Beeld via iStock.
Interview -

Werkbaar werk, beter na corona?

Als je zegt dat onze arbeidsmarkt meer nood heeft aan creativiteit en flexibiliteit, zal vrijwel iedereen ja knikken. Alleen bewijst het gevoerde beleid dat het duidelijk makkelijker gezegd is dan gedaan. De shift van kijken naar wat mensen wél kunnen in plaats van te fixeren op wat niet meer gaat, is gelukkig al gemaakt, maar vraagt veel tijd en een grote bereidheid. Kan het beter na corona?

dinsdag 26 mei 2020 12:20
Spread the love

“Het hebben van een job is veel meer dan alleen maar een inkomen. Het geeft ook zelfrespect, waardering, het gevoel dat je bijdraagt aan de samenleving.” – Meryame Kitir van sp.a

Verwacht wordt dat de al zo grote groep langdurig zieken door corona nog gaat groeien. Niet alleen de naweeën van een infectie met het virus zelf, maar ook de neveneffecten, waaronder uitgestelde zorg, financiële onzekerheid en een verhoogde druk op het mentale welzijn, dragen hieraan bij. Meerdere studies bewijzen dat een goed herstelproces en je steentje kunnen bijdragen aan de samenleving hand in hand gaan. Met andere woorden: werkbaar werk verdient een centrale plaats op de regeringstafel. Wat gaat komen, kan niemand voorspellen, maar de blik van waaruit we als samenleving kijken naar ziek versus gezond, afgeschreven versus zinvol, bepaalt wel mee hoe creatief en flexibel we ons willen opstellen.

Rond de jaarwisseling kreeg ik in het kader van mijn boekproject de kans samen te zitten met de volksvertegenwoordigers van elke partij, betrokken bij het beleid rond langdurige ziekte. Die gesprekken verschijnen hier gaandeweg op De Wereld Morgen – geen betaalmuur, geen censuur.

Nu sp.a-voorzitter Conner Rousseau de formatie mee trekt, is er misschien geen mooier moment om te delen hoe zijn partijgenote Meryame Kitir kijkt naar de noden op de arbeidsmarkt en een gezondere invulling van werkbaar werk.

Meryame Kitir van sp.a.

Wat zijn de eerste drie woorden die in jou opkomen bij het begrip ‘ziek’?

Moe, medicijnen, werkloos.

En bij het begrip ‘zinvol’?

Gewaardeerd zijn, nuttig zijn en iets om handen hebben.

Als je die in één adem zegt, ‘zinvol ziek’, welke associaties krijg je dan?

Dan denk ik aan efficiënt bezig zijn.

Hoe zou jij het huidige beleid rond langdurige ziekte beschrijven?

“Ik heb in het debat van de afgelopen jaren vooral samenwerking gemist.”

Soms vind ik de toon van het debat over langdurige zieken een beetje jammer. We hebben er meer dan 450.000 in ons land, dus dat is een signaal dat we moeten oppikken en niet zomaar kunnen negeren. Het lijkt soms alsof het debat over mensen die langdurig ziek zijn en mensen die werkloos zijn op dezelfde hoop gegooid wordt: ‘Zet ze maar aan het werk. Ze moeten onmiddellijk terug meedraaien.’ Ik vind dat een heel groot verschil, en dat mis ik in het debat. Iemand die werkzoekend is, is beschikbaar voor de arbeidsmarkt en moet met zijn capaciteiten en talenten mee solliciteren. Daar bestaan regels voor. Maar iemand die ziek is, kiest daar niet zelf voor. Er is een dokter die dat bepaald heeft en daardoor ben je uitgevallen. Die nuance mis ik soms heel hard.

De groep van mensen die ziek zijn, is vandaag zelfs groter dan de groep die werk aan het zoeken zijn. De alarmbellen luiden en ik denk dat dit verschillende oorzaken heeft: (1) de verouderde werkende mensen – we worden ouder en werken langer – en de verschillende stelsels die afgeschaft of verstrengd zijn. Denk maar aan het vervroegd pensioen en het SWT, het vroegere brugpensioen, waarmee oudere werknemers zouden uitvloeien. Die vallen nu vaak op de ziekenkas. (2) Maar ook stress en andere psychische factoren die vroeger niet meetelden, maar nu wel worden erkend als een ziekte, de burn-out. (3) Wat ook heel belangrijk is: de werkomstandigheden zijn zeker niet altijd zo dat mensen op een aangename manier kunnen werken. Daardoor vallen ze ook veel meer uit met rugklachten en noem maar op. We mogen die symptomen niet negeren. Ik vind het belangrijk dat we vanuit die visie vertrekken.

“Heel vaak willen mensen die ziek zijn zelf terug werken, maar kunnen ze dat niet in de omstandigheden waarin ze daarvoor gewerkt hebben.”

Ik heb in het debat van de afgelopen jaren vooral samenwerking gemist. Op sommige momenten voelde het bijna als met de vinger wijzen: het is de werkgever die niet wilt, die geen aangepast werk wil geven. Of die zieke die wil niet meewerken, die moet sneller terug geïntegreerd worden. Of het is de arbeidsgeneesheer die het allemaal niet begrepen heeft. Terwijl die alle drie wel echt een heel belangrijke rol spelen en samenwerking cruciaal is.

Ik vind het jammer dat Maggie De Block voor haar re-integratieplan voor langdurig zieken uit 2016 vooral vertrok vanuit een sanctioneringsverhaal. (Lees hier hoe onze minister van Volksgezondheid zelf kijkt naar re-integratie.) Als je niet voldoende meewerkt, kon je tien procent van je ziekte-uitkering verliezen. Ik vind dat niet productief, ik vind dat geen verhaal dat echt werkt. Het is een en-enverhaal: heel vaak willen mensen die ziek zijn zelf terug werken, maar kunnen ze dat niet in de omstandigheden waarin ze daarvoor gewerkt hebben. Dus vragen ze om een aanpassing. En dan bots je wel op je grenzen, want dan is het afhankelijk van de goodwill van de werkgever of de aanpassingen gebeuren of niet, en daar hangt wel heel je proces verder aan vast.

Daarom vind ik dat we niet alleen maar in de richting van de zieke moeten kijken. We hebben vandaag 70.000 progressieve tewerkgestelden. Er is dus wel een hele grote bereidheid van mensen die ziek zijn, die zelf aangeven: ‘Ik ben klaar om terug te werken.’ Misschien eerst een dag in de week en dan systematisch wat groeien. Ik denk dat het belangrijk is om al die nuances in te bouwen in het debat van vandaag.

(Wie liever luistert, dan leest: ‘In de grijze zone’ met Meryame Kitir op Spotify:)

Wat zijn voor sp.a de belangrijkste waarden en de belangrijkste doelstellingen op dit moment?

“Het mag niet zijn dat je als zieke werknemer de pineut bent en zo een stuk van je uitkering óf je job volledig verliest.”

We moeten eerst en vooral inzetten op het preventieve. Als je kan voorkomen dat mensen ziek worden, is dat het beste middel om de uitdaging aan te pakken. Over ‘werkbaar werk’ wordt heel veel gezegd, het is bij wijze van spreken een modebegrip geworden. Maar als ik naar de realiteit ga kijken, naar wat het effectief betekent, dan blijf ik een beetje op mijn honger zitten.

Ik heb drie jaar geleden in verschillende provincies een ronde gedaan als parlementslid, ik volgde de commissie Sociale Zaken Tewerkstelling op. Ik heb toen mensen uit verschillende sectoren bijeen gebracht: de vrachtwagenchauffeurs, de kassiersters, de bandwerkers in de fabriek, de onderwijzers, de politieagenten, … Ik ben met die mensen samen gaan zitten om te vragen: ‘Wat is voor jullie werkbaar werk?’ Bij iedereen gaf dat een ander antwoord. Dat betekent dat werkbaar werk niet zo simpel is en je dat niet zomaar met één wetgeving kan oplossen.

Daarom ben ik een hele grote voorstander van een werkbaarheidsfonds, wat je trouwens in de chemiesector al ziet. Dat is een rijke sector waarin alle werkgevers een bijdrage betalen aan het fonds. Dan wordt met de werkgevers en de vakbonden lokaal gekeken naar de noden op het terrein om het werk werkbaarder te maken. Ik ben voorstander van in alle sectoren zo een fonds op te richten en op die manier preventief te zorgen dat mensen niet uitvallen.

Natuurlijk, dat uitsluiten gaat niet. Op het moment dat mensen wel ziek zijn, is het belangrijk dat de drie actoren (de zieke, de arbeidsgeneesheer en de werkgever) in dialoog gaan.

En vroeg in het proces, ook?

Absoluut! Veel sneller na de diagnose, om samen te bekijken wat nog kan. In alle adviezen van onder meer RIZIV en de Groep van Tien wordt onderstreept dat we de vrijwilligheid moeten behouden. Verplichting is geen goede zaak. Nogmaals, mensen die ziek zijn moeten zelf kunnen aangeven wanneer ze er klaar voor zijn. Nu mis ik dat een beetje, die coördinerende rol. Alles ligt bij de preventieadviseur. Die bepaalt of je binnen hetzelfde bedrijf terug aan het werk kan gaan en of het om aangepast werk moet gaan. Zo bepaalt die dus ook wanneer er absoluut geen job meer voor je is binnen het bedrijf. Dat vind ik niet correct.

Waar is de verantwoordelijkheid van de werkgever? Wanneer moet hij dan melden ‘ik heb voldoende inspanning gedaan om te zorgen dat mijn werkgever een aangepaste job heeft’? Door dat nu allemaal te centraliseren bij de preventieadviseur, vind ik dat je de werkgever helemaal van die verantwoordelijkheid ontlast, terwijl die in deze context toch een enorme grote rol te spelen heeft. Soms kan het met kleine aanpassingen.

“De dialoog moet veel vroeger starten, met een grotere verantwoordelijkheid voor de werkgever.”

Ik ben zelf lang werknemer geweest in een groot bedrijf, ik ben lid geweest van het comité van Veiligheid en Bescherming. Als je mensen op een verhoog zet, hoe belastend is dat voor iemands rug? Of als mensen met rugpijn op een rooster moeten werken, kan je soms met een ander soort vloer al soelaas brengen. Het zijn kleine aanpassingen die mensen wel een aangepaste job geven. Nu ontsla je de werkgever volledig van zijn verantwoordelijkheid. Hij moet zelfs niet verantwoorden waarom er geen aangepast werk is. Het eindresultaat is dat de zieke vandaag ontslagen kan worden als het traject helemaal doorlopen is. Wat voor mij nog veel schrijnender is, is dat dit ontslag dan zonder ontslagvergoeding kan. Je staat dan vanuit je al verzwakte positie gewoon op straat.

Voor mij moet dat meer een sluitstuk zijn. We hebben er ook een wetsvoorstel over ingediend in het parlement. De dialoog tussen preventieadviseur, zieke werknemer en werkgever moet veel vroeger starten, met een grotere verantwoordelijkheid voor de werkgever. Het is zoals de Europese wetgeving ook aangeeft: als een persoon een beperking heeft, dan ben je verplicht om aanpassingen te doen. Kan dat niet? Dan moet je verantwoorden om welke redenen dat je die aanpassingen niet kon doen. En als laatste: de zieke werknemer moet de kans krijgen om dat aan te vechten op het moment dat er gezegd wordt ‘voor u is er geen plaats meer in dit bedrijf.’

Heel concreet, als je bij wijze van spreken van vandaag op morgen iets zou mogen veranderen, welke maatregel zou je treffen?

Eigenlijk de twee die ik net zei: een fonds oprichten in elke sector waarbij werkgevers een bijdrage storten en waarin men écht binnen de sectoren gaat kijken naar noodzakelijke aanpassingen om het werk werkbaarder te maken, met veel aandacht voor het preventieve. Als tweede echt inzetten om het evenwicht tussen de drie actoren bij re-integratie te herstellen en alle drie een belangrijke rol geven, in plaats van alles bij de preventieadviseur te leggen.

Het mag niet zijn dat je als zieke werknemer de pineut bent omdat je niet voldoende zou doen, en zo een stuk van je uitkering óf je job volledig verliest.

Hoe kan je in die beide maatregelen garanderen dat de stem van de zieke ook echt gehoord wordt? Je ziet toch vaak dat zieken niet altijd zo mondig zijn, of dat ze hun vertrouwen leggen bij de artsen. Bijna een ‘bepaal het maar voor mij’.

De zieke moet samen met zijn huisarts – dat is wel een belangrijk iets dat ik misschien niet gezegd heb – in overleg gaan met de preventieadviseur, die een heel andere rol heeft, meer vanuit een economische blik kijkt op welke jobs nog kunnen, en de werkgever. Hopelijk zonder dat die zit te kijken vanuit ‘ik wil hier niet te veel mee belast worden.’ Je huisarts is degene die vooral het woord zal voeren vanuit ‘wat is goed voor het genezingsproces?’ De preventieadviseur zal eerder kijken naar wat qua jobuitvoering het beste is.

Je mag dat niet onderschatten, een werknemer zelf kan vaak sneller aangeven wat hij nog wel en niet aankan. Dat mis ik voor een stuk in het verhaal.

In een gesprek met professor Arbeidsgeneeskunde Lode Godderis zei hij dat de grootste drempel voor een langdurig zieke om terug te gaan werken vaak net de dokter is die zegt: ‘Manneke, blijf nog maar wat rustig herstellen, je mag nog niet …’ Is de connectie tussen patiënten en huisartsen, zoals het nu gaat in onze haastmaatschappij, nog in die mate open en intens dat die arts voor jou kan inschatten wat kan en niet kan? Dat is misschien een veel groter probleem in de gezondheidszorg.

(Beluister ‘in de grijze zone’ met Lode Godderis:)

Ja, maar precies daarom moeten we het debat op een andere manier voeren. Waarom heeft de patiënt vaak schrik om tegen de dokter in te spreken, omdat de dokter tot op vandaag die rol niet heeft. De dokter heeft nog niet de opdracht gekregen om mee na te denken met de patiënt op welke manier die zijn job toch nog kan uitvoeren. En dat dan ook samen met de arbeidsgeneesheer / preventieadviseur en de werkgever. Als je die allemaal samen aan tafel zet, ga je een heel ander gesprek krijgen dan dat je een een-op-eengesprek houdt. De patiënt heeft doorgaans een betere vertrouwensband met de huisarts dan met de preventieadviseur. Meer interactie tussen de verschillende actoren gaat een veel betere analyse opleveren en een beter inzicht.

Het is zo dat de preventieadviseur vaak niet weet wat de plannen zijn in een bedrijf. Die weet niet of er jobs gaan vrijkomen, of er ontslagen gaan vallen, of er nieuwe projecten op komst zijn. Die heeft daar totaal geen zicht op, maar de werkgever natuurlijk wel. Daarom vind ik het zo belangrijk dat werkgevers daar ook een rol in krijgen en mee moeten nadenken over de re-integratie. Nu valt de uitsluiting te snel.

“Gaan we per definitie zeggen: ‘Jij kan voor de rest niets meer doen, voor jou is geen plaats meer in de samenleving’?”

Mensen verliezen hun job. Net als bij zieken zonder arbeidscontract zie je dat ze achteraf moeite hebben met solliciteren. Bijvoorbeeld iemand met een chronische ziekte die niet altijd kan garanderen dat hij er zal zijn, die niet op voorhand kan plannen wanneer hij uitvalt. Dat is een groot struikelblok. Mensen vragen zich af of ze eerlijk kunnen zijn zonder hun eigen kansen al meteen te verlagen. Wat als je niet eerlijk bent, toch aangeworven wordt en binnen de eerste twee weken uitvalt? Dat geeft een slecht gevoel. Hoe moet je dat verantwoorden?

Er zit wel een hele goede wil bij de mensen die ziek zijn, maar ze weten gewoon vaak niet wat toegelaten is en wat niet. We moeten ons de vraag durven stellen: wat willen we met die groep mensen, waar best veel chronisch zieken in zitten, doen? Gaan we per definitie zeggen: ‘Jij kan voor de rest niets meer doen, voor jou is geen plaats meer in de samenleving’? Ook daar moeten we kijken wat we kunnen doen.

Een van de redenen dat werkgevers vaak terughoudend zijn, is dat ze de eerste veertien dagen het loon van een zieke werknemer moeten waarborgen. We hebben als sp.a een voorstel ingediend: als bij mensen een chronische ziekte wordt vastgesteld, laat ons de werkgever vrijstellen door maar één keer per jaar het gewaarborgd loon te laten uitbetalen. Als de werknemer zich terug goed voelt, komt die terug werken. Bij een terugval valt die dan automatisch terug op de ziekte-uitkering en niet onmiddellijk weer op gewaardborgd loon. Zo kan je ademruimte geven. Uiteraard moet een arts goed vaststellen dat je een chronische ziekte hebt en moet dat proper in je dossier komen. Maar deze situatie zou meer vrijheid geven.

Misschien ook ineens minder schuldgevoelens bij de persoon zelf, omdat die weet dat de baas er niet voor moet opdraaien?

Maar ook vanuit de werkgeverskant. Dat is één van de grootste struikelblokken: ‘En iedere keer opnieuw moet ik dan twee weken gewaarborgd loon betalen?’ Bij chronisch zieken moet een uitzondering gemaakt worden, want dat gaat niet om mensen die om de haverklap een kleinigheidje voorhebben.

De groeiende groep langdurig zieken komt toch vaak in de media als iets wat een grote (financiële) druk legt op de sociale zekerheid en zo dus ook op ons solidariteitsprincipe. Los van werk, want niet iedereen kán terug gaan werken of slechts heel minimaal, zie je nog mogelijkheden voor de politiek om actie te ondernemen? Ik denk aan mentaal welzijn, aan preventie, aan communicatie.

Ik denk dat de politiek niet alles kan oplossen, maar ik denk wel dat we een sturende rol kunnen spelen. Bijvoorbeeld in de beeldvorming: hoe kijken we naar mensen die ziek zijn? Wat vinden we dat hun rol is in onze maatschappij? Wat betekenen die mensen nog?

Ik vind dat we de afgelopen jaren meer het debat gevoerd hebben vanuit de kost. Weet je wel wat zoveel zieken kosten aan de sociale zekerheid? Wat is de return on investment? Het zijn misschien allemaal wel terechte vragen, maar ik wil wel herhalen wat ik in het begin gezegd heb: het gaat over mensen die hier niet voor gekozen hebben. Ik ben oprecht nog niemand tegengekomen die voor zijn plezier ziek gevallen is.

We zitten net in het nieuwe jaar, we wensen elkaar allemaal een goede gezondheid. We weten allemaal wat dat waard is. Ik denk dat we meer voorbeeldfiguren naar voren moeten schuiven. Ook daar kunnen werkgevers een belangrijke rol in spelen, net als de Groep van Tien en de sociale partners. We moeten campagnes opzetten waarin de meerwaarde getoond wordt van mensen die niet voltijds kunnen werken, die dat misschien maar een dag in de week kunnen. En daarin vooral ook de werknemer aan het woord laten over wat dat voor hem betekent. Het hebben van een job is veel meer dan alleen maar een inkomen. Het geeft ook zelfrespect, waardering, het gevoel dat je je steentje kan bijdragen aan de samenleving.

“We mogen van werkgevers toch ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid vragen?”

Ook aan de andere kant: werkgevers mogen gerust eens uitleggen dat ze ook een maatschappelijke rol hebben. Ik ga nu misschien een hele gekke vergelijking maken: ik ben een dochter van een mijnwerker. Mijn vader is vanuit Marokko naar de mijn gekomen. Je kan er veel over zeggen, maar de werkgever van de mijn heeft er wel voor gezorgd dat mijn ouders een huis hadden en wij naar school konden gaan. Ze hebben helemaal mee de wijk uitgebouwd. Dat is door de jaren heen bijna helemaal verdwenen. De winst is nu vooral vooropgesteld.

We mogen van werkgevers toch ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid vragen? Dat doe je alleen maar door draagvlak te creëren, door erover te praten, door de toon te veranderen.

Ik heb al in veel debatten gezeten, en ik merk ook dat veel mensen op dezelfde lijn zitten. Maar zodra het debat in de media gevoerd wordt, verhardt de toon ineens. Ik weet niet hoe dat precies komt, maar het lijkt alsof we dan vooral naar elkaar beginnen te wijzen. Eigenlijk moeten we vooral vertrekken van ‘Wat kunnen we doen? Hoe gaan we dit oplossen?’ Dat gaat wel een groot verschil maken, alleen kan je dat niet even met een wetgeving veranderen. Je moet kijken hoe je de sociale partners kan betrekken, hoe je met voorbeeldfiguren kan komen.

De gewesten zijn nu verantwoordelijk voor alles wat met de werknemer of met de zieken te maken heeft. Zij kunnen perfect kiezen om een financiële stimulans te geven aan werkgevers die mensen die langdurig ziek zijn wel aan het werk helpen of die wel inspanningen doen om preventieve maatregelen te nemen. Dat heeft in het verleden altijd gewerkt. Ik zie dat vooral heel fel in Nederland, daar wil de nieuwe regering er volop op inzetten. Die hebben ontzettend veel flankerende maatregelen waardoor dit ook lukt. Je kan niet zeggen ‘We gaan iedereen aan het werk zetten’ en voor de rest niets doen. In ons land vormen preventieadviseurs en arbeidsgeneesheren zo een kleine groep. De taak en de opdracht die zij hebben om alle zieken op te volgen en die dossiers voor te bereiden, …

Daar wou ik nog op ingaan. Je zei daarstraks dat je de belangrijke actoren bij elkaar moet zetten. Maar hoe? Laat mij sceptisch zijn, alleen al door de factor tijdsbesteding. Hoe gaan we tijd maken om een huisarts, een patiënt, een preventieadviseur en een werkgever face to face te laten communiceren? Is dat haalbaar?

Vandaag absoluut niet, neen. Dat is ook wat ik bedoel: als je dat echt meent, moet je daar ook in investeren.

Moeten we dan collectief op alle vlakken vertragen? Het tempo volgen waarop nu alles moet draaien, lijkt me geen optie.

Nu bekijken we alleen het stukje van de vertraging, maar laat ons eens kijken naar het resultaat dat we nu boeken in het verhaal van re-integratie. 70 procent is ontslagen zonder opzeg. Hebben we dan resultaat geboekt? Dan mag het voor mij gerust een stuk trager gaan. Wij moeten zorgen voor de juiste inspanningen en de juiste maatregelen zodat iedereen naar zijn behoefte kan doen wat hij wil.

Soms moeten we ook durven de handrem op te trekken. We kunnen allemaal blijven gaan, maar als we de signalen gaan negeren van de mensen die uitvallen, bewijzen we onszelf geen dienst. En je komt jezelf op een gegeven moment ook wel tegen. Ofwel meen je het serieus, maar dan gaan er serieuze inspanningen geleverd moeten worden. Zoals de ploeg van de artsen versterken die dat vandaag allemaal moeten doen en daarin serieus onderbemand zijn. Elke twee maanden moeten ze een screening maken van alle zieken die er zijn en dan nog eens de opvolging doen. We hebben weinig monitoring omdat die mensen eigenlijk al overbevraagd zijn. Als het aantal langdurig zieken vandaag nog niet bewezen heeft dat het een prioriteit is, dan weet ik niet wanneer dat wel duidelijk zal zijn.

Hoe kijk jij naar onbegrip en onwetendheid, én naar manieren om dit als samenleving aan te pakken? Want beide spelen ook een grote rol in waarom werkgevers schrik hebben om zieken aan te werven, enzovoort.

“Het moet mogelijk zijn om het rustiger aan te doen zonder de stempel ziek op je hoofd te laten schrijven.”

Politiek heeft daar een rol in. Ik heb al met veel werkgevers gepraat en wat me opvalt, is dat iedereen wel wil, maar niemand weet hoe. Vorige legislatuur is de wet ‘Werkbaar werk’ gestemd, de wet van Peeters. Ik was toen heel erg teleurgesteld. In plaats van dat er maatregelen zouden komen die de werknemer wat ademruimte en autonomie konden geven op moeilijkere momenten, was het gewoon meer overuren, meer flexibiliteit. Dat zijn voor mij niet de antwoorden op het vermijden dat mensen vroegtijdig uitvallen.

Ik heb een ander wetsvoorstel ingediend daarover. We hebben heel veel verlofstelsels in ons systeem, je kan verlof nemen om voor je kind of ouder te zorgen, maar voor jezelf kan dat vandaag nog niet op het moment dat je aanvoelt ‘oei, met mij gaat het even niet goed’. Dan ben je verplicht om naar de dokter te gaan of door te blijven doen tot je volledig uitvalt. Of dat nu om fysische of psychische belasting gaat, iedereen heeft andere klachten, je zou zelf op tijd aan de handrem moeten kunnen trekken en gebruik maken van een nieuw verlofstelsel om tijdig te recupereren zonder dat je officieel ziek hoeft te vallen.

Zo kan je op het moment dat het weer beter gaat op eigen initiatief terug in gang schieten. Als ik morgen zeg ‘het wordt me echt te veel’, om welke reden dan ook, want vaak is het een samenloop van verschillende omstandigheden, bijvoorbeeld een sterfgeval of een extra project op je bord, moet het mogelijk zijn om het rustiger aan te doen zonder de stempel ziek op je hoofd te laten schrijven. Nu bestaan daar geen mogelijkheden voor.

Verbeter mij als ik fout ben, maar dat lijkt een beetje in dezelfde lijn te lopen met het voorstel van professor Godderis om het ziekteattest af te schaffen in de eerste week. Hij gaf het voorbeeld van mensen met migraine, die perfect weten wanneer het niet gaat en wat ze moeten doen om hiervan te bekomen. Nu moet je verplicht langs de huisarts voor het zoveelste briefje om te zeggen ‘ik heb migraine, ik blijf de komende twee dagen thuis’. Meer vertrouwen leggen bij de mensen zelf, er niet vanuit gaan dat er misbruik gemaakt zal worden. Er zijn al landen waarin dat is afgeschaft en waarin de fitnote wordt gebruikt. Daar is geen zwart verzuim of toch heel weinig.

Dat debat is al een paar keer gevoerd. Onmiddellijk wordt dan de harde toon gebruikt van misbruik. Ik denk dat we daar inderdaad met meer vertrouwen en meer volwassenheid mee moeten omgaan. Het afschaffen van het ziektebriefje is bijvoorbeeld een oplossing. Wij denken richting een reeks verlofdagen, uiteraard niet onbepaald. We mogen er niet allemaal van uitgaan dat mensen slechte bedoelingen hebben. Mensen zijn tevreden dat ze een job hebben, dat ze iets om handen hebben. Velen doen dit net om niet volledig uit te vallen, dus vertrouwen en ruimte moeten we kunnen geven. Dat debat mogen we gerust eens voeren.

Als chronisch pijnpatiënt lijkt er een groot gat in het werkbaar werkdebat te zitten. Het gaat bijna altijd uitsluitend over mensen die nog tot honderd procent kunnen herstellen. Vaak zijn de debatten zelf beperkt tot burn-out, wat uiteraard een grote groep mensen betreft, dus ik kan de fixatie snappen. Maar, ondertussen gaat het wel niet over de mankemensen die levenslang met hun mankementen moeten leven. Daar wordt niet veel bij stilgestaan. Wat doen we met mensen die nooit nog voltijds kunnen knallen?

“We mogen het debat niet verengen tot terug voltijds gaan werken.”

Ik denk dat de naam progressieve werkhervatting op zich al een heel vertekend beeld geeft. Voltijds moet niet de norm zijn. Als iemand drie dagen in de week even goed kan presteren, gaan we dat dan laten vallen? Gaan we zeggen tegen die mensen ‘je maakt geen deel meer uit van de samenleving omdat je niet mee kunt draaien’? We moeten daar een beetje van afstappen, we mogen het debat niet verengen tot terug voltijds gaan werken.

Bij chronisch zieken is er bovendien een dokter die dat mee opvolgt, dus ruimte en vertrouwen moeten kunnen. Of gaan we ook alle dokters wantrouwen?

Ik ken mensen met MS en met CVS. Niemand vraagt hier om. Ook bij mensen waar kanker vastgesteld wordt, in de tijd die ze nodig hebben om te herstellen en te genezen, worden ze vaak al afgeschreven omdat ze niet actief konden zijn door bijvoorbeeld chemo.

Als we niet flexibeler gaan zijn op momenten dat mensen in een moeilijke periode zitten, dan gaan we gewoon een heel deel mensen niet meer betrekken op de arbeidsmarkt. Eigenlijk is flexibeler voor mij niet het juiste woord. De arbeidsmarkt moet op dat vlak creatiever worden. Mensen zijn niet op zoek naar financiële flexibiliteit, ze zijn op zoek naar financiële zekerheid. Het is nu redelijk rigide: ofwel kan je mee, ofwel kan je niet mee.

Bedoel je dan baanboetseren of inclusief jobdesign? Allemaal hele mooie woorden, maar dat betekent wel dat we moeten kneden aan de arbeidsmarkt zelf en niet alleen aan de zieken of aan de mensen die geboren worden met een beperking. Concreet, wat zijn de laagste drempels om hieraan te beginnen? Wat is de eerste stap?

Als er echt bottom-up beslist wordt, geloof ik daar het hardste in.”

Voor mij is dat op de werkvloer zelf komen, en dan kom ik terug bij die werkbaarheidsfondsen. Zorgen dat er budget is om concreet op de werkvloer te gaan kijken op welke manier je mensen kan inzetten. Wat ontbreekt er vandaag om je job te kunnen doen? Daar is geen eenduidig antwoord op. Overal zal je ander antwoord krijgen, dus is het belangrijk om toe te laten dat er creatief en flexibel kan worden gewerkt én dat er middelen voor worden vrijgemaakt. Als er echt bottom-up beslist wordt, geloof ik daar het hardste in. Ik geloof niet in structuren die van bovenaf zeggen ‘dat gaan we nu eens efkes doen.’

Het gaat hier over een grote groep mensen die kennis en kunde hebben, maar wiens lichaam niet meekan. De arbeidsmarkt is daar niet op voorbereid, dus moet die creativiteit er komen, want er is niet één antwoord. Dus in de verschillende sectoren, mét de sociale partners werken vanuit een fonds om lokaal te kijken wat er nodig is om mensen een kans te geven die misschien niet voltijds meekunnen, maar wel een betekenis kunnen hebben. Ga naar de ‘bottom’ kijken, zorg dat je voorbeelden bedenkt, ze uittest en daarmee ook uitpakt.

Je haalde ook al de rol van voorbeeldfiguren aan. Wat voor iemand is dat dan?

Ik denk dat er vandaag de dag een beeld bestaat van de langdurig zieke als iemand die niet meer wil of niets meer kan. Niet alles is kommer en kwel. Er zijn bedrijven die mensen wel kansen geven, er zijn mensen die hun uiterste best doen. Ik denk dat we die voorbeeldfiguren meer aan het woord moeten laten. Zij kunnen spreken vanuit de ervaring over de kansen die ze gegeven of gekregen hebben. Het is een risico nemen, maar dan nog? Nu wordt per definitie gezegd ‘het is een risico en de garantie is negatief.’ Ook de andere kant moeten we belichten want er zijn ook heel veel succesverhalen en die worden bijna niet meer verteld, en zeker niet als het debat ineens op een harde toon losbarst. Dan is er zelfs geen ruimte meer om dat te zeggen. We moeten dat geluid, zonder naïef te zijn, meer laten horen. We moeten het totaalbeeld brengen en een andere toon slaan over het debat.

(In deze context is weeraandeslag.be een voorbeeld van die positieve verhalen.)

Is er dan niet de valkuil dat je door de succesverhalen naar voor te schuiven de lat voor de zieken nóg hoger legt?

“Voor het beeld en de toon van het debat vind ik dat we de andere kant ook moeten laten horen om meer mensen te overtuigen.”

Dat denk ik niet. De lat voor de zieken ligt vandaag hoog, in de zin dat heel de verantwoordelijkheid bij hen ligt. Als ze niet meekunnen, falen ze persoonlijk. Hun deel is maar hetgeen ze willen en kunnen: ‘Ik kan, dus ik werk voor een stuk mee.’ Van het moment dat het niet kan, waar ga je dan naartoe? Bij wie moet je dan aankloppen? Bij de werkgever die er misschien niet naar wil luisteren of die dat misschien niet kan? Genoeg werkgevers die willen, maar die aangeven niet te weten wat of hoe. Dan is de makkelijkste keuze misschien wel afscheid nemen van elkaar. Maar als iedere werkgever dat gaat doen, schuiven we de verantwoordelijkheid dan door naar de samenleving? Is dat wat we willen? Ik dacht dat we iedereen nodig hebben en iedereen een plek willen geven?

Voor het beeld en de toon van het debat vind ik dat we de andere kant ook moeten laten horen om meer mensen te overtuigen. Ook de zieken zelf: zie, het kan wel dat mensen kansen krijgen. Voor andere werkgevers kan het de boodschap versterken dat het wel iets kan opbrengen. Ik denk dat we dat echt meer nodig hebben.

Langdurige ziekte zorgt voor heel wat collateral damage: isolement, depressie, armoede, er hangt heel veel mee samen. Is er een mogelijkheid om in navolging van loopbaancheques een soort welzijnscheque te creëren voor preventie en ondersteuning van de veerkracht bij zieken en langdurig zoekenden? Kunnen we daar iets mee?

Ik denk dat het zeker een goed voorstel is. We hebben vandaag al werkbaarheidscheques, die volgens mij bijlange niet de ondersteuning geven die ze zouden moeten geven. Dus ik ben voorstander.

Ik ga een getuigenis meegeven, mijn zusje gaat dat misschien niet zo graag hebben, maar ik ga het toch doen want ik vind het heel straf van haar. Mijn zusje is zelf chronisch ziek, en ze heeft daar recent een getuigenis over gegeven. Wat mij vooral is bijgebleven, is het proces dat ze doorlopen heeft op vlak van aanvaarding en wat het met haar gedaan heeft als persoon. Ze zei dat ze in het begin niet vertelde aan de mensen wat ze had, omdat het woord ‘MS’ veel mensen doet schrikken. Ze wist zelf ook niet wat het was, dus ging ze op zoek, maar al snel kwam ze bij de extreme gevallen uit: de hele slechte of de hele optimistische, maar weinig daartussen. Ze voelde zich voor een stuk heel onzeker. Bij het solliciteren kreeg ze altijd het deksel op de neus. Ze deed wel vrijwilligerswerk, dat is fijn voor even, maar als jonge mens wil je toch iets uitbouwen en daar heb je een inkomen voor nodig. Dat heeft allemaal gemaakt dat ze zich eenzaam voelde in heel dat proces, en dat ze ook onzeker is geworden en zich stilletjes is gaan uitsluiten. Ze kwam niet meer naar verjaardagsfeestjes, ging niet meer mee iets drinken. Voor je psychisch welzijn is dat heel wreed. Uiteindelijk is ze uitgekomen bij paardencoaching, dat heeft haar eruit getrokken. ‘Ik wou jullie allemaal niet belasten, maar nu ben ik zover om het te delen.’

Maar dergelijke dingen worden dan weer niet ondersteund.

Dat is net mijn punt. Ze heeft dat proces alleen moeten doorstaan. Waarom kunnen we dat niet ondersteunen? Ze heeft het op haar 24ste ontdekt en bijna tien jaar over gedaan. Kunnen we niet eerder iets doen om mensen bij elkaar te brengen en te zorgen dat ze zich niet onzeker, niet alleen en meer begrepen voelen?

Nu wordt er voor die rol gekeken naar lotgenotenorganisaties, maar ook dat maakt me opstandig. Zet alle zieken maar braaf bij elkaar dan moet de gezonde wereld er niet mee bezig zijn. Het is zeer waardevol om contact te hebben met lotgenoten voor je ziekte-inzicht en persoonlijk proces. Voor mij deed het in ieder geval deugd om te kunnen praten met mensen die al veel langer reuma hebben en nog hun dromen najagen. De geruststelling dat je leven niet per se stopt na een diagnose. Maar dan kom je uit de bubbel van optimisme en bots je tegen alle muren in onze samenleving, en dan is het keihard. Waar is de brug tussen de ‘zieke’ en de ‘gezonde’ wereld?

“Ga op zoek naar oplossingen in plaats van drastisch te zeggen: of terug aan het werk, of niks.”

Ik vind niet dat het beperkt mag blijven tot lotgenoten, want door haar getuigenis hebben wij, die gezond zijn, daar een beeld over gekregen en kunnen wij er beter op inspelen. Onwetendheid kan je mensen ook niet verwijten. Daarom dat ik pleit voor die voorbeeldfiguren, zodat anderen er een zicht op kunnen krijgen, zodat het debat kan gevoerd worden op een andere manier. Niet meer het debat van wat kost ons dat? Hoeveel gaan er nog bijkomen? Wel: wat kunnen we eraan doen? Wat betekent het voor de mensen? Wat is de rol van politiek, de werkgever, de zieke zelf en van de maatschappij hierin? Wat kunnen we nog doen? Zijn er lokale instanties die er misschien een rol in te spelen hebben? We moeten het debat meer oplossingsgericht voeren.

Waar je voor pleit, is dan toch ook een podium voor kwetsbaarheid? Iets wat lang niet zo evident is in onze optimalisatiemaatschappij waarin alles liefst perfect moet zijn. Zeg dan maar eens: ‘Ik heb keiveel mankementen, luister naar mij.’

Ik pleit er wel niet voor dat het altijd in het publiek gebeurt, want dan maak je jezelf inderdaad heel kwetsbaar en dat kunnen we niet verlangen van iedereen. Ik vind wel dat diegenen die verantwoordelijk zijn om er iets aan te doen – beleid, werkgevers, VDAB, artsen, vakbonden, … – in gesloten kring open met elkaar moeten kunnen communiceren en nadenken. Doe proefprojecten, ga op zoek naar oplossingen in plaats van drastisch te zeggen: of terug aan het werk, of niks. We moeten echt afstappen van zwart of wit. We verliezen zo veel mensen die veel capaciteiten hebben en nuttig kunnen zijn. Het is de arbeidsmarkt die flexibeler moet worden en niet de zieke.

Deze podcast heet ook ‘in de grijze zone’, exact daarom. Heb je nog een persoonlijke boodschap voor de mankemensen die dit lezen?

Blijf in jezelf geloven. De weg zal misschien niet altijd even gemakkelijk zijn en je zal je misschien onbegrepen voelen, maar je moet niet onderschatten welke kracht je zelf hebt. Je stem mag gehoord worden, waar jij denkt dat ze gehoord moet worden.

 

Meer over het boekproject?

Kom eens kijken op www.zinvolziek.be

 

Nog averechts leesvoer?

Tot schrijfs

Lynn

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!