Bron: NATO
Analyse - Bas Spliet

Hoe de NAVO’s oorlogsmisdaden chaos in Libië ontketenden

In 2011 voerde de NAVO een maandenlange “humanitaire” bombardementencampagne in Libië uit die eindigde in de omverwerping van het decennialange bewind van Muammar Qadhafi en de dood van de Libische autocraat. Sindsdien hebben de media echter hun interesse in het Noord-Afrikaanse land grotendeels verloren. Bij kortstondige hernieuwing in media-aandacht bagatelliseert de media daarenboven Westerse medeplichtigheid in de verwoesting van het land – of erger, wordt deze simpelweg genegeerd.

vrijdag 24 juli 2020 17:06
Spread the love

 

Een onderzoek van Fairness & Accuracy in Reporting stelde bijvoorbeeld in 2017 vast dat Amerikaanse en Europese massamedia, als ze de NAVO überhaupt al vermeldden, de rol van “Operation Unified Protector” in de totstandkoming van openbare slavernijmarkten systematisch minimaliseerden. Jonas Slaats ontaarde in zijn boek Fast food fatwa’s eenzelfde trend in Vlaamse berichtgeving tijdens het plotse opduiken van de Islamitische Staat in Libië twee jaar eerder. Ook hier marginaliseerden de media duidelijk de rol van de NAVO-missie (en de Belgische deelname) in het afglijden van het land in een toestand van instabiliteit en chaos.

De laatste paar maanden groepeerden Europese, regionale en globale machtsspelers zich rond hun respectievelijke favoriete rivale overheid in het oorlogsgeteisterde land. Opnieuw zijn slechts weinigen echter bereid om de historische context in acht te nemen vooraleer ze met de vinger wijzen naar hun politieke tegenstanders. Omdat er geen gebrek aan complexiteit is in de huidige (geo)politieke situatie is het bovendien gemakkelijk om een overzicht van de aanslepende proxy-oorlog te schrijven met slechts een vluchtige vermelding van de NAVO’s betrokkenheid in de burgeroorlog van 2011.

De recente inbeschuldigingstelling van de Kosovaarse President – en Amerikaanse bondgenoot – Hashim Traci voor oorlogsdaden en misdaden tegen de menselijkheid roept herinneringen op aan de NAVO’s eigen oorlogsmisdaden tijdens de bombardementencampagne tegen Servië in 1999. Dit artikel poogt op eenzelfde wijze het gesprek over de NAVO’s oorlog in Libië weer aan te wakkeren, want de gevolgen zijn tot op de dag van vandaag pijnlijk voelbaar – althans voor het Libische volk.

Het “Libische model”

Eén van mijn professoren Arabisch vertelde me ooit een anekdote (bevestigd door de Bulgaarse pers) dat het personage van Qadhafi goed omschrijft. Niet lang na de Brits-Amerikaanse inval in Irak in 2003 had de Libische leider een onderhoud met Tony Blair. Terwijl hij overlegde met de nietsvermoedende Britse eerste minister balanceerde Qadhafi zijn voet op zijn knie zodat zijn schoenzool in Blairs richting wees. Dit is een ontzettend beledigend gebaar in de Arabische cultuur dat, net zoals de bekende schoenworp gemikt naar het hoofd van George W. Bush tijdens een persconferentie enkele jaren later, wellicht bedoeld was om Blair te schamen voor zijn medeplichtigheid in de inval en bezetting van Irak.

In combinatie met zijn steun aan bevrijdingsbewegingen van Palestina tot Zuid-Afrika en Ierland heeft dit soort onvoorspelbaar en ondiplomatisch gedrag Qadhafi een postuum imago van revolutionaire martelaar binnen sommige anti-imperialistische cirkels opgeleverd. Om dat imago kracht bij te zetten wordt daarenboven vaak gewezen op de verwezenlijkingen van Qadhafi’s socialistisch herverdelingsbeleid gefinancierd door nationale olie-inkomsten. Zelfs de BBC kon bijvoorbeeld haar lof voor het Grootse Mensgemaakte Rivierproject, dat een massieve irrigatie-infrastructuur voor de ontwikkeling van de landbouw in het woestijnland moest creëren, niet onder stoelen of banken steken in een in 2006 uitgegeven rapportage.

Net als zijn manier van politiekvoeren inzake buitenlands beleid is het moeilijk om Qadhafi’s binnenlandse heerschappij zomaar in een hokje te plaatsen binnen het scala van de moderne geschiedenis van natiestaten. Hij modelleerde de Libische staat op zijn in 1975 gepubliceerde Groene Boek en beweerde een staatloze samenleving uit de grond te hebben gestampt. Zo zou hij zijn eigen rol zogezegd op termijn hebben ingeperkt tot die van revolutionaire gids, terwijl representatief parlementarisme plaats moest maken voor een systeem van “populaire congressen” en “populaire comités”. In realiteit diende deze tweespalt tussen formele en informele machtsmechanismen natuurlijk net het doel de repressieve dictatuur van Qadhafi te consolideren. Deze methode is misschien vergelijkbaar met Lenins Bolsjewistische Partij, dat evenzeer haar ijzeren vuist wist door te drukken in de jaren volgend op de Russische Revolutie van 1917 in een gewelddadige doch officieuze capaciteit.

Maar ook hier houdt het enigma Qadhafi niet op. Het panarabisme (en later panafrikanisme) dat de Libische leider stug aanhield, bracht hem al snel na zijn machtsovername in 1969 in botsing met het Westen, zeker nadat zijn decennialange ambitie om nucleaire wapens te bemachtigen in de jaren 1970 uit de startblokken kwam. De jaren 1980 zagen twee gelimiteerde Amerikaanse militaire acties tegen Libië en de introductie van Amerikaanse sancties. De Verenigde Naties volgde in 1992 omwille van Libië’s weigering om mee te werken aan onderzoeken naar de explosie aan boord van Pan Am vlucht 103 in 1988 boven het Schotse Lockerbie, een dramatische gebeurtenis waarin alle 243 passagiers, 16 bemanningsleden en 11 mensen op de grond het leven lieten. Lockerbie was het hoogtepunt van een reeks terroristische aanslagen op Europese bodem in de jaren 1980 toegeschreven aan Qadhafi die geleidelijk aan tot zijn isolatie op het internationale politieke toneel leidde.

Het bewijs waarop deze beschuldigingen waren gebaseerd was echter doorgaans gebrekkig, en aanwijzingen blijven zich opstapelen dat Libië mogelijk foutief (en dus wellicht doelbewust) werd geïmpliceerd. Deze evenementen omvatten een fatale schietpartij in 1984 tijdens een kleinschalig anti-Qadhafi protest in Londen waarin agente Yvonne Fletcher het leven liet; een bomexplosie in de West-Berlijnse disco “La Belle” waar Amerikaanse soldaten vaak over de vloer kwamen, dat drie personen doodde en 200 verwondde; de Lockerbieaanslag in 1988; en de crash van UTA vlucht 722 in de woestijn in Niger een jaar later, waarin alle 170 inzittenden omkwamen.

Ondanks dat een Libische man uiteindelijk werd veroordeeld voor de Lockerbie-aanslag in 2001 nadat Qadhafi weigerachtig was akkoord gegaan met een rechtszaak in het “neutrale” Nederland, bestempelde een Oostenrijkse VN-observator het verdict als “een spectaculaire gerechtsblunder.” De veroordeelde man, Abdelbasit al-Megrahi, werd vrijgelaten in 2009 nadat er terminale kanker was vastgesteld, en hij stierf kort na de val van Qadhafi. Zijn familie blijft vechten voor postuum beroep in 2020.

Al-Megrahi’s uitlevering aan Nederland paste in een bredere ommezwaai waarin Qadhafi zijn verantwoordelijkheid accepteerde voor enkele van deze misdaden en akkoord ging met het betalen van compensatie aan de slachtoffers en hun families. Dit was namelijk een voorwaarde voor de VN’s opheffing van sancties in 2003. Datzelfde jaar gaf Qadhafi ook zijn massavernietigingswapenprogramma (inclusief een nucleair compartiment in vroeg stadium) op in ruil voor Libië’s rehabilitatie in de internationale gemeenschap en het opheffen van de Amerikaanse sancties. Tijdens het tijdperk van “de oorlog tegen het terrorisme” normaliseerde de Libisch-Westerse relatie verder, terwijl het Libische regime terreurverdachten martelde voor de CIA en de MI6.

Toen het Westen zich weer tegen de Libische dictator keerde tijdens de Arabische opstanden in 2011, beschikte Qadhafi echter niet meer over een afschrikkingsmiddel omdat hij zijn massavernietigingswapenprogramma had opgegeven. Wanneer John Bolton, de beruchte oorlogsgeile Amerikaanse veiligheidsadviseur, gewag maakte van de applicatie van het “Libische model” in het ontwapeningsbeleid ten aanzien van Noord-Korea twee jaar geleden, was het voor vele commentatoren dan ook niet vergezocht om te wijzen op de overduidelijke stimulansen voor Amerikaanse vijanden om vast te houden aan hun nucleaire afschrikkingsmiddelen.

Huurlingen, fly-by’s en Viagra

Elke recente door de Amerikanen geleide oorlog in het Midden-Oosten heeft haar valse voorwendsel. George H.W. Bush beweerde dat Iraakse troepen honderden Koeweitse baby’s voor dood achterlieten tijdens het stelen van incubators om de Eerste Golfoorlog te legitimeren. Zijn zoon viel Irak in 2003 binnen gebruik makend van de leugen dat Sadam Hussein massavernietigingswapens bezat. De administraties van Barack Obama en Donald Trump claimden dat Bashar al-Assad zijn eigen volk vergast en de Houthis Iraanse proxies zijn om Westers interventionisme in Syrië en Jemen goed te praten. En ten slotte proberen Israëlisch Eerste Minister Benjamin Netanyahu en zijn Amerikaanse neoconservatieve schoothondjes al jaren een oorlog tegen Iran te ontketenen omwille van het vermeende Iraanse nucleaire wapenprogramma.

In Libië’s geval is het echter moeilijk om alle valse voorwendselen op één hand te tellen. Vanaf het begin van de revolte in midden-februari 2011 beweerden mediakanalen gelinkt aan de gewapende oppositie bijvoorbeeld dat Qadhafi zwarte huurlingen uit Sub-Sahara-Afrika inzette en zelfs overvloog om het protest in de kiem te smoren. Westerse media nam de meedogenloze karakterschets van deze “Afrikaanse huurlingen” vaak onkritisch over. De Britse krant The Telegraph ging zelfs zo ver om in een sensationele ondertitel te schrijven dat “vrouwen en kinderen van bruggen hun dood tegemoet sprongen, terwijl ze trachten te ontsnappen” uit de handen van deze genadeloze buitenlandse bruten. UN Watch, een pro-Israël ngo, greep vervolgens deze verdachtmaking aan om de Mensenrechtenraad van de VN te overtuigen om Libië’s lidmaatschap op te schorten gewapend met een open brief getekend door tientallen mensenrechtengroeperingen, waaronder ook het ophefmakende National Endowment for Democracy.

De brief maakte naast buitenlandse huurlingen ook meermaals gewag van de bewering dat Qadhafi vliegtuigen en helikopters inzette om op zijn eigen volk te vuren, een gruwelijke beschuldiging dat wijdverbreid werd gerapporteerd zonder kritische reflectie door onder meer Al-Arabya, al-Jazeera, de BBC en CNN. Als de Libische dictator het luchtruim hanteerde om te schieten op demonstranten en barbaarse zwart-Afrikaanse huurlingen in te schakelen, dan leek een no-flyzone een geschikte oplossing om Qadhafi’s hardhandig optreden te belemmeren. Daarom nam de VN Veiligheidsraad op 17 maart resolutie 1973 aan, dat een no-flyzone installeerde en de initiatiefnemende lidstaten een mandaat gaf om “alle noodzakelijke maatregelen” (uitgezonderd buitenlandse bezetting) te nemen om de ban op te leggen. Hoewel de resolutie de noodzaak onderlijnde om naar een “vredige en duurzame” oplossing toe te werken, begonnen Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten twee dagen later Libië te bombarderen.

Terwijl de NAVO het commando over de militaire operaties over begon te nemen, lanceerde al-Jazeera de mogelijks weerzinwekkendste claim van allemaal. “Verkrachting ‘aangewend als wapen’ in Libië”, schreeuwde de headline. Dokters in oppositiegebied zouden condooms en Viagrapillen hebben aangetroffen in de zakken van gedode pro-Qadhafi troepen, wat het vermoeden deed rijzen dat de Libische dictator “verkrachting als een oorlogswapen” gebruikte.

In Amerika namen Hillary Clinton en Susan Rice, respectievelijk de minister van Buitenlandse Zaken en de VN-ambassadeur, de aantijging meteen over. Maar ook autoriteiten waarvan men meer waakzaamheid zou verwachten, propageerden het verhaal. Aangezien een voorafgaande resolutie van de VN Veiligheidsraad Libië naar het Internationaal Strafhof had verwezen, wendde Luis Moreno-Ocampo, de hoofdaanklager van het Hof, de claim aan om zijn case te bouwen. “Viagra is een middel van grootschalige verkrachting”, zo vertelde hij journalisten vastberaden.

Op basis van dit soort verdachtmakingen vaardigde het Internationaal Strafhof in juni een arrestatiebevel uit voor Qadhafi en twee van zijn handlangers. Op de persconferentie van de uitspraak vroeg een journaliste Moreno-Ocampo naar het publiek raadpleegbaar bewijs op basis waarvan het verdict zou zijn gevallen. De hoofdaanklager verwees haar naar een document, “waarvan het meeste publiek is.”

Dat document van het Hof is inderdaad raadpleegbaar online, maar de volledige sectie van de bewijsvoering is geheim. In de sectie van “vermeende” misdaden worden wel heel wat repressie-incidenten resulterend in de dood van demonstranten gedetailleerd besproken, maar er wordt geen duidelijk methodologisch onderscheid gemaakt tussen bewezen misdaden en nog-te-bewijzen claims van de rebellen. Net zoals VN-resoluties 1970 en 1973 vermeldt het document daarnaast meermaals buitenlandse huurlingen alsof die een vaststaand feit vormden.

Op hetzelfde moment dat Moreno-Ocampo echter reporters vertelde dat “we over informatie beschikken dat er een beleid van verkrachting in Libië was van zij die tegen de overheid waren” in juni, besloot Amnesty International om een eigen onderzoek op touw te zetten. Dat onderzoek besloot dat alle bovenstaande aantijgingen onbewezen waren. Tot op de dag van vandaag is er geen enkel bewijs dat Qadhafi huurlingen uit de Sub-Sahara overvloog, luchtvaartuigen inzette om op burgers te vuren of zijn troepen beviel Viagra te nemen met het doel verkrachting als oorlogswapen aan te wenden.

Amnesty vond echter wel aanwijzingen dat de opstandelingen doelbewust dergelijke valse claims produceerden die het voorpaginanieuws wereldwijd haalden en bewijs vervalsten om deze verdachtmakingen kracht bij te zetten. Bovendien waren de zogenaamde huurlingen volgens Amnesty doorgaans zwart-Afrikaanse migranten (wellicht voornamelijk Tuaregs afkomstig uit Mali en Niger) die al dan niet een verwaarloosbare rol in Qadhafi’s leger opnamen.

Hoe moeten we met dat in het achterhoofd toegevingen interpreteren zoals die van “politiek activist” Amer Saad die in februari al-Jazeera vertelde dat de opstandelingen in al-Bayda “50 Afrikaanse huurlingen en twee Libische samenzweerders” ter plaatse hadden geëxecuteerd? Na de Slag om Sirte – de finale episode in het conflict – vonden een ander onderzoek van Amnesty en een correspondent van CBS News beiden aanwijzingen van executies in dezelfde orde van proportie. Volgens het Amnesty-onderzoek van 2011 lynchten racistische, islamistische rebellen op z’n minst een aantal zwarte Afrikanen die ze valselijk afzetten als huurlingen.

Een “slachtpartij dat het geweten van de wereld zou hebben bezoedeld”

Kortom, een kosmische strijd tussen goed en kwaad was de Libische opstand zeker niet. Nochtans drukten leiders van de NAVO-landen de “humanitaire” ingreep in Manicheïsche termen uit om hun oorlog te legitimeren. Een dag nadat de NAVO het roer had overgenomen en de bombardementencampagne zich ontpopte in een grootschalig militair opzet eind maart sprak Obama het Amerikaanse volk toe in een televisietoespraak en herhaalde hij de leugen dat “gevechtsvliegtuigen en -helikopters werden losgelaten op het volk.” Nu zou Qadhafi “geen genade” hebben getoond aan de bevolking van Benghazi, een rebellenbolwerk dat op het punt stond te worden heroverd door de Libische leider. “Als we ook maar één dag langer hadden gewacht” met onze militaire interventie, zo beweerde de Amerikaanse opperbevelhebber, dan zou Benghazi “een slachtpartij zijn ondergaan dat over de regio zou weergalmen en het geweten van de wereld zou hebben bezoedeld.”

Obama bevestigde deze zelfingenomen bewering in april in een opiniestuk geschreven samen met de Franse president Nicolas Sarkozy en de Britse Eerste Minister David Cameron dat ze publiceerden in The New York Times. “Door onmiddellijk te reageren”, zo claimde het trio van staatshoofden, “stopten onze landen samen met een internationale coalitie de opmars van Qadhafi’s troepen en voorkwamen we het bloedbad dat hij beloofde te plegen op de burgers van de belegerde stad Benghazi. Tienduizenden mensenlevens zijn beschermd.”

Professor Alan Kuperman van de Universiteit van Texas wees insinuaties van een nakende genocide destijds meteen van de hand. Vooraleer Qadhafi zogezegd een “bloedbad” zou aanrichten in Benghazi had hij reeds meerdere steden heroverd zonder sporen van buitensporig geweld of willekeurige moordpartijen. Slechts 257 personen kwamen bijvoorbeeld om in de overname van Misrata (een stad met een bevolking van 400.000), terwijl het feit dat slechts drie percent van de gewonden vrouwen waren erop wijst dat het meeste geweld in de context van de burgeroorlog plaatsvond. Achteraf wond een rapport van het Britse Lagerhuis uit 2016 geen doekjes om de foutieve voorstelling van de feiten:

“De suggestie dat Muammar Gaddafi de afslachting van burgers zou hebben bevolen in Benghazi wordt niet ondersteund door het aanwezige bewijs. Het regime van Gaddafi had dorpen van de rebellen overgenomen zonder burgers aan te vallen in februari 2011. De ongelijkheid tussen mannelijke en vrouwelijke slachtoffers [waarvan VN-rapporteurs destijds op de hoogte waren] suggereerde dat troepen van het Gaddafi-regime mannelijke strijders in een burgeroorlog bevochten en niet willekeurig burgers aanvielen. […] Hoewel Muammar Gaddafi wel degelijk met geweld dreigde tegen zij die de wapens tegen zijn heerschappij opnamen, vertaalde dit zich niet noodzakelijk in een gevaar voor iedereen in Benghazi. Kortom, de schaal van het gevaar voor burgers werd voorgesteld met onverantwoorde zekerheid.”

Het door de Britse overheid-gesanctioneerde rapport besloot dat “de Britse strategie berustte op verkeerde assumpties en een incompleet begrip van het bewijs.”

“Mijn huis werd een begraafplaats voor mijn familie”

De veronachtzaming voor eerlijkheid en waarheid met betrekking tot het gevaar voor burgers was niet begrensd tot opgeblazen claims over Qadhafi’s militaire campagne om zijn bewind te redden. Ze is tevens zichtbaar in grove leugens over de zogezegde bescherming van burgers – de voornaamste bestaansreden van de “humanitaire” missie – tijdens de NAVO’s eigen bombardementen.

Na de afloop van de militaire operatie proclameerden gezaghebbers trots dat de NAVO Libië zeven maanden lang had gebombardeerd zonder ook maar één burgerslachtoffer te maken. Secretaris-Generaal Anders Fogh Rasmussen besloot in november dat “we de operatie zeer voorzichtig hebben uitgevoerd zonder bevestigde burgerslachtoffers.” NAVO-woordvoerster Oana Lungescu ging daar verder op in en beweerde dat “geen enkel doelwit werd goedgekeurd of aangevallen als we ook maar enige aanwijzing hadden of reden om te geloven dat burgers in risico waren.” Zelfs Ban Ki-Moon, de secretaris-generaal van de VN, wees claims dat de NAVO verder was gegaan dan haar mandaat toeliet van de hand en stelde onomwonden: “ik geloof dat resolutie 1973 van de Veiligheidsraad werd uitgevoerd binnen haar limiet, binnen haar mandaat.”

Achteraf kunnen we met zekerheid vaststellen dat deze statements uitdrukkelijk vals zijn. Human Rights Watch, Amnesty International en zelfs The New York Times hebben allen tientallen burgerdoden en potentiële oorlogsmisdaden gedocumenteerd. Neem bijvoorbeeld de luchtaanval op het dorpje Majer 160 kilometer ten westen van Tripoli op 8 augustus, dat 34 onschuldige mensen doodde en nog eens 30 verwondde. Per Human Rights Watch:

“NAVO-bommen troffen twee familiale gebouwen, waarvan één dozijnen ontheemde mensen onderbracht. Deze aanval werd gevolgd door een andere bom die toesloeg net buiten één van de gebouwen terwijl buren en familieleden de gewonden en doden onder het puin aan het halen waren. De NAVO zegt dat de gebouwen “een lanceerbasis en militaire accommodatie” voor Gaddafi-troepen omvatten, maar het heeft geen specifieke informatie om die claim te evalueren voorgelegd. Tijdens vier bezoeken aan Majer, inclusief één op de dag na de aanval, vond Human Rights Watch geen bewijs van militaire activiteiten in de gebouwen. Er bevond zich een enkel militair-achtig T-shirt in het puin van de drie huizen die waren getroffen.”

Eén van de overlevenden sprak later met Amnesty:

“Ik kan niet begrijpen waarom ze mijn huis hebben gebombardeerd. Wij zijn burgers en hebben niets te maken met de oorlog, politiek of wat dan ook. Ik verloor mijn dochter Hanan, die ging trouwen na de Ramadan [die afliep eind augustus]; en de jonge dochter van mijn neef, Arwa, die altijd rondliep met een glimlach; en de dochter van mijn broer, Salima, en haar drie kleine kinderen, en haar schoonzus Mansiya, en haar jonge tweelingdochters die op bezoek waren uit Benghazi en hier vastzaten omwille van de oorlog. Ze werden allemaal vermoord samen met andere familieleden, en mijn vrouw, Fathiya, heeft een ernstige hoofdwonde opgelopen en haar been moest worden geamputeerd. Ze is nu in Duitsland voor medische zorg. Misschien kunnen de wonden helen maar het hart kan dat niet. Mijn huis werd een begraafplaats voor mijn familie en tot de dag van vandaag hebben de NAVO noch de NTC [Nationale Transitieraad] contact met ons opgenomen, zelfs niet om sorry te zeggen of naar de slachtoffers te vragen. We zijn vergeten.”

In een onderzoekreis documenteerde een team van drie in het Midden-Oosten gebaseerde ngo’s een andere dodelijke NAVO-aanval uitgevoerd op 15 september tijdens de doorslaggevende Slag om Sirte. Het Libische leger had net een opmars in het westen van de stad geweerd wanneer gevechtsvliegtuigen van de NAVO twee jeeps met pro-Qadhafi-strijders erin opblies rond avondval. Net zoals in de aanval van 8 augustus verzamelde een grote groep zich rondom de site om de gewonden te helpen en lijken uit het wrak te halen. Hoewel die groep exclusief burgers omsloeg, trof vervolgens een tweede raket. 47 onschuldige burgers kwamen om.

De NAVO’s operationele media-update voor 15 september maakte gewag van de vernieling van de twee voertuigen maar rept met geen woord over de grote hoeveelheid burgers die de alliantie net had afgeslacht. Desalniettemin herinnerde de NAVO de pers in haar één pagina-tellend rapport eraan dat “het doel van Operation Unified Protector het beschermen van burgers en burgerlijke gebieden onder aanval of onder het gevaar van aanval is.”

Slechts wanneer The New York Times contact opnam met de NAVO in verband met de Times’ eigen onderzoek dat nog eens 40 burgerdoden documenteerde, erkende Oana Lungescu – dezelfde woordvoerster die eerder beweerde dat er geen aanvallen werden uitgevoerd als er nog maar het vermoeden was dat er burgers aanwezig waren – koeltjes dat zij en haar collega’s het bij het verkeerde eind hadden. “Van wat jullie hebben onderzocht op de grond lijkt het erop dat onschuldige burgers mogelijks omkwamen of verwond geraakten, ondanks alle voorzorg en precisie. We betuigen ten zeerste onze spijt voor elk verloren leven.”

Niettegenstaande deze nauwelijks overtuigende spijtbetuiging is het moeilijk om te zien hoe Libiërs er beter vanaf zijn gekomen dankzij de “humanitaire” beschermingsmissie van de NAVO. Het land is vervallen in instabiliteit in de voorbije negen jaar en, zoals vermeld in het begin, heeft de chaos openbare slavernijmarkten, een voortslepende burgeroorlog en zelfs een korte aanwezigheid van de Islamitische Staat geproduceerd. Bijna een derde van de bevolking is naar naburig Tunesië gevlucht. Dit is niet louter het gevolg van de colleteral damage die de NAVO aanrichtte omdat de alliantie haar boekje te buiten ging door het VN-mandaat zeer liberaal te interpreteren. Nee, het is het gevolg van de valse notie dat oorlog mensenlevens kan redden.

Zo maakt het hier opgesomde bewijs van oorlogsmisdaden nog niet eens gewag van de vele indirecte manieren waarop de zogezegde “humanitaire” kruistocht de Libische bevolking die de NAVO beweerde te redden van een nakende genocide net schade toebracht. Zoals Nafeez Ahmed bijvoorbeeld in 2015 schreef, was het bombarderen van Libiës levensbelangrijke waterinfrastructuur niet alleen een oorlogsmisdaad maar is er in dit geval wel mogelijks sprake van genocide:

“UNICEF rapporteerde dat de ontwrichting van het GMR [Grootse Mensgemaakte Rivierproject] vier miljoen Libiërs zonder water achterliet. Het GMR blijft ontregeld tot vandaag [in 2015], en Libië’s nationale watercrisis blijft escaleren. Het opzettelijk vernielen van een naties waterinfrastructuur met de kennis dat dit doen zou resulteren in de massale dood van de bevolking als een direct gevolg is niet simpelweg een oorlogsmisdaad maar potentieel een strategie van genocide. Het roept ernstige vragen op omtrent de conventionele mythologie van een zuivere, humanitaire oorlog in Libië – vragen waarin mainstreamjournalisten ongeïnteresseerd zijn of niet in staat blijken ze te stellen.”

“We kwamen, we zagen, hij stierf”

Tenslotte dient het punt onderstreept te worden dat de betrokkenheid van de NAVO zich niet beperkte tot het (falen in het) beschermen van burgers. Zoals de Cambridge-historicus en Libië-expert Dirk Vandewalle toegaf in de geüpdatete versie van A history of modern Libya werd Operation Unified Protector “een sine qua non voor de rebellen alleen al om vast te houden aan hun posities” en was “grotere en resolutere interventie van de NAVO nodig om de loyalistische zijde te verslaan”.

De bovenvermelde aanval van 15 september tijdens de Slag om Sirte waarin 47 burgers omkwamen is illustratief om te begrijpen hoe essentieel de NAVO was in de ondergang van Qadhafi – en dus, bij uitbreiding, de chaos dat, om van Obama te lenen, ons geweten hoort te bezoedelen en tot vandaag door de regio weergalmt. Terwijl de opstandelingen zonder zorgen tanks konden positioneren om de stad te omsingelen en binnen te gaan, bombardeerde de NAVO Sirte terug naar de steentijd en werd elke poging van regimetroepen om jeeps te bewegen blijkbaar beantwoord met een luchtaanval.

Zodus ontvluchtte uiteindelijk een konvooi van 75 voertuigen de vechtscène in de ochtend van 20 oktober maar werd het onder vuur genomen door Franse jets en Amerikaanse drones. Ook hier legde de NAVO niet uit hoe het konvooi een bedreiging vormde voor de plaatselijke bevolking. Maar het vervoerde de Libische dictator die de alliantie zo graag wilde omverwerpen. Hoewel de bombardementen 95 “loyalisten” doodden, ontsnapte Qadhafi de dood – althans voor even.

De rebellen kregen hem al snel te pakken en, zoals we weten van amateuristisch beeldmateriaal, werd hij vervolgens in elkaar geslagen, gemarteld, in het hoofd geschoten en triomfantelijk door de straten gesleept van wat ooit de stad was die symbool stond voor zijn zelf-uitgereikte revolutie. Na 42 jaar kon Hillary Clinton deze eindelijk nietig verklaren met de notoire woorden: “We kwamen, we zagen, hij stierf.” Net zoals de Romeinse generaal Julius Caesar kon de NAVO nog maar eens een verovering op de borst pinnen.

Belgische F-16’s vlogen 614 keer over Libië en bombardeerden het land 472 keer. Hoeveel burgers heeft het Belgische leger gered – of getroffen? Joost mag het weten. 

 

Bas Spliet is een masterstudent Geschiedenis en Arabistiek aan de Universiteit Gent, waar hij de antinucleaire beweging van de vroege jaren 1980 bestudeert. Hij is vaardig in het Arabisch, reisde naar Syrië in 2018 en woonde in Cairo in 2019. Hij hoopt onderzoeksjournalist te worden na afloop van zijn studies. Contacteer hem op bas.spliet@protonmail.com of volg hem op Twitter via @BSpliet.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!