Dennis De Meyer met een gezichtsmasker tegen coronavirus.
Foto: Dennis De Meyer
Interview -

Werken in rusthuis tijdens corona: “Ik zie collega’s wenend naar huis gaan”

“Ik heb normaal nu verlof, maar ben gisteren toch nog gaan inspringen, omdat het niet anders kon”, stak Dennis De Meyer van wal toen ik hem opbelde. Dennis werkt al 25 jaar als verpleger in een rusthuis met 180 bewoners en een 100-tal personeelsleden. “Het is toch de eerste keer in 25-jaar dat ik geconfronteerd word met zo’n extreme situatie."

donderdag 9 april 2020 15:27
Spread the love

 

In het rusthuis waar hij werkt zijn er al heel wat symptomatische gevallen van Covid-19 en ook positief geteste bewoners en personeelsleden. Er zijn volgens Dennis ook opvallend meer mensen gestorven de afgelopen weken vergeleken met andere maanden. “Ons rusthuis is geen alleenstaand geval. Ik hoor gelijkaardige verhalen bij mijn collega’s in andere rusthuizen”, vertelt Dennis De Meyer.

Kroniek van de vergeten frontlinie

“De eerste signalen begonnen twee à drie weken geleden. Een aantal mensen, zowel collega’s als bewoners, begonnen milde symptomen te vertonen. Hoesten, keelpijn, hogere temperatuur etc.”

“We zaten toen net in de situatie met het grote tekort aan mondmaskers in de ziekenhuizen. De mondmaskers die besteld werden gingen in eerst instantie naar de frontlinie, de ziekenhuizen.”

“De meeste mensen moesten in lockdown en de overheid focuste zich op de ziekenhuizen. Voor de rusthuizen was de boodschap: enkel mensen met zichtbare symptomen mogen een medisch mondmasker dragen. De rest mocht als ze dat wilden een zelfgemaakt masker dragen. Een week of twee later kregen we twee mondmaskers per shift. Maar gedurende de hele periode nam het aantal mensen met zichtbare symptomen zowel bij de bewoners als bij de collega’s toe. Ook de angst bij de collega’s om verantwoordelijk te zijn voor de besmetting van de bewoners of hun familieleden steeg.”

“Er waren nog geen tests, maar wij begonnen zelf de temperatuur van de bewoners twee keer per dag op te meten en als die hoger was dan normaal, zetten we ze apart. Maar op een gegeven moment waren het er zoveel dat we een hele afdeling moesten inrichten. En toen begon het personeel ook te werken met meer beschermend materiaal, zoals schorten over het uniform.”

“Diegenen die in de coronagang werkten, moesten ook andere meer beschermende maskers dragen. Het probleem is echter dat zorgpersoneel in rusthuizen niet opgeleid is om in dat soort situaties te werken. In een ziekenhuis zijn ze gewend om om te gaan met infecties en virussen. Ze weten meteen wat ze moeten doen qua isolatiemaatregelen en beschermingskledij. Door het gebrek aan deze kennis bij rusthuispersoneel, zijn er in het begin veel fouten gemaakt. Er is meer vorming daarover nodig bij rusthuispersoneel”

“Op elke afdeling waren er wel mensen die lichte symptomen vertonen. Maar omdat ze niet getest zijn, kan je niet met zekerheid zeggen dat ze het hebben. Dat is het grootste probleem, dat er nog onvoldoende tests zijn om een effectieve aanpak te organiseren.”

Milde symptomen? Blijven doorwerken!

“Nu we meer testen, merken we dat zowel het aantal collega’s als bewoners dat positief test toeneemt. Collega’s die milde symptomen vertonen, zoals hoest en keelpijn, moeten blijven werken, ook al zijn ze positief getest. Ze moeten dan wel extra beschermingsmaatregelen nemen.”

“Alleen als iemand serieus ziek is, mag die thuisblijven. Dat heeft te maken met het feit dat de sector al met een krappe personeelsbezetting zit en men heeft schrik om met een nog groter personeelstekort te zitten. Er is nu al personeel uitgevallen door ziekte en die worden nu tijdelijk aangevuld met collega’s uit de thuiszorg en thuisverpleging om de zaak draaiende te houden.”

Crisis in de zorg

“We zaten al voordat corona uitbrak met een crisis in de zorg. We kwamen met de Witte Woede elk jaar op straat om te pleiten voor meer investeringen in de zorg. Als je al met een beperkte personeelsbezetting en een hoge werkdruk zit in normale omstandigheden, wreekt zich dat bij een crisis. En we voelen dat nu meer dan ooit. Het is zo hectisch. Dit heb ik in de 25 jaar dat ik in de sector werk nog nooit meegemaakt.”

“Toen ik in 1997 begon, stonden we met de vroege shift met 8 fulltime collega’s en ’s avonds met 5 fulltime collega’s voor een wooneenheid van een 40-tal mensen. Maar tegenwoordig, voor de coronacrisis, bestond de vroege shift uit 3 collega’s en de late shift uit 2 of werd vaak zelfs maar door 1 collega bemand. Die zijn meestal ook niet fulltime in dienst. De verpleegkundigen moeten nu instaan voor meerdere wooneenheden. “

Spurten tegen de klok

“Op mijn laatste shift bijvoorbeeld, stond ik als vaste verpleegkundige bij één wooneenheid, maar moest ook nog op vier andere wooneenheden de verpleegkundige taken doen. Met de coronacrisis en al de maatregelen die we erbij moeten nemen, wordt de druk nog hoger. Je moet elke keer van beschermingskledij wisselen. Het is echt spurten om alles rond te krijgen. Dat heeft ook zijn weerslag op onze fysieke en mentale draagkracht.”

“De situatie is niet te onderschatten. Zeker nu er meer bewoners op korte tijd overlijden. Het zijn mensen waar je ook een band mee hebt. Het valt psychisch zwaar. Ik zie collega’s regelmatig wenend naar huis gaan. We hebben een WhatsApp-groep waar we elkaar een beetje ondersteunen.”

Emotioneel moeilijke periode

“De bewoners zitten al sinds 13 maart in lockdown. Ze mochten eerst geen bezoek ontvangen, enkel telefonisch contact of via WhatsApp-video. Daarna mochten ze niet meer naar een andere afdeling gaan. Ze moesten in hun eigen wooneenheid blijven. Vervolgens heeft men de gezamenlijke eetplaatsen afgeschaft en moest iedereen op de kamer blijven. Stelselmatig zijn de maatregelen verstrengd. Je merkt wel dat hoe langer het duurt, hoe emotioneel moeilijker het wordt voor de bewoners. Ze worden stiller en voelen zich heel eenzaam. De mensen die doorgaans vlotte, extraverte praters zijn, trekken zich terug. Door de hoge werkdruk is er ook amper tijd om met hen bezig te zijn, hen op te beuren of extra te ondersteunen.”

“Doordat er een groot tekort is aan personeel zijn we nu beroep beginnen doen op vrijwilligers. Heel veel familieleden hebben zich opgegeven als vrijwilliger om zo hun familie terug te zien. We merken wel dat de bewoners daarvan opknappen.”

Blijven we ook na de crisis helden?

“We zijn nu voor iedereen helden. Mijn collega’s vinden het hartverwarmend dat er elke dag om 20h00 wordt geklapt. We hopen dat wanneer deze storm gaat liggen, we nog altijd helden blijven en dat er ook eindelijk na zoveel jaren van ‘Witte Woede- acties’ er echt geïnvesteerd zal worden in de zorg, zodat er een deftige personeelsbezetting kan komen. En ons werk terug menselijker en aangenamer kan worden”, besluit Dennis De Meyer.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!