Foto: Davidh820, Wikimedia Commons / CC BY-SA 4.0 (More information about the rights of this work, see below article)
Opinie - Alexander Aerts

De economie is gans het volk 

maandag 24 augustus 2020 16:55
Spread the love

 

De huidige onderhandelingen over een nieuwe federale regering stemmen ons uitermate ongerust”, 300+ syndicalisten van het ACV, het ABVV en de ACLVB uitten hun bezorgdheid over de regeringsformatie in een open brief gericht aan hun vakbondsvoorzitters. De onderhandelingen stonden onder voormalige preformateurs Bart de Wever (N-VA) en Paul Magnette (PS) in het daglicht van een nieuwe regionalisering (Werk, Gezondheid en Justitie). De open brief van de syndicalisten kaartte deze grote koehandel van bevoegdheden aan. Ze stellen terecht dat de mogelijke regionalisering in de gezondheidszorg en het arbeidsmarktbeleid “zeer relevant is voor de belangen van de werkende bevolking en voor de vakbondswerking”. 

Aanslag 

Het blijft merkwaardig hoe de PS en N-VA – inclusief andere partijen – een indringende hertekening van het politieke landschap opmaken zonder de vakbonden op enige constructieve wijze te betrekken. Zo stelde algemeen secretaris van de ABVV Miranda Ulens vorige week in De Standaard nog dat de PS en Sp.a sinds de onderhandelingen met de N-VA niks meer van zich hebben laten horen. 

Toch hoeft het ons niet te verbazen dat de onderhandelingen voor een nieuwe staatshervorming achter gesloten deuren gebeuren. Vanuit Vlaamse hoek worden deze immers aangestuurd door Vlaams-nationalistische partijen (N-VA en Vlaams Belang) die zich openlijk vijand verklaren van diezelfde vakbonden. De regionalisering moet voor Vlaams-nationalisten een middel zijn om het nationale vakbondswezen te versplinteren en hun macht te verminderen. Het vormt met andere woorden een aanslag op de algehele Belgische arbeidersbeweging. 

Het is voor de hand liggend hoe de communautaire aanslag langs Vlaamse zijde gedreven wordt door een rechts-economisch programma. Indien er delen van de federale sociale zekerheid — en vooral de financiering hiervan — geregionaliseerd zouden worden, kan er namelijk een harde besparingspolitiek in Vlaanderen voortgezet worden. Tegelijk zou de regionalisering van het socio-economisch domein, zoals het arbeidsmarktbeleid, een doorgedreven deregulering van de arbeidsmarkt, ten voordele van de werkgevers, te weeg kunnen brengen. Er zijn ettelijke conservatieve beleidskeuzes op het Vlaams niveau te noemen, waaronder de verplichte gemeentedienst voor werklozen en de massale besparingen op overheidsdiensten, die een voorproefje geven van een dergelijke rechts-economische politiek. 

Perfecte storm

Onder het technocratische mantra van “onbestuurbaarheid” worden vandaag federale verkiezingen en de regeringsformatie gebruikt om een communautaire politiek te voeren. Een draagvlak onder de bredere Vlaamse bevolking voor een nieuwe staatshervorming is in het algemeen echter onbestaande. Uit opiniepeillingen blijkt dat maar een beperkt aantal Vlamingen uit communautaire overwegingen naar de stembus trekt. De huidige federale formatie- en coronacrisis wakkeren echter de onvrede met de traditionele partijen en regeringsbeleid aan, wat zich op zijn beurt ook vertaalt naar separatistische gevoelens onder Vlamingen. 

Tijdens grote politieke crisissen, zoals in 2007 of de BHV-crisis, valt telkens op hoe de steun voor de splitsing van België opflakkert. Desondanks vele N-VA- en VB-kiezers niet wakker liggen van communautaire kwesties, weten Vlaams-nationalistische partijen op slinkse wijze hun nieuw-rechtse programma uit te buiten om het separatisme door te duwen. De nieuw-rechtse politiek vormt de katalysator voor een onafhankelijk Vlaanderen en creëert de opportuniteit om de federale onderhandelingen tot een communautaire koehandel te spinnen. 

De huidige crisissen vormen als het ware de perfecte storm waarin een Vlaams-nationalistische politiek kan gedijen. Voor Bart De Wever is het nu of nooit om zijn separatistische droom waar te maken. 

“Taal belang is stoffelijk belang”

Het nationalistisch wereldbeeld van de N-VA en het VB tracht zowel werkzoekende als werkende mensen op te splitsen langs etnische breuklijnen van taal, cultuur en identiteit. De open brief van de syndicalisten keert zich tegen deze etnische visie en proclameert dat de wereld van de arbeid niet op te sluiten valt in de steeds enger wordende communautaire grenzen. Het sociale vraagstuk blijft overeind. Waal, Vlaming of Brusselaar, het maakt niet uit welke culturele identiteit je hebt, werkenden en werkzoekenden hebben nu eenmaal dezelfde belangen die de vakbonden verdedigen. De kritiek van de syndicalisten is bijgevolg gericht tegen deze identitaire verdeeldheid en pleit voor een sociale eenheid. 

De identitaire verdeeldheid die de N-VA en het VB propageren gaat terug op een lange geschiedenis van socio-economische politiek binnen de Vlaamse beweging. In het magistraal boek van historicus Olivier Boehme Greep naar de markt: de sociaal-economische agenda van de Vlaamse Beweging en haar ideologische versplintering tijdens het interbellum, doet hij de complexe vervlechting van de Vlaamse cultuurstrijd met haar socio-economische agenda uit de doeken. 

Boehme begint zijn boek met een prelude over de econoom Lode de Raet, die een economisch programma voor de Vlaamse Beweging uitwerkte, samengevat in zijn krachtige leuze: taalbelang is stoffelijk belang. De meesterlijke zet van De Raet bestond er namelijk in de taalkwestie te verbinden aan de economische belangen van ‘de Vlaming’. De Vlaamse kwestie werd zo vereconomiseerd.

Zijn programma was tweeledig. Enerzijds moest de algehele economie vernederlandst worden, zodat taal als socio-economische hefboom kon dienen om de sociale mobiliteit van de kleinburgerlijke Vlaming te bevorderen. Alsook het aandeel politieke macht van, een deel van, de Vlamingen in België vergroten. Anderzijds zou de Vlaamse beweging het territorialiteitsidee moeten omarmen, en op lange termijn een aparte regio met eigen specifieke socio-economische kenmerken moeten worden. Vlaanderen diende zich dus geleidelijk te onderscheiden van het socialistische Wallonië door een eigen socio-economische politiek. Beide speerpunten van De Raets programma hebben de geschiedenis van België voor goed gebrandmerkt. 

De strijd om de vernederlandsing van Vlaanderen woelde tot diep in de jaren 60 voort en pacificeerde met een grote knal onder ‘Leuven Vlaams’. De territorialiteitsidee gekoppeld aan de gedachte dat alleen een eentalig Vlaanderen recht kon doen aan de sociale en economische belangen van de Vlamingen was een belangrijke impuls voor de meer radicale idee van een homogeen Vlaams grondgebied. Zo stelt Boehme in zijn algemeen besluit dat “Met het activisme [collaboratie onder WOI] en het post-activisme brak én die territoritaliteitsgedachte én de sociaal-economische dimensie definitief door”. Deze kruisbestuiving van ideeën was een richtinggevende stap in de vorming van het hedendaags Vlaams-nationalisme en diens streven naar een onafhankelijke Vlaamse staat. De gevolgen van dit streven naar een Vlaamse staatsvorming zien we in de vele staatshervormingen en de steeds luider klinkende klaagzang van bepaalde separatisten. 

Voorbij economisch nationalisme  

Vlaams-nationalisten proberen heden ten dage hun streven naar onafhankelijkheid voort te zetten met economische middelen. De federale onderhandelingen voor potentiële regionaliseringen van socio-economisch beleid zijn een middel om communautaire grenzen tussen de werkende en werkzoekende klasse op te rekken, en een identitaire verdeeldheid tussen ‘de hardwerkende Vlamingen’ en ‘luie Walen’ te zaaien. 

Tegelijk maakt de communautaire politiek de weg vrij voor een steeds rechtser economisch beleid. De N-VA en het VB zitten misschien niet helemaal op dezelfde economische lijn, maar vinden elkaar wel terug in een harmoniemodel. De economie moet volgens hen, in agrarische termen, ‘volksverheffend’ zijn en vertrekken vanuit een bepaalde ‘volksgezindheid’. De verschillende sociale klassen moeten opgaan in één volk of natie, eender welke sociale tegenstelling moet geharmoniseerd worden in een nationalistisch project. Zoals Boehme het overduidelijk maakt in zijn boek: “Nationalisme en economie vormen hier elkaars middel en doel”.

Een politiek die het Vlaams-nationalistisch project van antwoord wil dienen, zou hun strijdpijlen moeten richten op het economisch nationalisme van de separatisten. Net zoals de 300+ syndicalisten de sociale verbondenheid van werkenden en werkzoekenden voorop stellen, zou dit antwoord voorbij moeten gaan aan een economisch nationalisme die identitaire verdeeldheid zaait. De Vlaamse arbeidersklassen worden vandaag verleid door de nieuw-rechtse politiek van Vlaams-nationalistische partijen, om de tuin geleid, zonder enig besef dat ze hiermee het neoliberale beleid voortstuwen dat de oorzaak is van hun eigen miserie.

 

Alexander Aerts is student wijsbegeerte aan de KU Leuven en politicoloog.

 

Foto: Davidh820, Wikimedia Commons / CC BY-SA 4.0

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!