Cartoon SOTA, hoe één persoon vele mensen onderdrukt.
Bron: Facebook SOTA
Opinie - Kobe Matthys,

Vergeten we niet een paar kwetsbare groepen?

Wonderlijk. Op amper enkele weken doet een virus wat politici al maanden of zelfs jaren nalaten: de CO2-uitstoot verkleinen, respect tonen voor de zorg, de banken responsabiliseren voor het algemeen belang, spontane solidariteit opwekken tussen mensen, een (halve) Belgische regering vormen, noem maar op. Begint met deze crisis een nieuw tijdperk? 

maandag 30 maart 2020 11:25
Spread the love

 

De signalen zijn tegenstrijdig. Neem het onrustwekkende gemak waarmee de aanpak van deze crisis blijft vervallen in aloude patronen. Bedrijven en ondernemers worden als eerste geholpen, minder verdienende flexwerkers blijven achter. De Vlaamse samenhorigheid wordt geprezen, ‘bepaalde groepen’ met de vinger gewezen. Voortdurend klinkt de kreet ‘blijf in uw kot’, maar daklozen worden weer op straat gezet, asielzoekers hun centrum uitgejaagd, mensen zonder papieren verdreven uit het Maximiliaanpark. 

Al maakt het virus geen onderscheid tussen rang, stand of statuut, toch stopt onze definitie van ‘kwetsbare groepen’ blijkbaar ergens tussen ‘wij’ en ‘zij’. In debatprogramma’s gruwen we nu bij de gedachte dat er misschien ooit gekozen zal moeten worden wie voorrang krijgt aan het beademingstoestel, maar in onze samenleving werkt het eigenlijk al heel lang zo. Alles verandert deze dagen, de sociale ongelijkheid blijft.

Beste politici, ‘kwetsbaar’ zijn mensen niet enkel in hun gezondheid, maar ook door hun inkomen en sociaal statuut. Ministers, administraties, rijksdiensten draaien nu allemaal overuren om het sociale vangnet te knopen voor werknemers, zelfstandigen, bedrijven. Ze kunnen daarvoor in België gelukkig terugvallen op een stevig arbeidsrecht en een sterke sociale zekerheid. Maar ligt er ook iemand wakker van de mazen?

Veel flexwerkers dubbel de klos 

Waar het net voorlopig nog maar weinig opvang voor voorziet, zijn ‘flexwerkers’. Mensen die niet in één hokje passen omdat ze meerdere statuten combineren, zoals zelfstandigen in bijberoep. Of mensen die volledig moeten rondkomen van tijdelijke opdrachten en dagcontracten. Denk aan uitzendkrachten, poetshulpen, werkstudenten, seizoensarbeiders, heel wat kunstenaars ook. 

Zij waren altijd al het schuim van de arbeidsmarkt: makkelijk op te roepen en weer af te zeggen, tot veel bereid door hun vaak lage inkomen, goedkoop voor de werkgever. Hun precariteit is eigenlijk mee ingebouwd in het systeem van hoge competitiviteit en lage sociale bescherming, en mee het effect van aanhoudende besparingen, ook door de overheid zelf. Zo werken steeds meer mensen zonder beschermd statuut.

Precies deze flexwerkers of ‘multi job holders’ zijn nu dubbel de klos. Nog sneller dan het virus zich verspreidde, werden hangende en beloofde contracten geschrapt. Tegelijk vissen ze nu achter het net van alle compensaties: het overbruggingsrecht voor zelfstandigen in hoofdberoep, tijdelijke werkloosheid voor werknemers, allerlei rechten op uitstel van betaling … In het beste geval vallen ze op een half inkomen terug, maar ook dat volstaat in precaire situaties niet altijd. Sommige mensen met tijdelijke contracten komen sinds dinsdag wel in aanmerking voor een uitkering tijdelijke werkloosheid, net als arbeid via dienstencheques, maar deze uitzonderingsregel van de RVA voor korte contracten geldt slechts in een beperkt aantal gevallen. Hoe bijvoorbeeld bewijzen dat je opdrachten bent misgelopen, als contracten soms pas op de dag zelf ondertekend worden? 

‘Totaal geen inkomen meer, ik beperk mijn levenskosten nu tot het absolute minimum’, getuigde een muzikant aan het meldpunt van kunstenaarsplatform State of the Arts. Anders dan sommige collega’s kan hij zelfs niet terugvallen op het kunstenaarsstatuut, een uitzonderingsregeling in de werkloosheid. ‘Tien jaar altijd bijgedragen en nooit een uitkering gevraagd’, vult een acteur aan. ‘Nu kan ik er geen krijgen en val ik terug op 0 euro.’ En zo zijn er veel verhalen van mensen met tijdelijke contracten, ook in andere sectoren. Hun noodkreet om gelijke rechten klinkt luid, maar wordt nog weinig gehoord. 

Terwijl iedereen zich afvraagt wanneer precies de piek zal komen, is het hun al lang duidelijk waar de put ligt. Mensen in precaire statuten glijden erheen op de snippers van geschrapte opdrachten, op de dalende curve van onze beurseconomie, zonder de rem van enige compensatie. De finale bons dreigt hard te worden, daar beneden in het dal van de prestatiemaatschappij. 

Back to normal?

Wat te doen? In Nederland krijgen ruim een miljoen zzp’ers, ‘zelfstandigen zonder personeel’, of Nederlandse flexwerkers, intussen een nooduitkering van (maximaal) 1.000 euro. In Groot-Brittannië maakt de Arts Council 20 miljoen pond vrij voor kunstenaars en cultuurwerkers, die elk tot 2.500 pond compensatie kunnen aanvragen. 

Ook in België gaan stemmen op voor een noodfonds per sector, zoals die er kwam voor bijvoorbeeld de horeca. Anderen pleiten voor een nog verdere uitbreiding van tijdelijke werkloosheid voor tijdelijke of eendagscontracten, zonder twijfel of onduidelijkheid. Zelfstandigen in bijberoep, zoals veel schrijvers en beeldend kunstenaars, zouden dan weer erg gebaat zijn bij een ruimhartiger overbruggingsrecht. Elke noodmaatregel is welkom, zolang de mazen maar gesloten worden voor ook de economisch meest kwetsbaren. Niet alleen omwille van hun lege beurs, maar omdat zij er recht op hebben. 

En dan? Back to normal? Terug in de oude patronen? Bovenal noopt deze crisis tot een meer structurele reflectie over tijdelijk werk en precariteit, en de regelgeving errond. Waarom geen steun voor werkgevers die flexwerkers langer in dienst nemen, zoals in Frankrijk? Meer controle op eerlijke vergoedingen? Wie weet zelfs een basisinkomen? Na alle tijdelijke task forces graag een serieuze denktank! Want waar het coronavirus ons met de neus op drukt, is het sociale gevaar onder de toenemende flexibilisering, binnen én buiten de kunsten. Daar helpt maar één regeling tegen: loon naar werken en sociale bescherming voor iedereen. 

 

Wouter Hillaert is cultuurjournalist, Kobe Matthys kunstenaar en lid van State of the Arts.

Dit opiniestuk is op 27 maart verschenen in De Standaard.

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!