de stukgeslagen-doorkijkspiegel-met-foto (Bad Guy) en de uit een bodemluik opduikende vrouw (The Isle).

Droomachtige sprookjes

Na dit vreedzaam filmgedicht pakt Kim uit met twee meer brutale sprookjes. In de parabel Samaritan Girl fileert hij via twee schoolmeisjes die zich prostitueren gevoelens van eenzaamheid en vervreemding. Maar ook de relatie tussen geweld en seks én de botsing van narcisme en altruïsme. Het schuld- en boete-thema dat via de obsessieve vader-politieman geïntroduceerd wordt keert ook terug in Bin-Jip waar een jongeman in huizen binnendringt om er te slapen en telkens dankbaar iets achter te laten. Uiteindelijk transformeert de inbreker zichzelf en een bewoonster. Waardoor ze beiden menselijker worden. Het lege huis staat symbool voor een eenzame ziel, “de inbreker liquideert de leegte in het huis en in haar hart.”

Samaritan Girl

Net als Spring, Summer, Fall, Winter … and Spring baadt Bin-Jip in een droomachtige sfeer. Met betrekking tot de spanning tussen droom en realiteit verwijst Kim in Filmmagie naar het verhaal van de taoïstische filosoof Zhuang Zi die na het ontwaken uit een droom niet meer wist of hij een mens was die droomde een vlinder te zijn of een vlinder die droomt dat hij een mens is. “Zelfs de realiteit die we vandaag ervaren zou een droom kunnen zijn”, aldus Kim, “ofwel iets dat wijzelf dromen, ofwel door iemand anders die alles wat wij beleven bij elkaar droomt. Dat geldt ook voor ons leven. Soms weten we niet wat waar is en wat niet, en hebben we iets of iemand nodig die ons daarvan bewust maakt. Of iemand die ons op z’n minst de realiteit laat bevragen.”

Dat bevragen nam Kim op zich en leverde hem internationaal filmprijzen en een stevige reputatie op. Maar in eigen land trok het geprezen drieluik Spring, Summer, Fall, Winter … and Spring, Samaritan Girl en Bin-Jip amper volk. Dat zou met onder meer The Bow, Breath, Dream, Amen en Pièta niet verbeteren. Voor de Zuid-Koreaaanse filmindustrie bleef Kim Ki-duk bovendien een outsider. Maar vooral een lastpost. Dat had veel te maken met zijn eigenzinnig karakter en zijn drang naar provocatie. Geweld en seksualiteit blijven in zijn geboorteland taboethema’s. “Ik denk dat mijn films populairder zijn in het buitenland dan in Zuid-Korea omdat ze gaan over het universele karakter van mensen”, vertelde de filmmaker in 2016 aan The Korea Times, “elke natie draait rond zijn burgers maar Koreanen zijn trotser op zichzelf omdat hen geleerd is dat ze superieur zijn aan anderen. De meeste Koreaanse films spelen daar op in.”

Bin-Jip

Eerlijke, chaotische cinema

“Kim Ki-duk is Kim Ki-duk”, lezen we in dat interview, “het gaat om het maken van een eerlijke film. Vanaf het moment dat ik mijn film benader volgens de smaak van het publiek en de markt, vanaf dat ik populaire acteurs begin te casten, verdwijn ik en mijn waarheid uit de film. Ik wil zeggen dat ik mijn eigen hartslag enkel hoor in mijn eigen films.” Het klopt dat het werk van Kim Ki-duk uniek is. De mix van stilering en rauwheid, van gewelddadigheid en spiritualiteit, van lelijkheid en schoonheid, van realisme en sprookjessfeer is vintage Kim Ki-duk. Zijn landgenoten Bong Joon-ho, Park Chan-wook, Lee Chang-dong en Im Sang-soo zijn evenwichtiger en beslist ook briljant (en soms kritisch) maar missen het verontrustende van Kims door middelpuntvliedende krachten gedreven cinema.

Alleen bracht de taboebreker ook zichzelf uit evenwicht. Door obsessief te focussen op extremisme in filmische mokerslagen als The Bow, Time, Breath en Dream belandde Kim in een destructieve loop die hij enkel kon doorbreken door te stoppen met filmen. Wake-up call was een bijna-fataal ongeval op de set van Dream. De hoofdactrice ontsnapte op het nippertje aan de verhangingsdood. “Het incident deed me nadenken”, aldus Kim, “verdwaald in een imaginair filmuniversum – een wereld die tegelijk wreed, heftig, triest, wraakroepend en zacht is – had ik geen moment over mijn leven nagedacht. Terwijl ik de verhalen over deze chaotische wereld steeds krachtiger, triester en wreder maakte werd ik besmet door diverse emoties. Ik was de meest trieste mens op aarde geworden, ik geloofde ten onrechte dat ik de wereld kon manipuleren en ik overschreed een grens.”

Arirang

Zijn inzinking filmde Kim uiteindelijk van zich af met de Arirang. Een documentaire waarin hij drie ‘rollen’ speelt: interviewer (die peilt naar zijn twijfels, angsten en ontgoochelingen), onderwerp en cineast (die met twijfelende blik het gefilmde op een monitor bekijkt). Meteen daarna leek Kim weer gelanceerd dankzij een hypnotiserend gewelddrama (Pieta) en een rond castratie draaiende schandaalfilm (Moebius). Maar in alle windstreken gedraaide films One on one, Stop, The Net, The Time of Humans en Dissolve bereikten nergens een publiek. Terwijl de filmmaker onder vuur kwam te liggen na beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag. Kim ontkende het seksueel misbruik en de fysieke mishandeling van actrices maar het stigma bleef kleven doordat het gerecht een vrijspraak bij gebrek aan bewijzen koppelde aan een schadevergoeding. De filmmaker besloot Zuid-Korea in te ruilen voor Letland. Daar stierf hij tijdens zijn huizenjacht aan de gevolgen van Covid-19.

Nood aan menselijkheid

De laatste Kim Ki-duk die we hier te zien kregen, The Net, toont hoezeer het persoonlijke politiek is. In de openingsscène vrijt de arme Noord-Koreaanse visser Nam Chul-woo met zijn vrouw terwijl het portret van grote leider Kim Jong-un in de slaapkamer toekijkt. Even later zorgt, onder het wakend oog van een militaire observatiepost, zijn vissersnet ervoor dat zijn motorboot vastloopt op de rivier die Noord- en Zuid-Korea van elkaar scheidt. Hij drijft in de richting van het Zuiden, wordt opgemerkt door Zuid-Koreaanse grensbewakers en snel opgepakt.

The Net

Want hij zou wel eens een spion kunnen zijn. De autoriteiten besluiten de visser op de proef te stellen door hem in Seouls drukke winkelstraten te droppen. Daar ontdekt hij dat de doorsnee Zuid-Koreaan geen booswicht is maar een fragiel emotioneel wezen met eigen problemen. Samen met een nieuwe vriend filosofeert hij over de verzoening tussen Noord en Zuid. Bij zijn terugkeer naar het Noorden blijken ook daar angst, achterdocht, corruptie en fanatisme de dienst uit te maken. En ontmenselijking de regel te zijn.

De boodschap van The Net is duidelijk: wanneer menselijkheid gebannen wordt uit ideologie loopt elke burger gevaar om de speelbal te worden van machtshebbers, opportunisten en geweldenaars. Kim Ki-duk vergroot dit, overgoten met een dosis pathos, uit. Emotioneel maar minder extreem en provocatief dan in zijn schandaalfilms. Maar dat doet niets af van de urgentie van deze, lokaal verankerde, universele parabel. We zullen helaas nooit weten of dit het nieuwe pad was voor de op 59-jarige leeftijd gestorven Zuid-Koreaanse filmdichter.

Moebius

 

“De creatieve energie van een artiest is vluchtig en vergankelijk als een bloem. Ze bloeit en sterft. Geen enkel kunstenaar blijft eeuwig geweldig. Persoonlijk denk ik dat ik mijn top bereikte in 2004 toen ik Samaritan Girl en Bin-Jip draaide.”

Kim Ki-duk

 

Spring, Summer, Fall, Winter…and Spring

FILMOGRAFIE KIM KI-DUK:

1996 Crocodile

1997 Wild Animals

1998 Blue Gate

2000 The Isle

2000 Real Fiction

2001 Address Unknown

2001 Bad Guy

2002 The Coast Guard

2003 Spring, Summer, Fall, Winter… and Spring

2004 Samaritan Girl

2004 Bin-Jip

2005 The Bow

2006 Time

2007 Breath

2008 Dream

2011 Arirang

2011 Amen

2012 Pieta

2013 Venice 70: Future Reloaded

2013 Moebius

2014 One on one

2015 Stop

2016 The Net

2018 The Time of Humans

2019 Dissolve

The Bow

 

“Een filmmaker moet niet alles definiëren. Voor mij is elke film een vraag die ik stel aan anderen of aan het publiek. Ik wil hun opinie weten over mijn standpunt en er over discussiëren met hen.”

Kim Ki-duk

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!