Medisch personeel aan het werk in de ICU-afdeling van het Sint-Trudo-ziekenhuis in Sint-Truiden. Foto: screenshot YouTube VRT Terzake
Opinie - Georges Bauherz and

Pleidooi voor een overheidsbedrijf voor essentiële geneesmiddelen en medische apparatuur

Neuropsychiater en ULB-professor Georges Bauherz pleit voor een overheidsbedrijf dat de permanente bevoorrading van essentiële geneesmiddelen en medische apparatuur beheert.

maandag 25 mei 2020 13:32
Spread the love

 

Elke avond om 20u juichen we voor het medisch personeel en voor een gezondheidsstelsel dat steunt op een sterke sociale zekerheid die dagelijks zijn doeltreffendheid bewijst. Om het systeem ten volle te kunnen benutten, moeten we echter beschikken over een overheidsbedrijf dat producten voor de basisgezondheid ondersteunt.

Alles is reeds gezegd, of toch bijna. We weten ondertussen dat de epidemie brutaal huishoudt, dat ze respectloos handelt en dat ze lak heeft aan hiërarchie. Het is een vergrotende spiegel van de wereld die bovendien machtsopportuniteiten creëert voor nieuwe deskundigen en praatzieke mensen. Door de epidemie overschatten bezorgde mensen het risico terwijl ontkenners het omgekeerde doen.

Laten we eerst de stand van zaken hernemen voor we deze paradox nader beschouwen.

De feiten

De strijd tegen de epidemie kent verschillende uitgangspunten, die alleen effectief kunnen zijn in combinatie met elkaar. Zo is reeds gebleken in het verleden. We weten namelijk hoe we het virus overdragen en wat we moeten doen om overdracht te vermijden. We weten dat we besmette mensen moeten isoleren, via thuisquarantaine of quarantaine-inrichtingen. We beschikken bovendien over methodes en middelen die de verspreiding van de ziekte doen afnemen. De medische wereld voert eveneens immuniteitsonderzoek en verricht genezende behandelingen.

Hoewel we een gezondheidsdicatuur willen vermijden, heeft de Belgische staat die wij als zwak beschouwden, maatregelen getroffen die gisteren nog ondenkbaar leken. Ze heeft regels uitgevaardigd rond gezichtsbescherming, hoe je je moet wassen, hoe je elkaar begroet of knuffelt, hoe je je verplaatst, hoe je niet moet werken, hoe je elkaar moet passeren en hoe je moet gaan winkelen. De schijnbaar virtuele grenzen tussen mensen zijn afgesloten. De “overregulering” van het privéleven heeft zich in hoog tempo voltrokken, zowel in België als elders. Desondanks is dat allemaal volgens de regels gebeurd in deze tijden van epidemie.

Anderzijds zijn het beheer van “materiële gezondheidsproducten” en het preventieve overheidsbeleid voer voor kritiek. Dat is echter nog zacht uitgedrukt.

Enkele maanden geleden kostte een mondmasker slechts 20 eurocent. Volgens ziekenhuis- en afdelingsmanagers was dat bedrag toen te hoog om reserves aan te leggen. “Just-in-time”-management diende immers als basis. Per slot van rekening hanteert elke bedrijfsbaas een dergelijke methode om investeringen zo snel mogelijk rendabel te maken. Intussen vragen apothekers twee euro voor chirurgische maskers. Op de vrije markt betaal je zelfs tot 15 euro.

De testkits daarentegen zijn nagenoeg gratis maar hun prijskaartje blijkt variabel, net als hun betrouwbaarheid. De overheid onderhandelt dagelijks over de mogelijkheden tot terugbetaling.

Concurrentie tussen ziekenhuizen

Een beperkt toegekend budget en een complexe subsidiemethode kenmerkten de afgelopen jaren het financieringsbeleid van ziekenhuizen. Zo gebeurt de financiering ofwel op basis van een honorarium voor consultaties en onderzoeken, ofwel via een ingewikkelde berekening gebaseerd op het aantal ziekenhuisopnames. Dat laatste is des te opvallender: elk ziekenhuis verkort de opnameduur in vergelijking met de gemiddelde verblijfsduur in Belgische ziekenhuizen. Dat geldt voor alle soorten aandoeningen.

Dit financieringsbeleid, dat leidt tot zeer of te korte ziekenhuisopnames, verlaagt de opnameduur tot bijna 0 dagen. Een dergelijk beleid spoort zo een ziekenhuis aan om bedden te schrappen en het personeelsbestand tot een hoogstnoodzakelijk minimum te herleiden. Een openbaar ziekenhuis wordt inmiddels beheerd zoals elke andere privéonderneming. Het wil de productie vermeerderen en bevordert bovendien zowel de komst van patiënten als de toename van het aantal handelingen.

De betaling van het zorgpersoneel (artsen en paramedici in openbare ziekenhuizen) valt echter niet onder het systeem van het overheidspersoneel. Daardoor concurreren ziekenhuizen niet alleen met elkaar, maar ook intern tussen diensten en therapeuten. Dit systeem kiest dus managers met het vereiste profiel, ook al komen zij vaker uit business schools dan uit instellingen voor volksgezondheid.

Vandaag de dag, te midden van de crisis, doet elk ziekenhuis een beroep op vrijgevige patiënten om de epidemie financieel de baas te kunnen. Het financiert zijn eigen structuur: het ene ziekenhuis opent een rekening voor nieuwbouw terwijl het andere kiest om beademingsapparatuur of uitrusting aan te schaffen. Ondanks deze managementmethode is de solidariteit en toewijding van de medische teams des te bewonderenswaardig.

Essentiële geneesmiddelen zijn echter amper voorradig. Die zijn nochtans nodig om zieken te behandelen en de patiënten te verzorgen. De hoogste bieder trekt hier aan het langste eind. Het klinisch onderzoek daarentegen hangt af van de farma-industrie en danst naar hun pijpen: het onderzoek is veeleer gericht op winstgevende octrooien.

Managen betekent anticiperen

We zijn tot deze schrijnende paradox gekomen: het beheer van mensen is snel gesocialiseerd, terwijl het beheer van goederen volledig in privéhanden blijft. De boodschap voor de toekomstige generaties is helder: de regeringen zijn zeker bezorgd om ons algemeen belang. Ze zijn opmerkelijk proactief, maar blijken compleet afwezig wanneer ze de productie en distributie van gezondheidsproducten en -diensten moeten beheren. Ze laten na om fundamentele beslissingen te nemen. Nochtans beschikken ze over speciale bevoegdheden en is de gezondheidszorg prioritair door de crisis. De legitimiteit van deze hiërarchie in prioriteiten is echter een ander debat.

Onze bestuurders zijn niet immoreel. Integendeel, ze tonen zelfs onvermoede deugden, maar dat maakt het nog erger. De bestuurders van het land zijn immers schuldig aan een gebrek aan efficiëntie. Ze socialiseren zieke personen, die een terecht gevaar vormen voor hun medeburgers, maar ze knielen voor de concurrentielogica op vlak van het beheer van goederen en gezondheidsstructuren. Nochtans stelt hun macht hen in staat het omgekeerde te verwezenlijken.

We kunnen zeker niet op alle zaken vooruitlopen. We weten niet wat de volgende crisis zal kenmerken: zal het de klimaatcrisis overstijgen of zal het de gezondheid, de economie of het leger raken? Zal het een combinatie zijn of gewoonweg een andere crisis? We kunnen geen precies plan opmaken, maar we kunnen wel planmatig voorbereiden. Dat is zowel een technische eis als een ethische en educatieve verplichting. Het land beschikt immers over transportmiddelen die – om deels onbekende en deels andere redenen (het beheer van terroristische aanslagen) – ter beschikking staan. Hoewel het niet hun primaire bestaansreden is, kunnen we ze op het juiste moment inzetten als ziekentransport. Er zouden nooit soldaten in bejaardentehuizen geweest zijn om te helpen, mocht het leger beheerd zijn als een ziekenhuis of autofabriek.

We doen toch ook niet enkel een beroep op de brandweer om alleen maar branden te blussen. We kunnen de huidige situatie, om binnen deze metafoor te blijven, vergelijken met die van de brandweerkazernes die voor elke brand opnieuw helmen, slangen en brandweerwagens zouden moeten aankopen. Hun aankopen zouden dan afhangen van de aard en de locatie van de ramp.

Pleidooi voor een overheidsbedrijf

We moeten de producten voor basisgezondheid “decommercialiseren” in crisistijden. Zo kunnen we nog doelmatiger strijden tegen een epidemische ziekte. We moeten ons een overheidsbedrijf voorstellen dat controle uitoefent op het beheer van maskers, ademhalingsapparatuur, ontsmettingsmiddelen, basismedicijnen, ambulances, handschoenen en toga’s, tests en patenten op vaccins en medicijnen.

We hebben nood aan een gezondheidssysteem dat steunt op een sterk en toegankelijk stelsel van sociale zekerheid. Ondanks de pogingen om dit systeem te verzwakken, bewijst het nog elke dag hoe doeltreffend het is. Daarom juichen we de zorgsector elke avond om 20.00 uur toe.

Om zijn doeltreffendheid ten volle te kunnen benutten, moet een openbaar management van de producten voor basisgezondheid echter ondersteuning bieden.

Wat nog het meest opvalt, is dat de linkse partijen zich niet verenigd hebben om deze denkpiste te volgen. De linkse partijen en de partijen met sociale agendapunten claimen dat het algemeen welzijn, de solidariteit en gelijkheid deel uitmaken van hun DNA (of van hun cytoplasma). Het is niet de huidige regering, waarvan we de kleur reeds kennen, die dat claimt. Weliswaar is geen enkel serieus initiatief genomen om meer “gewicht in de schaal te leggen”.

Nieuw bureaucratische zooitje?

Je hoort de tegenstanders al rommelen wanneer je “openbaar bestuur” zegt. Dat is voor hen een voorbeeld van beleidsstructuur die in wezen autoritair en bureaucratisch is en bovendien geen initiatief neemt.

Nochtans bestaan er enkele degelijke voorbeelden: de Régie des Kifs et Tabacs had tot 1956 het monopolie op de verkoop van cannabis en tabak in de Franse koloniën, met degelijke resultaten voor de volksgezondheid. Ook ons kraantjeswater hangt af van een openbare maatschappij. Het is beschikbaar, goedkoop en van goede kwaliteit. We durven ons niet voor te stellen dat de persoonlijke en openbare hygiëne achteruit zou gaan als gevolg van het concurrerend beleid door Chaudfontaine (Coca-Cola).

Sommigen zullen reageren dat het niet het moment is, dat we liever samen moeten blijven strijden tegen de ziekte (of tegen het virus, zoals de liefhebbers van oorlogszuchtige toespraken zullen zeggen).

Morgen bouwen we aan een nieuwe wereld, het jaar 1 waar het ‘samen leven’ hoogtij viert. Laten we daar van uitgaan. Maar morgen kan het echter ook te laat zijn. De manier waarop we deze corona-rivier oversteken toont ons hoe we ook de volgende rivier moeten oversteken. Momenteel bevinden we ons in het midden van deze rivier.

 

George Bauherz is neuropsychiater en professor aan de ULB. Zijn artikel ‘Une régie publique pour «démarchandiser» les produits de santé essentiels‘ werd vertaald door Roebi Block.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!