Sylvopastorale landbouw in Ierland. Foto: flickr @agroforward project
Opinie - Miguel A. Altieri, Clara Inés Nicholls

Agro-ecologie in tijden van COVID-19

COVID-19 is geen geïsoleerd fenomeen. De industriële landbouw, bosbouw en veeteelt heeft de verspreiding van levensgevaarlijke virussen versneld en fel uitgebreid. Een voedselproductie die gebaseerd is op de natuurlijke evenwichten kan wel degelijk. Sylvopastorale veeteelt is een mengvorm van veeteelt en bosbouw weg van de nefaste monoculturen. De Latijns-Amerikaanse agronomen Miguel A. Altieri en Clara Inés Nicholls tonen het potentieel van deze fundamenteel andere aanpak van onze voedselproductie.

donderdag 28 mei 2020 18:16
Spread the love

 

Energie- en waterschaarste, milieuvervuiling, klimaatverandering, economische ongelijkheid, onzekere voedselvoorziening, etc, het merendeel van deze wereldwijde problemen kunnen we niet apart aanpakken. Integendeel, ze zijn sterk met elkaar verbonden. Als het ene probleem verergert, dan raakt het hele systeem beïnvloed waardoor andere problemen ook verergeren.

Als nooit tevoren onthult de huidige pandemie de structurele essentie van onze wereld: de gezondheid van mens, dier, plant en milieu. De coronacrisis waarschuwt de mensheid om zich te herbezinnen over de kapitalistische manier van handelen, over onze maatschappij, die zwaar op consumptie is gebaseerd. Ook de manier waarop we met de natuur omgaan, moeten we eveneens sterk in vraag stellen. Er is een allesomvattende oplossing nodig voor de huidige crisis, waarbij we de diepere oorzaken van de zichtbare sociaal-ecologische kwetsbaarheid van de wereld moeten aanpakken.

Agro-ecologie biedt een inspirerend voorbeeld van een krachtige structurele aanpak. In de huidige crisiscontext helpt dat systeem om verbanden tussen landbouw en gezondheid te onderzoeken. Het is met name een voorbeeld van een landbouwmethode die bevorderlijk kan zijn voor het welzijn van de mens, in tegenstelling tot industriële landbouw, die grote gezondheidsrisico’s veroorzaakt.

Ecologische gevolgen van industriële landbouw op de menselijke gezondheid

Decennialang hekelden veel (agro-)ecologen de gevolgen van de industriële landbouw op de menselijke gezondheid en de ecosystemen. Grootschalige monoculturen beslaan vandaag ongeveer 80 procent van het wereldwijde landbouwareaal (1,5 miljard hectare). Hun genetische homogeniteit, en dus lage ecologische diversiteit, maken monoculturen echter kwetsbaar voor onkruidplagen, insecteninvasies, epidemische ziektes en nu recent ook voor de klimaatverandering.

Om plagen te bestrijden, sproeien landbouwers wereldwijd jaarlijks ongeveer 2,3 miljard kilo pesticiden, waarvan slechts minder dan 1 procent hun doelwit treft. De meeste pesticiden komen namelijk terecht in de bodem, de lucht en in het water. In de VS alleen komt de schade aan het milieu en de volksgezondheid jaarlijks neer op meer dan 10 miljard dollar. Deze cijfers zwijgen nog over de ongeveer 26 miljoen mensen die wereldwijd een pesticidevergiftiging oplopen. Ze houden evenmin rekening met de gezondheidskosten gerelateerd aan acute toxische effecten, veroorzaakt door residuen in ons voedsel.

Veel insecticiden doden nuttige organismen. Bestuivende insecten, natuurlijke plaagbestrijders, organismen zoals vlinders en kevers, vogels en het bodemleven doen het alsmaar slechter in de landbouwgebieden. Nochtans leveren elk van die organismen belangrijke ecologische diensten. Ze kunnen dus juist in het voordeel van de landbouw spelen.

Het verlies aan biodiversiteit kost jaarlijks honderden miljarden dollars, zowel aan de gewassenproductie als aan de gezondheid van de mens. Het stimuleert bovendien de (negatieve) spiraal van pesticidegebruik. Het versterkt alleen maar de effecten op de mens en de ecosystemen. Dat bewijst de opkomst van 586 insecten- en mijtsoorten die resistent zijn geworden voor meer dan 325 insecticiden. Het geeft aan dat de hulpmiddelen voor de “moderne” industriële landbouw uitgeput zijn. Die resistenties gelden niet alleen voor gewasplagen, maar ook voor menselijke ziektes zoals knokkelkoorts of malaria.

Er is al veel geschreven over industriële veeteelt, vooral waar vee in ‘feedlots’ 1 gekweekt wordt. Deze dieren zijn bijzonder kwetsbaar voor virussen zoals griep en vogelgriep. Grote bedrijven die in naam van een efficiënte eiwitproductie tienduizenden kippen of duizenden varkens houden, hebben zo de perfecte omgeving en omstandigheden gecreëerd voor virussen. Ze kunnen er namelijk muteren, resistenter worden en zich uiteindelijk verspreiden. In de VS stierven bijvoorbeeld meer dan 50 miljoen kippen en kalkoenen aan de vogelgriep.

De industriële veeteeltmethodes (opsluiting, blootstelling aan hoge concentraties ammoniak, waterstofsulfide, afkomstig uit de mest) maken dieren meer vatbaar voor virale infecties. Virussen, die voortdurend muteren, leiden zo uiteindelijk tot een volgende menselijke pandemie. Dat was al het geval in april 2009. Toen kwam de nieuwe griepstam H1N1 tot leven die tot de ‘Mexicaanse griep’ werd gedoopt en zich snel verspreidde over de wereld om uiteindelijk de status van pandemie te bereiken.

Het willekeurig en grootschalig gebruik van antibiotica en groeihormonen is een andere factor die pandemieën kan doen ontstaan in de veeteeltindustrie. Enrique Murgueitio van CIPAV (een Colombiaanse organisatie die sinds 1986 onderzoek voert naar duurzame systemen in de landbouw) stelt dat “antibiotica en groeihormonen vervuilend en kostelijk zijn. Het slechtste effect is echter dat ze de voorwaarden voor resistentie tegen geneesmiddelen creëren. Net als andere virussen, die wachten op een volgende pandemie, staan ook superbacteriën (een verzamelnaam voor bacteriën die resistent zijn tegen bijna alle antibiotica) als Pseudomonas aeruginosa, Escherichia coli, Staphylococcus aureus en Salmonella’s in de wachtrij en er zijn nauwelijks middelen om ertegen te strijden.”

Natuurlijk bestaan er andere manieren om vee te kweken. Sylvopastorale systemen2 zijn daar een voorbeeld van. Ze baseren zich op agro-ecologische principes, zorgen voor een gezonde productie, herstellen bovendien het landschap en zijn minder bevorderlijk voor epidemieën. Ze weren immers het gebruik van antibiotica (behalve in noodgevallen). De gekweekte dieren leven bovendien buiten in gemengd bos-weidelandschappen met een grote biodiversiteit. Ze leven van natuurlijk voedsel uit gezonde bodems, waardoor hun immuunsysteem versterkt.

De situatie verslechtert echter omdat biodiverse agro-landschappen plaats moeten ruimen voor grote gebieden met monoculturen, wat veel ontbossing vereist. Bovendien stimuleren monoculturen de “migratie” van organismen uit het bos naar de steden, waardoor “nieuwe” ziekten kunnen ontstaan.

Evolutiebioloog Rob Wallace3 gaf dat al eerder aan: “Vroeger werden ziektes in toom gehouden door bossen die een zeer lange evolutie doorliepen. Nieuwe pathogenen komen nu echter vrij en bedreigen zo de hele wereld. Landbouw gestuurd door kapitaal neemt de plaats in van gezonde bossen en natuurlijke biotopen. Monoculturen bieden de optimale voorwaarden voor ziekteverwekkers. Die kunnen op hun beurt meer virulente en besmettelijke fenotypen ontwikkelen”.

Met andere woorden, ziekteverwekkers die vroeger in natuurlijke biotopen ‘opgesloten’ zaten, verspreiden zich nu naar industriële akkers, naar industriële veeteelt en uiteindelijk komen ze tot bij ons. Aan de basis ligt een landschap, verstoord door industriële landbouw en agrochemische en biotechnologische innovaties.

Een voorbeeld: een toename van de ontbossing in het Amazonegebied met slechts 4 procent heeft het aantal malariagevallen met bijna 50 procent doen stijgen. De huidige pandemie wijst ons erop dat er nog meer besmettelijke ziektes zullen opduiken. Niet alleen de dieren die we in ongezonde, overvolle industriële kwekerijen steken, zijn meer en meer vatbaar voor besmettelijke ziektes, maar ook wilde dieren die in aangetaste of verwoeste ecosystemen leven. Economisch winstbejag heeft de elementaire wetten van de ecologie geschonden.

Afnemende diversiteit in cultuurgewassen versus menselijke gezondheid

De afnemende diversiteit van gewassen in het agrarische landschap is een ander gevaar die de intensivering van de landbouw voor de volksgezondheid vormt. Hoewel de mens zich kan voeden met meer dan 2.500 plantensoorten, bestaat het dieet van de meesten slechts uit slechts drie: tarwe, rijst en maïs. Wereldwijd voorzien die soorten in 50 procent van alle opgenomen calorieën.

Niettemin hebben meer dan 850 miljoen mensen geen toegang tot voldoende calorieën. Daarentegen hebben meer dan 2 miljard mensen (vooral kinderen) te maken met “verborgen honger”: ze nemen wél voldoende calorieën op, maar met te weinig vitaminen en mineralen om over een goede gezondheid en dito ontwikkeling te kunnen spreken.

Monocultuur van maïs. Foto: flickr @vasilyi kotko

Het lage aantal aan soorten gewassen die de wereld van voedsel voorzien, verhoogt de bezorgdheid over zowel onze voeding in het algemeen als over de veerkracht van het mondiale voedselsysteem. Gewasdiversiteit blijkt daarentegen de sleutel tot adaptatie aan de klimaatverandering. Het verlies aan gewasdiversiteit en bijkomende homogenisering van agro-ecosystemen hebben echter belangrijke implicaties voor ecologische functies en diensten. Ook de duurzaamheid van het voedselsysteem voelt de effecten: het kostenplaatje van een mislukt homogeen cultuurgewas weegt zwaar op de voedselzekerheid. Het beïnvloedt bovendien de precaire toegang tot voeding en de gezondheid van de armste en meest kwetsbare mensen.

Michael Pollan4 gaf reeds aan dat “de gehele Amerikaanse voedselvoorziening een “cornification” (de overschakeling naar ‘corn’ = maïs en al zijn afgeleide producten) heeft ondergaan. Het grootste deel van de geconsumeerde maïs is zelfs onzichtbaar omdat het enerzijds verwerkt is in het voedsel of anderzijds als veevoeder is gebruikt, nog voor het de consument bereikt.

“De meeste kippen, varkens en runderen die we kweken, leven van een dieet op basis van maïs (voornamelijk genetisch gemodificeerde rassen). De meeste frisdranken en snacks die we in de VS en vele delen van Latijns-Amerika consumeren, bevatten hoge-fructose-maïsstroop. Er blijkt echter een link te zijn tussen maïsstroop en de huidige epidemieën van obesitas (medisch zorgwekkende zwaarlijvigheid) en diabetes type II.

In ontwikkelingslanden heeft de zogenaamde “modernisering” van de landbouw geleid tot een nog slechtere voedselzekerheid dan voorheen. Een geglobaliseerd voedselsysteem en vrijhandelsovereenkomsten ontwrichtten de traditionele plattelandsgemeenschappen en hun gediversifieerde productiesystemen. Veel landen ruilen hun rijke, gevarieerde traditionele diëten om voor zwaar bewerkte, energie-intensieve voedingsmiddelen en dranken, die zeer weinig micronutriënten bevatten (kleine hoeveelheden mineralen, vitamines en andere stoffen). Zwaarlijvigheid en chronische ziekten zien we daar alleen maar toenemen.

Agro-ecologie en een nieuw voedselsysteem

De kwetsbaarheid van het geglobaliseerde voedselsysteem komt open en bloot te liggen, vooral nu regeringen handels- en reisbeperkingen hebben opgelegd en COVID-19 hele steden lamlegt. Meer handels- en vervoersbeperkingen zouden de instroom van geïmporteerde levensmiddelen kunnen inperken, hetzij uit andere landen, hetzij uit andere binnenlandse regio’s. Dat heeft echter desastreuze gevolgen voor de toegang tot voedsel, met name voor de meest arme gebieden.

Dit is een nijpende situatie voor landen die meer dan 50 procent van hun voedsel moeten importeren. De toegang tot voedsel is ook van cruciaal belang voor steden met meer dan 5 miljoen inwoners. Die moeten immers minstens 2.000 ton voedsel per dag invoeren om hun inwoners te kunnen voeden. Bovendien moet het voedsel gemiddeld 1.000 kilometer reizen om tot bij de consument te geraken. Het is duidelijk dat dit geen duurzaam voedselsysteem is. Deze methode van voedselproductie blijkt daarenboven ook kwetsbaar voor externe factoren zoals natuurrampen of pandemieën.

In het licht van dergelijke globale trends krijgt agro-ecologie de laatste drie decennia meer aandacht. Het kan een basis zijn voor een landbouwtransitie aangezien het potentieel veel sociale, economische en milieuvoordelen biedt aan de plattelandsbevolking. Ook stedelijke gebieden kunnen via agro-bosbouw op een rechtvaardige en duurzame manier in hun voedsel voorzien.

Maïsteelt tussen boomgaarden met walnoten. Foto: flickr @agroforward project

Het is echter noodzakelijk om deze nieuwe en lokale voedselsystemen te promoten. Een overvloedige productie kan gezond en betaalbaar voedsel bieden voor een groeiende verstedelijkte bevolking. Het blijft natuurlijk een moeilijke uitdaging met een bodem die steeds slechter wordt, met dure brandstof, wisselvallige brandstofprijzen en een beperkte water- en stikstofvoorziening. De sterke klimaatverandering zal daarenboven ook sociale spanningen en economische onzekerheden met zich meebrengen.

Het beste systeem dat in staat is om de toekomstige uitdagingen aan te gaan is er ongetwijfeld een gebaseerd op deze agro-ecologie. Zijn principes bieden een hoge diversiteit en veerkracht. Ze kunnen bovendien degelijke productiehoeveelheden opbrengen. Agro-ecologie stelt voor om de landschappen rondom boerderijen te herstellen (herstellende landbouw). Dit verrijkt de ecologie en haar talrijke functies: natuurlijke plaagbestrijding, water- en bodembescherming, klimaatregulering, biologische regulatie, enz. Landschapsherstel als basis van agro-ecologie biedt ook “ecologische brandgangen” die ziekteverwekkers binnen hun natuurlijk leefgebied houden. Zo vermijdt men dat ze ‘ontsnappen’.

Door het bevorderen van agro-ecologische principes en praktijken hebben veel kleinschalige boeren hun productiecapaciteit hersteld. De resultaten zijn navenant: de landbouwopbrengsten stijgen en de diversiteit verbetert. Daarop volgen bijbehorende positieve effecten zoals voedselzekerheid en milieu-integratie. Ecologisch herstelwerk is de sleutel tot voedselsoevereiniteit van veel gemeenschappen, vooral omdat kleinschalige boeren tussen 50 en 70 procent van het in de meeste landen geconsumeerde voedsel produceren. Nochtans beslaan ze slechts 30 procent van de wereldwijde landbouwgrond.

Op een verstedelijkte planeet blijkt stadslandbouw op basis van agro-ecologische principes een duurzaam alternatief om meer voedselzekerheid te bieden. Die principes verhogen de productie van vers fruit, groenten en sommige dierlijke producten. Op lokaal niveau voorziet het gezinnen van voedsel, voornamelijk in gemarginaliseerde gemeenschappen.

De stedelijke voedselproductie is wereldwijd in iets meer dan 15 jaar verdubbeld en deze expansie zal zich voortzetten. Pas nu begint men het strategisch belang in te zien van lokaal geproduceerd voedsel. We versterken immers ons immuunsysteem wanneer we lokaal en voedzaam eten. Hierdoor zijn we mogelijk zelfs beter bestand tegen verschillende bedreigingen, waaronder besmettelijke virussen als COVID-19.

Slotbeschouwingen

Agro-ecologie heeft het potentieel om op lokaal niveau plattelands- en stadsgemeenschappen van voedsel te voorzien. Dit is belangrijk in een wereld die te kampen heeft met klimaatverandering en andere verstoringen, zoals pandemieën. We hebben steun nodig om de agro-ecologie te versterken en om de productiecapaciteiten van lokale en stedelijke kleine boeren te optimaliseren, te herstellen en te verbeteren.

Om dit potentieel te kunnen benutten, moeten we succesvolle lokale agro-ecologische initiatieven op grote schaal verspreiden via vorming van landbouwers. We moeten als het ware agro-ecologische vuurtorens oprichten, traditionele systemen laten heropleven en hele gebieden agro-ecologisch beheren.

Om de economische levensvatbaarheid van dergelijke inspanningen te verbeteren, moeten we daarnaast ook eerlijke, lokale en regionale marktkansen ontwikkelen volgens de beginselen van de solidaire economie. De consument speelt hierin een essentiële rol. Die moet begrijpen dat voedsel kopen een ecologische en politieke daad is. De consument moet beseffen dat hij/zij de lokale boeren ondersteunt, in plaats van een bedrijfsvoedselketen en dat hij/zij duurzaamheid en sociaal-ecologische veerkracht steunt. Dat zal veel tijd kosten als deze voedseltransitie alleen afhangt van de overheid, maar iedereen kan dit proces versnellen: maak keuzes die dagelijks de kleine boeren, de planeet en uiteindelijk onze eigen gezondheid te helpen.

Het mondiale voedselsysteem stort ineen. We moeten rurale en stedelijke sociale bewegingen samen laten werken om zo een voedingsbodem te scheppen voor de transitie naar agro-ecologie. Laten we samenwerken voor een meer sociaal rechtvaardige, economisch levensvatbare, milieuvriendelijke en gezonde landbouw. Het is verstandig om na te denken over ecosystemen die de economie (en onze gezondheid) in stand houden.

COVID-19 herinnert ons eraan dat onze oneerbiedige manier van omgaan met de natuur (en met de diversiteit aan planten en dieren) diepgaande gevolgen heeft. De schade aan de planeet raakt ons ook als mensen. Laten we hopen dat de huidige crisis de mensheid zal helpen om de basis te leggen voor een nieuwe wereld, een wereld waar we op een respectvolle manier met de natuur omgaan.

 

Het artikel La agroecología en tiempos del COVID-19 van Miguel A. Altieri y Clara Inés Nicholls verscheen op de website van de Latijns-Amerikaans Raad voor Sociale Wetenschappen CLASCO (Consejo Latinoamericano de Ciencias Sociales). Deze organisatie verenigt de kennis en ervaring van 284 onderzoeks- en onderwijsinstellingen in 21 Latijns-Amerikaanse landen en de Caraïben. Vertaling door Roebi Block.

 

Note:

1   Feedlot: een terrrein of gebouw waar dieren zeer dicht op elkaar worden gekweekt.

 Sylvopastoraal systeem (sylva = woud, pasture =grazen) is een mengvorm van landbouw en bosbouw waarbij vee tussen de bomen graast. Daardoor ondervinden de dieren veel minder stress. Het gras blijft langer groeien tijdens droogteperiodes en de bomen leveren schaduw voor de dieren, hout en fruit (of worden afgegeten door het vee).

3   Rob Wallace. Big Farms Make Big Flu – Dispatches on Influenza, Agribusiness and the Nature of Science. Monthly Review Press, New York, 2016 ISBN 9781583675892

4   Journalist Michael Pollan schreef meerdere boeken over de sociaal-culturele impact van onze voeding, hoe we voedsel produceren, bewerken, eten en verspillen.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

Unite Talks: Mohamed Barrie

This interview is one to to take your time for! 🙏 🔆 45 minutes of Mohamed Barrie!🔆 💥 Mohamed is a dedicated social worker, organizer and advocate for veganism. He shares his view on structural racism, power, exclusion and veganism. 🌏 Based on his own experiences he shines a new light on the vegan movement and on the role of racism within these movements. 〄 PS: We just started doing these interviews, so feedback is much appreciated!

Geplaatst door u:nite op Dinsdag 20 oktober 2020

take down
the paywall
steun ons nu!