Jo Cottenier

Wie zal de coronaschulden terugbetalen?

Om antwoorden te vinden hoe we die verhoogde schuldenlast door de coronacrisis gaan terug betalen, is vragen stellen een goede manier om tot oplossingen te komen. Laat ons beginnen met de vraag waar de overheden plots miljarden dollars en euro’s vinden om de coronacrisis te bestrijden.

donderdag 16 april 2020 14:13
Spread the love

 

Wanneer we de berichten over de economische vooruitzichten aanhoren, dan stevent de wereldeconomie door de coronacrisis af op een depressie. We gaan niet ontkennen dat we in moeilijke tijden gaan komen. Maar laat ons vooral voorzichtig zijn voor diegenen die ons een collectief verantwoordelijkheidsgevoel gaan aanpraten, zoals: “samen zetten we een financiële stap terug”.

Als er een economische en financiële crisis losbarst, dan rekent de staat op de banken om geld in de economie te pompen. Dat is wat na 2008 gebeurde en wat nu opnieuw gebeurt. De overheid moedigt de banken aan om leningen te verstrekken aan de bedrijven en de gezinnen. Maar dat gaan de banken niet doen als ze té veel schrik hebben om hun geld niet terug te zien. Daarom is het eerste wat minister De Croo gedaan heeft, garanties verlenen aan de banken. Daar komen we straks op terug.

De banken worden niet alleen door de nationale regering geholpen om geld in de economie te pompen, maar ook door de Europese Centrale Bank (ECB). Die Centrale Bank heeft ervoor gezorgd dat het vandaag heel goedkoop is om geld te lenen, door de intrestvoet voor leningen naar beneden te drukken. Dit zou bedrijven en gezinnen moeten aanmoedigen om geld te lenen bij de banken om uitgaven en investeringen te doen. Sinds de financiële crisis is dit bijna een constante maatregel. Maar het heeft de economie niet veel opgeleverd.

Daarom zet de Europese Centrale Bank, zoals andere Centrale Banken in de wereld, veel zwaardere middelen in. De banken krijgen op grote schaal vers geld toegespeeld. En dat kan omdat de Centrale Banken het monopolie hebben op het ‘drukken’ van geld.

Hoe kan je uitleggen dat geld uit het niets komt?

Centrale Banken hebben altijd het monopolie van de monetaire politiek. Dit wil zeggen: het bepalen van de intrestvoet en de geldhoeveelheid in omloop. Vroeger was dit in handen van de Nationale Banken maar voor de landen die lid zijn van de eurozone is dit nu de bevoegdheid van de Europese Centrale Bank.

De rol van de Centrale Bank als ‘uitlener op het allerlaatste moment’ is onontbeerlijk om crisissen op te vangen. Vroeger gebeurde dat door het drukken van geld, nu gebeurt het door het elektronisch opkopen van obligaties die in omloop zijn. Een obligatie is een schuldpapier. Het kan een schuld zijn van een Staat of een schuld van een bedrijf omdat ze geld hebben geleend bij de banken of bij burgers. Denk maar bijvoorbeeld aan de uitgifte van een staatsbon. Banken, pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen hebben altijd een deel van hun fondsen belegd in obligaties.

Wat heeft nu de ECB gedaan? Zij besliste om voor een bedrag van 750 miljard euro obligaties op te kopen. Wat is het gevolg? Er gaat vers geld naar de banken en de obligaties verhuizen naar de ECB. Met dat vers geld beschikken de banken over nieuwe fondsen waarmee ze – in theorie – de economie vers bloed kunnen bezorgen. En wat met de obligaties die de ECB heeft opgekocht? In de hoop dat de economische motor aanslaat, zullen staten en bedrijven bij machte zijn hun schulden terug te betalen. Maar dan niet meer aan de banken, maar rechtstreeks aan de ECB. En zo komt in een verre toekomst het geld terug naar de Centrale Bank.

Door de financiële crisis van 2008 zijn de Centrale Banken al een decennium de overheden en banken aan het ondersteunen met miljarden euro’s. Waar is dat geld nu?

Sinds 2009 startten de Verenigde Staten met het creëren van vers geld. Men noemt dat ‘quantitative easing’ of ‘kwantitatieve versoepeling’ of vrijer vertaald: kwantitatieve geldverruiming. Later volgde de Europese Centrale Bank dat voorbeeld. Het ging om duizenden miljarden dollars en euro’s.

Na een korte onderbreking van de kwantitatieve versoepeling in 2019, begonnen de Amerikaanse, de Britse, de Japanse en de Europese Centrale Bank er opnieuw mee om een dreigende recessie af te wenden. Sinds de corona-uitbraak kondigde de Amerikaanse Centrale Bank aan om 700 miljard dollar te creëren. Maar dat bleek onvoldoende en dat werd uitgebreid op twee manieren: ze gaat rechtstreeks lenen aan grote bedrijven en er is geen limiet meer op de hoeveelheid Amerikaanse staatsschuld die de Centrale Bank kan opkopen. De Europese Centrale bank brengt nu opnieuw 750 miljard euro in omloop.

Heeft deze massa geldstroom gezorgd voor een heropleving?

Het feit dat Centrale Banken na tien jaar kwantitatieve versoepeling opnieuw moeten bijspringen, doet een lichtje branden dat er iets niet klopt. Lage intresten en het opkopen van obligaties hebben niet veel uitgehaald. De oorzaak? Men investeerde niet met dat geld, omdat de toekomstperspectieven er somber bleven uitzien. Dat had een dubbele reden.

Ten eerste werden de schulden die ontstonden door de financiële crisis, afgewenteld op de werkende klasse. De ene besparing volgde de andere op.

Ten tweede was de overheidsschuld door het redden van de banken zo gegroeid, dat men begon te snijden in de openbare diensten, in de investeringen en in de sociale zekerheid. Diensten werden ofwel duurder of werden geprivatiseerd.

Het gevolg van dit alles: door de besparingen en de privatisering waardoor essentiële diensten duurder werden, daalde de koopkracht en werd er minder geconsumeerd. Ook werden er minder openbare orders gepland waardoor ondernemers over de toekomst onzeker werden en dus ook minder gingen investeren.

Waar belandde dan al dat geld?

Je raadt het misschien al? Op verschillende manieren kwam dit vers geld in financiële circuits terecht in plaats van in harde investeringen. Bedrijven die gaan lenen bij de banken doen dat niet noodzakelijk om in de productie te investeren. Ze kunnen het ook gebruiken voor overnames of om hun eigen aandelen op te kopen op de Beurs.

Waarom ze dat doen? Door ze uit de markt te halen zijn er minder aandelen voor andere beleggers beschikbaar. Anders gezegd: het aanbod is kleiner dan de vraag. Daardoor stijgt de waarde van het aandeel. Kortom het geld dat bedoeld was om investeringen te stimuleren, verdwijnt in speculatie en financiële operaties.

Hoe het mechanisme van de beurs werkt als volgt:

Een onderneming die haar eigen kapitaal wil verhogen via de beurs, moet op de beurs genoteerd zijn. Daarvoor biedt ze haar kapitaal aan, aan potentiële investeerders in de vorm van aandelen. Aanvankelijk heeft elk aandeel een nominale waarde. Een nominale waarde is de waarde die vermeld staat op het aandeel. Deze wordt bepaald in de verhouding tot het kapitaal dat door de onderneming op de beurs wordt aangeboden. Vervolgens laat deze nominale waarde de koers van het aandeel evolueren in functie van de vraag en aanbod: is het aanbod groter dan de vraag, dat wil zeggen dat er meer verkopers dan kopers zijn, dan zal de prijs dalen; is het aanbod daarentegen kleiner, dan zal de prijs stijgen. Er is dan meer concurrentie om bepaalde aandelen te bemachtigen.

Wat doet vraag en aanbod variëren? Er zijn twee principes: de in het vooruitzicht gestelde winsten en de speculatie. Bedrijven zullen er daarom alles aan doen om hun vooruitzichten rooskleurig voor te stellen.

Dus, om winst te maken op de beurs, moet het aanbod van aandelen kleiner zijn dan de vraag. Vergelijk het met de schaarste van producten in de winkel. Als er van een bepaald product schaarste is, zien we ook daar de prijs stijgen. En dat is nu precies wat er ook gebeurt op de beurs. Maar dan via manipulatie. Dat mechanisme gaat als volgt. Omdat de rentetarieven laag stonden om de economie te ondersteunen, ging men geld lenen om massaal te speculeren op de beurs door met dat geleend geld hun eigen aandelen op te kopen. Door het wegnemen van aandelen verkleinde het aanbod en zijn er dus minder aandelen van het bedrijf voor andere beleggers beschikbaar. Daardoor stijgt kunstmatig de waarde van het aandeel.

Door de speculatie en het allemaal mooier voor te stellen dan het is, komt de werkelijke waarde van aandelen niet meer overeen met de voorgestelde vooruitzichten. Daardoor krijg je te horen dat er miljarden fictieve rijkdom in rook verdwijnt. Wie is hier de winnaar? Hij of zij die zijn of haar aandelen nog snel kan verkopen vooraleer de waarde daalt.

In deze corona-tijden wordt er van banken ook verwacht dat ze helpen overbruggen

Hele sectoren van de economie storten in deze corona-crisis in mekaar. 1.300.000 werkers zijn in België op tijdelijke werkloosheid. Maar rekeningen, huren, intresten moeten betaald worden. Er is nood aan liquiditeit, cash geld, en daar kunnen de banken voor zorgen.

Volgens Minister van Financiën Alexander De Croo (Open VLD) doen de Belgische Banken een belangrijke inspanning om te vermijden dat hypothecaire kredietnemers, zelfstandigen, non-profitorganisaties en bedrijven in geldnood komen. Is dat zo?

Laten we beginnen met een kort overzicht van het akkoord dat gesloten is tussen de minister en de bankensector. Er werd een regeling voor uitstel van afbetaling op de lening uitgewerkt voor bedrijven en hypotheeknemers. Men komt in aanmerking als ze bewijzen dat ze door de coronacrisis in moeilijkheden zijn geraakt of dreigen terecht te komen. Het uitstel wordt beperkt tot zes maanden.

Het uitstel van betaling voor particulieren geldt alleen voor leningen die werden aangegaan voor de woning die je hoofdverblijfplaats in België is. Wat ons logisch lijkt. Wie een aanvraag indient, mag ook niet meer dan 25.000 euro spaargeld hebben staan op zijn zicht- en spaarrekening en in zijn beleggingsportefeuille, bij de eigen en andere banken. Het pensioensparen wordt niet in die berekening opgenomen. Toen dit plan voor het eerst naar buiten kwam, zei Johan Thijs, de voorzitter van de bankenfederatie Febelfin het volgende: “Het systeem is gebaseerd op solidariteit en gezond verstand. Mensen die honderdduizenden euro’s op hun spaarrekening hebben staan, zijn niet de doelgroep”. Zo te zien is de doelgroep wel erg klein geworden, niet?

En dan nog dit. Als de periode van uitstel is afgelopen, dan zal er een aangepast (hoger) maandbedrag aangerekend worden, omdat de rentebetalingen die even stop zijn gezet, daarin worden verrekend. Dit zou niet gelden voor wie het netto maandelijks gezinsinkomen 1.700 euro of minder bedraagt. Voor hen zullen de uitgestelde rentelasten niet worden verrekend als de betalingen hernemen.

Voor de bedrijven werd een gelijkaardige regeling afgesproken, maar in tegenstelling tot de particulieren kunnen ze opschorting krijgen enkel van het kapitaalgedeelte. De betaling van hun rente blijft doorlopen.

Naast het uitstel van betalingen creëerde de regering een waarborgfonds van 50 miljard dat gedeeltelijk de verliezen dekt van leningen, die niet kunnen worden terugbetaald aan de banken. We schrijven ‘gedeeltelijk’ omdat de banken de eerste verliezen zelf moeten slikken. De banken moeten namelijk de eerste drie procent aan kredietverliezen op zich nemen. Drie procent op een pakket van 50 miljard coronakredieten komt neer op een verlies van 1,5 miljard euro. Als de verliezen boven die 3 procent oplopen, dan neemt de staat de helft van de verdere verliezen op zich. Voor verliezen van meer dan 5 procent neemt de overheid 80 procent op zich.

Minister van Financiën De Croo beweert nu dat de banken een enorme inspanning doen, omdat banken meer verliezen moeten dragen dan bij gelijkaardige maatregelen in het buitenland. Maar eigenlijk zijn de banken de enigen die vooraf een blanco cheque worden aangeboden. De regeling zal niet verhinderen dat heel wat kleine handelszaken overkop gaan, maar de weerslag voor de banksector wordt op voorhand tot een minimum beperkt.

In hun artikel op de website van MO* schreven Frank Vanaerschot & Cedric Bodart van FairFin hierover het volgende: ‘Banken krijgen het laatste woord om te bepalen of dat degene die een waarborgregeling aanvraagt, dit doet als gevolg van de coronapandemie. Banken en bedrijven die leningen ontvangen waarvoor de waarborg geldt, krijgen bovendien geen enkele voorwaarde opgelegd: ze mogen bonussen betalen aan hun managers, dividenden uitkeren, hun eigen aandelen blijven opkopen en als ze de voorbije jaren geld naar belastingparadijzen doorsluisden, zit het daar vooralsnog veilig.’

Wie zal uiteindelijk de rekeningen betalen?

De overheid is op dit ogenblik heel mild met steun voor bedrijven, met bankgaranties, met geld voor tijdelijke werkloosheid. De Nationale Bank schat dat het de overheid 30 tot 60 miljard kan kosten. Het overheidstekort zou kunnen uitkomen op ten minste 7,5 % bbp en de schuld op ongeveer 115 % aan het einde van 2020. De overheid zal opnieuw moeten lenen en banken zullen daaraan verdienen. De overheidsschuld zal nog verder oplopen, zowel die van de federale overheid als die van de gewesten. Als het van Jan Jambon afhangt is het duidelijk: de belastingbetaler zal ervoor opdraaien. Maar welke belastingbetaler? Hoeveel geld verliezen de overheden als gevolg van fraude? Moet niet eerst dit probleem worden opgelost?

Van de hoeveelheid miljarden die zich in belastingparadijzen bevinden, circuleren verschillende cijfers. Dat het moeilijk is om de exacte cijfers te achterhalen, heeft te maken met het bankgeheim en het ontbreken van een wereldwijd financieel register. Toch slaagde in 2013 de Franse econoom Gabriel Zuckman erin een methode te vinden om een minimale schatting te maken van de totale waarde aan ondergebrachte privévermogens in belastingparadijzen. Om een zo juist mogelijke schatting te maken, hield hij geen rekening met een aantal bezittingen waarvan hij onvoldoende gegevens had. Zijn berekening kwam uit op een totale waarde van 5.800 miljard euro aan ondergebrachte privévermogens in belastingparadijzen. Vervolgens berekende hij hoeveel belastinginkomsten de overheden eraan verloren. In 2013 liepen alle landen van de wereld samen 130 miljard euro belastinginkomsten mis, ten gevolge van de fraude die mogelijk werd gemaakt door het bankgeheim. Het feit dat het hier ging om een minimale schatting en het niet over alle bezittingen ging, maakt dat het verlies in werkelijkheid nog groter is.

Dat de verliezen door fraude enorm zijn, werd ook duidelijk gemaakt door de Britse expert Richard Murphy die vorig jaar een studie maakte over de verliezen die de Europese lidstaten leden, als gevolg van belastingontduiking en belastingontwijking. Het eerste is illegaal, het tweede is het verlagen van de belastingdruk binnen de grenzen van de wet. Hij schatte dat de belastingontduiking door grote bedrijven de Europese lidstaten elk jaar 1.000 miljard euro kost: 823,5 miljard euro door belastingontduiking en 50 tot 190 miljard euro aan belastingontwijking. In 2013 citeerde toenmalig Europees president Herman Van Rompuy dit bedrag ook al, toen hij besliste de strijd tegen fraude op de Europese agenda te plaatsen. Voor België gaat het om een verlies van 30,4 miljard euro aan belastinginkomsten.

Wat te doen?

Om te vermijden dat de schulden die de overheden opstapelen door de coronacrisis, niet opnieuw doorgeschoven worden naar de burgers, moet onmiddellijk werk worden gemaakt aan een einde van belastingparadijzen. Transparantie is een eerste onmisbare stap als we écht de belastingontduiking willen aanpakken. Om die transparantie te bekomen, geven we hieronder enkele belangrijke stappen die op vrij korte tijd dienen verwezenlijkt te worden:

  • Het fiscale bankgeheim moet mondiaal, en dus ook in België, volledig worden opgeheven door de invoering van een automatische uitwisseling van alle financiële informatie tussen banken en belastingdiensten.
  • Er moet een wereldwijd financieel register komen, waarin staat wie de begunstigden zijn van schermvennootschappen overal in de wereld. Zo’n vennootschap dient immers enkel ter afscherming van de identiteit van de eigenaar en diens vermogen. Deze maatregel is niet onmogelijk. Vergelijkbare registers bestaan al bij twee privéondernemingen: Euroclear en Clearstream. Deze ondernemingen fungeren als beleggingsdepot voor het veilig onderbrengen van waardepapieren en voor de afwikkeling van de wereldwijde transacties tussen de koper en de verkoper. Euroclear en Clearstream zijn op dit moment in staat om biljoenen euro’s en dollars te koppelen aan hun bezitters. Het bankgeheim opheffen van deze ondernemingen zou een enorme stap vooruit zijn in de strijd tegen fraude en criminaliteit.
  • Er moet een échte Europese zwarte lijst komen van belastingparadijzen, inclusief EU-lidstaten. De enige toegelaten transacties met deze landen zijn transacties waarvan vooraf is aangetoond dat ze beantwoorden aan een reële economische activiteit. Aan banken moet verboden worden om actief te zijn in belastingparadijzen. Van onwillige instellingen moet de banklicentie worden ingetrokken.
  • Land per land moet er een openbare rapportering komen over multinationals. Deze informatie zal helpen om mechanismen van belastingontduiking bloot te leggen en om bedrijven daar te belasten waar ze hun activiteiten hebben.
  • Er dient een eind gemaakt te worden aan de race naar de bodem op het vlak van belastingheffing op de winst van ondernemingen. Multinationals betalen vandaag nauwelijks belastingen. Daarom moet er worden gestreefd naar een effectief minimumtarief voor de vennootschapsbelasting van 25 procent in alle lidstaten.

Nu Europa enorm veel schulden heeft aan de toekomstige generaties, is het meer dan tijd om eindelijk werk te maken van een Financiële Transactietaks (FTT)

Tien lidstaten van de Europese Unie, waaronder België, buigen zich al jaren over het invoeren van een FTT. Het doel van zo’n belasting is het ontmoedigen van speculatie op de financiële markten, door een heffing op transacties. Dat deze taks er nog steeds niet is, hebben we mee te danken aan Johan Van Overtveldt (N-VA), die in de vorige regering de post bekleedde van minister van Financiën. Ondanks een expliciet engagement in het regeerakkoord zorgde hij ervoor dat het proces werd vertraagd, door telkens nieuwe argumenten aan te halen tegen de FTT. Per dag dat de invoering van de Financiële Transactietaks uitgesteld wordt, lopen we tientallen miljoenen euro’s mis. Sinds 6 december 2016 is dat bedrag al opgelopen tot 74 miljard euro. Met dit bedrag kan je aan 12,2 miljoen mensen universele gezondheidszorg bieden.

En in België?

In ons eigen land is door de coronacrisis de schuldenlast op korte tijd opnieuw sterk gestegen. Sinds de bankencrisis van 2008 hebben de opeenvolgende regeringen de burgers laten opdraaien om de schuldenlast terug te betalen die veroorzaakt werd om de banken te redden. Dat mag in geen enkel geval terug gebeuren. Het kan anders als we eisen dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen.

Enkele voorbeelden:

  • In België beschikken de twee procent rijkste families over een vermogen van 663 miljard euro. Een éénmalige coronataks van 5 procent op dit vermogen brengt in één klap 15 miljard euro op.
  • Op aandringen van de werkgeversorganisaties verlaagde de regering Michel vanaf 2018 de vennootschapsbelasting voor de grote bedrijven. Jaarlijks zal door deze maatregel 5,5 miljard euro verloren gaan. De coronacrisis dwingt ons deze maatregel te herzien. Tevens zouden we in de vennootschapsbelasting kunnen pleiten voor progressieve tarieven waardoor het belastingtarief stijgt naarmate de winst groter wordt. Alleen zo kan men de lasten eerlijk verdelen.
  • Om de werkgevers te ondersteunen in het creëren van tewerkstelling, genieten ze al vele jaren verlaging van de werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid en de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing op allerlei bezoldigingen. Samen goed voor 10,4 miljard euro in 2018. Deze miljarden gaan naar de werkgevers, zonder dat daar strikte voorwaarden inzake tewerkstelling aan verbonden zijn. En dat was te zien aan het resultaat. Er zijn de afgelopen jaren jobs bijgekomen, zo’n 230.000, maar het overgrote deel kwam er door de verbeterde conjunctuur in Europa. Dus niet door de regering Michel die met dit cijfer zo graag uitpakte! In ons land was de toename van tewerkstelling zowat de laagste van Europa. Bovendien ging het in minder dan de helft over voltijdse contracten. Volgens professor Paul De Grauwe gebruikten de Belgische bedrijven de lastenverlagingen niet om jobs te creëren, maar om hun winstmarges te verhogen. Wat we moeten doen? Er moet zo vlug mogelijk werk worden gemaakt van een wet dat deze subsidies niet meer worden toegekend als bedrijven niet kunnen aantonen dat deze worden gebruikt om volwaardige tewerkstelling te creëren.

Reken bij dit alles het verlies van 30 miljard euro aan fraude en ontwijking en je ziet dat het niet nodig is om het geld opnieuw bij de burgers te komen halen. Eerder gisteren dan vandaag moet er werk worden gemaakt om het bankgeheim écht op te heffen en om een vermogenskadaster op te stellen.

Tenslotte nog dit. We zien nu dat door de coronacrisis men vrij snel kan beslissen om veel geld uit het niets te creëren. Wat een tegenstelling met de klimaatcrisis die nog ingrijpender over de wereld raast. Maar wie beslist hierover?

Omdat overheidsingrijpen in de hoeveelheid en beheer van geld per definitie politiek is, zou het normaal moeten zijn dat het geld op een aanvaardbare wijze beheerd wordt. Hoe? Door de democratische controle van degenen die namens de samenleving het geld beheren. Zolang we het geld niet collectief en politiek beheren, met het algemeen belang als criterium, zullen de machtigen het verkwisten en het zo gebruiken dat crises groter worden en de samenleving uitgehold wordt.

 

Bronnen:

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!