Bong Joon-ho’s ‘Parasite’: De geur van woede en klassenstrijd

De Zuid-Koreaanse cineast Bong Joon-ho blijft de filmprijzen aaneenrijgen met zijn even virtuoze als wrede satire 'Parasite'. Bovendien overtuigt hij zowel cinefielen als het grote publiek. Dat is behoorlijk straf, want de strijd tussen twee families die hij toont in zijn nachtmerrieachtig sprookje is gedrenkt in woede en klassenstrijd. Ook straf is dat de Oscarwinnaar met elke nieuwe visie – en zowel dvd als streaming bieden nu die kans – beter wordt. Omdat de visuele en inhoudelijke rijkdom meer en meer in het oog springt. 'Parasite' blijkt nu reeds een klassieker.

maandag 4 mei 2020 11:32
Spread the love

 

Naast 4 Oscars (met Beste Film én Beste Internationale Film als primeur), een Gouden Palm, een Golden Globe en een BAFTA Award sleepte Parasite (2019) al een karrenvracht prijzen in de wacht. De in mei 2019 gestarte teller staat op 259 en blijft oplopen (al ging de Sembène Award 2020 niet naar het genomineerde Parasite maar naar het Chinese An Elephant Sitting Still van Hu Bo). Zelden legde een wereldfilm zo’n indrukwekkend parcours af. Komt er nog bij dat de publieke erkenning even groot is. Zowel arthousebezoekers, vertrouwd met het werk van de Zuid-Koreaanse cineast Boon Joon-ho (The Host, Snowpiercer, Okja), als multiplexgangers liepen storm en reageerden enthousiast. Getuige de 8,6 score bij IMDb en 4,6/5 bij Letterboxd.

Boon Joon-ho (°1969) bleef bescheiden bij het voor hem onverwachte internationale succes (de film leek immers veel té Koreaans) van Parasite. Hij eerde zijn vrienden (Park Chan Wook, Michel Gondry) zijn idolen (Tarantino, Scorsese, Godard, Truffaut) én zijn voorbeelden: Kim Ki Young, Brian De Palma, Alfred Hitchcock, Claude Chabrol, Agnès Varda en Henri-Georges Clouzot. Toonde zich opvallend mild voor Netflix, de streamingdienst die hem Okja liet maken maar waarmee hij botste omwille van de te beperkte bioscoopvertoningen. Bleef bereid met het publiek te praten over zijn film en zijn passie voor cinema. Getuige de Masterclass tijdens het Lumière festival in Lyon (als bonus op de Franse import Blu-ray) waar de geestdrift van af spat.

Parasite

Alle tinten van een sprookje

Daar waar veel collega’s van plotse roem gebruik maken om een uitgebreide, herwerkte ‘Director’s Cut’ van hun film te ontwikkelen, bleef Boon Joon-ho benadrukken 200 procent achter de bioscoopversie van Parasite te staan. Alleen presenteerde hij, in zijn cinematografische tweede vaderland Frankrijk en enkele festivals, net als bij Mother (2009), ook een zwart-wit versie van Parasite. De montage verschilt niet van de kleurenversie, maar de toon die de film in deze versie krijgt, geeft wel aan wat de regisseur van Barking Dogs Never Bite (2000), Memories of Murder (2004), The Host (2006), Snowpiercer (2013) en Okja (2017) voor ogen had.

Met name een donker sprookje, verankerd in een sociaal-maatschappelijke realiteit. Het metaalachtig zwart-wit geeft Parasite immers een abstractere, minder realistische dimensie zonder dat Boon Joon-ho in maniërisme vervalt. Want hij opteert ook ditmaal niet voor stijl om de stijl. Vormgeving staat zoals altijd bij de Zuid-Koreaanse cineast in dienst van het verhaal en de inhoud. De zwart-wit versie onderstreept dat Boon Joon-ho’s zevende bijdrage aan de zevende kunst een surrealistische nachtmerrie is, een satirisch sprookje dat een hallucinante, sombere werkelijkheid weerspiegelt. In al zijn complexiteit, in al zijn tinten, in al zijn schakeringen.

Parasite

Niet dat Boon Joon-ho met zijn ‘internationale’ films Snowpiercer en Okja Zuid-Korea helemaal had losgelaten, maar met dit wrede verhaal over de verticale klassenstrijd tussen twee families, een rijke en een arme, keert hij terug naar de spirit en de sociale structuur van zijn vaderland. Parasite grijpt ook terug naar zijn vertrouwde obsessies: gewelddadige sociale relaties, overlevingsstrijd, bedrog, illusie, economische macht, frustratie, geweld en woede. Terwijl Boon Joon-ho zoals gewoonlijk verschillende registers bespeelt (van komedie over misdaad tot horror), via montage en de muzikale score een dynamisch ritme aanhoudt, mise-en-scène laat triomferen, kiest voor karaktergedreven actie en als geen ander ruimte dramatisch weet te gebruiken. Maar vooral ook: er niet voor terugschrikt om politieke metaforen te verstrengelen met aanstekelijk filmplezier. Parasite schopt op onderhoudende, virtuoze wijze de kijker een geweten.

Een nachtmerrie met sociale dimensie

Zoveel is immers duidelijk, het door Boon Joon-ho en Han Jin-won geschreven Parasite is een briljante, aangrijpende en vooral actuele en universele film. Een dystopie, maar in tegenstelling tot dystopieën uit Hollywood, geen futuristische maar wel een hedendaagse dystopie. Eentje die de realiteit uitvergroot en lichtjes overdrijft. Zuid-Korea is een land met een gigantische kloof tussen rijk en arm, met een concentratie van macht en geld bij enkele individuen (de top 10 procent controleert 66 procent van de nationale rijkdom, de arme helft van de bevolking is goed voor amper 2 procent van het vermogen), een competitieve spirit, een sterke arbeidsethos en rigoureus gecodeerd gedrag.

Alhoewel de cineast zijn film laat spelen in een naamloze, sterk symbolische stad is de lokale verankering overduidelijk. Ook visueel, want daar waar in Snowpiercer horizontaliteit (van de trein) ongelijkheid weergaf, belicht Parasite via verticaliteit de verschillen. De onderklasse leeft in de kelder van het donkerste en laagste deel van de stad, terwijl de rijke burgers in een licht badende bovenstad vertoeft. Het dramatische conflict voert ons van beneden naar boven en terug, terwijl water de lagere gebieden overstroomt en geweld de groene tuintjes van de hogere gebieden overspoelt. Dat gebeurt wanneer het verdrongene letterlijk de kop op steekt en een laatste druppel van vernederingen de woede-emmer doet overlopen.

Parasite

Het arme Koreaanse gezin dat centraal staat behoort tot de werkloze onderklasse. Vader Kim Ki-taek, zijn vrouw Chung-sook, zoon Kin-woo en dochter Ki-jeong leven in een sombere sous-sol – vol ongedierte en zonder wifi – terwijl dronkenmannen en verdelgers doen alsof ze niet bestaan. Urine en verdelger vliegt in het rond. De Kims overleven via wifi-netwerken van horeca-buren én dankzij de gig-economie. Maar het (weinig deskundig) vouwen van pizzadozen helpt hen niet echt vooruit.

Wanneer zoonlief de mogelijkheid krijgt om als leraar Engels aan de slag te gaan bij de rijke familie Park, wordt die kans om de kale kelder te verlaten gretig aangegrepen. Een diploma wordt vervalst, de naïeve en verveelde rijkeluisvrouw om de tuin geleid en de van liefde en indianen dromende kinderen gecharmeerd. Eén na één dringen ook moeder (als huishoudster), dochter (kunstlerares) en vader (chauffeur) binnen in de ruime architectenvilla van de hautaine, snobistische IT-er. Na genadeloos de vorige Park-bedienden te hebben buitengewerkt via theaterstukjes die inspeelden op de vooroordelen, de smetvrees en het narcisme van de welstellende maar wereldvreemde bewoners van de villa-met-een-geheim (en clandestiene co-housers).

De indringers vinden snel hun draai en wanneer de Parks gaan kamperen genieten ze van een luxueus leventje. Een overdosis drank en eten doet dromen van een kommerloos bestaan. “Geld is een strijkijzer”, filosofeert Chung-sook, “het strijkt al de vouwen weg.” Maar hun rust wordt verstoord. Door het opduiken van andere have nots en de terugkeer van de haves. De chaos kan één keer worden toegedekt, maar leidt uiteindelijk tot een bloederige explosie van frustratie, woede en geweld. De bovenklasse krijgt de rekening gepresenteerd en alhoewel er niets structureel verandert (andere, buitenlandse, rijke bewoners trekken in de villa) blijft de onderklasse dromen van een beter bestaan.

Parasite

Een kritische blik

“Wanneer ik veel geld verdiend heb, koop ik het huis”, schrijft Kin-woo aan zijn na het bloederige tuinfeest spoorloos verdwenen vader. Een voornemen dat een bevrijdende gedachte is (een ode en herinnering aan Ki-taek) maar ook conformistische indoctrinatie illustreert. Het leven van de bovenklasse blijft voor de onderklasse het model. Dat lijkt een behoudsgezinde conclusie van Boon Joon-ho maar niets is minder waar. Parasite is geen conservatieve wraakfantasie maar een maatschappijkritische satire die de draak steekt met ‘het systeem’ zonder complexiteit, ambiguïteit en menselijkheid uit de weg te gaan. Het is spannende en verrassende genrecinema die niet in een fantasiewereld speelt maar in een reëel universum waar ongelijkheid, vernederingen, uitbuiting, misprijzen, afgunst, afkeer en verontwaardiging heersen. Een wereld waarin armen het verwijt krijgen te parasiteren op grote vermogens. Boon Joon-ho stelt echter nadrukkelijk de vraag wie er nu parasiteert op wie en toont zich zo een politiek filmmaker.

“Wie kan een in overlevingsstrijd verwikkelde familie parasieten noemen”, zegt de regisseur in een interview op de Blu-ray, “ze werden naar de rand van de afgrond gedreven in deze tragikomedie.” De explosie komt er nadat arm en rijk (die zich afschermen met muren, poorten en beveiligingssystemen) in dezelfde ruimte belanden. Aanvankelijk moet de onderklasse zich letterlijk plooien in hun claustrofobische leefruimte, terwijl de bovenklasse door ruime gangen en kamers kan schrijden – de camera zit in het eerste geval dicht op de personages en kijkt in het tweede geval vanop afstand toe – maar uiteindelijk leiden opdeling en orde tot een chaos van worstelende lichamen. Tot bloed op de keukenvloer en het tuingras.

Parasite

De motor van die chaos is geen voorbereid en uitgekiend verzet (“Geen plan” herhaalt Ki-taek) maar een spontane uitbarsting van woede. Woede bij twee slachtoffers van de economie (armoede wenkte toen de onderneming van twee mannen failliet ging). Verontwaardiging omwille van verlies maar ook omwille van vernedering. Niet toevallig slaan de stoppen van Ki-taek door, wanneer Park aangeeft dat hij de onderklasse ‘ruikt’. Nadat hij zich eerder al had laten ontvallen dat “mensen die de metro nemen ruiken” en hij de geur opmerkte van het daklozenverblijf waar zijn chauffeur de nacht doorbracht, nadat een zondvloed zijn woning blank zette. Een misprijzen voor het proletariaat dat zich zintuiglijk manifesteert en dat leidt tot een woedende, gewelddadige reactie van de onderklasse. Die uitbarsting blijft evenwel onbegrepen. De politie staat voor een mysterie en kan de (aan Joaquin Phoenixs Joker herinnerende) lach van Kin-woo niet vatten. Terwijl diens ‘waanzin’ net een helder besef van de absurditeit van het gebeuren is.

Walging en woede

Woede drijft niet voor het eerst de protagonisten van Boon Joon-ho. Getuige de woede van de natuur, gekanaliseerd in het watermonster van The Host, de maalstroom van driften en machtsmisbruik in thriller Memories of Murder en misdaadsatire Mother, verontwaardiging over onderdrukking in Snowpiercer (waar de klassenstrijd de ecologische Apocalyps overleeft, wat resulteert in een explosief conflict in een trein die rond een onleefbaar geworden aarde cirkelt) en de monstruositeit van een vleesindustrie die gigantische biggetjes produceert (achter de schijn van medemenselijkheid schuilt de immoraliteit van marketing) in Okja. Verhalen met een verschillende toon die spelen in diverse genres, maar allemaal genadeloos focussen op de nachtmerrie van het uitbuiten van mens en wereld door het grootkapitaal.

Parasite

“We leven in een tijdperk waar kapitalisme de gevestigde orde is en we geen alternatief hebben”, stelt Boon Joon-ho, “niet enkel Korea maar de ganse wereld functioneert volgens kapitalistische dogma’s. In de echte wereld kruisen de paden van onze werkloze vier Kims en de familie Park elkaar niet. Alleen als lesgever en huisbediende kunnen de armen zo dicht bij de rijken komen, dat ze elkaars adem voelen. Dan kan het minste slippertje leiden tot een breuk of een explosie.” Zijn interesse in klassen en klassenstrijd noemt hij “niet meer dan normaal, kunstenaars zijn gevoelig voor de klassenproblematiek en de polarisering van onze samenleving versterkt alsmaar, waardoor de spanningen toenemen.”

Als cineast wil hij “de maatschappij een spiegel voorhouden, ook al is het beeld niet altijd flatterend.” De leden van de Kim-familie zijn infiltranten en bedriegers, terwijl de Park-familie in de woorden van Chung-sook “leuk is, omdat ze rijk zijn.” Boon Joon-ho fileert maatschappelijke structuren, maar legt ook de complexiteit van situaties en de ambiguïteit van mensen bloot. Zo bekampen leden van de onderklassen elkaar op extreem gewelddadige wijze in Parasite. “Dat zwakkeren en have nots elkaar bevechten, is triest maar realistisch”, stelt de cineast. Sociale posities zijn immers relatief. Ki-taek behoorde tot de middenklasse maar belandde in het proletariaat (net zoals de man in de kelder verkocht hij Castella’s, een Japans dessert (een honing-biscuitcake) dat kortstondig populair was in Zuid-Korea, en ging zijn bedrijf overkop toen de vraag ‘kelderde’) terwijl er ook nog een subproletariaat blijkt te bestaan. De onderklasse is verdeeld, neemt de waarden van de bovenklasse over, maar na een woedeuitbarsting wordt de sociale illusie van orde en rust doorprikt. Het leven blijkt chaos. Een parasiet die vreet aan mensen.

Parasite

Geweld en politieke cinema

Boon Joon-ho houdt niet van geweld en brengt het ook niet opwindend in beeld. Geweld is gruwelijk en de impact is dramatisch. “Geweldexplosies zijn in mijn films momenten van controleverlies”, benadrukt de filmmaker in Les Inrockuptibles, “wat mij interesseert is het moment waarop een personage zich verloren voelt en spontaan, instinctief reageert. Ik hou niet van geweld, maar van chaos, van het moment waarop alles op zijn kop staat.” Vandaar ook zijn gebruik van topografie en architectuur, van opdeling van de ruimte en van bewegingen van beneden naar boven en omgekeerd.

In Le Monde geeft de Zuid-Koreaanse filmmaker toe dat “er politieke boodschappen in al mijn films zitten. Maar dat is niet waarom ik films maak. Ik ben eerst en vooral een genreregisseur die verhalen wil vertellen en goede cinema tracht te maken.” Dat doet hij door opwinding en verrassing te combineren, door te balanceren tussen het vertrouwde en het onverwachte. Zijn eigen landgenoten intrigeerde hij via een poster waarop de (in Korea) erg bekende hoofdacteur Song Kang-ho met een balkje voor de ogen staat afgebeeld (in de Europese poster gebeurt dat bij een portret van beide families), terwijl een gezicht en ogen in Korea gelden als belangrijke delen van de identiteit. Bong Joon-ho lichtte zo ook een tipje van de sluier. Parasite gaat immers over de relatie en de interactie tussen klassenstrijd en identiteit, over de impact van ontmenselijking en vervreemding op de persoonlijkheid van individuen.

Parasite

Westerse critici focussen op het spel van bedrog en illusie in Parasite en trekken een parallel met de stelende kunstmatig samengestelde familie van Hirakazu Koreeda’s Shoplifters. Die link is er en Boon Joon-ho’s gevoeligheid voor Westerse cinema is daar niet vreemd aan. Maar het focuspunt van de cineast is klassenstrijd en daarbij brengt hij een erg Koreaans concept in stelling. De speciale dynamiek van de arme familie is immers verbonden met het concept ‘jeong‘, een mengeling van affectie, verantwoordelijkheidsgevoel en schuldgevoel die families samenbrengt en via een soort ‘wij tegen de rest’-gevoel solidair doet vechten tegen alles en iedereen. Tegen de subkelderklasse, tegen de bovenklasse (met een afwezige en onverschillige vader vormen de Parks een dysfunctioneel gezin) en tegen de maatschappij. Gedreven door solidariteit en woede. Waarbij de geur die de bovenklasse doet walgen, het signaal is om de chaos te omhelzen met geweld. Als een soort wraak van de indiaan (dankzij Park junior waart het spook van het filmicoon en genocide slachtoffer door de villa en de film). Gedaan met het misprijzen en de onderdrukking. Met het wegkijken van de onderklasse. Daarvoor is de geur van woede te penetrant. Parasite is een politieke en emotionele mokerslag.

Koreaanse affiche Parasite – Gisaengchung

Blu-ray/dvd:

PARASITE: Boon Joon-ho, Zuid-Korea 2019; 132′; met Kang-ho Song, Sun-kyun Lee, Yeo-jeong Jo, Woo-sik Choi, So-dam Park; FILM: **** / EXTRA’S: 0; dis. September Film (Nederlandse ondertiteling);

PARASITE: Boon Joon-ho, Zuid-Korea 2019; 132′; met Kang-ho Song, Sun-kyun Lee, Yeo-jeong Jo, Woo-sik Choi, So-dam Park; FILM: **** / EXTRA’S: **** (making of documentaire, Masterclass Boon Joon-ho> Festival Lumière 2019, storyboard/film vergelijking, documentaire analyses van Stéphane Charbit en van Stéphane du Mesnildot); dis. The Jokers Films (Franse ondertiteling).

Streaming Parasite:

Via MOOOV: In de week van 4 t.e.m. 8 mei wordt de voor de Sembène Award 2020 genomineerde film van Boon Joon-ho online ondersteund op www.mooov.be

Via Lumièrefilms: www.cinemabijjethuis.be

Via Dalton: www.dalton.be

Via CineMember: www.cinemember.nl

Via de website van verschillende arthouses zoals o.m. The Roxy (Koersel), Studio Skoop (Gent) en de Lumière bioscopen in Brugge en Antwerpen.

Internationale affiche Parasite

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!