Aanschuiven voor gratis koffie en een donut tijdens de Grote Depressie.

Slaapwandelend naar de grootste economische crisis van ons leven

Een diepe duik dit jaar en volgend jaar snel weer groeien. Dat is de optimistische voorspelling van economen. Maar er zijn nogal wat vervelende 'details' waar ze geen rekening mee houden.

woensdag 13 mei 2020 18:38
Spread the love

 

Het zijn cijfers om van te duizelen. In april verloren meer dan 20 miljoen Amerikanen hun job. Nooit eerder gingen er op zo’n korte tijd zoveel banen verloren. Het vorige record dateert van september 1945. Dat was op het moment dat de VS de oorlogseconomie begonnen af te bouwen. In die maand werden er 2 miljoen jobs geschrapt. In de twee maanden dat het coronavirus woedt steeg de werkloosheid van 4 tot 14,7 procent. De enige periode in de Amerikaanse geschiedenis die ook maar een beetje in de buurt komt, is de grote depressie van 1929.

In het Verenigd Koninkrijk moeten ze zelfs nog verder terug gaan in de tijd. De Bank of England voorspelt dat de economie in de eerste helft van dit jaar zal krimpen met 30 procent. Dat is de diepste en snelste recessie sinds de Great Frost van 1709. Het vroor toen drie maanden aan een stuk in Europa. Je kon in die winter schaatsen op het Gardameer. De graanteelt ging toen volledig verloren, fruitbomen vroren dood en het vee stierf massaal van de kou.

Het mag duidelijk zijn: wat we nu meemaken is ongezien. Niet alleen de snelheid en de diepte van de crisis, maar ook het globale karakter ervan. De Internationale Arbeidsorganisatie berekende dat 1,6 miljard arbeid(st)ers uit de informele economie hun inkomen zagen zakken met 60 procent. Het zijn de mensen die elke dag moeten knokken om eten op tafel te krijgen en die nu door de verschillende lockdownmaatregelen afgesneden worden van hun magere inkomstenbronnen.

Aanschuiven voor noodhulp

Ze leven niet alleen in Azië, Afrika of Latijns-Amerika. De ngo Food Foundation telde in april al 1,5 miljoen Britten die af en toe een hele dag zonder eten moeten doorworstelen, omdat het hen zelfs aan geld ontbreekt om een brood te kopen. In Italië zijn 3,7 miljoen mensen, waaronder 700.000 kinderen, aangewezen op noodhulp van ngo’s en burgers om voedsel in hun maag te krijgen. Zelfs het rijke Genève, symbool van het mondiale financiële kapitalisme en de stad waar de Wereldgezondheidsorganisatie huist, blijft niet gespaard. Toen vorige zaterdag armoedeorganisaties voedselpakketten uitdeelden, dook er een wachtrij op van meer dan 1.000 mensen. Bijna een kilometer ver stonden mensen – sommigen al van 5 uur in de ochtend – aan te schuiven om een zak met levensmiddelen te pakken te krijgen.

Het IMF voorspelde in april dat de wereldeconomie dit jaar met 3 procent zal krimpen. Ook dat is ongezien sinds de grote crash van 1929. En volgens het IMF kan het nog veel erger worden. In de Europese Unie zijn de cijfers nog veel dramatischer. De Europese Commissie schat dat de crisis 7,4 procent van het bnp van de EU zal uitgommen. België zit met een duik van 7,2 procent net boven het gemiddelde. In landen als Griekenland, Italië en Spanje die jarenlang kreunden onder de gevolgen van de financiële crisis van 2008, wordt de prille groei van de voorbije jaren in één klap volledig weggeveegd. De schuldgraad van Griekenland zou exploderen tot 196 procent. Die van Italië tot 160 procent.

Dat die berichten niet meteen paniek veroorzaken, komt door een andere voorspelling. Volgens de meeste instellingen en een pak economen is dit slechts een tijdelijke schok en gaat de economie snel weer groeien. In de prognoses van de Europese Commissie veert de economie van de eurozone volgend jaar op met 6,3 procent. Daardoor zitten we wel nog een pak onder het bnp van 2019, maar er is wel een zeker herstel. Uitgetekend op een grafiek lijkt dat dan eerder op een V of een U dan op een W of een L. Bij die laatste letter zou er eerder sprake zijn van een diepe crisis die uitmondt in een depressie met een groei die worstelt om weer boven de 1 procent te geraken.

Optimisme

Het probleem met dat optimisme is dat economen zich blindstaren op deze periode van lockdown. Eenmaal die achter de rug is, kan iedereen weer aan de slag en keert het vertrouwen al snel terug. Kristilina Georgieva, de hoofdeconoom van het IMF, is daar minder zeker van. “Zonder medische oplossingen in zicht kunnen voor sommige landen nog minder gunstige scenario’s uitkomen. Het onbekende gedrag van het virus vertroebelt de horizon van onze voorspellingen”, zei ze bij de voorstelling van de recente vooruitzichten.

Het virus is er en zal er wellicht blijven tot er een vaccin gevonden wordt. Tot die tijd moeten we er in de hele wereld mee leren omgaan. Op grote stukken van de economie zal dat ook de komende maanden en misschien wel jaren een impact hebben. In veel landen is toerisme één van de belangrijkste economische sectoren. Zelfs in een land als Nederland is toerisme even belangrijk als de bouwsector. Eén derde van de Grieken werkt rechtstreeks of onrechtstreeks in de toeristische sector.

Natuurlijk lees je hier en daar berichten over de heropstart van het toerisme, maar een terugkeer naar de situatie van voor de coronacrisis lijkt onwaarschijnlijk. Dat kan je ook afleiden uit de voorspellingen voor de luchtvaartsector. De CEO van Boeing waarschuwde zijn aandeelhouders al dat het drie jaar duurt voor er weer evenveel gevlogen wordt als in 2019.

90 procent-economie

Er zijn nog wel wat sectoren die een onzekere toekomst tegemoet gaan. De meeste restaurant- of caféhouders zullen wel al eens rondgegaan zijn met de lintmeter in hun zaak om te tellen hoeveel tafels er overblijven als iedereen anderhalve meter uit elkaar moet zitten. Om nog maar te zwijgen van alles wat te maken heeft met grote groepen mensen zoals beurzen, festivals, theaters of concerten. In The Economist noemden ze dat de 90 procent-economie. “Het is beter dan een strenge lockdown, maar het is verre van normaal. Grote stukken van ons dagelijks leven ontbreken.”

Net die 10 procent betekent het verschil tussen magere groei en diepe duik. Doordat deze crisis geen precedent heeft, wordt dan maar gezocht naar periodes die er op lijken. De Belgische minister van Economie Alexander Decroo zocht een analogie met de periode na de Tweede Wereldoorlog. “Eigenlijk is dit een naoorlogse situatie, het enige verschil is dat de infrastructuur niet kapot is”, zei hij in De Standaard. Dat zou dan hoop moeten geven. Bruggen, stations, fabrieken, scholen, alles staat nog overeind.

Maar opnieuw wordt hier een denkfout gemaakt. Het is net doordat na een verwoestende oorlog alles moet heropgebouwd worden dat er economische groei is. Het zijn de massale investeringen van overheden en privékapitaal die de economie een boost geven na een vernietiging van de productiemiddelen.

Nu riskeren we de omgekeerde situatie. Economen voorspellen dat de investeringen binnen de eurozone met 24 procent zullen dalen. Bedrijven hebben hun financiële reserves nodig om te overleven. Investeringen worden op de lange baan geschoven, ook al omdat er zoveel onzekerheid is over de toekomst.

Dominosteentjes

Er dreigt dus een ander scenario dan een snel herstel in 2021. Het ene dominosteentje na het andere riskeert om te vallen. In bepaalde sectoren die hard getroffen worden komen er faillissementen. Dat leidt tot een inkomensverlies bij grote groepen werknemers en veroorzaakt spaargedrag bij anderen. Daardoor komen nog meer bedrijven in de problemen en voor je het weet zit je dus wel degelijk met een economische depressie.

Wat ook niet helpt is dat de heropstart zeer ongelijkmatig verloopt. In Europa wordt de economie aarzelend terug opgestart, maar in landen als de VS en Brazilië woedt het virus nog stevig. Dat zal de komende maanden zo blijven. Er komen daardoor zandkorrels in de machine van de wereldhandel. Verschillende landen lopen ook het gevaar om financieel overkop te gaan. Nu al moesten 103 landen aankloppen bij het IMF voor financiële noodhulp. Het zijn landen die al met een schuldenberg kampten en die nu zien hoe de prijzen van hun exportproducten ineenstorten.

Bovendien is de pandemie daar niet de enige dreiging. Trump pookt de spanningen met China weer hoog op. De Amerikaanse president maande deze week pensioenfondsen aan om niet langer te investeren in China. Een echte handelsoorlog (laat staan echte militaire schermutselingen) is het nog niet, maar dat zwaard van Damocles hangt wel boven de wereldhandel.

Wie denkt dat 2021 het jaar is van het grote economische herstel onderschat dus de onvoorspelbare kracht van het virus en de onstabiele toestand van de wereldeconomie. Ervaren en betrouwbare kapiteins om de economie door deze storm te loodsen zijn er ook al niet.

Besparen

In een eerste fase werden er wel al snel vele miljarden uitgetrokken om de economie te ondersteunen, maar ondertussen blijkt dat die vooral terechtkwamen bij de grote bedrijven die de voorbije jaren vele miljarden uitdeelden aan hun aandeelhouders. In de VS vinden de Republikeinen dat het al lang genoeg geweest is met die overheidssteun. De nieuwssite The Hill polste bij enkele Republikeinse Congresleden of er plannen klaar lagen om de hoogste noden te lenigen. “Wel, mensen in de hel willen ook ijswater”, was het laconieke antwoord van senator John Kennedy. In die kringen zitten ze al weer helemaal in besparingsmodus en hebben ze de mond vol van een slanke overheid.

Ook in ons land wordt het uitkijken naar de plannen van de overheid om de kleine bedrijven en zelfstandigen te redden. En vooral wat ze zal doen met al die mensen die in financiële moeilijkheden komen door de gevolgen van de pandemie en de economische crisis. Wat ze tot nu toe deden belooft weinig goeds. Zoals armoedespecialist Wim Van Lancker schrijft in De Standaard: “Het coronavangnet is in hetzelfde bedje ziek. Werkenden in de meest precaire statuten kunnen geen beroep doen op tijdelijke werkloosheid. Wie al aan het vallen was, wordt niet opgevangen.”

In 2008 werden cruciale fouten gemaakt met een snelle besparingsronde die elk herstel in de kiem smoorde en die verschillende landen onvoorbereid achterliet op de pandemie. Het luidde meteen de opgang van de extreemrechtse populisten in. Als we niet waakzaam zijn, zal al snel blijken dat het afgelopen decennium slechts de generale repetitie was voor de Trumps, Bolsonaro’s en Modi’s van deze wereld.

Het verschil met 2008 is wel dat links sterker staat dan toen. De analyses zijn er, de oplossingen liggen klaar en in 2019 zagen we in de hele wereld mensen massaal op straat komen. Deze keer wordt het echt er op of er onder.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!