Foto: Vinnie De Craim
Opinie - Gilles Maufroy, La Revue Nouvelle and

Lockdown in het hart van de sociale organisaties?

De Mouvement Ouvrier Chrétien (Franstalig tegenhanger van de Vlaamse beweging.net) organiseert solidariteit met de mensen zonder papieren in Brussel. Zij worden meer dan anderen zwaar getroffen door de lockdownmaatregelen. “De schok van COVID-19 moet ons de kracht geven om collectief van onderuit te reageren op de economische en politieke krachten die ons enkel uitzicht bieden op meer sociale crisissen, pandemieën en ecologische rampen”.

woensdag 3 juni 2020 11:47
Spread the love

 

“Courage. Samen sterk.” Dat was de boodschap aan de bevolking op het gazon van het Belgisch koningshuis in Laken. Ze werd snel opgepikt op sociale media en internetgebruikers reageerden eerder ironisch: “Courage met je 20m²! “En als je geen brood hebt, eet dan een gebakje! Zo weerklonk hun antwoord.

Inderdaad, sinds de start van de COVID-19 crisis in ons land hamerden de regering, sommige mediamensen en marketingafdelingen van privéondernemingen1 op de mythe dat we “allemaal samen, in hetzelfde schuitje” zitten. Dit is echter een slogan van vals ‘gezond verstand’: een virus kan namelijk iedereen treffen, of je nu Boris Johnson, Marianne Faithfull, een verpleegkundige of een medewerker van Colruyt bent.

En dan mogen we de vluchtelingen niet vergeten. Die verblijven namelijk in onmenselijke omstandigheden in kampen aan de Europese grenzen. De COVID-19-crisis mag dan wel de essentiële behoefte benadrukken aan menselijke solidariteit om ze te bestrijden, toch trekt niet iedereen aan hetzelfde eind. Verre van.

Voorzorgsmaatregelen en lockdown

Een lockdown afkondigen is de belangrijkste maatregel die de meeste regeringen hebben genomen om de pandemie te kunnen bestrijden. Aan deze maatregel lijkt niet te ontkomen. Een destructief neoliberaal beleid leidde de afgelopen dertig jaar echter voor een zwaargehavende gezondheidssector.

Deze sector reflecteert immers krachtig de ongelijkheden die onze samenleving doordringen, ongelijkheden van een “goed ontwikkeld” kapitalistisch land in het jaar 2020. Die ongelijkheden veroorzaken bovendien zowel sociaal, fysiek als psychologisch geweld voor grote groepen van de bevolking, vooral in grote steden als Brussel.

De Brusselse arbeidsbeweging MOC (de Franstalige beweging.net – het vroegere ACW) en haar organisaties2 hadden vóór het uitbreken van de crisis reeds nagedacht over de toenemende onzekerheid qua werk en leven in de hoofdstad. Die onzekerheid duwt inmiddels een groeiend aantal mensen naar de marge, de grenzen van de maatschappij, naar het hart van de arbeiderswereld.

Deze organisaties zijn de vrucht van de geschiedenis van de arbeidersbeweging, van de arbeidersklasse. De evolutie heeft ons immers ertoe aangezet te zoeken en te begrijpen wat er leeft daarbuiten in de maatschappij rondom onze organisaties.

Als ze een maatschappelijke rol wil blijven spelen, moet de beweging daadwerkelijk inspelen op de behoeften en de strijd van de armere bevolkingsgroepen. Die worden steeds verder gemarginaliseerd. De sociale zekerheid en de openbare diensten hebben namelijk forse klappen gekregen. Ook structureel racisme en seksisme blijven een heikel punt. De marges zijn trouwens niet zo ‘marginaal’ meer, want ze omvatten nu zelfs een groot deel van de postfordistische arbeidswereld3.

We hebben ons geïnspireerd op de zogenaamde “arbeidersenquête”4 om het huidige maatschappelijke keerpunt te benaderen. Zo hebben we naar de meest kwetsbare groepen geluisterd, waar wij voor militeren. Het zijn onder andere mensen die zonder papieren werken, slecht gehuisveste of dakloze mensen, jongeren met een onzeker bestaan, uitzendkrachten, “uber”-werknemers, kassiers, etc.

Zij hebben ons op de hoogte gebracht van de acute problemen die ze meemaken. Hun sociale toestand stelt hen immers meer dan anderen bloot aan het virus: hoe kun je met je bankkaart betalen als je geen bankrekening hebt? Hoe kun je de regels van social distancing en hygiëne respecteren als je met tien personen in een ongezonde driepersoonsappartement leeft? Hoe kun je je behelpen zonder een inkomen? Hoe durf je te gaan winkelen, of zelfs te bedelen, als de politie nog meer patrouilleert? Je bent niet zozeer bang dat ze je gaan beboeten, maar dat ze je arresteren of zelfs opsluiten in een gesloten centrum. We mogen er terecht aan twijfelen dat koning Filip dergelijke zorgen niet ervaart in zijn paleis.

In de Facebookgroep “les Confins” lazen we de getuigenis van F., een illegale buitenlandse werknemer: “De sans-papiers zijn nu nog banger dan ervoor. Ze zijn bang om het virus op te lopen en geen recht zullen hebben op een behandeling. Uit angst om uitgezet te worden, durven velen niet eens de huisarts te bellen en willen ze niet naar het ziekenhuis gaan noch zich laten testen. We hebben materiële en psychologische ondersteuning nodig waar we wonen, vooral in de kraakpanden. Ik denk vaak aan mijn vrienden die in dergerlijke panden wonen.” F. zelf woont in een appartement. Een vriend die hij al jaren kent, kreeg COVID-19 en werd in kritieke toestand in het ziekenhuis opgenomen.

Mariane, eveneens illegaal in het land, kwam vier jaar geleden in Brussel aan. Ze heeft altijd werk gehad. “Alles ging goed – tot vorige week”, zei ze. Ze zorgde voor een baby van een jong stel dat een restaurant openhoudt in een chique buurt: “They’re very nice. They pay OK“. Tot afgelopen woensdag woonde ze van woensdag tot en met zondag bij hen in. Op maandag en dinsdag ging ze naar haar eigen huis.

Plots maakte het coronavirus echter zijn oogverblindende entree en veranderde de situatie volledig. Haar bazen verhuisden naar Zwitserland voor de lockdown en lieten haar met niets achter. “Ik heb nog maar 5 euro op mijn bankrekening staan. Ik schaam me zo om hulp te vragen. Ik was zo trots om geld naar mijn kinderen te kunnen sturen. Mijn bazen zijn echter naar Zwitserland vertrokken en ik weet niet hoe ik mijn huur nu ga betalen, een huur van 615 euro. Ik ben alleen en er schiet enkel nog zakje pasta over …”

Een ander bericht komt van Edouardo, een dakloze man: “Ik slaap meestal in een park in Etterbeek. Nu is het park echter gesloten, dus ben ik naar Merode verhuisd. Er werd mij verteld dat er een hotel was waar daklozen naartoe kunnen, maar ik weet het adres niet. Kun je het mij geven? Moreel gezien walg ik ervan, er is niemand meer op straat. Ik krijg pakjes van het OCMW zodat ik kan eten, dus dat is prima. Water? Daarvoor ga ik naar de metrostations, naar de brandkranen. Er zijn tussen de dertig en zestig mensen per metrostation! Je kunt er makkelijk het virus oplopen. Daarom is het beter in het hotel, ik ben meer op m’n gemak en ik kan mijn papieren doen … “. Het hotel waar Edouardo naar toe wou, was volzet.

Ook Sven laat zijn verontwaardiging blijken in zijn getuigenis: “Zelfs nu zijn er nog hotels die leeg zijn. Er zou permanent onderdak moeten zijn. Dit moet veranderen! Het is goed dat er verenigingen zijn en vrijwilligers bestaan, maar het is de overheid die actie moet ondernemen. De gemaakte keuzes zijn niet navenant. De politici waren niet voorbereid: geen tests, geen middelen, geen mensen en geen mondmaskers. Het stelt allemaal niet veel voor. De voedselpakketten zijn goed, ook al is het een druppel op een hete plaat. Ik krijg eten van mijn familie en tweemaal per week ga ik langs bij de fruithandelaars om onverkocht fruit op te halen. Nu is er eigenlijk niet echt veel veranderd voor ons, we blijven sociaal uitgestoten. De eenzaamheid vandaag is zoals we die gewoon zijn.”

Tegenover deze vragen tot hulp en kreten van woede moeten we oplossingen vinden voor de acute noodgevallen. Geen praatjes kunnen dit verzachten, materiële en concrete zaken zijn nodig. Zo moeten we onderhandelen over een huurprijsverlaging of een betalingsuitstel en moeten we onderdak regelen, voedselpakketten leveren, etc.

Tegelijkertijd mogen we echter niet vergeten de politici en overheden op de rooster te leggen over hun verantwoordelijkheden hier en nu. De politiek moet eveneens grondig nadenken over de sociale mobilisatie van de toekomst en het samenlevingsproject. Het uitgangspunt is dus om de stemmen “van onderaan” hun rechtmatige plaats, hun noodzakelijke klankbord, terug te geven.

We geven hen een rechtmatige stem om het bedrieglijk realisme van “allemaal in hetzelfde schuitje” te doorbreken. Ze kunnen dan in één klap de politieke fouten van het verleden, het geweld van het heden en de bedreigingen voor onze toekomst uitwissen.

Een nieuw project

Maandag 6 april 2020 hebben we een project op poten gezet dat volledig gewijd is aan de krachtige verhalen van getroffen personen. Zij zijn namelijk slachtoffer van de echte structurele sociale ongelijkheden, die tijdens de lockdown alleen maar bloter kwamen te liggen.

We verzamelden hun verhalen met onze organisaties zoals het Comité des travailleurs et travailleuses migrants avec et sans papiers (CSP, een onderafdeling van het CSC) of La ligue des travailleuses domestiques (Liga van de huishoudhelpers). Verschillende getuigenissen, verhalen, brieven en gesprekken zijn op die manier gebundeld in een soort lockdowlogboek. Op die manier geven we een gezicht en een stem aan deze veelzeggende dagelijkse verhalen. Ze belichamen de uitdrukkelijke behoeftes en de dagelijkse strijd van de arbeidersklasse.

We gaven het project de naam “Les Confins, résistance au quotidien” (Lockdown, het verzet tegen het alledaagse) en zijn nu te vinden op Instagram, Twitter en Facebook. Met dit initiatief willen we in de eerste plaats onze sociale band met hen behouden, morele steun bieden, praktische verzoeken bundelen en deze “onzichtbaren” de kans bieden om hun verhaal te vertellen.

Vandaar onze poging om gestalte geven aan een ander discours voor deze complexe crisis. Daarenboven hebben we verschillende eisen gesteld: papieren, een dak en een fatsoenlijk inkomen voor iedereen, alsook een economie die de essentiële behoeftes van iedereen centraal stelt. Die eisen stellen we omdat we zien dat hun strijd bijna boven water komt, een strijd die onvermijdelijk zal boven komen eenmaal de lockdown opgeheven wordt en de recessie herbegint.

Na besprekingen waren we overtuigd om op te roepen om te doneren (zie hier https://growfunding.be/fr/bxl/moc) voor de meest kwetsbare burgers: werknemers zonder papieren die geen inkomsten hebben om hun huur te betalen. We zitten in een periode waar een groot deel van de bevolking inkomensverlies lijdt. Daarom gaan er steeds meer stemmen op voor schenkingen, vooral voor mensen zonder papieren, maar ook voor andere mensen die lijden. De afgelopen weken is er ook concrete en spontane, zelf georganiseerde solidariteit ontstaan. Net als het applaus en de slogans die elke avond klinken, zijn de oproepen tot donaties zowel een blijk van hoop als van ongerustheid.

Ze zijn een blijk van hoop want de vrijgevigheid van veel gewone werknemers en burgers levert nog meer bewijs dat we veel meer kunnen zijn dan individualistische rekenaars, slachtoffers van het neoliberale denken. Er zijn intussen veel werknemers, zelfs zij die in lockdown vastzitten, die iets willen “doen” en niet passief willen blijven zitten.

Ze zijn echter ook een blijk van onvrede want liefdadigheid en privé-initiatief rechtvaardigt geenszins het regeringsbeleid dat ons in deze situatie gebracht heeft. Het beleid karakteriseert zich door veertig jaar bezuinigingen, neoliberale globalisering, afbraak van de sociale zekerheid en de openbare diensten, vernietiging van ecosystemen als gevolg van de agro-industrie, heerschappij van het “just-in-time”-management en “zero stock”, de zogenaamde wet van de markt en egoïstische berekeningen … We plukken er nu de bittere vruchten van.

Voortaan zullen wij, de arbeiderswereld, de boekhouding doen. Dat mogen we niet vergeten. De schaduw van de klimaatverandering hangt ons al boven het hoofd. De schok van COVID-19 moet ons de kracht geven om collectief van onderuit te reageren op de economische en politieke krachten die ons enkel uitzicht bieden op niets anders dan nog meer sociale crisissen, pandemieën en ecologische rampen.

De arbeidersbeweging zal een belangrijke rol spelen om een totale schipbreuk te voorkomen. We kunnen alleen zegevieren door onze krachten te bundelen met andere sociale bewegingen: bijvoorbeeld met de feministische beweging, die de afgelopen jaren de grote rol van vrouwen in de zorg in al haar facetten heeft laten zien.

Ook de milieu- en klimaatbewegingen, geleid door jongeren en vaak ook door vrouwen, benadrukken de noodzaak om rekening te houden met alle levende wezens en de grenzen van de biosfeer.

Tot slot zijn er ook nog de antiracistische en internationale solidariteitsbewegingen, die de beste remedies blijven tegen roofzuchtige, neofascistische, oorlogszuchtige en autoritaire logica’s … De mensen in de marge zitten in feite in het hart van de essentiële sectoren: ze worden eindelijk zo erkend. Daar zullen nieuwe bondgenootschappen uit ontstaan.

 

De blog Des confins au cœur de la fabrique sociale verscheen op de website van La Revue Nouvelle. Gilles Maufroy is medewerker van het Centre d’Information et d’Education Populaire van het MOC (studiedienst van de Franstalige beweging.net). Vertaling door Roebi Block.

 

Notes:

2 CSC, Mutualités chrétiennes, Vie féminine, Équipes populaires en JOC: de Franstalige tegenhanger van het ACV (Algemeen Christelijke Vakverbond), een vrouwenorganisatie, een burgerorganisatie en de jongerenorganisatie JOC, tegenhanger van de KAJ.

3 Hiermee wordt de wereld van betaald werk omschreven in de tweede helft van de 20ste eeuw. Het Fordisme was een leer die streefde naar steeds verder doorgedreven werkverdeling en werkspecialisatie, gebaseerd op het principe van ce lopende bank in de autofabrieken van Ford. Iedere arbeiders kreeg daarin één permanent herhaalde taak in een groter geheel, zonder dat hij inzicht of inspraak had in het productieproces.

4 Een bevraging opgesteld door Karl Marx in 1880. Hij wilde met zijn “Enquête Ouvrière” (1880) de kennis van de werk- en leefomstandigheden van de arbeiders onder het grote publiek verspreiden. Enkel arbeiders konden zijn bevraging invullen.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!