Bron: Max Pixel / CC0 Public Domain (More information about the rights of this work, see below article)
Opinie - Marijke Persoone

Brengt de Vivaldi-regering meer zorg, hogere pensioenen en eerlijke fiscaliteit?

Ik nodig u uit om het regeerakkoord te bekijken door de leesbril van een vergrijzende samenleving. Vorig jaar nam ik een lang interview af van demograaf Patrick Deboosere over de mythes van de vergrijzing, de zogezegde onbetaalbaarheid van de pensioenen en hoe het neoliberalisme dat debat heeft gekaapt. Het werd het boek ‘Leve de vergrijzing’. Deboosere omschrijft de pensioendiscussie als ‘een sleutelkwestie in het offensief van het neoliberalisme’. Benieuwd of de regering-De Croo erin slaagt om uit te breken uit dat neoliberale carcan. Wat zijn de plannen op vlak van zorg, pensioenen en eerlijke belastingen? 

maandag 5 oktober 2020 13:48
Spread the love

 

Karine Lalieux (PS) is minister van pensioenen, Sociale Integratie, Armoedebestrijding en Personen met een Handicap. Wat zijn haar concrete plannen? Zet ze armoedebestrijding hoog op de politieke agenda? Stijgen de sociale uitkeringen snel tot boven de Europese armoedegrens? Voelt ze zich verbonden met de vrouwelijke gepensioneerde die gemiddeld met een schamele 882 euro per maand moet zien te overleven? Luistert ze naar postbodes, kassiersters, verpleegsters, arbeidsters die het niet zien zitten om tot 67 jaar aan de slag te blijven? 

Onder mijn progressieve vrienden hoor ik veel positieve geluiden over de respectvolle communicatiestijl van onze nieuwe regering. Normaal toch, zou je denken. Na maandenlang venijnig tot vulgair opgejut testosteronvertoon is het inderdaad een verademing. Maar met stijl alleen smeer je geen beleg op je boterham. Ruim dertig jaar vakbondswerk heeft mij geleerd om de vraag te stellen ‘Welk beleid, welke maatregelen, in wiens belang?’. 

Gaan we ‘richting’ een zorgzame samenleving?

Mijn vriendin is maatschappelijk werkster in het OCMW van een kleine stad. Ze vertelt mij over Anna, 79 jaar, al twintig jaar weduwe, altijd als poetsvrouw gewerkt, vaak in ’t zwart. Haar pensioentje is, moet het gezegd, zeer bescheiden. De huisbaas zegde haar huurcontract op. Ze is al vier maanden wanhopig op zoek naar een andere woning wanneer ze ten einde raad komt aankloppen voor hulp. Met de gevraagde huurprijzen houdt ze nauwelijks geld over om een hele maand van te leven. Haar grootste zorg is dat haar kinderen voor haar zouden moeten bijdragen. Eén van de vele verhalen die mijn vriendin dagelijks te horen krijgt. 

‘De uitkeringen zullen opgetrokken worden richting de armoedegrens’ lees ik in het regeerakkoord. Wat betekent ‘richting’? Waar kunnen we de regering op afrekenen? De Europese armoedegrens is al een onderschatting; het is dus echt wel de ondergrens. De regeringen-Di Rupo en -Michel formuleerden dat doel zelfs meer absoluut en we zijn er nog lang niet. Talmen kan niet meer. Druk van onderuit zal er moeten voor zorgen dat de schoorvoetende belofte snel wordt geconcretiseerd. Werk op de plank voor de organisaties van mensen in armoede en voor de vakbonden. De regering belooft werk te maken van een participatief beleid dat praat met mensen in armoede, in plaats van over hen. Hopelijk toont dat overleg snel ‘de richting’ om uit de armoede te geraken. Dat is van levensbelang voor mensen in een kwetsbare situatie, maar ook voor onze hele samenleving. De Britse epidemiologen Richard Wilkinson en Kate Pickett hebben ten overvloede aangetoond dat het welzijn van iedereen verhoogt in een meer gelijke samenleving. 

Meer centen voor zorg, en ook een nieuwe visie?

‘Een ruimer budget voor zorg’, de noodkreet van de witte woede lijkt gehoord. Er wordt 1,2 miljard euro uitgetrokken voor hogere lonen en meer personeel in de federale gezondheidssectoren, ziekenhuizen en geestelijke gezondheidszorg. Dat was, na de vakbondsacties, al eerder in het parlement beslist. En de uitgaven in de zorg mogen de volgende jaren stijgen met 2,5 procent boven de inflatie. Niets te vroeg, na de besparingswoede en met de hogere zorgnoden door de coronacrisis en de vergrijzing. En zeker nodig om de ingeschreven ambities waar te maken. Zo wil de regering-De Croo de gezondheidskloof met 25% verminderen. Het is bekend: hoogopgeleide mensen met een goed inkomen leven gemiddeld 18 jaar langer in goede gezondheid dan mensen met een korte scholing en een laag inkomen. Dat legt de link met de noodzaak om de sociale uitkeringen op te trekken. Een beter inkomen leidt tot een betere gezondheid.

‘Zorgkundigen in woonzorgcentra werken verder na positieve coronatest. Anders blijft er niet genoeg personeel over om de bewoners te verzorgen’, lees ik in de krant. Ho maar, wacht eens even, ouderenzorg en gehandicaptenzorg zijn bevoegdheden van de Vlaamse regering. Die zorgverleners en bewoners moeten dus bij een andere deur aan de bel hangen, willen ze de wachtlijsten wegwerken en nieuwe coronadrama’s vermijden. Doet deze regering iets met de noodkreet van infectiologe Erika Vlieghe, dat het zorgbeleid veel meer op één hand moet komen? Jazeker, er komt een coronacommissaris. Op korte termijn wellicht een goede zaak voor de pandemiebestrijding. Maar laat mij toe te twijfelen of 9 bevoegde ministers én een commissaris om ze te laten samenwerken een ideaal beleidsmodel is. Het regeerakkoord kondigt aan om over betere staatsstructuren ‘een breed democratisch debat met de burger, het middenveld, de academische wereld en de politieke vertegenwoordigers te organiseren’. Dat geeft een opening om in dat debat de noden van de bevolking boven nationalistische oprispingen en politieke koehandel te plaatsen. Dat is trouwens niet enkel van belang voor een kwaliteitsvolle en toegankelijke zorg. Hoeveel tijd hebben we al niet verloren met steriel getouwtrek tussen de regio’s en het federale niveau over wie welke klimaatdoelstellingen moet halen?

Goede zorg draait niet enkel om centen, maar meer nog om visie. De regeringstekst biedt aanknopingspunten voor een ruimer debat dat gaat over preventie, over het beter ondersteunen van de eerste lijn, over het wegwerken van sociale ongelijkheid, het belang van psychisch welbevinden en het bevorderen van een gezond leefmilieu, maar het blijven naar mijn smaak (voorlopig?) te veel losse, onuitgewerkte ideeën. Ik mis een totaalvisie en een ferm engagement om zorg te zien als een overheidsopdracht en commercialisering en marktlogica eruit te bannen. De hierboven genoemde doelstellingen bereik je niet zolang winstbejag en rendementsdenken kunnen dirigeren hoe we omgaan met zieke, bejaarde en kwetsbare mensen. 

Een pensioen om te overleven of om actief te participeren aan de samenleving?

De wettelijke pensioenleeftijd van 67 jaar, een maatregel van de vorige regering, terugbrengen naar 65 jaar, heeft de regeringsonderhandelingen niet overleefd. Het was nochtans één van dé verkiezingsbeloften van de socialisten. Voor de microfoon van Rtbf-radio zegt Paul Magnette (PS) daarover: “Pensioen op 65 jaar was een verkeerd strijdpunt. Mensen zoals jij (tot de journalist) en ik kunnen zonder probleem langer werken. Ik vond het nooit een essentieel punt. Het had een symboolkarakter.” Ik betwijfel sterk of twee jaar langer werken zo symbolisch is voor mensen met een zwaar beroep.

Hopelijk moeten we in 2024 niet hetzelfde zeggen over het minimumpensioen van 1.500 euro, dat het een symbool was. Na alle campagnes, petities, pensioenmarsen, opinies en partijbeloftes is het uiteraard een goede zaak dat het is opgenomen in het regeerakkoord. De vraag is hoeveel zal er wanneer in de portemonnee zitten van de mensen met een laag pensioen. Wat staat er precies in de regeringstekst? ‘Het minimumpensioen zal geleidelijk worden opgetrokken (volledige en onvolledige loopbaan) richting 1.500 euro netto voor een volledige loopbaan (in geval van een onvolledige loopbaan wordt dit bedrag pro rata verminderd met het verschil tussen 45 jaar en de loopbaan)’. 

Drie zaken springen in het oog: geleidelijk, richting, volledige loopbaan. De minister van pensioenen moet tegen 1 september 2021 een concreet voorstel voor pensioenhervorming aan de ministerraad presenteren. Om te beginnen nog een jaartje geduld, zo lijkt het. En dan is er weer het fameuze woord ‘richting’. Het doet toch een beetje denken aan de schelpen die verklappen dat je richting Compostella stapt. Als je aan de Sint-Jacobskerk in Antwerpen vertrekt kan het wel even duren voor je de bestemming bereikt. Mensen met een klein pensioentje hopen al zo lang op beterschap. Ze hebben recht op een snel tijdpad in plaats van een lange bedevaartstocht. En recht op duidelijkheid. Is het 1.580 euro bruto (zo’n 1.450 euro netto) in versie van Georges-Louis Bouchez (MR) of 1.500 euro netto, zoals het regeerakkoord zegt? In het eerder vermelde interview voor Rtbf omzeilt Paul Magnette de bruto-netto kwestie. “Iedereen met een laag pensioen zal zijn inkomen zeker met 20 procent zien toenemen tegen 2024”, zo verzekert hij. Open VLD-voorzitter Lachaert verklaart in De zevende dag: “Er is geen garantie dat je effectief honderd procent op 1.500 euro eindigt”.

The proof of the pudding ligt wellicht in de begroting. Er wordt 1,2 miljard euro uitgetrokken om tegen 2024 de minimiumpensioenen te verhogen. Het Planbureau rekende voor dat een minimumpensioen van 1.500 euro netto al gauw 3 miljard zou kosten. De Vivaldi-regering voorziet nog niet de helft van dat bedrag. “Meer is onbetaalbaar”, zei premier De Croo in het kamerdebat. Zou daar over gediscussieerd zijn aan de onderhandelingstafel? Zou niemand het idee geopperd hebben om de taxshift van de regering-Michel terug te draaien? Dan spreken we toch over een potje van 6 miljard euro: een gigantisch cadeau aan de grote bedrijven en, in spiegelbeeld, een zware minderinkomst voor de sociale zekerheid. 

Het bedrag van ‘maar’ 1,2 miljard euro betekent dat lang niet iedereen met een laag pensioen mag dromen van 1.500 euro! Dat heeft alles te maken met het derde element: de volledige loopbaan van 45 jaar. Heb je bijvoorbeeld maar 38 jaar gewerkt, dan heb je maar recht op 38/45sten van 1.500 euro, of 1.267 euro. Slechts één op twee mannen en één op tien vrouwen halen die 45 jaar carrière. Het regeerakkoord zegt nochtans dat het de pensioenongelijkheid tussen mannen en vrouwen ‘in de mate van het mogelijke’ wil verminderen. En dames, er is nog iets om ons ongerust over te maken. Om recht te hebben op een (verminderd) minimumpensioen moet je minimaal dertig jaar hebben gewerkt en de pensioenhervorming zal ook een voorwaarde van effectieve tewerkstelling bepalen. Dat zal extra waakzaamheid vragen om ervoor te zorgen dat periodes van ouderschapsverlof en tijdkrediet gelijkgesteld worden met effectief gewerkte dagen. Zo niet betalen vrouwen twee maal de rekening en dan zal de genderongelijkheid niet afnemen, maar toenemen.

Verder zet het regeerakkoord de deur op een kier voor de verhoging van de andere pensioenen: ‘Naast de verbetering van het minimumpensioen, wordt de vervangingsratio voor de andere gepensioneerden niet uit het oog verloren. Ook zij moeten een verbetering van hun pensioen kunnen krijgen.’ Positief, maar flou.

Wie zal dat betalen?

‘Een verdere verhoging van de tewerkstellingsgraad en productiviteitsgroei, en een geloofwaardig budgettair traject zijn belangrijke hefbomen om dit aan te pakken’, zegt de regering. De doelstelling is om tegen 2030 een werkzaamheidsgraad van 80 procent te bereiken. Daartoe zullen werklozen sterker worden geactiveerd, maar ook langdurig zieken, mensen met een handicap en ouderen. Koppel dat aan werken tot 67 jaar en je komt uit bij het gekende neoliberale recept: ‘om de vergrijzingskosten te betalen moeten meer mensen langer aan het werk’. Hier wordt de lijn van de vorige regeringen gewoon doorgetrokken. 

In de loonpolitiek is er evenmin een breuk met vorige regeringen. Geen komaf met de loonblokkeringswet van 1996. Dat betekent (behalve voor de zorgsector) geen loonsverhogingen voor de helden die ons land tijdens de pandemie draaiend houden, maar ook geen extra inkomsten voor de sociale zekerheid. Dat zal ook hard binnen komen bij de vele gezinnen die al maandenlang tot een derde minder inkomen hebben door tijdelijke werkloosheid. En dat zal niet helpen om de pensioenen te betalen.

Is er dan misschien een omslag op het vlak van fiscale inkomsten? Er is sprake van een digitax voor grote internetbedrijven. En fraudebestrijding moet 1 miljard euro in de staatskas brengen tegen 2024. Een zeer optimistische schatting als je kijkt wat nu maar binnen gehaald wordt in fraudedossiers. Wordt er eindelijk werk gemaakt van een vermogensbelasting, waar drie vierde van de bevolking achter staat? De bovenste vijf procent van de vermogenden in ons land bezit meer dan 1 miljoen euro. Samen zijn ze goed voor 475 miljard euro. Econoom Paul De Grauwe rekent voor dat een progressieve belasting op dat bedrag pakweg 10 miljard euro kan opbrengen. In de formule van de PVDA brengt een miljonairstax 8 miljard euro op. Flink wat geld. Nochtans zoek je in het regeerakkoord tevergeefs naar termen als vermogensbelasting, meerwaardebelasting, effectenbelasting. ‘De overheid zal streven naar een eerlijke bijdrage van die personen die de grootste draagkracht hebben om bij te dragen, met respect voor het ondernemerschap’. Met deze orakelformulering moeten we het doen. Stel dat wij aan de fiscus laten weten dat we ernaar zullen streven om een eerlijke persoonlijke bijdrage te leveren aan de belastingen … 

Als het de nieuwe regering echt menens is met haar plannen om te investeren in zorg, in sociaal beleid, in waardige pensioenen en in een ecologische transitie, dan zal ze de moed moeten hebben om daarvoor de nodige inkomsten te halen bij de grote bedrijven en de hoogste vermogens. Of het écht iets wordt zal ook hier afhangen van de krachtsverhoudingen die we kunnen opbouwen. Trouwens, de partijen in de regering die écht werk willen maken van eerlijke fiscaliteit, sociaal beleid en een gezonde leefomgeving kunnen enkel maar blij zijn met militante eisen en strijdbaarheid vanuit het brede middenveld, geëngageerde jongeren, kritische burgers en de linkse oppositie.

 

Marijke Persoone, gewezen adjunct-algemeen secretaris ACV Puls.

 

Foto: Max Pixel / CC0 Public Domain

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!