Foto: Aitor Garmendia

‘Tras Los Muros’: Een blik achter de muren van de machtige vee-industrie

Met het grootschalige Spaanse project Tras Los Muros pleit een - wegens veiligheidsredenen anonieme - undercoveractivist voor de afschaffing van de uitbuiting van dieren in elke sector. Ook de gruwelen van de vleesindustrie komen aan bod en de beelden zijn niet weg te denken. Het project roept daarom op tot reflectie over de impact van onze vleesconsumptie en het dierenleed in onze samenleving.

donderdag 16 juli 2020 11:46
Spread the love

 

(Waarschuwing: De foto’s in dit artikel kunnen als schokkend worden ervaren.)

 

Gedurende drie jaar observeerde de maker van het project Tras Los Muros het hele slachtproces in meer dan tachtig slachthuizen in zowel Mexico als Spanje. De beelden die de activist er vastlegde, getuigen niet van geïsoleerde gevallen, maar van een systematisch uitbuitingsregime dat eigen is aan de industrie. Mishandeling is volgens de getuige schering en inslag in de slachthuizen. “Bovendien geniet diezelfde industrie bijna overal de onvoorwaardelijke steun van de meeste publieke instellingen.”

Slachtgedeelte van een konijnenslachterij. Foto: Aitor Garmendia

De kracht van het visuele

“In welke politieke organisatie, geloofsovertuiging of cultuur ook, in élke samenleving zijn dieren het slachtoffer van grenzeloos geweld en onderdrukking”, staat te lezen op de website van Tras Los Muros. De uitbuiting gaat volgens de activist schuil onder de ideologische paraplu van het speciesisme, ook wel discriminatie op basis van soort genoemd, waarbij de mens zich systematisch boven niet-menselijke dieren plaatst.

De verdoving van een big. Terwijl de ene werknemer het dier vasthoudt, brengt de andere de elektrische schok op het hoofd aan. Foto: Aitor Garmendia

Veel mensen maken deel uit van dit probleem, maar daarom kunnen ze er ook de oplossing van uitmaken. Het is onder andere voor onze, in vele gevallen nog dagelijkse, portie vlees dat dieren dit leed ondergaan. Niet alleen door vleesconsumptie, maar ook door de aankoop van leer en tal van andere activiteiten die de mens als normaal, nodig, of deel van de cultuur beschouwt, blijft de industrie op volle toeren draaien. Om het structurele leed dat ermee gepaard gaat te erkennen, is bewustwording volgens de activist de eerste stap. “Om dat bewustzijn te creëren en het onrecht uiteindelijk te stoppen, moet het zichtbaar zijn en herkend worden. Daarom kan de kijker zich bij Tras Los Muros met behulp van kwaliteitsbeelden zoals foto’s en korte reportages een gestaafd beeld vormen van de confronterende wereld achter de muren.”

Een machtige industrie

Foto: Aitor Garmendia

De impact van dergelijke beelden is zo groot, dat dierenactivisten permanent worden aangeklaagd. In de Verenigde Staten zijn er vanuit de industrie al wetten ontstaan zoals de AG-GAG-wetten, die het nog moeilijker maken om in slachthuizen beelden vast te leggen. Activisten die dat toch proberen, worden dan als crimineel of ecoterrorist afgestempeld. De wetten brengen bovendien de vrijheid van meningsuiting, het recht op informatie, het welzijn van dieren en de voedselveiligheid in het gedrang. “De industrie heeft de macht, en wie er ook maar aan twijfelt wordt een bedreiging voor hun economische belangen.”

Naast de inspraak van de industrie in wetgevingsprocedures, wijzen ook enkele schandalen in de richting van bewuste manipulatie van de publieke opinie en de openbare instellingen. In 2016 kon de Spaanse pers namelijk bepaalde documenten inkijken en publiceren, waaruit bleek dat vier belangrijke vleesgroepen (Interporc, Provacuno, Asici e Interovic) een soort van plan hadden opgesteld met als doel de publieke opinie te manipuleren met betrekking tot het rapport van de WHO, waarin kanker in verband werd gebracht met de consumptie van vlees. Deel van het zogenaamde plan was een ‘evangelisatiestrategie’ die als tegenwicht voor de ‘negatieve informatie’ uit het rapport van het WHO zou dienen.

Een verklaring voor de macht van de vleessector en zijn invloed op de overheid, zou kunnen liggen bij de gigantische sommen geld die ermee gepaard gaan. Met een bedrijfsomzet van 24 miljard euro is de Spaanse vleessector de vierde grootste industriële sector in het land. In Vlaanderen is vlees het grootste exportproduct, met een omzet van bijna drie miljard euro in 2018.

De gruwelen achter de muren

Foto: Aitor Garmendia

Jaarlijks worden wereldwijd meer dan zestig miljard dieren geslacht. Dat aantal ligt zo hoog, dat de slachtprocedures onmogelijk in elk slachthuis gecontroleerd kunnen worden. “Moderne slachthuizen zijn fabrieken waar overvolle vrachtwagens naartoe gestuurd worden met honderden of duizenden dieren. Sommige fabrieken verwerken tot 10.000 kippen per uur of 10.000 varkens per dag”, getuigt de activist in het onderzoek over de Spaanse slachthuizen.

Al lijkt een compleet overzicht onmogelijk, toch was de maker van Tras Los Muros in staat om een weloverwogen beeld van de situatie te schetsen. “Er heerst wel een toenemende maatschappelijke bezorgdheid over de behandeling van dieren op boerderijen en in slachthuizen, en hoewel vleesbedrijven daarom proberen de consument wijs te maken dat hun dieren onder een of andere bescherming van de wet staan en een romantisch leven leiden op een uitgestrekte weide, is dat niet het geval. De wetten rond dierenwelzijn worden er alleen toegepast zolang de productiecijfers er niet onder lijden.”

Ondergedompeld in uitwerpselen naar het slachthuis, uitblijvende verdoving en levend in de verbrandingsoven

In het onderzoek Inside the slaughterhouse: undercover investigation in spanish slaughterhouses, deel van Tras Los Muros, beschrijft de undercoveractivist enkele stappen van het slachtingsproces dat hij observeerde in zestien Spaanse slachthuizen tussen 2016 en 2018.

Het begint allemaal bij het transport naar het slachthuis, dat een van de moeilijkste en meest traumatische momenten zou zijn voor de dieren. “De vrachtwagens die naar het slachthuis rijden zitten volgepropt met dieren, die in hun eigen urine en ontlasting ondergedompeld zitten. Door de helse en lange weg naar het slachthuis, zijn de dieren bij aankomst soms gewond, uitgeput of in een ernstige gezondheidstoestand. Andere kunnen er gewoon niet tegen en sterven onderweg.”

Schapen hebben een levensverwachting van 10 jaar, maar worden meestal naar het slachthuis gebracht wanneer ze drie tot tien maanden oud zijn. Foto: Aitor Garmendia

Ook het begeleiden van dieren naar de slachtruimte is geen eenvoudige taak. “Het transport en hun tijd in kleine hokken voor de slachting is voor hen een dramatische verandering van scenario. Meerdere dieren zijn net van hun moeder afgesneden en bij sommige onder hen hangt zelfs de navelstreng er nog aan. Ze zijn bang en weigeren vooruit te gaan. Een dierenarts uit een van de Spaanse slachthuizen getuigde het volgende: “Sommige rammen lopen niet vooruit naar de slachtruimte. Ze kunnen het bloed ruiken van het dier dat voor hen geslacht is. Ze zijn bang voor het onbekende, na hun leven op een boerderij breng je ze plots hierheen.”

Vervolgens gebeurt, voor de slachting, de verdoving. Die moet volgens de wet zo snel mogelijk gebeuren en effectief zijn, zodat de dieren onmiddellijk hun bewustzijn verliezen en niet hoeven te lijden. “Heel vaak is dit niet het geval. Ik bezocht twee slachthuizen voor lammetjes, waar er absoluut geen sprake was van verdoving. In een derde slachthuis kreeg ik geen toegang tot dit specifieke deel, en in een andere gaf de werknemer toe dat hij de dieren verdoofde puur en alleen omdat er een camera aanwezig was. De verdoving is ook niet altijd effectief. Als die niet goed wordt uitgevoerd, blijven de dieren bij bewustzijn en komen ze in een shock-toestand terecht die Leducs nachtmerrie genoemd wordt. Ze zijn dan verlamd en kunnen geen geluid maken, maar zijn volledig bij bewustzijn.”

Na de ‘verdoving’ wordt het lam neergestoken. Foto: Aitor Garmendia

Bij het slachten van varkens worden de dieren, na het doorsnijden van de keel, naar de broeibakken en de verbrandingsoven gebracht waar hun haar verwijderd wordt. Volgens de wetgeving moet het dier dood zijn voordat het in het water van de broeibakken wordt ondergedompeld, of verbrand wordt. De maker van Tras Los Muros benadrukt: “Afwezigheid van leven in het dier moet zijn waargenomen.”

Toch lappen vele slachthuismedewerkers deze regel aan hun laars. Het slachthuis van Incarlopsa – een bedrijf in Cuenca dat Mercadona voorziet van vleesproducten – werd veroordeeld voor het inbrengen van levende varkens in de brandtanks gedurende drie jaar. Ook in het grootste varkensslachthuis van België (Tielt) werd begin 2017 door een undercoveractivist aangetoond dat dieren al levend in het water van de tanks werden ondergedompeld.

In sommige slachthuizen wordt ten slotte ook een brander gebruikt om de hoeven van de varkens te verschroeien en ze los te maken van hun poten. Deze praktijk mag alleen worden uitgevoerd als het varken al dood is. De activist zag op verschillende plaatsen het tegenovergestelde gebeuren: “Ik heb eens gezien hoe, om tijd te besparen, een werker een varken verbrandde terwijl het dier nog ademde. De vlammen kwamen tot aan zijn gezicht. Hij werd levend verbrand.”

Charlotte Lambrecht, studente fotografie aan de universiteit Elisava in Barcelona, baseerde haar schoolproject rond emoties op Tras Los Muros. “Ik wou dieren op een romantische manier in de Spaanse landschappen fotograferen om te tonen dat zij evenwaardig aan de mens zijn, maar toen besefte ik dat ze voornamelijk in de Spaanse slachthuizen zitten. We kopen ons vlees in plastiekverpakking in de supermarkt en zien het vervolgens in stukken op ons bord liggen. Veel mensen hebben geen idee welk proces daaraan voorafgaat. Ik wil mensen bewust maken van het leed dat deze dieren ondergaan en hoe onze verbinding met de natuur daardoor volledig verwoest wordt. Mensen moeten beseffen dat dat artificiële verpakte stuk vlees ergens vandaan komt, en een verhaal op zich kent.”

“In het debat rond dierenwelzijn gaat het telkens over twee, zogenaamd enige, mogelijkheden: ‘rechtvaardig’ dierenleed versus onmenselijke leed. Het doet ons vergeten dat er ook een andere optie is: de volledige afschaffing ervan.” – Tras Los Muros

De volledige afschaffing van het dierenleed in de vee-industrie, is alleen mogelijk door over te schakelen op een plantaardig voedingspatroon. Naast het dierenleed dat uit het project duidelijk wordt en voordien al meerdere keren in onderzoeken is aangetoond, zijn er nog tal van andere redenen om vlees volledig uit ons dieet te bannen. Eén daarvan is de escalerende klimaatcrisis.

De vee-industrie is verantwoordelijk voor 15 procent van alle broeikasgassen wereldwijd. In een artikel van The New Yorker stond dat het eten van twee kilogram rundvlees gelijk staat aan een vlucht van New York naar Londen. De wereldwijde veekudde en het graan dat ze verbruikt, neemt bovendien 83 procent van de wereldwijde landbouwgrond in beslag, maar produceert slechts 18 procent van de voedselcalorieën. De vleesindustrie beoogt dan wel efficiënt te zijn, maar dat laatste klinkt als het tegenovergestelde. Ook de hoeveelheid water dat gebruikt wordt voor onze vleesproductie is enorm. Ongeveer één hamburger staat gelijk aan een maand lang dagelijks zes tot zeven minuten douchen.

Volgens Marco Springmann (University of Oxford) zijn dierlijke producten verantwoordelijk voor het gros van de klimaatimpact van ons voedsel. “Die impact verkleinen zal nodig zijn als we een kans willen maken om onder een opwarming van 2 graden Celsius te blijven.”

Is verandering mogelijk?

Steeds meer wordt door velen de switch naar een vegetarisch, of zelfs volledig plantaardig, dieet gemaakt. Toch is er nog geen unanieme consensus dat die overstap er moet komen. Zowel openbare instellingen als publieke figuren zoals politici promoten nog steeds vlees en andere dierlijke producten.

In een recent artikel van The Guardian worden 18 redenen aangegeven om af te stappen van dierlijke voedingsproducten en de stap naar een veganistisch dieet te zetten. Toch is het voor veel mensen niet vanzelfsprekend, omdat ze niet juist geïnformeerd zijn. Pas als voor iedereen juiste, volledige en goed onderbouwde informatie over de vleesindustrie en de nadelen die eraan verbonden zijn, beschikbaar zou zijn, kan er iets veranderen. De overheid zou moeten investeren in informatie over de volksgezondheid, bewustwording en de uitvoering van een beleid dat een gezond voedingspatroon met minder, of geen vlees bevordert en betaalbaar maakt. Alleen als de vraag naar vleesproducten daalt, daalt de productie. Alleen als de mens zijn voedingspatroon aanpast, kan de machtige industrie van de vleessector misschien wel overschakelen op de productie van plantaardige alternatieven, die niet schadelijk zijn voor de dieren en de aarde.

 

 

Meer informatie en beelden over het werk van de activist vind je terug op http://traslosmuros.com/ en het project van Charlotte Lambrecht op https://www.instagram.com/charlottelambrechtvisuals/.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!