In de buurt van Kampot, Cambodja. Foto: Anne Van den Bril
Opinie -

Corona, Cambodja en een harde hand

Covid-19 baant zich moeiteloos een weg over de wereldbol en doet blindelings aan grondige afbraakwerken. Het virus kent geen voorkeuren en sommige politieke regimes weten handig gebruik te maken van de angst om hun machtspositie te versterken. Het bestrijden van een humanitaire ramp kan met alle middelen gebeuren. Ook met harde hand. 

vrijdag 24 april 2020 16:21
Spread the love

 

Corona

Neem nu Cambodja bijvoorbeeld. Op 17 april, aan de vooravond van het Khmer Nieuwjaar, hebben Cambodjaanse senatoren unaniem een wet goedgekeurd waardoor de noodtoestand ingaat in het land. Deze wet pretendeert daarmee de strijd aan te gaan tegen Covid-19, maar dreigt daarmee tevens alle fundamentele vrijheden van haar burgers aan banden te leggen. Van alle kanten, behalve vanuit regeringskringen, wordt er kritiek geuit op deze maatregel.

Chak Sopheap, directrice van het Cambodjaans centrum voor de mensenrechten (CCHR), waarschuwt: ‘Door deze noodtoestand worden er zonder enige controle grote bevoegdheden toegekend aan de uitvoerende macht, waardoor vrijheid van vereniging, van vergaderen, van vrijemeningsuiting op de schop gaan.’ (1) Officieel zou het alleen gaan over het leveren van een kader voor de noodtoestand, zoals voorzien is in de grondwet die opgesteld werd na de vredesakkoorden van 1981, maar die echter nooit werd opgenomen in de Cambodjaanse wetgeving. De tekst gaat veel verder dan het beheersen van de crisis veroorzaakt door Covid-19.

Zo mag er bijvoorbeeld geen informatie verstrekt worden die ‘de bevolking zou kunnen afschrikken en die een negatieve invloed zou kunnen hebben op de nationale veiligheid of verwarring zou kunnen stichten rond de noodtoestand’. Daartegen mag ‘met alle middelen’ opgetreden worden. De wet voorziet zware sancties die tot tien jaar gevangenisstraf kunnen gaan wanneer de veiligheidsmaatregelen niet worden opgevolgd. Media en ngo’s die deze wet overtreden kunnen afgeschaft worden. Bovendien kan deze noodtoestand, ook zonder rechtstreeks verband met de pandemie, onbeperkt verlengd worden.

Sinds de uitbraak van het virus in januari werden al veertig personen opgesloten wegens het verspreiden van ‘fake news’. De helft onder hen zitten ‘in voorlopige hechtenis’ in een van de overvolle  gevangenissen van het land. In de maand maart verspreidde de Cambodjaanse politie een video van een 14-jarige jongen die publiek zijn verontschuldigingen moest aanbieden omdat hij op zijn Facebook-pagina melding had gemaakt van een gerucht dat er op zijn school Covid-19 zou zijn.

Ook de journalist Sovan Rithy, directeur van de nieuwssite FBTV, werd op 7 april aangehouden omdat hij ‘zou aangezet hebben tot een misdaad’. Hij had namelijk op Facebook eerste minister Hun Sen geciteerd die eerder op de dag gezegd had: ‘Als de motortaxistas (vaak primitieve riksja’s) geen geld meer hebben, moeten ze hun voertuig maar verkopen. De regering kan hen niet helpen.’     

Hun Sen

Hoe is dat mogelijk? Wie is die Hun Sen? Wat is er aan de hand in dat boeddhistische land dat zes keer groter is dan België en dat ongeveer 16 miljoen inwoners telt waarvan op dit ogenblik de helft jonger is dan 22 jaar. Deze zeer afwijkende demografische gegevens hebben te maken met de burgeroorlog onder het regime van de Rode Khmer.

Tussen 1975 en 1979 heette Cambodja ‘Democratisch Kampuchea’. Het werd gesticht toen de door Lon Nol geleide Khmerrepubliek werd verslagen door het Khmers Rouges-leger, dat na de nederlaag van de Verenigde Staten in Vietnam de hoofdstad Phnom Penh en de rest van het land veroverde.

De Amerikaanse journalist Joel Brinkley schrijft in zijn boek Cambodia’s curse, the modern history of a troubled land: ‘Ongeveer twee miljoen Cambodjanen, een vierde van de totale bevolking, werden vermoord gedurende het bijna vier jaar durende schrikbewind van Pol Pot. Het was zijn bedoeling om een ruraal socialisme te vestigen en daarvoor moest elk spoor van een twintigste-eeuwse leven uitgeroeid worden. Tachtig procent van de Cambodjaanse leerkrachten en vijfennegentig procent van alle dokters werden vermoord, samen met alle geschoolde burgers. Cambodja werd, zoals Pol Pot het uitdrukte, teruggevoerd naar het jaar zero.’ (2)

Gedurende de Vietnamese bezetting die van 1979 tot 1989 duurde, werd een jonge Khmer Rouge officier, genaamd Hun Sen, tot eerste minister benoemd. Volgens Brinkley had hij nauwelijks school gelopen, maar was hij verstandig en keihard, zoals je kon verwachten van een jonge kerel opgeleid door de Khmers Rouges en achteraf door Vietnamese militairen. Zijn CPP-partij die aan de macht kwam nadat Vietnamese troepen het terreurregime van de Rode Khmers omver hadden geworpen, zwaaide al sinds 1979 de plak over Cambodja.

In zijn jonge jaren was Hun Sen overigens zelf lid van de Rode Khmers, maar hij liep over naar Hanoi net voor de Vietnamese invasie. In 1985 werd deze man eerste minister van zijn land en hij is het nog steeds. In al die jaren is hij de sterke man van Cambodja geworden en heeft hij een status van totale machtshebber opgebouwd. 

Wortel en stok strategie

Hun Sen, geboren in 1952, is nu 68 jaar, maar hij heeft al aangekondigd dat hij nog zeker tien jaar aan de macht wil blijven en daarvoor hanteert hij al jaren op een handige manier de wortel en stok-strategie waardoor hij een groot cliëntelistisch netwerk rond zich heeft weten op te bouwen. Hun Sen is vooral op het platteland populair en is een van de langst regerende leiders in Zuidoost-Azië. In Cambodja doen de rechters, politiemensen en soldaten exact wat Hun Sen hun opdraagt.

Onafhankelijke waarnemers melden dat de premier de nationale verkiezingscommissie volledig in zijn zak heeft. ‘Als de overheid of de CPP een klacht indient bij de verkiezingscommissie, dan krijgen ze altijd gelijk’, zegt Kem Ley, een politieke wetenschapper die jaren voor de Cambodjaanse regering werkte.

De grootste tegenstrever van Hun Sen en zijn CPP-partij was Sam Rainsy van de CNRP (Cambodja’s  Nationale Reddingspartij), die waarschijnlijk, indien eerlijk uitgevoerd, vorige verkiezingen gewonnen zou hebben, maar die nu sinds 2015 in Parijs in ballingschap leeft, omdat hij veroordeeld werd voor smaad, nadat hij de CPP van corruptie had beschuldigd. Zijn opvolger Kem Sokha onderging hetzelfde lot. Ook hij werd beschuldigd van verraad, omdat hij contact zou gehad hebben met Amerikaanse experten in verband met een machtswissel in Cambodja. Meer dan de helft van de CNRP-politici is intussen het land uit gevlucht. 

Volgens Lee Morgenbesser, hoogleraar aan de universiteit van Griffith in Australië en gespecialiseerd in het onderzoek naar autoritaire regimes in Zuidoost-Azië, gebruikt Hun Sen nu ook het coronavirus in zijn overlevingsstrategie: ‘Sinds 1985 heeft de regering-Hun Sen niet alleen de terugtrekking van de Vietnamese troepen en die van de UNO-administratie overleefd, maar ook die van de heropflakkerende rebellie van de Khmers Rouges en van een sterker wordende binnenlandse oppositie.’ Het coronavirus is verschillend van de vorige gevaren, zo stelt de onderzoeker, maar het biedt Hun Sen tevens de gelegenheid om dissidente binnenlandse stemmen te onderdrukken. De logica van het Hun Sen-regime is immers alleen overleven. (3)

Onderzoeker Sophal Ear, verbonden als medewerker internationale politiek aan een universiteit van Los Angeles, voegt hier nog aan toe dat het uitroepen van die noodtoestand al anticipeert op de repressie die zal nodig zijn om de sociaaleconomische crisis die zich aandient in het land met alle mogelijke middelen te bestrijden. Het ziet er immers naar uit dat door het annuleren van buitenlande bestellingen duizenden en duizenden textielarbeiders werkloos zullen worden en dan hebben we het nog niet eens over de informele sector die een stuiver probeert te verdienen in een wegkwijnende toeristische sector die daardoor helemaal brodeloos dreigt te worden.   

De politieke situatie in Cambodja lijkt een beetje op die in Suriname, waar Desi Bouterse president is kunnen worden en wil blijven om uit de greep van het gerecht te blijven, maar daardoor een hele bevolking gijzelt. Ook daar werd door de NDP-partij van Desi Bouterse in De Nationale Assemblee (DNA) een wet ‘Uitzonderingstoestand COVID-19’ doorgedrukt.  

Met alle middelen

In de epiloog van zijn boek schrijft Joel Brinkley: ‘Vele landen hebben te maken met leiders die de bevolking hebben doen lijden, maar geen enkel land heeft in haar recente geschiedenis zoveel geleden als de Cambodjaanse bevolking. Geen enkel ander volk heeft leiders gekend die een vierde van de bevolking heeft uitgemoord en die na de val van het Khmers Rouges-regime vervangen werden door nieuwe hebzuchtige figuren. Geen enkel ander volk is zo getraumatiseerd geworden, een trauma dat trouwens wordt overgedragen op een volgende generatie. Cambodjanen verwachten niets. Zij hebben geen ambitie en geen dromen. Zij willen alleen gerust gelaten worden.’(4) 

En wat verwacht Hun Sen? Nog een tiental jaar aan de macht te blijven. Met alle middelen, ook die van het coronavirus.

 

Bronnen:

  1. Pierre Motin, Au Cambodge, un état d’urgence liberticide sous couvert de lutte contre le Covid-19. Mediapart van 18 april 2020
  2. Joel Brinkley, Cambodia’s curse, the modern history of a troubled land, Public Affairs, New York, 2011, 387 blz. ISBN 9781610391832
  3. Pierre Motin, Au Cambodge, un état d’urgence liberticide sous couvert de lutte contre le Covid-19. Mediapart van 18 april 2020
  4. Joel Brinkley, Cambodia’s curse, the modern history of a troubled land, Public Affairs, New York, 2011, 387 blz. ISBN 9781610391832
Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!