Bron: Camelot Europe (https://be-nl.cameloteurope.com/)
Opinie - Jong Groen

Heel Brugge wacht op een sociale woning

Het dak is eraf: de trieste grens van 150.000 wachtenden op sociale woningen is overschreden, inmiddels gaan we al richting de 155.000. Het blijft vaak verborgen achter de voordeur, maar in Vlaanderen woedt een wooncrisis. De nieuwste cijfers over sociale woningen liegen er niet om. Ondanks dat we al jaren dezelfde partijen in de Vlaamse regeringen hebben en de cijfers er niet om liegen, een doortastend woonbeleid blijft helaas uit.

dinsdag 14 juli 2020 10:48
Spread the love

 

Wonen werd de voorbije jaren fors duurder. Tot één op de drie huurders houdt na de betaling van de huur onvoldoende middelen over om menswaardig deel te nemen aan de samenleving. Helaas leiden de stijgende prijzen niet tot een betere kwaliteit: bijna vier op de tien Vlaamse woningen is van ontoereikende kwaliteit. Denk hierbij aan problemen met verwarming, elektriciteit, vocht, schimmel, etcetera. Het zijn vooral huurwoningen die in slechte staat verkeren. Er is sprake van een dubbele ongelijkheid: hoe lager je inkomen, hoe lager de kwaliteit van je woning en hoe groter je financiële zorgen. Niet alleen staat meer dan het equivalent van het inwoneraantal van Brugge op de wachtlijst, er worden 232 huurders bedreigd met uithuiszetting. Deze situatie is een welvarende regio als de onze absoluut onwaardig.

Om deze woningcrisis en de hiermee gepaard gaande armoede te bestrijden, willen we gaan voor universele huisvesting: elke Vlaming heeft recht op een kwaliteitsvolle en betaalbare woning. Eigenlijk is dit niets schokkends, dit recht staat gewoon in de grondwet (art. 23): ‘Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden. Dit recht omvat het recht op een behoorlijke huisvesting.’ Het staat er duidelijk, toch blijft degelijke huisvesting voor velen een verre droom. Hoe pakken we dit aan?

Het spreekt voor zich dat racisme en discriminatie op de woningmarkt de wereld uit moeten. Praktijktesten zijn hiervoor de aangewezen methode. Het ongefundeerde veto van Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA) tegen praktijktesten op de huurmarkt is illustrerend voor het non-beleid in Vlaanderen.

Dat non-beleid zien we zo mogelijk nog duidelijker terug bij de aanpak van sociale woningen. We pleiten heel sterk om deze goed te integreren. Weg met de sociale woonwijken, leve de samenleving. Ook sociale woningen moeten dicht bij stadscentra, winkels en openbaar vervoer gebouwd worden. Iedereen moet een gelijke kans hebben om op zo’n locatie te kunnen wonen. Dat er meer sociale woningen moeten komen, daar lijkt gelukkig wel consensus over te zijn, nu nog effectief doorpakken én ze comfortabel en energie-efficiënt maken.

We kijken verder. Als panden te lang leegstaan, dan zien we graag dat deze worden omgevormd tot sociale woningen: een win-win. Een win voor de gemeente, het gaat de leegstand natuurlijk tegen en een winst op de enorme wachtrij voor sociale woningen. Voor wat betreft nieuwbouw is het ook duidelijk: er is al een quotum, maar deze kan wat ons betreft hoger, zeker als die wachtlijst al zo lang is. Om het maar even aan te geven: tussen 2018 en 2019 kwamen er amper 895 (!) sociale woningen bij. Aan dit tempo hebben we pas binnen 175 jaar het huidige tekort aan sociale woningen ingehaald. Weerzinwekkend. Aan zulke cijfers hoeven we weinig toe te voegen, het moge duidelijk zijn hoe nijpend de situatie is.

Bovenop het streven naar meer sociale woningen zal het nodig zijn om huurprijzen betaalbaar te houden. Een belangrijk principe is dat de prijs voor wonen in verhouding dient te staan tot je inkomen.

Hiervoor kijken we onder andere naar een versteviging van het systeem van huurpremies en – subsidies. Deze premies en subsidies moeten mensen echt uit de armoede trekken en een aanzet geven tot het structureel verbeteren van de kwaliteit van woningen. Want, laten we nog eens een indrukwekkend cijfer erbij pakken: nu kunnen kandidaat-sociale huurders pas na vier jaar aanspraak maken op een huurpremie. De schulden zijn dan soms al niet meer te overzien, het psychisch én financieel leed dat daarmee gepaard gaat is ongekend. De uitdagingen om vanuit die benarde situatie financiële onafhankelijkheid te bereiken is bijna letterlijk levensgroot.

We hebben het nu vooral over investeringen in een degelijk woonbeleid gehad. We willen dit graag combineren met een moderne visie op wonen. Mooie, sociale én ecologische principes als co-housing en tiny-housing, verdienen ondersteuning en aandacht. Meer mensen voelen wat voor moderne woonvormen en deze verlichten ook de woningmarkt.
We omarmen het principe van housing first. Hierbij krijgen mensen in kwetsbare situaties eerst een woning en volgt vandaaruit een intensieve begeleiding. Tot slot moet universele huisvesting ook echt universeel zijn: elke Vlaming heeft recht op een woning, zonder discriminatie. Daarom pleiten we, zoals al vermeld, voor praktijktesten.

De rode draad in ons streven naar universele huisvesting is de focus op wie uit de boot dreigt te vallen, of al gevallen is. De grootste slachtoffers van de Vlaamse wooncrisis zijn immers mensen in (kans)armoede. De voorbije jaren zette de Vlaamse regering vooral in op het stimuleren van eigenaarschap, maar de grote groep die zich geen eigen huis kon permitteren bleef (soms effectief) in de kou staan. Dat kan anders. Tijd om eindelijk werk te maken van het grondwettelijk recht op behoorlijke huisvesting, hoog tijd voor universele huisvesting. Geef ‘Brugge’ waar het recht op heeft: een comfortabel én modern onderdak.

 

Getekend,

Namens Jong Groen,

Arne Dambre, Angela Pisani, Timon Hogenaar

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!