Interview -

Langste lockdown ter wereld en toch tweede zwaarst getroffen land in Zuid-Amerika: Belgen getuigen over corona in Peru

Al bij de eerste besmettingen in maart ging Peru meteen over tot een strenge lockdown. President Vizcarra hield zich van meet af aan strikt aan de aanbevelingen van de WHO en zette de politie en het leger in om een strenge quarantaine af te dwingen. Peru leek de situatie perfect te hebben aangepakt. Toch bleef het aantal nieuwe coronabesmettingen week na week stijgen. Het land telt in totaal meer dan 200.000 bevestigde gevallen, waarvan meer dan de helft in de hoofdstad Lima.

woensdag 10 juni 2020 16:44
Spread the love

 

Wat een korte stop moest zijn op hun doortocht, werd een abrupte afsluiter van hun maandenlange rondreis over het Amerikaanse vasteland. Sarah (28) is huisarts en komt uit Brugge. Ze woont samen met haar vriend Camilo (30), afkomstig uit Chili. Ze zitten nu al bijna drie maanden vast in Paracas, een klein dorpje in de provincie Ica ten Zuiden van Lima. Wanneer en hoe ze thuis zullen geraken, blijft nog een groot vraagteken. De landsgrenzen zullen ten vroegste in september weer opengaan.

Op 25 mei (71e dag van de lockdown) kondigde President Vizcarra voor de vijfde maal een verlenging van de maatregelen af. De lockdown blijft nu sowieso aan tot eind juni. Hoe reageerden de Peruvianen op een nieuwe verlenging?

Sarah: “Tot eind mei werd de lockdown telkens verlengd met twee weken. Ik herinner me nog goed hoe de president bij het begin van de lockdown zei dat als iedereen zich twee weken aan de regels zou houden, we geen tweede quarantaineperiode zouden moeten starten. Dus iedereen was wel bereid om zich in te spannen.”

Camilo: “Mensen schreven er zelfs liedjes over en er heerste een leuke sfeer. Het was een slimme zet van de president, maar noodzaak overwint alles. Aanvankelijk kon hij de Peruvianen nog kalmeren die het zich niet konden permitteren om thuis te zitten en geen geld binnen te brengen, maar nu zijn de mensen hier in Paracas vooral bezig met economisch overleven. Mensen gaan vissen, verkopen fruit op de markt en stellen zich bloot aan het virus.”

De maatregelen zijn wel lichtjes versoepeld: de avondklok gaat op de meeste plaatsen nu pas in vanaf 21u in plaats van 19u, mensen mogen de auto nemen om naar de winkel te gaan, restaurants mogen take-away aanbieden mits ze voldoen aan strikte voorwaarden … Maar eigenlijk mogen jullie nog steeds enkel buiten om boodschappen te doen?

Camilo: “In het begin was echt alles gesloten behalve de supermarktjes, maar sinds kort zien we meer en meer vissers op straat die hun vers gevangen vis proberen te verkopen. Je hoort ze dan roepen door hun luidspreker ‘pescado fresco’. Gelukkig mogen de mensen hier in Paracas weer de zee op om te gaan vissen. Zo kan er toch een deel van de bevolking weer aan de slag. Ik sprak een paar dagen geleden met enkele mannen uit het dorp die zo blij waren dat ze weer iets van inkomsten hadden. Veel Peruvianen in Paracas die voorheen iets totaal anders deden, zijn nu visser geworden. Het is het enige dat op dit moment mogelijk is.”

Sarah: “Ze stellen hun waren wel niet uit op straat, maar gaan rond met een karretje. Ik denk niet dat het toegelaten is om een standje te hebben langs de straatkant. Je wordt hier zeer streng gecontroleerd. De politie rijdt permanent door de straten en ze zien je wel degelijk. Ik had mijn mondmasker eens even niet op omdat het zo warm was en kreeg onmiddellijk een opmerking. Normaal mag je je dan aan een fameuze boete verwachten, maar ik denk dat ze iets milder waren omdat Paracas zo klein is en er hier zo weinig besmettingen zijn. Ze durven al eens iets door de vingers te zien, maar het zou hier nog steeds niet lukken om de woestijn over te steken en een wandelingske te maken. Het is enkel om naar de winkel te gaan en terug. Tot vorige week mochten de mensen niet buiten komen om bijvoorbeeld te joggen, kinderen mochten niet naar buiten om te spelen … Daarenboven moet je nog eens rekening houden met het feit dat de meeste mensen hier met hun hele familie in zeer kleine en bouwvallige huisjes wonen, soms zelfs containers. De conciërge van onze bungalow bijvoorbeeld, woont in een huisje met al zijn kinderen en ik heb die kinderen één keer gezien. Ze komen gewoon nooit buiten.”

Hebben jullie het gevoel dat de mensen schrik hebben om ziek te worden?

Camilo: “Eigenlijk wel ja. Twee weken geleden kwam er een bus toe met arbeiders uit Lima om te werken in de haven van Paracas en een gasraffinaderij hier in de buurt. Het was de bedoeling dat deze werkkrachten in Paracas zouden verblijven, maar hierop kwam zoveel protest dat ze zelfs de bus niet uit konden en terug naar Lima moesten vertrekken. Een deel van de bevolking staat wel achter de heropstart van de economie, maar een ander deel ziet hen als een bedreiging die het virus kan binnen brengen in Paracas.”

Sarah: “Alle hotels waren zich aan het voorbereiden op de komst van die arbeiders en er waren ook strenge protocollen aan verbonden. Zo zouden ze niet buiten mogen om eten te halen, maar moesten ze bestellen en zou alles naar hun kamer gebracht worden. De restaurants en hotels zouden hier dus allemaal voordeel uit putten, want nu zitten die gewoon zonder inkomsten. Maar ja, er was te veel protest.”

Al bij de eerste covid-cases ging het land in lockdown. Toch blijft het aantal besmettingen na al die weken nog steeds stijgen. Hoe is dat te verklaren?

Camilo: “De Peruvianen volgen de lockdownregels niet zoals het zou moeten. President Vizcarra heeft goed opgetreden door zo snel een lockdown op te leggen, maar had ook meteen veel meer moeten inzetten op educatie. Je moet aan de mensen uitleggen hoe ze hun handen moeten wassen, hoe ze hun masker moeten dragen … Dat gebeurt nu wel, maar dat hadden ze al van meet af aan moeten doen.”

Sarah: “In plaats daarvan desinfecteren ze de straten. Het geeft de mensen een beetje een verkeerd beeld van wat hygiëne is. Als mensen ernaar zoeken, zullen ze de nodige uitleg wel vinden op de nieuwswebsite en zo, maar de mensen moeten meer campagnes zien.”

Ook de ziekenhuizen zijn een grote besmettingsbron. Meer dan 1.300 dokters liepen reeds corona op. Artsen en verpleegkundigen klagen dat ziekenhuizen het toenemende aantal coronavirusinfecties niet aankunnen en ze niet voldoende beschermingsmateriaal hebben.

Camilo: “Het gezondheidssysteem in Zuid-Amerika is niet allerbest. Het is al beter dan vroeger, maar we zijn niet voorbereid op pandemieën (denkt na). Zeker niet. We hebben veel te weinig bedden en materiaal. Ik zou zelf niet naar het ziekenhuis gaan als ik ziek was, maar hier gaat iedereen meteen naar het ziekenhuis los van de ernst van hun ziekte of verwonding.”

Sarah: “Eerstelijnszorg en huisartsen bestaan hier niet. Dat zorgt voor een enorme overbelasting van de ziekenhuizen. Mensen met genoeg geld en een privéverzekering kunnen een kwaliteitsvolle behandeling genieten in een privéziekenhuis, maar de meeste Peruvianen gaan naar een publiek ziekenhuis. De kwaliteit van de zorgverlening is daar veel minder en ze zijn dan nog eens overbelast.”

Kregen de Peruvianen een mondmasker van de overheid?

Schudden beiden veelzeggend met het hoofd.

Sarah: “Je moet zelf je masker kopen en het is zo duur. De meeste Peruvianen hebben zelf iets gemaakt met kledij of dragen gewoon een buf over hun mond en neus. Hetzelfde met de alcoholgel. Bijna niemand kan dit betalen. Ik herinner me nog dat het supermarktje hier in het dorp moest sluiten omdat er een besmette politieagente had gewinkeld. Na een week ging de winkel terug open en werden de hygiënische maatregelen veel strikter toegepast: er stond handgel aan de ingang voor de klanten en je mocht enkel binnen als je een mondmasker en handschoenen droeg. Dat heeft twee dagen geduurd. Het is gewoon te duur. Die winkel zou elke week een nieuwe fles alcoholgel moeten kopen. Dat kunnen ze niet betalen.”

Camilo: “Het is ook iets typisch Latijns-Amerikaans. We zijn niet zo goed in het volgen van de regels, zeker niet als die regels komen van de overheid en de politie. Dat is waarom we zo’n strenge lockdown nodig hebben. Als we die nu zouden lossen, zouden er zoveel doden vallen.”

Twintig procent van de Peruaanse bevolking leeft in armoede en zeventig procent is afhankelijk van een dagloon. De regering heeft al meermaals een kleine vergoeding voorzien voor de allerarmsten, voornamelijk met als doel sociale onrust te voorkomen. Slagen zij erin te overleven?

Sarah: “Dit dorp bestaat alleen maar uit restaurants en hotels, maar die zijn allemaal gesloten. De overheid wil de economie wel boosten, maar hoe gaan ze dat doen als de grenzen nog tot september gesloten blijven voor toeristen? Of neem nu de vluchtelingen uit Venezuela bijvoorbeeld. Dat zijn mensen die afhankelijk zijn van een dagloon en in restaurants en hotels werken.”

Camilo: “Ja, de laatste jaren heeft Peru een groot aantal Venezolaanse vluchtelingen opgevangen (In Peru wonen 800.000 Venezolanen, volgens een rapport van Amnesty International had Peru in februari 377.047 Venezolaanse asielzoekers, red.). Velen zitten hier nu vast en kunnen nergens heen. Zij hebben geen recht op de coronavergoedingen die de overheid voorziet.”

Hoe zien jullie de situatie nog evolueren?

Camilo: “Er zullen meer en meer versoepelingen komen, maar eerst moeten er protocollen opgesteld worden zodat de maatschappij onder een pandemie kan blijven functioneren. Iedereen moet weten wat er van hen verwacht wordt: social distancing, handhygiëne … Dat is compleet nieuw voor Peruvianen. Het kost hen tijd om zich aan te passen aan deze nieuwe levensstijl. Dat is wat er nu in de hele wereld gebeurt. Voor de Europese landen kostte het veel minder tijd om zich aan te passen aan alle nieuwe veiligheidsmaatregelen en protocollen. Ik denk dat de sociaal-culturele factor hierin een sleutelrol speelt. Het zal trial and error worden. En dat is het probleem hier. Een error kan duizenden doden betekenen.”

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!